ECLI:NL:TNORSHE:2014:30 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/91
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2014:30 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-03-2014 |
| Datum publicatie: | 16-09-2014 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2013/91 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Ingevolge artikel 22 Wna rust op de notaris een geheimhoudingsplicht voor zover niet bij of krachtens de wet anders is bepaald. Dit betekent dat bij of krachtens de wet uitzonderingen kunnen worden gemaakt op de werking en de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht. Eén van deze uitzonderingen is neergelegd in artikel 94 lid 2 Wna. Ingevolge laatstgemeld artikel is de notaris ten behoeve van de uitoefening van de tuchtrechtspraak door de kamers voor het notariaat en het gerechtshof Amsterdam niet gehouden tot geheimhouding ten opzichte van de kamers en het gerechtshof. |
Klachtnummer : SHE/2013/91
Datum uitspraak : 17 maart 2014
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’S-HERTOGENBOSCH
De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van
mevrouw [A] (verder: klaagster), wonende te […],
tegen
notaris mr. [B] (verder: notaris), gevestigd te […].
1. De procedure
1.1. Klaagster heeft bij brief van 9 oktober 2013 een klacht geformuleerd tegen de notaris. Deze klacht is op 10 oktober 2013 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat (verder: de kamer).
1.2. De notaris heeft op de klacht geantwoord. Vervolgens is gerepliceerd en gedupliceerd.
1.3. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft de behandeling van de zaak verwezen
naar de volle kamer.
1.4.
De kamer heeft de klacht behandeld op 17 februari 2014. Verschenen zijn klaagster
en de notaris. Zij hebben hun standpunten toegelicht.
2.
De feiten
2.1. In 2011 heeft de notaris in opdracht van de zussen van klaagster enkele werkzaamheden verricht met betrekking tot de nalatenschap van de vader van klaagster. De notaris heeft
in dat verband - onder meer - klaagster aangeschreven en haar een document
met betrekking tot de berekening van de erfdelen doen toekomen. Vervolgens is er discussie
ontstaan over wie - de [bank] te […] of de notaris - dit document heeft opgesteld.
2.2. Op 17 juni 2011 heeft klaagster een klacht tegen de notaris ingediend bij de
Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen in het arrondissement te
’s-Hertogenbosch (klachtprocedure met nummer KLN 11.13). De belangrijkste verwijten van klaagster luidden dat de notaris onder valse voorwendselen is opgetreden als boedelnotaris in de nalatenschap van de vader van klaagster en de notaris een vals document heeft opgesteld met betrekking tot de berekening van de erfdelen. De klacht is bij beslissing van 20 oktober 2011 ongegrond verklaard. De Kamer van Toezicht heeft daarbij overwogen dat het zeer aannemelijk is
dat het document met betrekking tot de berekening van de erfdelen is opgesteld door de [bank]
te […]. Klaagster heeft tegen die beslissing hoger beroep ingesteld. Klaagster heeft nadien het ingestelde hoger beroep ingetrokken. Vervolgens heeft het gerechtshof te Amsterdam bij beslissing van 18 december 2012 het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
2.3. Op 18 maart 2013 heeft klaagster een klacht tegen de notaris ingediend bij de kamer
(klachtprocedure met nummer SHE/2013/12). Het verwijt van klaagster luidde dat de notaris in de nalatenschap van haar vader aan klaagster een onduidelijk document heeft toegestuurd. Bij voorzittersbeslissing van 2 april 2013 heeft de plaatsvervangend voorzitter de klacht als kennelijk
niet-ontvankelijk afgewezen, omdat klaagster reeds in de klachtprocedure met nummer KLN 11.13 over dit document heeft geklaagd. Klaagster is tegen deze beslissing in verzet gekomen.
Klaagster heeft nadien het verzet ingetrokken.
3. De klacht en het verweer
3.1. Klaagster verwijt de notaris dat hij haar privacy en het aanzien van het notariaat heeft geschonden. Klaagster stelt daartoe het navolgende.
De heer […] (hierna: [X] ) van [klachtenservice bank] heeft op 11 april 2013 een brief aan klaagster geschreven. [X] heeft een kopie van deze brief aan de notaris gezonden. De notaris heeft - ondanks verzoek daartoe - de inhoud van deze brief niet vertrouwelijk behandeld. De notaris heeft namelijk een kopie van deze brief overgelegd in de klachtprocedure met nummer SHE/2013/12. De rechtbank heeft vervolgens een kopie van deze brief naar de Hoge Raad gestuurd.
