Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:RBAMS:2008:YB0019 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2008.177

ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2008:YB0019
Datum uitspraak: 25-11-2008
Datum publicatie: 27-01-2009
Zaaknummer(s): 2008.177
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen: Een berisping
Inhoudsindicatie: Vaste rechtspraak is dat het in op de weg van de gerechtsdeurwaarder ligt om een debiteur tijdig in kennis te stellen van het intrekken of niet doorgaan van een beslag. Indien een eenmaal aangekondigde beslaglegging wordt uitgesteld, dan dient dit kenbaar te worden gemaakt aan degene onder wie het beslag gelegd zou worden en aan wie dit laatste was aangekondigd. Dit is niet tijdig gebeurd. Het is natuurlijk niet correct dat klager had moeten bellen om te vragen of de beslaglegging nog doorging, toen er kennelijk niemand verscheen, zoals de gemachtigde ter zitting heeft gesteld.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Beschikking van 25 november 2008 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met het nummer 177.2008 van:

[     ],

wonende te [     ],

klager,

tegen:

[     ] en [     ],

gerechtsdeurwaarders te [     ],

beklaagden,

gemachtigde: [     ].

Verloop van de procedure

Bij brief van 20 april 2008 heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagden, hierna de gerechtsdeurwaarders.

Bij brief van 29 april 2008 hebben de gerechtsdeurwaarders een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 5 mei 2008 heeft klager een aanvullende klacht ingediend.

Bij brief van 15 mei 2008 hebben de gerechtsdeurwaarders op de aanvullende klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2008, alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarders zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 25 november 2008.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

a)      De gerechtsdeurwaarders zijn belast met de tenuitvoerlegging van een op 18 juni 2003 ten laste van een bij klager inwonende debiteur door de kantonrechter te [     ] gewezen vonnis. Het vonnis is op 15 juli 2003 aan de debiteur betekend.

b)      Vervolgens is er tussen de gerechtsdeurwaarders en klager gecorrespondeerd over de vordering, hebben de gerechtsdeurwaarders sommatiebrieven tot betaling verzonden en beslagen aangekondigd.

c)      Bij brief van 15 december 2006 deelde klager de gerechtsdeurwaarders onder meer mee een bedrag ad € 336,67 te zullen betalen voor de beslagdebiteur.

d)      Bij brief van 21 december 2006 hebben de gerechtsdeurwaarders klager een betalingsregeling bevestigd ad € 50,00 per maand voor een bedrag ad € 339,03 te verhogen met de rente tijdens de looptijd van de regeling en eventueel al vervallen kosten.

e)      Hierna is wederom tussen klager en de gerechtsdeurwaarders gecorrespondeerd met als inzet dat klager van mening is dat de vordering is voldaan en de gerechtsdeurwaarders van mening zijn dat er nog een bedrag openstaat.

f)        Bij brief van 11 april 2008 heeft gerechtsdeurwaarder sub 1 aangekondigd op 29 april 2008 beslag te komen leggen.

g)      Bij brief van 29 april 2008 heeft de gemachtigde aan klager meegedeeld dat voor de verdere beslag- en executiemaatregelen zouden worden aangehouden. De beslaglegging is niet doorgegaan en klager heeft voor niets in zijn woning gewacht.

2. De klacht

2.1 In zijn brief van 20 april 2008 verwijt klager de gerechtsdeurwaarders samengevat beslag- en executiemaatregelen voort te zetten terwijl de vordering al integraal is voldaan.

Daarnaast verwijt klager de gerechtsdeurwaarders niet bereikbaar te zijn en brieven niet te beantwoorden. Als hij belt, wordt hij grof te woord gestaan door medewerkers van de gerechtsdeurwaarders. Ook wordt er een dubieus bureau op hem afgestuurd dat een rapport heeft opgemaakt waarvan klager is geschrokken.

2.2 In zijn brief van 5 mei 2009 verwijt klager de gerechtsdeurwaarders dat hij op 29 april 2008 de hele dag voor niets thuis heeft zitten wachten op de gerechtsdeurwaarder die had aangekondigd die dag beslag te komen leggen. Klager heeft ook bezwaar tegen de toon van de door de gerechtsdeurwaarders verzonden brief van 29 april 2008.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarders hebben samengevat aangevoerd dat zij belast zijn met de tenuitvoerlegging van een vonnis op een op het adres van klager ingeschreven beslagdebiteur.

Met verwijzing naar de door hen overgelegde stukken stellen de gerechtsdeurwaarders dat de vordering nog niet geheel is voldaan en zij gerechtigd zijn de executie voort te zetten.

