ECLI:NL:TACAKN:2026:8 Accountantskamer Zwolle 25/1454 Wtra AK
| ECLI: | ECLI:NL:TACAKN:2026:8 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 23-02-2026 |
| Datum publicatie: | 23-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25/1454 Wtra AK |
| Onderwerp: | |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met tijdelijke doorhaling |
| Inhoudsindicatie: | Kantoortoetsing, gegronde klacht. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en in werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden. |
ACCOUNTANTSKAMER
UITSPRAAK van 23 februari 2026 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 16 mei 2025 ontvangen klacht met nummer 25/1454 Wtra AK van
Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants
gevestigd in Amsterdam
K L A A G S T E R
gemachtigde: [A] RE RA
t e g e n
Y
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende in [plaats1]
B E T R O K K E N E
1. De procedure
1.1. De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift met bijlagen
- het verweerschrift met bijlagen
- de op de zitting overgelegde pleitaantekeningen van beide partijen.
1.2. De klacht is behandeld op de openbare zitting van 12 december 2025. Voor klaagster zijn [B] en [C] verschenen. Betrokkene is in persoon verschenen.
2. De uitspraak samengevat
2.1. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en in werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
2.2. De klacht is gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden.
3. De feiten
3.1. Betrokkene is sinds 2014 ingeschreven in het accountantsregister van de NBA. Hij is verbonden aan [accountantskantoor1] in [plaats1].
3.2. In januari 2016 heeft klaagster een kantoortoetsing uitgevoerd. De uitkomst van die toetsing heeft klaagster aanleiding gegeven in november 2017 een hertoetsing uit te voeren. Een en ander heeft geleid tot het eindoordeel van de Raad voor Toezicht van klaagster (hierna: de Raad) van 21 februari 2018 dat begin 2019 een vervroegde reguliere toetsing moet plaatsvinden, welke toetsing op 16 september 2019 is gedaan. De bevindingen uit die toetsing hebben geleid tot het oordeel van de Raad van 30 oktober 2019 dat het kwaliteitsstelsel van betrokkene in opzet en werking niet voldoet. Op 1 juli 2020 is een tuchtklacht ingediend, die door de Accountantskamer gegrond is verklaard. Aan betrokkene is de maatregel van berisping opgelegd bij mondelinge uitspraak van 9 november 2020.
3.3. In deze klacht gaat het om de daarop volgende kantoortoetsing en hertoetsing. De reguliere kantoortoetsing heeft plaatsgevonden op 3 januari 2022. Betrokkene heeft gereageerd op het toetsingsverslag van de toetsers en er heeft op 6 juli 2022 een gesprek plaatsgevonden tussen betrokkene en de Raad. De Raad heeft in zijn eindoordeel van 27 juli 2022 geconcludeerd dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing van het kantoor van betrokkene in opzet en/of werking nog altijd niet voldoet en verbetering behoeft. Betrokkene is in de gelegenheid gesteld om een verbeterplan in te dienen dat, na aanvulling daarvan, op 1 november 2022 is goedgekeurd door de Raad.
3.4. Op 6 november 2023 heeft de kantoorhertoetsing plaatsgevonden. Het door de Raad vastgestelde eindoordeel van 16 februari 2024 luidt dat het kwaliteitssysteem van de accountantspraktijk van betrokkene in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te
stellen eisen.De Raad heeft het voornemen bekendgemaakt een tuchtklacht in te dienen. Op dat voornemen heeft betrokkene zijn zienswijze ingediend op 27 februari 2024. De Raad heeft daarna klaagster geadviseerd een tuchtklacht, de onderhavige, in te dienen.
4. De klacht
4.1. Betrokkene heeft volgens klaagster gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Klaagster verwijt betrokkene samengevat dat het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor van betrokkene niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
4.2. Het verwijt valt in twee delen uiteen:
1. er zijn tekortkomingen in het kwaliteitssysteem vastgesteld;
2. er zijn tekortkomingen in de getoetste samenstellingsopdrachten vastgesteld.