Klaagster stelt voorts dat de notaris zonder haar toestemming informatie aan [X] heeft verstrekt over de afhandeling van de nalatenschap van haar vader. Klaagster wijst in dit verband op voormelde brief van [X] van 11 april 2013 waarin staat vermeld:
“Verder heb ik begrepen dat er destijds contact is geweest tussen [B] en uw toenmalige advocaat, waarbij namens u is ingestemd met de verdeling”.
Tot slot verwijt klaagster de notaris dat hij zijn bevoegdheden als boedelnotaris heeft overtreden door na 3 mei 2011 nog werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de nalatenschap van haar vader, terwijl de opdracht reeds was ingetrokken. Klaagster stelt in dat verband dat de notaris bij e-mailbericht van 25 mei 2011 aan [bank] te […] gegevens over klaagster heeft verstrekt
zonder haar toestemming. Klaagster wenst overlegging van een kopie van dit e-mailbericht.
3.2. De notaris betwist dat sprake is van privacyschending en onrechtmatige verstrekking van informatie aan derden.
De notaris erkent dat hij vorenbedoelde brief van [X] van 11 april 2013 heeft overgelegd in de klachtprocedure met nummer SHE/2013/12. De notaris heeft dit gedaan om zich in die klachtprocedure te verweren tegen de klacht van klaagster. De notaris voert in dat verband aan dat [X] zonder medeweten van de notaris in een eerdere brief van 8 maart 2013 een onjuiste weergave van de voorgeschiedenis heeft gegeven. Deze onjuiste weergave vormde de grondslag voor de klacht van klaagster in de eerdere klachtprocedure. De notaris heeft over de bewuste brief opheldering gevraagd bij [X], waarbij de notaris is medegedeeld dat de onjuiste weergave van de voorgeschiedenis bij [bank] bekend was en dat een en ander bij brief van 11 april 2013 is gecorrigeerd. Ter staving heeft de notaris voormelde brief van 11 april 2013 ontvangen. De notaris betoogt dat overlegging van deze brief in een klachtprocedure is toegestaan, omdat hij zich anders niet kan verweren. Van verstrekking aan derden is geen sprake, aldus de notaris.
De notaris erkent dat hij telefonisch contact met [X] heeft gehad, doch stelt dat dit contact een rechtstreeks gevolg is van de eerdere klacht van klaagster waarbij klaagster zich beriep op een brief van [X] van 8 maart 2013. De notaris stelt dat hij in dit telefonisch contact kort heeft toegelicht wat de aard van de betrokkenheid destijds was geweest van [bank] te […], de erfgenamen, klaagster en de notaris. Over de nalatenschap zelf is uiteraard niet gesproken, aldus de notaris.
Tot slot betwist de notaris dat hij zijn bevoegdheden heeft overtreden. De notaris erkent dat de zussen van klaagster de opdracht tot het verrichten van werkzaamheden in de nalatenschap van de vader hebben ingetrokken. Dat betekent volgens de notaris evenwel niet dat hij niet gehouden is te reageren op informatieverzoeken van belanghebbenden zoals [bank] te […] en klaagster.
De notaris is niet bekend met een e-mailbericht van 25 mei 2011. De notaris stelt dat hij wél op
24 mei 2011 een e-mailbericht heeft verzonden aan [bank] te […] met een uitleg aan de [bank] over de wijze waarop de notaris het document met betrekking tot de berekening van de erfdelen heeft gebruikt in zijn correspondentie met klaagster en haar toenmalige advocaat. Het gegeven dat overeenstemming bestond over de uitbetaling aan klaagster was voor [bank] relevant, omdat [bank] de betalingsopdracht van de erfgenamen had uitgevoerd.
De notaris heeft daarin geen gegevens over klaagster verstrekt en zich beperkt tot een toelichting op
de verhoudingen die voor de positie van de bank van belang waren, aldus de notaris.
4. De beoordeling
4.1. Op grond van artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan
het tuchtrecht onderworpen. De kamer dient de handelwijze van de notaris te toetsen aan de in
dat artikel omschreven tuchtnorm. De diverse onderdelen van de klacht zullen afzonderlijk worden
besproken.
4.2. Met betrekking tot het eerste klachtonderdeel - het overleggen van vertrouwelijke informatie in een eerdere klachtprocedure - overweegt de kamer als volgt.
