ECLI:NL:TNORSHE:2015:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/40

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2015:15
Datum uitspraak: 21-09-2015
Datum publicatie: 24-09-2015
Zaaknummer(s): SHE/2014/40
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Moeder van klager heeft na overlijden van vader van klager een volmacht verleend aan de broer van klager. Later wijzigt zij deze en verleent volmacht aan beide broers gezamenlijk. Korte tijd nadien herroept zij deze en verleent wederom volmacht aan enkel de broer van klager. Klager wordt wel als belanghebbende aangemerkt, maar de klacht wordt ongegrond verklaard.   

Klachtnummer    : SHE/2014/40

Datum uitspraak : 21 september 2015

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van

de heer [naam klager] (hierna: klager),

wonende in [naam woonplaats],

gemachtigde mr. N.C.H.M. Jansen, verbonden aan SRK Rechtsbijstand in Zoetermeer, 

tegen

notaris de heer mr. [naam notaris] (hierna: de notaris),

gevestigd in [vestigingsplaats].

1.          De procedure

1.1.       Bij brief van 20 mei 2014 heeft klager een klacht geformuleerd tegen de notaris. Deze klacht is op 22 mei 2014 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat (hierna: de kamer).

1.2.       De notaris heeft op de klacht geantwoord, waarna is gerepliceerd en gedupliceerd.

1.3.       Vervolgens heeft de kamer klager en de notaris uitgenodigd voor een gesprek met

mr. S.J.G.N.M. Willard, plaatsvervangend voorzitter van de kamer (hierna: de voorzitter). Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2014. Tijdens dat gesprek heeft klager zijn klacht toegelicht en heeft de notaris zijn handelwijze uiteengezet. Bij brief van 22 augustus 2014 heeft de voorzitter de verdere gang van zaken tijdens het gesprek als volgt samengevat:

“Vervolgens heeft de notaris aan u de toezegging gedaan dat hij aan uw moeder kenbaar zal maken dat hij graag opnieuw een gesprek (onder vier ogen) met haar wil voeren. Daarbij zal hij ter sprake brengen dat het op dit moment zo is dat enkel uw oudste broer gevolmachtigd is om beslissingen te nemen over haar medische situatie, indien zij daarover in de toekomst niet meer zelf zou kunnen beslissen. Hij zal aan haar voorleggen of dit inderdaad overeenkomstig haar wens is. Mocht dit niet zo zijn, dan zal hij haar duidelijk uitleggen hoe zij de situatie overeenkomstig haar wens kan wijzigen.

In verband met de problemen die zijn gerezen rond de verplichting van uw broer om u elk kwartaal op de hoogte stellen van de handelingen die hij ten behoeve van uw moeder heeft verricht, zal de notaris eveneens aan uw moeder kenbaar maken dat zij u desgewenst, zonder daarvoor afhankelijk te zijn van de tussenkomst van uw broer, inzage kan verstrekken in haar financiële situatie, bijvoorbeeld doordat zij haar bank opdracht geeft telkens rechtsreeks een kopie van afschriften aan u te verstrekken dan wel door u te machtigen om elektronische inzage te verkrijgen in haar rekening(en).

Naar aanleiding van deze toezegging van de notaris hebt u te kennen gegeven dat u de klacht tegen de notaris intrekt. Dit betekent dat u niet opnieuw over hetzelfde onderwerp een klacht tegen deze notaris kunt indienen.”

1.4.      Bij brief van 26 augustus 2014 heeft klager de kamer meegedeeld dat in de brief van de voorzitter ten onrechte is vermeld dat de klacht is ingetrokken. Klager stelt dat hij tijdens het gesprek heeft aangegeven dat, wanneer hij voldoende overtuigd zou zijn van de inzet van de notaris ten aanzien van de toezeggingen die deze tijdens het gesprek heeft gedaan - welke toezeggingen volgens hem overigens juist waren weergegeven in de brief - hij bereid zou zijn de klacht in te trekken.

1.5.      Vervolgens is over en weer gecorrespondeerd tussen de kamer, klager en de notaris, hetgeen er uiteindelijk in heeft geresulteerd dat de kamer bij brief van 24 september 2014 (nogmaals) aan klager heeft meegedeeld dat de voorzitter van oordeel was dat de gemaakte afspraken juist zijn weergegeven in de brief van 22 augustus 2014, hetgeen betekent dat de klacht niet verder in behandeling kan worden genomen omdat deze is ingetrokken. Aangezien de kamer van de notaris had vernomen dat de rechtsbijstandsverzekeraar van klager inmiddels contact had opgenomen met diens broer, waarna de broer daarover contact had gehad met de moeder van klager (hierna ook: moeder), heeft de kamer in die brief verder vermeld dat als gevolg daarvan helaas niet langer kon worden verwacht dat het beoogde gesprek tussen de notaris en moeder nog tot enig voor klager gewenst resultaat zou kunnen leiden. Vermeld werd dat om die reden in redelijkheid niet langer van de notaris kon worden verwacht dat hij alsnog contact zou opnemen met moeder.