Dat klager er niet in is geslaagd met een van de betrokken gerechtsdeurwaarders zelf in contact te komen is gelegen in het feit dat iedere gerechtsdeurwaarder zich gesteund weet door een organisatie met medewerkers die de contacten verzorgen en dat is hier niet anders.

Niet valt in te zien dat persoonlijk contact met gerechtsdeurwaarder sub 1 tot een andere stellingname zou hebben geleid, omdat klagers aanname dat de vordering zou zijn voldaan goede grond mist. Klager is altijd correct te woord gestaan. Dat de schriftelijke en mondelinge contacten hem niet welgevallig zijn, is geen reden om te klagen.

De aangekondigde beslaglegging heeft geen doorgang gevonden vanwege het feit dat er een klacht was ingediend waardoor de verdere executie opzij wordt gezet. Dat hebben zij klager bij brief van 29 april 2008 medegedeeld. Dat de toonaard van de brief van 29 april 2008 klager niet aanspreekt mag zo zijn. Gerechtsdeurwaarders schrijven nu eenmaal nooit welgevallige brieven aan schuldenaren of hun vertegenwoordigers.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Alvorens tot beoordeling van de klacht over te gaan, wordt overwogen dat ingevolge het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet slechts gerechts-deurwaarders (waarnemend gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor De Klerk en Vis kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. Nu de klacht niet herleid kan worden tot het handelen van een bepaalde gerechtsdeurwaarder worden de aan het kantoor verbonden gerechtsdeurwaarders aangemerkt als beklaagden. Hiermee is in de aanhef van deze beschikking al rekening gehouden.

4.2 Ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.3. Vaste rechtspraak is dat het in op de weg van de gerechtsdeurwaarder ligt om een debiteur tijdig in kennis te stellen van het intrekken of niet doorgaan van een beslag. Indien een eenmaal aangekondigde beslaglegging wordt uitgesteld, dan dient dit kenbaar te worden gemaakt aan degene onder wie het beslag gelegd zou worden en aan wie dit laatste was aangekondigd. Dit is niet tijdig gebeurd. Het is natuurlijk niet correct dat klager had moeten bellen om te vragen of de beslaglegging nog doorging, toen er kennelijk niemand verscheen, zoals de gemachtigde ter zitting heeft gesteld.

4.4 De Kamer is voorts van oordeel dat de gerechtsdeurwaarders gelet op de aard van de regeling en de wijze waarop deze is getroffen, klager beter hadden behoren te informeren over hun standpunt met betrekking tot het gevorderde, nu het bekend was dat klager de regeling niet begreep. De Kamer gaat hierbij niet in op de juistheid van de visie van de gerechtsdeurwaarders met betrekking tot de inhoud van de regeling. De heer [     ] heeft de regeling met klager aan de deur getroffen en heeft op de aankondiging beslaglegging met de hand bijgeschreven “geregeld met € 50,00 per maand van 5-11-05” en heeft daarbij een totaal te betalen bedrag vermeld van € 682,89. Weliswaar hebben de gerechtsdeurwaarders bij brief van 21 december 2006 gemeld dat het bedrag nog wordt verhoogd met de rente tijdens de looptijd van de regeling (indien van toepassing) en eventuele reeds vervallen kosten, maar zij hadden klager toch meer duidelijkheid moeten verschaffen. Zij hebben echter op de brieven van klager met verzoeken tot informatie slechts gereageerd met specificaties zonder toelichting. Daar komt nog bij dat de gerechtsdeurwaarders de stelling van klager in zijn klacht, nog herhaald ter zitting, dat gerechtsdeurwaarder [     ] heeft meegedeeld dat er verder geen bijkomende kosten verschuldigd zouden zijn indien het bedrag zou worden betaald en dat hij na betaling van het bedrag overal vanaf zou zijn, onvoldoende gemotiveerd hebben weersproken. Ook is op de aankondiging beslaglegging niets vermeld over rente en kosten.

4.5  De Kamer acht de klacht gegrond en ziet aanleiding om aan de gerechtsdeurwaarders na te noemen maatregel op te leggen.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

-          verklaart de klacht gegrond;

-          legt aan de gerechtsdeurwaarders de maatregel van berisping op.

Aldus gegeven door mr. M.M. Beins, plaatsvervangend-voorzitter en mr. G.H.I.J. Hage en mr. A.C.J.J.M. Seuren (plaatsvervangend) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2008 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.