Ingevolge artikel 22 Wna rust op de notaris een geheimhoudingsplicht voor zover niet bij of
krachtens de wet anders is bepaald. Dit betekent dat bij of krachtens de wet uitzonderingen kunnen worden gemaakt op de werking en de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht. Eén van deze uitzonderingen is neergelegd in artikel 94 lid 2 Wna. Ingevolge laatstgemeld artikel is de notaris
ten behoeve van de uitoefening van de tuchtrechtspraak door de kamers voor het notariaat en het gerechtshof Amsterdam niet gehouden tot geheimhouding ten opzichte van de kamers en het gerechtshof. Dat brengt mee dat de notaris niet verwijtbaar heeft gehandeld door de brief van [X] van 11 april 2013 in de klachtprocedure met nummer SHE/2013/12 in het geding te brengen. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond.
4.3.
Met haar tweede klachtonderdeel verwijt klaagster de notaris dat hij zonder toestemming
informatie aan [X] heeft verstrekt over de afhandeling van de nalatenschap. Vast staat
dat de notaris telefonisch contact heeft gehad met [X] en dat dit telefonisch contact
een gevolg is van de eerdere klacht van klaagster waarbij klaagster zich beriep op
een brief van [X] van 8 maart 2013. Nu niet is gebleken dat in dit telefonisch onderhoud
vertrouwelijke informatie over de nalatenschap of klaagster is verstrekt anders dan
de door de notaris bedoelde korte toelichting over de aard van ieders betrokkenheid
concludeert de kamer dat de notaris op dit punt niet verwijtbaar heeft gehandeld.
Dit onderdeel van de klacht is derhalve eveneens ongegrond.
4.4. Voor wat betreft het derde klachtonderdeel - het verrichten van werkzaamheden
ná intrekking opdracht - overweegt de kamer als volgt. De kamer volgt de notaris in zijn betoog dat de intrekking van de opdracht door de zussen van klaagster niet betekent dat de notaris vanaf dat moment niet is gehouden te reageren op informatieverzoeken van belanghebbenden.
In zoverre is dit klachtonderdeel ongegrond. Klaagster heeft de notaris verzocht om
overlegging van het e-mailbericht van 25 mei 2011 aan [bank] te […]. Tijdens de mondelinge
behandeling van de klacht heeft de notaris aangegeven dat hij op 25 mei 2011 een e-mailbericht
aan […] heeft verstuurd en dat hij dat e-mailbericht met instemming van [bank] op
14 februari 2014 aan klaagster heeft doen toekomen. Klaagster heeft erkend dat zij
vorenbedoeld e-mailbericht heeft ontvangen. Met instemming van klaagster heeft de
notaris vervolgens ter zitting een kopie van vorenbedoeld e-mailbericht van 25 mei
2011 overgelegd. De inhoud van dit e-mailbericht geeft evenmin aanleiding om te veronderstellen
dat de notaris verwijtbaar heeft gehandeld. Dit onderdeel van de klacht is derhalve
eveneens ongegrond.
4.5. Tijdens de mondelinge behandeling heeft klaagster de notaris voorts verzocht
de overeenkomst van opdracht in het geding te brengen. De notaris heeft aangegeven aan dit verzoek geen gehoor te willen geven, omdat het vertrouwelijke informatie betreft. Voor zover klaagster bedoeld heeft ook deze weigering aan de orde te stellen, oordeelt de kamer dat het beroep van de notaris op zijn geheimhoudingsplicht slaagt, nu de door de zussen van klaagster aan de notaris verstrekte opdracht vertrouwelijke cliëntinformatie betreft.
4.6.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de klacht op alle onderdelen ongegrond
verklaren.
Ten behoeve van de uitoefening van de tuchtrechtspraak door de kamers voor het notariaat en het gerechtshof te Amsterdam zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de kamers en het gerechtshof niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.Ten behoeve van de uitoefening van de tuchtrechtspraak door de kamers voor het notariaat en het gerechtshof te Amsterdam zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de kamers en het gerechtshof niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.
5. De beslissing
5.1. verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.M. Weerkamp, plaatsvervangend voorzitter, mr. H.G. Robers, rechterlijk lid, mr L.J.M. Teunissen, notaris lid, mr. S. Lettinga, plaatsvervangend notaris lid, en
mr. J.J.G.M. Kuijpers, belasting lid, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 maart 2014 in aanwezigheid van de secretaris.
Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 5H Amsterdam.