ECLI:NL:TNORSHE:2014:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/81

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2014:5
Datum uitspraak: 16-06-2014
Datum publicatie: 21-07-2014
Zaaknummer(s): SHE/2013/81
Onderwerp:
  • Registergoed
  • Registergoed
Beslissingen: Klacht niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie:   Niet-ontvankelijk i.v.m. verjaring; eerdere mededeling van klaagster aan de notaris dat zij voornemens was een klacht tegen hem in te dienen, maakt dat niet anders.

Klachtnummer    : SHE/2013/81

Datum uitspraak : 16 juni 2014

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van

mevrouw [x], (verder: klaagster),

wonende in […],

gemachtigde de heer […],

tegen

notaris de heer mr. [y], (verder: de notaris),

gevestigd in […],

advocaat mr. L.G. Dufour, gevestigd in Amsterdam.    

1.          De procedure

1.1.       Klaagster heeft bij brief van 21 augustus 2013 een klacht geformuleerd tegen de notaris. Deze klacht is op 26 augustus 2013 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat (verder: de kamer).

1.2.       De notaris heeft op de klacht geantwoord. Vervolgens is gerepliceerd en gedupliceerd. 

1.3.       De plaatsvervangend voorzitter heeft de behandeling van de zaak verwezen naar de volle kamer.

1.4.       De kamer heeft de klacht behandeld op 19 mei 2014. De gemachtigde van klaagster is ter zitting verschenen. Hij heeft het standpunt van klaagster toegelicht. De notaris is eveneens verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. Zij heeft het standpunt van de notaris toegelicht, mede aan de hand van een pleitnota.

2.          De feiten

2.1.       Klaagster is in 1994 in gemeenschap van goederen gehuwd met de heer [z] (verder: [z]).

[z] heeft op 1 december 2008 een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank in ’s‑Hertogenbosch.

2.2.       Tot de huwelijksgemeenschap behoorden (onder meer) diverse bedrijfspanden. Ter verzekering van de huwelijksgemeenschap heeft klaagster op 19 februari 2009 conservatoir maritaal beslag doen leggen op onroerende zaken, gelegen in:

1.  […]

2.  […]

3.  […]

4.  […]

5.  […]

6.  […]

7.  […]

8.  […]

9.  […]                                                                                     

10.[…]

Deze panden zullen verder worden aangeduid met de hiervoor genoemde nummers.

2.3.       Bij telefaxbericht van 10 april 2009 (Goede Vrijdag) te 14.01 uur heeft de advocaat van [z] aan de toenmalige advocaat van klaagster bericht dat [z] de echtscheiding niet langer wenste en dat om 12:04 uur aan de rechtbank was bericht dat hij zijn verzoek tot echtscheiding per direct wenste in te trekken. Bij genoemd telefaxbericht heeft de advocaat van [z] verder meegedeeld dat als gevolg van de intrekking van het verzoek tot echtscheiding het eerder gelegde maritaal beslag was komen te vervallen en is klaagster gesommeerd de maritale beslagen op de panden direct door te halen/op te heffen.

2.4.       Eveneens op 10 april 2009 heeft [z] koopovereenkomsten gesloten met de heer [a] of nader te noemen meester met betrekking tot de panden 1, 2, 3, 4, 6 en 7. In de zes koopakten staat vermeld dat de akte van levering van het betreffende pand telkens zal worden gepasseerd uiterlijk op 10 oktober 2009.     

2.5.       In opdracht van [z] heeft de notaris op 10 april 2009 onder de betreffende koopakten een verklaring gesteld als bedoeld in artikel 7:3 lid 6 BW. Op dezelfde datum heeft de notaris zes registerverklaringen opgesteld, waarbij hij namens partijen bij de koopovereenkomsten betreffende de zes panden verzoekt een afschrift van die verklaring in te schrijven in de openbare registers. De betreffende stukken zijn op 14 april 2009 (de dinsdag na Pasen), na afloop van de bedenktijd van drie dagen, om 9:00 uur ingeschreven ten kantore van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers (verder: het Kadaster).

