ECLI:NL:TNORSHE:2015:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/1
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2015:3 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-04-2015 |
| Datum publicatie: | 30-04-2015 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2014/1 |
| Onderwerp: | Registergoed |
| Beslissingen: | Klacht niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Zakelijk conflict tussen twee notarissen en oud-notaris na diens uittreden uit de maatschap. De oud-notaris verwijt de ene notaris dat zij een valse hypotheekakte heeft laten passeren door een andere notaris en dat zij wanprestatie heeft gepleegd door in strijd met de maatschapsovereenkomst te handelen, waaraan de andere beklaagde notaris zijn medewerking heeft verleend. Klachttermijn verstreken. Oud-notaris niet-ontvankelijk. |
Klachtnummer : SHE/2014/1
Datum uitspraak : 20 april 2015
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH
De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van
oud-notaris de heer mr. [naam] (hierna: de oud-notaris),
voorheen gevestigd in [vestigingsplaats],
wonende in [woonplaats],
tegen
notaris de heer mr. [X],
notaris mevrouw mr. [Y],
gevestigd in [vestigingsplaats],
advocaat mr. B. van Leeuwen uit Goes.
1. De procedure
1.1. De oud-notaris heeft bij brief van 28 december 2013 een klacht geformuleerd tegen mr. [X] en mr. [Y] (hierna ook gezamenlijk aan te duiden als: de notarissen). Deze klacht is op 6 januari 2014 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat in het ressort ’s‑Hertogenbosch (hierna: de kamer).
1.2. De notarissen hebben op de klacht geantwoord, waarna is gerepliceerd en gedupliceerd.
1.3. Vervolgens zijn partijen uitgenodigd voor een gesprek met de plaatsvervangend voorzitter van de kamer. Op 28 augustus 2014 hebben de oud-notaris en de notarissen een gesprek gevoerd met mr. W.M. Weerkamp. Tijdens dit gesprek hebben zij hun standpunten over en weer toegelicht, waarna aan de oud-notaris een termijn is gegeven om zich te beraden over de vraag of hij de klacht wenste te handhaven.
1.4. Bij brief van 28 september 2014 heeft de oud-notaris de kamer bericht dat hij de klacht niet intrekt.
1.5. De kamer heeft de klacht behandeld op 16 februari 2015. De oud-notaris is verschenen en heeft zijn standpunt toegelicht, mede aan de hand van pleitaantekeningen. De notarissen zijn eveneens verschenen, bijgestaan door hun advocaat. Ook hun standpunt is toegelicht.
2. De feiten
2.1. De oud-notaris en de notarissen hebben in [vestigingsplaats] met elkaar samengewerkt. De oud-notaris heeft daar vanaf […] 1993 zijn vestigingsplaats gehad en mr. [X] vanaf […] 1996. Met ingang van […] 2004 is mr. [Y] op hun kantoor als kandidaat-notaris werkzaamheden gaan verrichten. Per […] 2006 is zij in die hoedanigheid toegetreden tot de maatschap [naam oud-notaris] & [X].
2.2. In verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is aan de oud-notaris per […] 2011 eervol ontslag verleend. Zijn protocol is overgedragen aan mr. [Y]. Zij is met ingang van […] 2012 tot notaris benoemd met als vestigingsplaats [vestigingsplaats].
2.3. Het uittreden uit de maatschap van de oud-notaris heeft tot een zakelijk conflict geleid. Mr. [X] en mr. [Y] hebben dit geschil voorgelegd aan het Nederlands Arbitrage Instituut. Op 6 november 2013 is een arbitraal eindvonnis gewezen, waarbij partijen elkaar over en weer finale kwijting en decharge hebben verleend ter zake hun geschil over, kort gezegd, de afrekening ten gevolge van het door de oud-notaris uittreden uit de maatschap. Tussen partijen is echter onmin blijven bestaan.
3. De klacht
3.1. Het eerste onderdeel van de klacht van de oud-notaris luidt dat mr. [Y] op […] 2006 bewust een valse hypotheekakte heeft laten passeren door een andere notaris. Het tweede onderdeel van de klacht heeft betrekking op de handelwijze van mr. [Y] in verband met de overdracht van haar aandeel in de eigendom van het kantoorpand aan haar besloten vennootschap. De betreffende akte is op […] 2009 gepasseerd door mr. [X]. Volgens de oud-notaris heeft mr. [Y] bewust wanprestatie gepleegd door te handelen in strijd met de maatschapsovereenkomst en heeft mr. [X] daaraan bewust zijn medewerking verleend. Ter zitting heeft de oud-notaris het derde onderdeel van zijn klacht ingetrokken, zodat dat onderdeel niet verder behoeft te worden besproken.
3.2. De notarissen hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. De inhoud van dat verweer zal hierna worden besproken.
4. De beoordeling
4.1. Op grond van artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De kamer dient te beoordelen of de handelwijze van de notarissen een verwijtbare gedraging in de zin van dit wetsartikel oplevert.
