ECLI:NL:TNORSHE:2015:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/41
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2015:7 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 18-05-2015 |
| Datum publicatie: | 09-06-2015 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2014/41 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Beoordeling wilsbekwaamheid van hoogbejaarde en zieke dame, die enkele dagen na het wijzigen van haar testament overlijdt. Klacht ongegrond. |
Klachtnummer : SHE/2014/41
Datum uitspraak : 18 mei 2015
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH
De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van
mevrouw [naam klaagster] (hierna: klaagster), mede namens acht neven en nichten,
wonende in [woonplaats],
tegen
notaris [naam notaris] (hierna: de notaris),
gevestigd in [vestigingsplaats].
1. De procedure
1.1. Bij brief van 27 mei 2014 heeft klaagster een klacht geformuleerd tegen de notaris. Deze klacht is op 28 mei 2014 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat (hierna: de kamer).
1.2. De notaris heeft op de klacht geantwoord.
1.3. Vervolgens zijn klaagster en de notaris uitgenodigd voor een gesprek met mr. W.M. Weerkamp, plaatsvervangend voorzitter van de kamer. Om verschillende redenen heeft dit gesprek uiteindelijk niet plaatsgevonden, waarna is gerepliceerd en gedupliceerd. De plaatsvervangend voorzitter heeft de behandeling van de klacht doorverwezen naar de volle kamer.
1.4. De kamer heeft de klacht behandeld op 20 april 2015. Klaagster is ter zitting verschenen, evenals mevrouw [naam zuster] en mevrouw [naam zuster], namens wie zij de klacht mede heeft ingediend. De notaris is eveneens ter zitting verschenen, evenals de heer mr. [X], die in het verleden als kandidaat-notaris aan het kantoor van de notaris verbonden is geweest. Partijen hebben hun standpunt over en weer toegelicht.
2. De feiten
2.1. Op 13 februari 2012 is mevrouw [A], een tante van klaagster, op 92-jarige leeftijd overleden. Zij woonde samen met haar zuster, mevrouw [B], in de ouderlijke boerderij.
2.2. Ten tijde van het overlijden van haar zuster kampte mevrouw [B] (geboren op [datum] 1924, hierna: testatrice) al met een zwakke gezondheid. Haar gezondheidssituatie is nadien verder verslechterd.
2.3. Naar aanleiding van een huisbezoek door de huisarts op 1 maart 2012 om 18.30 uur is in het huisartsjournaal vermeld dat bij testatrice sprake is van een duidelijke bacteriële ontsteking bij een erg zwakke gesteldheid. “Levensbedreigende situatie, komende uren/dgn zullen doorslag geven”, aldus de huisarts. Diezelfde dag wordt terminale thuiszorg geregeld en wordt begonnen met antibiotica. Op 2 maart 2012 wordt aangetekend dat het een stukje beter gaat en dat testatrice redelijk goed aanspreekbaar is. Met ingang van 5 maart 2012 wordt begonnen met de toediening van Haldol. Die dag wordt vermeld dat het redelijk gaat, maar dat testatrice geregeld nog onrustig is. Verder wordt onder meer aangetekend “licht delirant (…) soms wartaal”. De dag daarna wordt haar situatie als comfortabel en rustig omschreven.
2.4. Op 7 maart 2012 heeft de huisarts testatrice niet gezien. Op die dag heeft testatrice haar testament gewijzigd. De akte is verleden ten overstaan van de notaris op het huisadres van testatrice. Bij dit testament heeft zij alle eerdere uiterste wilsbeschikkingen herroepen en de woning, de gebouwen en alle landbouwgrond (met een totale waarde van € 516.000,00) gelegateerd aan een neef, de heer [naam neef]. Het restant van haar nalatenschap (met een waarde van € 406.651,00) heeft zij nagelaten aan alle neven en nichten. De heer [Y], accountant, is tot executeur benoemd.
2.5. Na een huisbezoek op 8 maart 2012 heeft de huisarts aangetekend dat testatrice redelijk goed aanspreekbaar is. De volgende dag heeft de huisarts haar omschreven als erg zwak en heeft zij aangetekend dat praten veel moeite kost.
2.6. Testatrice is op 11 maart 2012 overleden.
2.7. Onder meer bij brief van 31 mei 2013 hebben de neven en nichten de notaris om uitleg gevraagd over de omstandigheden waaronder het testament is gewijzigd. De notaris heeft zich echter beroepen op haar geheimhoudingsplicht. Vervolgens hebben de neven en nichten een brief geschreven aan de KNB. Na een schriftelijke uitwisseling van standpunten heeft de KNB besloten het dossier eind april 2014 te sluiten. Vervolgens is deze klacht ingediend.