5. De beoordeling
5.1. De Accountantskamer toetst het handelen of nalaten van betrokkene aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA), de Nadere voorschriften kwaliteitssystemen (NVKS) en de Nadere voorschriften controle- en overige Standaarden (NV COS).
5.2. De NVKS geven kleinere accountantseenheden de mogelijkheid om rekening te houden met hun aard en omvang bij het invullen van de eisen en een daarop afgestemd kwaliteitssysteem in te richten (het verlicht regime kleine accountantseenheden, zie artikel 27 lid 2 NVKS). [accountantskantoor1] is zo’n kleine accountantseenheid, omdat betrokkene de enige eindverantwoordelijke accountant is die daar werkzaam is en het kantoor niet meer dan vijf medewerkers heeft. Onder het verlicht regime is de accountantseenheid niet verplicht een kwaliteitsbepaler aan te stellen en rust de verantwoordelijkheid voor het stelsel van kwaliteitsbeheersing op de eindverantwoordelijke accountant. Waar in het hiernavolgende wordt gesproken over kwaliteitssysteem wordt gedoeld op het kwaliteitssysteem met inachtneming van de vereenvoudigingen zoals hierboven genoemd.
Overweging vooraf.
5.3. De Accountantskamer heeft aan betrokkene op 9 november 2020 de maatregel van berisping opgelegd omdat uit de destijds uitgevoerde kantoortoetsing was gebleken dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing, na twee eerdere toetsingen, nog altijd niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Doorgaans legt de Accountantskamer in dat soort zaken de zwaardere maatregel van tijdelijke doorhaling op. In dit geval had betrokkene aandacht gevraagd voor zijn bijzondere omstandigheden. Bovendien had betrokkene toegelicht dat hij bijstand heeft ingeroepen van een service-organisatie en gezamenlijk een pad heeft uitgestippeld ter verbetering van het stelsel. De Accountantskamer heeft betrokkene, gelet op die bijzondere omstandigheden, de kans geboden dat pad te volgen. Die kans heeft betrokkene niet ten volle benut.
5.4. Betrokkene heeft in zijn verweer tegen deze tuchtzaak zijn frustratie onder woorden gebracht. Deze frustratie is gericht op de wijze waarop de toetsers te werk zijn gegaan. In algemene zin merkt de Accountantskamer op dat het aanvaardbaar is dat de toetsers zich niet beperken tot de vijf dossiers die volgens betrokkene op verzoek van één van de toetsers door hem waren klaargezet op de dag van de toetsing. Dat de toetsers hebben gevraagd om andere dossiers dan door betrokkene waren klaargezet, maakt niet dat de toets niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Dat de frustratie van betrokkene gericht is op de toetsers is onjuist, omdat betrokkene daarmee zijn eigen aandeel in de (negatieve) uitkomst van de toetsing miskent. Het stelsel voldoet in werking nog altijd niet aan de eisen, zoals betrokkene ook (deels) erkent. Verwacht had mogen worden dat betrokkene – na driemaal te zijn gewaarschuwd dat het stelsel niet voldoet, hij de hulp van een service-organisatie had ingeroepen en mede in verband daarmee ‘slechts’ was berispt – in 2022 of dan in ieder geval in 2023 alles voldoende op orde zou hebben.
Klachtonderdeel 1: Er zijn tekortkomingen in het kwaliteitssysteem vastgesteld.
Klachtonderdeel 2: Er zijn tekortkomingen in de getoetste samenstellingsopdrachten vastgesteld.
5.5. Klaagster heeft tekortkomingen geconstateerd in het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor van betrokkene. Klaagster baseert die tekortkomingen op de bevindingen van de toetsers.