4.2. Daarbij wordt vooropgesteld dat een klacht slechts kan worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen (artikel 99, lid 15, Wna).
De notarissen zijn van mening dat de oud-notaris niet-ontvankelijk is in beide nu nog aan de orde zijnde onderdelen van de klacht omdat de klachttermijn is verstreken. Naar aanleiding van dat verweer overweegt de kamer als volgt.
4.3. Het eerste onderdeel van de klacht heeft betrekking op de handelwijze van mr. [Y] met betrekking tot het vestigen van een recht van hypotheek op het kantoorpand bij akte van […] 2006. De oud-notaris stelt dat hij niet eerder dan in januari 2011 op de hoogte is gekomen van de beweerdelijke vervalsing van die akte.
4.4. Vast staat dat de oud-notaris op 3 juli 2006 in zijn hoedanigheid van enig directeur van de besloten vennootschap mr. [naam oud-notaris] B.V., bij een akte die is opgemaakt door mr. [X], een hypotheekvolmacht heeft verstrekt. Daarbij heeft hij (samengevat) ieder van de medewerkers van notariskantoor [Q] & [Q] in [vestigingsplaat] gemachtigd om namens hem schuldig te erkennen een bedrag van € […] ten behoeve van de Rabo(hypotheek)bank en hypotheek te verlenen op het kantoorpand tot zekerheid voor al hetgeen de Rabo(hypotheek)bank te vorderen zal krijgen van de comparant uit hoofde van (onder meer) verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen. Met gebruikmaking van deze volmacht is op dezelfde datum vervolgens een hypotheekakte gepasseerd door notaris de heer mr. [Q], gevestigd in [vestigingsplaats]. Mr. [Y] is daarbij in persoon verschenen. Mr. [X] heeft eveneens een hypotheekvolmacht verleend. In de hypotheekakte staat vermeld dat deze door mr. [X] verleende volmacht op 3 juli 2006 is verleden door de oud-notaris.
4.5. Uit het feit dat de oud-notaris de hiervoor genoemde volmacht heeft verstrekt, leidt de kamer af dat hij medio 2006 wel degelijk op de hoogte was van het feit dat mr. [Y] voornemens was een hypotheek te vestigen op het kantoorpand. Dat hij bekend moet worden verondersteld met dat voornemen geldt eens temeer nu de door mr. [X] verstrekte hypotheekvolmacht is verleden ten overstaan van de oud-notaris zelf. Kennelijk waren daarover binnen de maatschap afspraken gemaakt.
4.6. De notarissen hebben bovendien onweersproken gesteld dat de oud-notaris in belangrijke mate zorg droeg voor de financiële aangelegenheden binnen de maatschap en dat zowel in de kantooragenda als in het computersysteem, dat door ieder van hen kon worden ingezien, zichtbaar was welke akten werden gepasseerd. Het komt de kamer dan ook ongeloofwaardig voor dat de oud-notaris, die daartoe nota bene een hypotheekvolmacht had verleend, pas in januari 2011 kennis heeft genomen van de inhoud van de hypotheekakte van 3 juli 2006. Nu de klacht niet eerder is ingediend dan op 6 januari 2014, is de kamer van oordeel dat de oud-notaris niet-ontvankelijk is in het eerste onderdeel van de klacht.
4.7. Het tweede onderdeel van de klacht ziet op de handelwijze van mr. [Y] en mr. [X] ten aanzien van de inbreng van haar aandeel in het kantoorpand in haar besloten vennootschap. De betreffende akte is op […] 2009 gepasseerd door mr. [X]. De oud-notaris stelt dat hij ook van de inhoud van die akte pas kennis heeft gekregen in januari/februari 2011.
4.8. In aanvulling op de hiervoor onder rechtsoverweging 4.6. omschreven omstandigheden hebben de notarissen onweersproken gesteld dat vanaf 2009 in de jaarstukken melding is gemaakt van de inbreng, zodat de oud-notaris daarvan (sowieso) vanaf 2010 op de hoogte moet zijn geweest. Nu de oud-notaris deel uitmaakte van de maatschap, de jaarstukken telkens door hem zijn goedgekeurd en hij bovendien uit hoofde van zijn functie als ter zake kundig moet worden aangemerkt, is de kamer van oordeel dat ook ten aanzien van het tweede onderdeel van de klacht de klachttermijn is verstreken. De oud-notaris zal daarin eveneens niet-ontvankelijk worden verklaard.
4.9. Nu het derde onderdeel van de klacht is ingetrokken, behoeft daarop niet meer te worden beslist. Het voorgaande leidt tot de volgende beslising.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat:
verklaart de oud-notaris niet-ontvankelijk in beide onderdelen van de klacht.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.J.G.N.M. Willard, plaatsvervangend voorzitter, mr. P.M. Knaapen, plaatsvervangend rechterlijk lid, mr. J.L.G.M. Mertens, notarislid, mr. L.J.M. Teunissen, notarislid, en mr. R.J.M.G. Oostveen, plaatsvervangend belastinglid.
Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2015 door mr. H.A.W. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van Vliet, secretaris.
Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.