Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:RBAMS:2007:YB0212 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 2007.20

ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2007:YB0212
Datum uitspraak: 22-05-2007
Datum publicatie: 31-03-2009
Zaaknummer(s): 2007.20
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen: Een berisping
Inhoudsindicatie: Aangekondigd beslag heeft geen doorgang gevonden. In een dergelijk geval dient dit kenbaar te worden gemaakt aan degene onder wie het beslag gelegd zou worden dan wel, in een geval als dit, aan degene met wie de gerechtsdeurwaarder het laatste contact heeft gehad. Dit geldt te meer nu de aangekondigde beslaglegging een ernstige inbreuk vormde op de persoonlijke levenssfeer van klager.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Beschikking van 22 mei 2007 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met het nummer 20.2007 van :

[     ],

wonende te [     ],

klager,

tegen:

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde,

gemachtigde: [     ].

Verloop van de procedure

Bij brief van 10 januari 2007, ingekomen op 12 januari 2007, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder.

Bij aangehechte brief van 12 februari 2007 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 april 2007 alwaar klager, vergezeld door zijn moeder en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 22 mei 2007.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

a)      De gerechtsdeurwaarder is belast met de executie van een door de kantonrechter te [     ] op 23 augustus 2006 ten laste van klager gewezen vonnis.

b)      Bij brief van 15 december 2006 heeft de gerechtsdeurwaarder aan klager meegedeeld dat hij op 8 januari 2007 beslag roerende zaken zou leggen.

c)      Bij brief van 8 januari 2007 heeft de gerechtsdeurwaarder een met klager getroffen betalingsregeling bevestigd van € 25,00 per maand.

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij ondanks de verzekering dat hij op 8 januari 2007 langs zouden komen, niet langs is geweest. Hierdoor heeft zijn moeder de hele dag in zijn woning voor niets zitten wachten. Ook is hem medegedeeld dat er beslag zou worden gelegd op de roerende zaken van zijn moeder. Op 8 januari 2007 ontving hij een brief waarin een betalingsregeling werd getroffen van € 25,00 per maand. Klager heeft hierover geen contact gehad met de gerechtsdeurwaarder.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat klager na de aankondiging van het beslag telefonisch contact heeft opgenomen met zijn kantoor in welk gesprek hem is verzocht een betalingsvoorstel te doen. Bij brief van 4 januari 2007 heeft klager een voorstel gedaan. Op 8 januari 2007 heeft de moeder van klager contact opgenomen met de vraag hoe laat de gerechtsdeurwaarder die dag langs zou komen. In dat gesprek is afgesproken dat een regeling getroffen kon worden voor € 25,00 per maand. Wel is meegedeeld dat in verband met de geplande route de gerechtsdeurwaarder wel een bezoek zou komen brengen maar dat indien niemand aangetroffen zou worden- hij enkel een bericht zou achterlaten.

De gerechtsdeurwaarder is die dag niet langs geweest aangezien hij persoonlijk de situatie van klager kende en besloten had geen beslagpoging te ondernemen. In vervolg op het met zijn moeder gevoerde gesprek is klager de namens hem door zijn moeder getroffen betalingsregeling bevestigd. De mededeling van klager dat beslag zou worden gelegd op zaken van zijn moeder is onjuist. Die mededeling is niet gedaan. Voor een beslag ten laste van klager komen uiteraard alleen zaken in aanmerking die in eigendom van klager zijn.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Ter zitting is namens de gerechtsdeurwaarder verklaard dat hij zich verantwoordelijk acht voor de handelingen waartegen de klacht zich richt. Daarom zal de gerechtsdeurwaarder als beklaagde worden aangemerkt. In de aanhef van deze uitspraak is daarmee al rekening gehouden.

4.2 Ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn (kandidaat-)  gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.3 Indien een aangekondigde beslaglegging niet doorgaat, dient dit kenbaar te worden gemaakt aan degene onder wie het beslag gelegd zou worden dan wel, in een geval als dit, aan degene met wie de gerechtsdeurwaarder het laatste contact heeft gehad. Dit geldt te meer nu de aangekondigde beslaglegging een ernstige inbreuk vormde op de persoonlijke levenssfeer van klager. De Kamer is van oordeel dat dit onderdeel van de klacht gegrond is en de hierna te treffen maatregel rechtvaardigt.

4.4 Voor het overige is de klacht ongegrond. Klager heeft zijn stelling niet aannemelijk gemaakt dat is meegedeeld dat ook op zaken van zijn moeder beslag zou worden gelegd.

Het is niet tuchtrechtelijk laakbaar dat de gerechtsdeurwaarder via de moeder van klager een betalingsregeling heeft getroffen. Een dergelijke regeling komt slechts tot stand met toestemming van de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. Het is niet aan klager om eenzijdig de hoogte van het aflossingsbedrag te bepalen.

4.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

-        verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond;

-        legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

Aldus gegeven door mr. S.G. Ellerbroek, voorzitter, mr. G.H.I.J. Hage en M.J-M.L. Baudoin, (plaatsvervangend) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2007 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Coll.:

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.