5.6. ln de aangeleverde beschrijving ‘Stelsel van kwaliteitsbeheersing, kantoor breed’ is
opgenomen: ‘Met ingang van de jaarrekeningen 2021/2O22 zijn voor de bv's de kwaliteitseisen
gevolgd. De samensteldossiers van deze cliënten zijn op orde en het permanente dossier voor
het overgrote deel ook. Waar nog stukken ontbreken zijn of worden deze opgevraagd. Met
ingang van de jaarrekening en 2023 zullen ook de grote eenmanszaak en vof's op deze manier
worden samengesteld’. Klaagster stelt dat de accountantspraktijk van betrokkene de kwaliteitseisen niet alleen moet volgen voor de bv's, maar voor alle entiteiten. Door de kwaliteitseisen niet in alle gevallen te volgen, handelt betrokkene in strijd met artikel 27 lid 2 sub a van de NVKS, waarin is bepaald dat het kantoor moet waarborgen dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
5.7. De Accountantskamer constateert dat betrokkene deze tekortkoming in feite heeft erkend. Betrokkene heeft namelijk toegelicht dat hij de verbeteringen in zijn accountantspraktijk gefaseerd heeft willen doorvoeren. Daarbij is ervoor gekozen om eerst alles goed te regelen voor de rechtspersonen en dan de opgedane kennis te gebruiken voor de vennootschappen onder firma en de eenmanszaken, voor zover voor deze laatste groep sprake is van een samenstellings-opdracht. Met het gefaseerd invoeren was betrokkene naar eigen zeggen ‘al aardig op weg’, maar dat neemt niet weg dat het kantoor de kwaliteitseisen ten tijde van de toetsing niet in alle gevallen volgde.
5.8. Daarnaast blijkt volgens klaagster dat er tekortkomingen zijn in de drie getoetste samenstellingsdossiers (door de toetsers omschreven met Woninginrichting, Zorg en Bewindvoering) op de onderdelen a) inzicht in de entiteit, b) uitvoering, evaluatie en oordeelsvorming, c) rapportering, communicatie en documentatie, en d) opdrachtaanvaarding- en continuering.
Ad a. Inzicht in de entiteit.
5.9. De bedrijfsbeschrijving in de samenstellingsdossiers Woninginrichting en Zorg mist volgens klaagster voldoende diepgang. Daardoor ontbreekt in die dossiers inzicht in de kern van het administratieve proces van de ondernemingen. Er is maar een zeer beperkte vastlegging van de werkzaamheden die betrokkene heeft uitgevoerd om inzicht te verkrijgen.
5.10. Betrokkene is van mening dat hij heeft voldaan aan de eisen die Standaard 4410.29 en 4410.31 stellen. In de bedrijfsbeschrijving heeft betrokkene namelijk vastgelegd: de aard van het bedrijf, organigram, administratieve proces, kerncijfers van de vier voorgaande jaren, inzicht in aantal medewerkers, fiscale structuur, financieringsstructuur, bijzondere aandachtspunten en de onderkende significante aangelegenheden.
Ad b. Uitvoering, evaluatie en oordeelsvorming.
5.11. Klaagster heeft aangevoerd dat de toetsers in alle drie de getoetste dossiers op dit onderdeel tekortkomingen hebben vastgesteld.
Woninginrichting.
5.11.1. In het dossier Woninginrichting hebben de toetsers geen inzicht gekregen in welke werkzaamheden zijn uitgevoerd. Betrokkene heeft vermeld dat hij de omzet zou controleren op volledigheid. Controle van de volledigheid maakt geen onderdeel uit van samenstelwerk-zaamheden, maar als een dergelijk voornemen wordt geuit mag verwacht worden dat de accountant deze werkzaamheden ook uitvoert. Dat is echter niet gebeurd. Ook is er geen werkprogramma aanwezig betreffende de balansposten en posten van de winst-en-verliesrekening, althans blijkt uit het dossier niet welke werkzaamheden betrokkene heeft verricht of wat zijn bevindingen zijn. Betrokkene heeft geen brutomargevergelijking gemaakt, bijvoorbeeld met branchecijfers. Risico’s zijn niet benoemd en de uitgevoerde werkzaamheden zijn niet of onvoldoende zichtbaar vastgelegd in het dossier, aldus klaagster.
5.11.2. Betrokkene heeft aangevoerd dat naar zijn mening de voor deze samenstellingsopdracht noodzakelijke werkzaamheden zijn uitgevoerd en daarop gebaseerde bevindingen zijn vastgelegd, waarmee hij heeft voldaan aan de eisen uit Standaard 4410.29 en 4410.31. Daarnaast zijn alle vastleggingen in het samenstellingsdossier in Infine goed te volgen. Betrokkene begrijpt dan ook niet hoe de toetsers tot deze bevindingen in het samenstellingsdossier Woninginrichting zijn gekomen.