2.6.       Blijkens het uittreksel uit het Kadaster is het beslag op 16 april 2009 namens klaagster opgeheven.  

2.7.       Klaagster heeft op 28 april 2009 zelf een verzoek tot echtscheiding ingediend. Vervolgens heeft zij op 12 juni 2009 opnieuw acht panden, waaronder de panden die door [z] waren verkocht, in conservatoir maritaal beslag doen nemen.

2.8.       De heer […] van […] Bedrijfsmakelaars in […] heeft op 22 september 2009 aan [z] opgave gedaan van de onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat van de bedrijfspanden 1, 2, 3 en 4 per 1 januari 2009. [a] en [z] hebben verklaard dat de heer [b] de nader te noemen meester is. Op 26 september 2009 hebben [z] en [b] een allonge op de koopovereenkomsten van 10 april 2009 ondertekend. 

2.9.       Op 13 oktober 2009 heeft de notaris een akte van levering (zonder kwijting) gepasseerd tussen [z] als verkoper en de heer [b] als koper met betrekking tot de panden 1, 2, 3 en 4. In deze akte staat (onder meer) vermeld dat verkoper en koper op 10 april 2009 een schriftelijke koopovereenkomst hebben gesloten met betrekking tot de betreffende registergoederen en dat zij op 26 september 2009 een allonge op de koopovereenkomst hebben getekend. Vervolgens wordt de onverdeelde helft van de vier panden (onder een ontbindende voorwaarde) aan koper geleverd. Omtrent de betaling van de koopprijs van € 2.735.750,00 wordt vermeld dat de koopprijs door de koper deels wordt voldaan doordat hij in de interne verhoudingen tussen koper en verkoper de helft van de bestaande leningen (€ 4.908.875,00) bij enkele banken van de verkoper overneemt. Het restant van de koopprijs ten bedrage van € 281.312,50, te corrigeren met een restantbetaling die op een afzonderlijk aan de akte gehecht stuk staat vermeld, zal worden voldaan door storting op de kwaliteitsrekening van de notaris, uiterlijk op 31 oktober 2009. De akte van levering is op 13 oktober 2009 ingeschreven in het Kadaster.     

2.10.     Op 30 oktober 2009 heeft de notaris een akte van kwijting gepasseerd, waarin staat vermeld dat een bedrag van € 281.312,50 op de kwaliteitsrekening van de notaris is gestort.

2.11.     Het huwelijk van klaagster en [z] is op 23 april 2010 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

2.12.     De toenmalige advocaat van klaagster heeft de notaris bij brief van 8 juli 2010 (overgelegd als bijlage bij klacht) aansprakelijk gesteld voor de door klaagster te lijden en geleden schade als gevolg van de handelwijze van de notaris met betrekking tot wijziging van de tenaamstelling/overdracht/

bezwaring van de tot de huwelijksgemeenschap behorende panden.

2.13.     Naar aanleiding van de inhoud van die brief heeft de notaris op 14 juli 2010 telefonisch contact gehad met de toenmalige advocaat van klaagster. Daarbij heeft hij zijn handelen toegelicht en de vragen van de advocaat beantwoord.

2.14.     Bij brief van 28 januari 2013 heeft de huidige advocaat van klaagster de notaris aansprakelijk gesteld voor de gang van zaken rond de panden 1, 2, 3 en 4. Verder heeft zij in die brief meegedeeld dat klaagster eveneens een klacht zal indienen bij de Notariële Broederschap, maar dat zij daartoe pas zal overgaan na ontvangst van een reactie van de notaris op de aansprakelijkstelling.

2.15.     De beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van de notaris heeft bij brief van 27 februari 2013 aan de advocaat van klaagster bericht van mening te zijn dat alles zich binnen de wettelijke kaders heeft afgespeeld en dat de notaris geen juridisch verwijtbare fout heeft gemaakt.