3. De klacht
3.1. Klaagster verwijt de notaris (samengevat) allereerst dat zij zich er onvoldoende van heeft vergewist of testatrice wilsbekwaam was op het moment dat het testament werd gemaakt. Zij stelt dat het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening (hierna: het Stappenplan) niet in acht is genomen, terwijl daarvoor wel aanleiding bestond. Volgens klaagster had de notaris de wilsbekwaamheid medisch moeten laten vaststellen en had zij de aanwezigheid van een getuige moeten inroepen. Verder verwijt klaagster de notaris dat zij geen toezicht heeft gehouden op de wijze waarop de executeur invulling heeft gegeven aan zijn taak en dat zij heeft nagelaten een bemiddelende rol te spelen bij de afwikkeling van de nalatenschap, waar het de verdeling van de inboedel betreft en het laten wonen van de neef in de boerderij.
3.2. De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. De inhoud van dat verweer zal, voor zover relevant, hierna worden besproken.
4. De beoordeling
4.1. Op grond van artikel 93, lid 1, van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen
aan het tuchtrecht onderworpen. De kamer dient de handelwijze van de notaris te toetsen aan de in dat artikel omschreven tuchtnorm. De beide onderdelen van de klacht zullen hierna afzonderlijk worden besproken.
Wilsbekwaamheid
4.2. Vooropgesteld wordt dat op een notaris een zwaarwegende zorgplicht rust om te onderzoeken of is voldaan aan de in de wet gestelde vereisten voor het intreden van de rechtsgevolgen die worden beoogd met de in een akte opgenomen handelingen. In dat kader moet een notaris onder meer nagaan of de betrokkene in staat is zich een rechtens relevante wil te vormen in de zin van het bepaalde bij artikel 3:33 BW. In deze tuchtrechtprocedure is overigens niet de vraag aan de orde óf testatrice ten tijde van het ondertekenen van de akte al dan niet voldoende wilsbekwaam was om de reikwijdte van haar handelen te overzien, maar ligt enkel de vraag voor of de notaris op 7 maart 2012 voldoende zorgvuldigheid heeft betracht, met name bij de vaststelling of testatrice zelfstandig en bewust haar wil kon verklaren, of zij heeft begrepen hetgeen zij in haar testament heeft laten vastleggen en of zij de reikwijdte daarvan kon overzien. Bij de beoordeling van die vraag acht de kamer de navolgende omstandigheden van belang.
4.3. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat de hiervoor genoemde heer [Y] op 6 of 7 maart 2012 telefonisch contact heeft opgenomen met mr. [X], die destijds als kandidaat-notaris aan haar kantoor verbonden was. Mr. [X] (hierna: de kandidaat-notaris) heeft ter zitting een verklaring afgelegd over zijn betrokkenheid bij de totstandkoming van het testament. [Y], die door de eerder overleden zuster van testatrice als executeur was aangewezen, was inmiddels begonnen met de afwikkeling van haar nalatenschap. Omdat de overleden tante en testatrice een gelijkluidend testament op de langstlevende hadden, was [Y] bekend met de inhoud van het testament van testatrice, waarbij hij overigens eveneens als executeur was aangewezen. Hij heeft aan de kandidaat-notaris meegedeeld dat testatrice haar testament wilde wijzigen.
4.4. De kandidaat-notaris heeft verklaard dat hij testatrice vervolgens op 7 maart 2012 om 14:00 uur thuis heeft bezocht. [Y] heeft hem binnengelaten en zij hebben even met elkaar gesproken over hoe het met testatrice ging en hoe de afwikkeling van de boedel van de eerder overleden tante verliep. [Y] is in het begin bij het gesprek met testatrice aanwezig geweest. De kandidaat-notaris had testatrice niet eerder ontmoet of gesproken. Zij zat in een stoel. “Je hoefde geen arts te zijn om te zien dat zij oud was en gebrekkig”, aldus de kandidaat-notaris, maar zij wist volgens hem vanaf het begin van het gesprek waarvoor hij kwam.
4.5. Volgens de kandidaat-notaris vertelde testatrice hem dat zij naar aanleiding van het overlijden van haar zuster haar eerdere testament wilde wijzigen. In dat testament had zij bepaald dat haar nalatenschap gelijk zou worden verdeeld tussen alle neven en nichten. Omdat zij wilde dat haar neef [naam neef] zijn (landbouw)bedrijf bij de boerderij na haar overlijden kon voortzetten, wilde zij aan hem de boerderij en de gronden nalaten. De rest wilde zij aan haar overige neven en nichten nalaten, aldus de kandidaat-notaris. Op enig moment heeft de kandidaat-notaris de heer [Y], die door testatrice bij zijn voornaam “[W]” werd genoemd, weggestuurd en heeft hij haar onder vier ogen gesproken.
4.6. De kandidaat-notaris heeft ter zitting verklaard dat testatrice niet verward was en dat zij duidelijke wensen had. Omdat de neef daar al “boerde” vond hij het niet opmerkelijk dat zij, als voormalig agrariër, wilde dat de neef het bedrijf in stand kon houden. Desgevraagd heeft de kandidaat-notaris verklaard dat hij die middag geen medewerkster van de Thuiszorg heeft gezien, althans dat hij zich daar niets van kan herinneren. Hij had naar zijn zeggen geen aanleiding om aan de wilsbekwaamheid van testatrice te twijfelen. Volgens de kandidaat-notaris heeft het gesprek die middag ongeveer drie kwartier geduurd.