1.6.      Tegen dit oordeel van de voorzitter heeft klager bij brief van 8 oktober 2014 bezwaar gemaakt bij de kamer. Verder heeft hij op 23 oktober 2014 hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof in Amsterdam tegen de mededelingen van de voorzitter in de brief van 24 september 2014. Bij beslissing van 14 april 2015 heeft het gerechtshof (voor zover in dit kader relevant) als volgt geoordeeld:

“3.2. Klager heeft op 20 mei 2014 een klacht ingediend tegen de notaris. Vast staat dat de kamer niet op deze klacht heeft beslist. Tevens is gesteld noch gebleken dat partijen een minnelijke schikking hebben getroffen die op schrift is gesteld en is ondertekend door klager, de notaris en de voorzitter, zoals bedoeld in artikel 99 lid 6 Wna. Het is evenmin genoegzaam gebleken dat klager zijn klacht onvoorwaardelijk heeft ingetrokken.

3.3. Bij deze stand van zaken geldt dat de procedure bij de kamer nog niet is geëindigd en dat de kamer nog op de klacht zal moeten beslissen. Dat brengt mee dat klager niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep.”

1.7.      Bij brief van 22 april 2015 heeft de (toenmalige) advocaat van klager de kamer gevraagd het dossier te heropenen en alsnog inhoudelijk te beslissen op de klacht.

1.8.      De kamer heeft de klacht behandeld op 17 augustus 2015. Klager is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De notaris is eveneens ter zitting verschenen. Zij hebben hun standpunt over en weer toegelicht, mede aan de hand van pleitaantekeningen.

2.          De feiten

2.1.      Klager heeft een (oudere) broer. Op 27 juni 2012, korte tijd na het overlijden van zijn vader, heeft de moeder van klager een algemene notariële volmacht verstrekt aan de broer van klager.

2.2.      Begin 2014 heeft klager namens zijn moeder contact opgenomen met de notaris met het verzoek de volmacht zo aan te passen dat klager en zijn broer voortaan samen gemachtigd zijn om haar belangen te behartigen. Nadat de notaris moeder daarover had gesproken, heeft hij op 4 februari 2014 een akte gepasseerd waarbij moeder de eerdere volmacht heeft herroepen en zij aan klager en zijn broer gezamenlijk volmacht heeft verleend: 

“in het bijzonder om haar in alle opzichten te vertegenwoordigen en al haar rechten en belangen, zonder enige uitzondering, op elk rechtsgebied, waar te nemen en uit te oefenen, daden van beschikking en het verlenen van de daarvoor vereiste toestemming inbegrepen en tevens inbegrepen alle handelingen waartoe een mentor bevoegd is.”

Verder is bepaald dat de machtiging aan haar zoons samen is verstrekt en dat zij niet zelfstandig bevoegd zijn. In de akte is verwoord dat moeder heeft verklaard dat het haar uitdrukkelijke wens is dat haar zaken door haar zoons gezamenlijk en onderling afgehandeld worden, ook als zij niet meer in staat is zelf haar zaken te behartigen of niet meer in staat is zich te uiten.

2.3.      Moeder heeft de broer van klager op 20 april 2014 geïnformeerd over de gewijzigde volmacht, waarna deze zijn werkzaamheden ten behoeve van moeder heeft neergelegd. Vervolgens zijn er vragen gerezen over de praktische uitvoerbaarheid van de gezamenlijke volmacht bij (onder meer) bancaire aangelegenheden. Daarbij speelde een rol dat de onderlinge verstandhouding tussen de broers niet optimaal is.

2.4.      Naar aanleiding van de gerezen vragen heeft de notaris wederom met moeder gesproken. Vervolgens heeft de notaris een gewijzigde volmacht opgesteld. Bij akte van 9 mei 2014, gepasseerd door de notaris, heeft moeder de gezamenlijke volmacht herroepen en heeft zij opnieuw een volmacht verleend aan (enkel) de broer van klager, die als gevolmachtigde zelfstandig bevoegd is. Moeder heeft verder (onder meer) bepaald dat de broer klager elk kwartaal (digitaal) op de hoogte dient te stellen van de handelingen die hij voor haar heeft verricht. In de akte staat vermeld dat moeder heeft verklaard dat het haar uitdrukkelijke wens is dat haar zaken door haar oudste zoon afgehandeld zullen worden.