2.16.     Op 28 januari 2013 heeft de gemachtigde van klaagster tegen de notaris een klacht ingediend bij de kamer (SHE/2013/5). Deze klacht had betrekking op een mededeling van de notaris aan klaagster, verwoord in diens brief van 17 januari 2013. De kamer heeft deze klacht behandeld tijdens een zitting op 27 mei 2013. Tijdens de zitting heeft de notaris zijn excuses aangeboden voor de onjuiste mededeling in zijn brief en voor zijn reactie daarop richting klaagster. Vervolgens heeft klaagster die klacht ingetrokken.

2.17.     Op 28 mei 2013 heeft de gemachtigde van klaagster de notaris bericht open te staan voor overleg over de gang van zaken met betrekking tot de panden. Op 29 mei 2013 heeft de notaris hem geantwoord bereid te zijn tot overleg en een voorstel te zullen doen voor een gesprek. Daarbij heeft de notaris wel aangetekend dat hij, in verband met de eerdere aansprakelijkstelling, over inhoudelijke zaken overleg zal moeten voeren met zijn aansprakelijkheidsverzekeraar.

2.18.     Omdat de notaris op 21 juni 2013 nog niets van zich had laten horen, heeft de gemachtigde van klaagster hem op die dag bericht ervan uit te gaan dat, indien voor 30 juni 2013 geen uitnodiging wordt ontvangen, door de notaris niet langer prijs wordt gesteld op een gesprek. Dan zal een klacht aan de kamer worden voorgelegd, aldus de gemachtigde.   

2.19.     Op 25 juni 2013 heeft de notaris klaagster en haar gemachtigde uitgenodigd voor een gesprek en een aantal data genoemd waarop hij beschikbaar was. Hij heeft daarbij wel gemeld dat hij over de gestelde aansprakelijkheid geen mededelingen zou kunnen doen. In reactie daarop heeft de gemachtigde de notaris op 1 juli 2013 bericht dat een gesprek naar zijn idee enkel zin kan hebben als er inhoudelijk over de kwestie gesproken kan worden, in elk geval over de gewraakte handelwijze.

2.20.     Bij e-mailbericht van 1 juli 2013 heeft de notaris bericht te vrezen dat hij persoonlijk geen ruimte heeft om de aansprakelijkstelling of de daaronder liggen de grondslag te bespreken. Er heeft nadien geen gesprek plaatsgevonden. 

3.          De klacht

3.1.       Klaagster stelt dat de notaris op de hoogte moet worden geacht van het feit dat in 2009 een echtscheidingsprocedure aanhangig was tussen haar en [z] en dat zij, als mede-eigenaar van de panden, niet wenste mee te werken aan de vervreemding daarvan; zij had op deze panden immers maritaal beslag doen leggen. Klaagster stelt dat het door haar gelegde beslag op 10 april 2009 nog op de genoemde panden rustte. Daarom is zij van mening dat de notaris zijn medewerking had moeten onthouden aan inschrijving van de verkoopovereenkomsten. Verder is zij van mening dat de notaris haar tenminste op de hoogte had moeten stellen van de voorgenomen verkoop en dat hij haar om medewerking had moeten vragen. Nu de notaris dat niet heeft gedaan, heeft hij in strijd gehandeld met de door hem in acht te nemen zorgvuldigheid en heeft hij niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan, aldus klaagster. Verder verwijt zij de notaris dat hij de in de koopovereenkomsten genoemde termijn voor het kenbaar maken van de nader te noemen meester en de daarin genoemde termijn voor het passeren van de akte van levering heeft overschreden, terwijl de akte van levering bovendien op dermate veel punten afwijkt van de verkoopovereenkomsten, dat deze niet onder de beschermende werking van de Vormerkung vallen. Naar haar mening is de uiteindelijke overeenkomst, zoals geëffectueerd bij de akte van levering, een geheel andere dan de overeenkomst die op 14 april 2009 bij het Kadaster is ingeschreven, zodat alleen al om die reden geen beroep kan worden gedaan op het bepaalde bij artikel 7:3 lid 3f BW. In verband met het daarop rustende beslag had de notaris de akte met betrekking tot de levering van de onverdeelde helft van de vier panden op 13 oktober 2009 niet mogen passeren. Naar de mening van klaagster is diens handelwijze in strijd met de wet en komt deze eveneens in strijd met de onpartijdigheid en zorgvuldigheid die van een notaris verwacht mag worden. Daardoor wordt het vertrouwen in en het aanzien van het ambt van notaris geschonden.