Zorg.
5.12. Klaagster heeft aangevoerd dat de toetsers in het samenstellingsdossier Zorg geen werkprogramma hebben aangetroffen betreffende de balansposten en de posten van de winst-en-verliesrekening. Betrokkene heeft onvoldoende aandacht besteed aan significante aangelegenheden. Zo is aan de kas geen aandacht besteed in de bedrijfsbeschrijving, maar ook niet in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft). In het samenstellingsdossier is wel de methodiek opgenomen wat betreft de voorziening voor ‘opgebouwde uren inzake persoonlijke budgetten levensfase’, maar een daadwerkelijke berekening van deze voorziening met onderliggende stukken ontbreekt. Verder missen de toetsers een aansluiting tussen de omzet volgens de jaarrekening en de productieverantwoording op grond van de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 (Wmo). Informatie over de controleverklaringen inzake de Wmo-productieverklaring en de Wet normering topinkomens (Wnt) ontbreekt. Betrokkene heeft ten onrechte geen aandacht besteed aan de mogelijke risico’s die voortvloeien uit de Wet ketenaansprakelijkheid , aldus klaagster.
5.13. Betrokkene kan deze verwijten niet plaatsen, aangezien de toetsers toegang hadden tot het volledige samenstellingsdossier inclusief de daarin opgenomen werkprogramma’s. Daarin waren de genoemde onderwerpen wel degelijk vastgelegd. Er was geen sprake van door het management verschafte incomplete, onnauwkeurige of anderszins onbevredigende informatie in de zin van Standaard 4410.32. Betrokkene had dan ook geen aanleiding om een en ander onder de aandacht van het management te brengen.
Bewindvoering.
5.14. Klaagster heeft aangevoerd dat betrokkene in de eindbespreking met betrekking tot de bedrijfskosten wel heeft opgemerkt dat alle nota’s aanwezig zijn, maar die uitspraak wordt niet ondersteund door de uitgevoerde werkzaamheden en/of vastleggingen in het dossier.
5.15. Betrokkene heeft dit betwist. Volgens betrokkene waren alle vastleggingen wel aanwezig. [accountantskantoor1] is een klein kantoor, maar waar kennis ontbreekt wordt gebruik gemaakt van de service-organisatie.
Ad c. Rapportering, communicatie en documentatie.
5.16. Klaagster heeft aangevoerd dat de toetsers in de samenstellingsdossiers Woninginrichting en Zorg is gebleken dat betrokkene de volledigheid van de omzet en de juistheid van de kosten zou controleren. Verwacht mag worden dat betrokkene dit had uitgewerkt en gedocumenteerd in het dossier, maar dat is niet gebeurd of vastgelegd. Specifiek ten aanzien van de samenstellingsopdracht Zorg wordt bovendien van de accountant verlangd dat hij stilstaat bij de Wmo en de WNT en daarover een en ander vastlegt. Betrokkene heeft dat nagelaten.
5.17. Betrokkene heeft toegelicht dat de termen ‘volledigheid van de omzet’ en ‘juistheid van de kosten’ termen zijn die hij heeft opgestoken bij de Belastingdienst. Medewerkers die een samenstellingsopdracht uitvoeren weten precies wat hiermee wordt bedoeld, namelijk dat niet gezocht wordt naar fouten, maar dat er wel aandacht is voor eventueel voorkomende fouten.
Ad d. Opdrachtaanvaarding- en continuering.
5.18. De toetsers hebben vastgesteld dat in de ondertekende opdrachtbevestigingen niet is benoemd welk stelsel van financiële verslaggeving van toepassing is. Volgens klaagster is dat in strijd met Standaard 4410.24.
Het oordeel van de Accountantskamer.