2.5.      Bij brief van 15 mei 2014 heeft de notaris een kopie van de betreffende akte toegezonden aan klager. Daarbij heeft hij meegedeeld dat moeder met deze volmacht voor een praktische oplossing heeft gekozen, waarbij de openheid naar haar twee zoons gestalte heeft gekregen.

2.6.      Bij brief van 20 mei 2014 heeft klager de notaris bericht dat hij bezwaar heeft tegen de inhoud van laatstgenoemde volmacht. Hij heeft hem verzocht de volmacht per direct in te trekken en zorg te dragen voor een volmacht waarin de bevoegdheden en de daarbij behorende vervangingen/

opvolgingen adequaat worden omschreven. Per gelijke post heeft hij, onder verwijzing naar de inhoud van zijn brief aan de notaris, de onderhavige klacht toegezonden aan de kamer.      

2.7.      Nadien heeft moeder de broer van klager ontheven van zijn verplichting om klager elk kwartaal te informeren over de door hem als gevolmachtigde verrichte handelingen.

3.          De klacht

3.1.       Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van de meest recente volmacht. Hij is van mening dat de notaris moeder niet goed en niet duidelijk heeft geadviseerd en dat de meest recente volmacht niet in het belang van moeder is en geen recht doet aan de familiesituatie. Klager stelt dat moeder nu (opnieuw) volledig afhankelijk is van haar oudste zoon, terwijl dat niet haar wens is. Verder verwijt klager de notaris dat zijn broer hem op grond van de volmacht enkel achteraf dient te informeren, terwijl het bovendien onduidelijk is welke concrete informatie aan klager dient te worden verstrekt.

3.2.       De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. De inhoud van dit verweer zal hierna worden besproken.

4.          De beoordeling

4.1.      Op grond van artikel 93 lid 1 Wna zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De kamer dient de handelwijze van de notaris te toetsen aan de in dat artikel omschreven tuchtnorm.

Ontvankelijkheid

4.2.      Allereerst dient te worden beoordeeld of klager ontvankelijk is in de klacht. De notaris stelt in dat verband dat klager niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat hij door de gang van zaken met betrekking tot de volmachten niet in zijn eigen belang is getroffen, terwijl hij ook anderszins niet zo nauw betrokken is bij de zaken van zijn moeder dat daarin een belang is gelegen om deze klachtprocedure te voeren. Klager is echter van mening dat hij wel degelijk een belang heeft bij de klacht omdat de volmacht van 4 februari 2014 juist (mede) in zijn belang was opgesteld. Nu die gezamenlijke volmacht later is herroepen, stelt klager dat hij belang heeft bij zijn klacht over de gang van zaken rond de herroeping van die volmacht omdat hij als gevolg daarvan geen enkel recht meer heeft en niets meer voor zijn moeder kan betekenen, ook niet als zijn broer op enig moment niet in staat zou zijn de belangen van moeder te behartigen. In aanvulling daarop heeft klager ter zitting gesteld dat hij ook een financieel belang heeft bij de klacht omdat hij afhankelijk is van de wijze waarop zijn broer de financiën van moeder behartigt, in welk verband hij er op heeft gewezen dat hij een (op dit moment niet opeisbare) vordering op moeder heeft uit hoofde van zijn erfdeel in de nalatenschap van zijn vader.

4.3.      Op grond van het bepaalde bij artikel 99 lid 1 Wna kunnen klachten worden ingediend door een ieder met enig redelijk belang. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat daarbij tot uitgangspunt is genomen dat er een ruim belanghebbendenbegrip geldt; een rechtstreeks belang bij de klacht is niet zonder meer vereist. Ook een indirect of afgeleid belang van de klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is, aldus de wetsgeschiedenis, een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure beoogd ter ondersteuning van de corrigerende functie van het tuchtrecht en het zelfreinigend vermogen van de beroepsgroep (ECLI:NL:GHAMS:2014:5348).

4.4.      In de volmacht van 4 februari 2014 is verwoord dat het de uitdrukkelijke wens van moeder was om haar beide zoons gezamenlijk te machtigen om haar financiële en medische zaken te behartigen. Nu deze volmacht ten aanzien van klager korte tijd nadien is herroepen als gevolg waarvan klager geen enkele bevoegdheid meer heeft om de belangen van moeder te behartigen en niet meer in  staat is om zijn eigen financiële belang voortkomend uit zijn erfdeel in de nalatenschap van zijn vader te behartigen, is de kamer van oordeel dat klager, die stelt dat de notaris ten opzichte van hem een fout heeft gemaakt, als belanghebbende in de zin van voormelde bepaling kan worden aangemerkt. Hij is dan ook ontvankelijk in zijn klacht.