4.7. Ter zitting heeft de kandidaat-notaris desgevraagd een kopie van de door hem gemaakte gespreksaantekeningen aan de kamer overhandigd. Daarin is onder meer aangetekend:
“Mevrouw is fysiek slecht. (sinds afgelopen do. is conditie hard achteruit gegaan) maar ze weet wat ze wil en zegt zelfstandig zonder dat ik haar dat in de mond leg, haar uiterste wil.
- boerderij naar [naam neef] (incl. gronden)
- de “bullen” naar de neven/nichten
- ex test. [W]([Y])
Mevrouw wist dus goed wat ze wilde.
Met spoed afhandelen
(kan spoedig voorbij zijn (!) )”
4.8. Na het bezoek heeft de kandidaat-notaris een concepttestament opgesteld. Aan het begin van de avond, rond 18.30 uur, hebben de notaris en de kandidaat-notaris testatrice samen in de boerderij bezocht. Zij lag op dat moment in bed, hetgeen de notaris gezien de hoge leeftijd van testatrice niet vreemd vond. Volgens haar wist testatrice dat zij notaris was en verwachtte zij haar komst. De notaris heeft verklaard dat zij zowel de inhoud van het eerdere testament als de inhoud van het gewijzigde testament met testatrice heeft doorgenomen. Verder heeft zij haar dezelfde vragen gesteld als de kandidaat-notaris die middag had gedaan. De notaris heeft verklaard dat zij geen aanleiding had om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van klaagster. Tijdens het passeren van het testament kwam zij helder over en kon zij haar wil duidelijk bepalen, aldus de notaris. In aanvulling op de verklaring van de notaris heeft de kandidaat-notaris ter zitting verklaard dat de die avond door testatrice geuite wensen (soms letterlijk) overeen kwamen met hetgeen zij hem die middag had verteld.
4.9. Op basis van de gespreksaantekeningen van de kandidaat-notaris en de toelichting die zowel de kandidaat-notaris als de notaris ter zitting hebben gegeven op de gang van zaken tijdens beide gesprekken met testatrice op de bewuste middag en avond is de kamer van oordeel dat de notaris genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat zij tijdens het passeren van het testament voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van testatrice en dat zij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Volgens vaste rechtspraak dient een notaris bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een cliënt primair af te gaan op zijn/haar eigen waarneming als niet bekend is en er geen aanwijzingen bestaan dat de cliënt aan een ziekte lijdt die de wilsbekwaamheid kan beïnvloeden. Het Stappenplan schrijft voor dat een notaris de geestesgesteldheid van een cliënt pas nader moet onderzoeken als er aanleiding bestaat om aan de wilsbekwaamheid te twijfelen. Daarbij zal het naast de in het Stappenplan genoemde indicatoren in belangrijke mate aankomen op zowel de inhoud van het contact dat de notaris met de cliënt heeft als de wijze waarop de cliënt zich daarbij presenteert. Het feit dat de notaris onder de hiervoor omschreven omstandigheden het Stappenplan niet heeft toegepast, acht de kamer dan ook niet klachtwaardig zodat dit onderdeel van de klacht ongegrond zal worden verklaard.
4.10. Opmerking verdient overigens dat, in tegenstelling tot hetgeen de notaris bij herhaling heeft betoogd, de vraag op welke wijze een notaris de wilsbekwaamheid van zijn cliënt heeft vastgesteld, niet onder de geheimhoudingsplicht valt.
Afwikkeling nalatenschap(pen)
4.11. Voor zover de klacht luidt dat de notaris onvoldoende toezicht heeft gehouden op de wijze waarop de executeur zich van zijn taak heeft gekweten, is de kamer van oordeel dat dit onderdeel van de klacht ongegrond is. Niet is immers gesteld of gebleken dat de erfgenamen de notaris daartoe opdracht hebben gegeven, terwijl een notaris niet verplicht is om toezicht te houden op de werkzaamheden van een executeur.
4.12. Verder verwijt klaagster de notaris dat zij heeft nagelaten een bemiddelende rol te spelen bij de afwikkeling van de nalatenschap, waar het de verdeling van de inboedel betreft en het laten wonen van de neef in de boerderij. Naar aanleiding van dit onderdeel van de klacht heeft de notaris onweersproken gesteld dat de erfgenamen aan haar evenmin opdracht hebben verstrekt om over te gaan tot afwikkeling van de nalatenschap van testatrice en dat aan haar ook niet is gevraagd daarbij te bemiddelen. Naar het oordeel van de kamer is dit onderdeel van de klacht om die reden eveneens ongegrond.
4.13. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat:
verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.A.W. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, mr. P.M. Knaapen, rechterlijk lid, mr. M.A.M. Kessels, plaatsvervangend notarislid, mr. R.L.G.M. Steegmans, plaatsvervangend notarislid, en mr. G.A.M. van Lith, plaatsvervangend belastinglid.
Uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2015 door mr. H.A.W. Snijders, plaatsvervangend voorzitter,
in tegenwoordigheid van mr. B.E.L.A.M. de Groot-Hofstad, secretaris.
Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.