5.19. Klaagster is de partij die betrokkene aanklaagt. Die positie vereist dat zij niet alleen het verwijt formuleert, maar ook de feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die leiden tot de conclusie dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. De Accountantskamer beslist op basis van wat het meest aannemelijk is, gegeven de overgelegde stukken en andere bewijsmiddelen, het verweer en de overige omstandigheden van het geval.
5.20. Klaagster heeft haar klacht onderbouwd door het verslag van de toetsers (de recapitulatie) over te leggen. Gelet op de aard en inhoud van dit verslag heeft zij in beginsel haar klacht voldoende gesubstantieerd en dus aannemelijk gemaakt. Het is dan aan betrokkene om met zijn verweerschrift de klacht voldoende gemotiveerd en waar dat kan met stukken onderbouwd te weerleggen.
5.21. De Accountantskamer stelt vast dat betrokkene de tekortkomingen deels heeft erkend, althans niet voldoende gemotiveerd heeft weersproken. Hij stelt bijvoorbeeld dat de bedrijfsbeschrijving misschien niet perfect was, maar zeker voldoende diepgang had voor de uitvoering van de opdracht en daarmee voldoet aan Standaard 4410.28. Ook stelt betrokkene, anders dan de toetsers hebben beweerd, dat uit werkprogramma’s en vastleggingen daarvan in Infine voldoende blijkt dat er wél voldoende werkzaamheden zijn uitgevoerd. Betrokkene heeft echter nagelaten om zijn verweer op deze punten met stukken te onderbouwen. Waar klaagster haar klacht heeft gesubstantieerd met de bevindingen van de toetsers, had het op de weg gelegen van betrokkene deze bevindingen, onderbouwd met stukken uit de samenstellingsdossiers, te weerleggen. Dat lag te meer op zijn weg, omdat betrokkene tijdens de eindbespreking met de toetsers de bevindingen niet heeft weerlegd. Volgens het verslag van de recapitulatie ging betrokkene immers akkoord met de bevindingen. In zijn verweer stelt betrokkene niet dat deze mededeling over zijn instemming destijds onjuist is. Omdat betrokkene zijn verweer niet met stukken heeft onderbouwd, staan de tekortkomingen in de werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing en in de getoetste samenstellingsdossiers voldoende vast. Beide klachtonderdelen zijn dan ook gegrond. Bij deze stand van zaken kan een afzonderlijke bespreking van alle verwijten achterwege blijven.
6. De maatregel
6.1. De klacht is gegrond en het is niet de eerste keer dat uit een kantoortoetsing blijkt dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene niet voldoet aan alle daaraan te stellen eisen. Betrokkene heeft in 2020 de mogelijkheid gekregen om het stelsel te verbeteren. Aan betrokkene is toen niet de in deze zaken gebruikelijke tuchtrechtelijke maatregel opgelegd. Betrokkene had in 2023 echter nog steeds geen voldoende werkend stelsel van kwaliteitsbeheersing. Betrokkene heeft de beloofde verbeteringen onvoldoende voortvarend opgepakt, terwijl het stelsel van kwaliteitsbeheersing het fundament is voor de goede uitoefening van het beroep van accountant. Feitelijk voldoet de accountantseenheid van betrokkene al sinds 2016 niet aan de eisen. Dat rekent de Accountantskamer betrokkene zwaar aan.
6.2. De Accountantskamer legt gelet op het voorgaande aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van twaalf maanden op.
7. De beslissing
De Accountantskamer:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt aan betrokkene de maatregel op van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor de duur van twaalf maanden als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder d. Wtra,welke maatregelingaat op de tweede dag volgend op de dag waarop deze beslissing onherroepelijk is geworden én de voorzitter van de Accountantskamer een last tot tenuitvoerlegging heeft uitgevaardigd en eindigt na ommekomst van de vermelde termijn;
- verstaat dat de AFM en de voorzitter van de NBA na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregel in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven.
Aldus beslist door mr. C.H. de Haan, voorzitter, mr. A.M. van Amsterdam en mr. A.A.T. van Rens (rechterlijke leden) en drs. D. van der Bij RA en C.M. Verdiesen AA (accountantsleden), in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2026.
_________ __________
secretaris voorzitter
Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________
Op grond van artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.