3.2.       De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dit verweer wordt hierna, voor zover relevant, besproken.

4.          De beoordeling

4.1.       Op grond van artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De kamer dient de handelwijze van de notaris te toetsen aan de in dit artikel omschreven tuchtnorm. Voorafgaand daaraan dient de kamer echter eerst te beoordelen of klaagster al dan niet ontvankelijk is in haar klacht.

Ontvankelijkheid

4.2.       Op grond van het bepaalde bij artikel 99 lid 15 Wna kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot de klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van de notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen.   

4.3.       Zoals hiervoor is vermeld in rechtsoverweging 2.12. staat vast dat de toenmalige advocaat van klaagster de notaris bij brief van 8 juli 2010 aansprakelijk heeft gesteld voor de door klaagster te lijden en geleden schade als gevolg van zijn handelwijze rond de tot de huwelijksgemeenschap behorende panden. In deze brief vermeldt haar advocaat onder meer:

“Daarnaast is cliente recentelijk op de hoogte geraakt van een aantal transacties welke u ten behoeve van de heer [z] heeft uitgevoerd, transacties welke betrekking hebben op goederen behorende tot de huwelijksgemeenschap waarin cliente met de heer [z] was gehuwd.”

Vervolgens wordt gedetailleerd verwezen naar de gang van zaken in 2009 met betrekking tot de hiervoor genoemde panden en wordt geciteerd uit (onder meer) de notariële akten. Klaagster meldt overigens zelf in haar klacht:

“De bestreden handelingen zijn weliswaar in 2009 verricht, doch klaagster heeft hiervan pas in juli 2010 kennis genomen, hetgeen blijkt uit het schrijven d.d. 08-07-2010 aan de notaris zijdens de toenmalige raadsvrouw van klaagster, Mr. […].”

4.4.       Bovendien staat vast dat de notaris naar aanleiding van de inhoud van die brief op 14 juli 2010 telefonisch contact heeft gehad met de advocaat van klaagster. Tijdens dat gesprek heeft hij zijn handelen toegelicht en de vragen van de advocaat beantwoord. De kamer is dan ook van oordeel dat klaagster in elk geval vanaf 14 juli 2010 bekend was met het handelen of nalaten van de notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding zou kunnen geven. Dit betekent dat zij uiterlijk op 15 juli 2013 een klacht over dit gedrag bij de kamer had kunnen indienen. Nu haar klacht niet eerder bij de kamer is ingediend dan op 26 augustus 2013, dus ná het verstrijken van de klachttermijn, is de kamer van oordeel dat klaagster niet-ontvankelijk is in de klacht. Dat klaagster de notaris al eerder had bericht dat zij van plan was deze klacht tegen hem in te dienen, maakt dit niet anders. Het betreft immers een vervaltermijn, die niet kan worden gestuit.

4.5.       Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.                  De beslissing

De kamer voor het notariaat:

verklaart klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.

Deze beslissing is gegeven door mr. S.J.G.N.M. Willard, plaatsvervangend voorzitter, mr. J.H.L.M. Snijders, plaatsvervangend rechterlijk lid, mr. L.J.M. Teunissen, notarislid, mr. M.A.M. Kessels, plaatsvervangend notarislid, en mr. J.J.G.M. Kuijpers, belastinglid, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 juni 2014 in aanwezigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.