Inhoudelijk

4.5.      Kern van de klacht vormt het verwijt dat de notaris onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van de meest recente volmacht omdat hij moeder onvoldoende heeft geïnformeerd over de (rechts)gevolgen daarvan. Volgens klager weet moeder niet exact wat zij heeft getekend en zou zij, indien zij dat wel wist, alsnog voor vervanging van de meest recente volmacht zorgdragen.

4.6.      In reactie op dit verwijt heeft de notaris benadrukt dat niet klager maar moeder zijn cliënte is en dat het haar vrijstaat zelf te bepalen of, en zo ja aan wie, zij een volmacht verleent. De notaris stelt dat hij moeder, nadat vragen waren gerezen over de praktische uitvoerbaarheid van de gezamenlijke volmacht, onder vier ogen heeft gesproken. Zij heeft toen aangegeven hoe zij de zaken zag en zij heeft duidelijk beargumenteerd waarom zij (opnieuw) een wijziging wilde doorvoeren, aldus de notaris. Aan de hand van deze wensen van moeder heeft de notaris de volmacht van 9 mei 2014 opgesteld. Volgens de notaris had die volmacht de volledige instemming van moeder.  

4.7.      Bij de inhoudelijke beoordeling van de klacht wordt vooropgesteld dat niet is gesteld of gebleken dat moeder niet wilsbekwaam zou zijn geweest op het moment dat zij de meest recente volmacht heeft verstrekt. Het verlenen van een volmacht is een eenzijdige rechtshandeling en het staat een volmachtgever vrij om een eenmaal verstrekte volmacht later te herroepen. De notaris heeft onweersproken gesteld dat moeder hem opdracht heeft gegeven om de gezamenlijke volmacht te wijzigen. Klager heeft in zijn klacht overigens zelf gesteld dat het (kennelijk na de problemen met de bank) inderdaad de uitdrukkelijke wens van moeder was dat zijn broer voor haar de praktische financiële zaken zou blijven behartigen, waartegen klager naar eigen zeggen ook geen bezwaar had. Uit de stellingen van klager maakt de kamer op dat hij daarbij wel graag had gezien dat ten aanzien van de bevoegdheden van zijn broer betreffende de financiën duidelijke afspraken zouden worden vastgelegd, waarbij bijvoorbeeld concrete bedragen zouden worden genoemd en waarbij een separate bepaling zou worden opgenomen over de eventuele verkoop van de woning van moeder. Verder had hij graag gezien dat ten aanzien van medische aangelegenheden gezamenlijk zou moeten worden opgetreden. Niet is echter gesteld of gebleken dat moeder de notaris opdracht heeft gegeven om dergelijke bepalingen in de gewijzigde volmacht op te nemen.

4.8.      Uitgaande van de juistheid van de mededelingen van de notaris neemt de kamer aan dat de notaris moeder voorafgaand aan de meest recente wijziging van de volmacht thuis, zonder dat daar anderen bij aanwezig zijn geweest, heeft gesproken naar aanleiding van de vragen die er waren gerezen omdat de gezamenlijke volmacht tot problemen had geleid. Klager heeft weliswaar gesteld dat de inhoud van de meest recente volmacht niet overeenstemt met de wil van moeder, maar naar het oordeel van de kamer heeft hij deze stelling niet voldoende onderbouwd. Dat overigens wel degelijk rekening is gehouden met de gewijzigde positie van klager als gevolg van de herroeping van de gezamenlijke volmacht, kan naar het oordeel van de kamer worden afgeleid uit het feit dat in de meest recente volmacht een bepaling werd opgenomen dat de broer klager elk kwartaal op de hoogte diende te stellen van de handelingen die hij voor moeder had verricht. Gelet op het vorenstaande is de kamer dan ook van oordeel dat niet is gebleken dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het uitvoeren van de door moeder aan hem verstrekte opdracht.

4.9.      Voor zover klager heeft gesteld dat de verplichting van zijn broer om informatie aan hem te verschaffen onvoldoende concreet in de volmacht is omschreven, is de kamer van oordeel dat klager niet langer belang heeft bij dat onderdeel van de klacht. Moeder heeft de broer immers inmiddels ontslagen van zijn informatieplicht, zodat dit onderdeel van de klacht geen bespreking meer behoeft.

Het voorgaande leidt ertoe dat de klacht ongegrond zal worden verklaard.

5.          De beslissing

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.M. Wiertz-Wezenbeek, voorzitter, mr. P.M. Knaapen, plaatsvervangend rechterlijk lid, mr. J.L.G.M. Mertens, notarislid, mr. M.A.M. Kessels, plaatsvervangend notarislid, en mr. R.J.M.G. Oostveen, plaatsvervangend belastinglid.

Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2015 door mr. W.M. Weerkamp, plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van Vliet, secretaris.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.