ECLI:NL:TNORSHE:2014:24 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/55

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2014:24
Datum uitspraak: 20-10-2014
Datum publicatie: 27-10-2014
Zaaknummer(s): SHE/2014/55
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht m.b.t. verrekening van lasten op nota van afrekening. Klacht ongegrond.

Klachtnummer:    SHE/2014/55

Datum uitspraak:  20 oktober 2014

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’S-HERTOGENBOSCH

De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van

[…] (verder: klaagster), wonende te […],

tegen

notaris mr. […] (verder: notaris), gevestigd te […].

1.          De procedure

1.1.       Klaagster heeft op 11 februari 2014 een klacht ingediend tegen de notaris bij de kamer voor

het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden. De notaris heeft op de klacht geantwoord.

De plaatsvervangend voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden heeft - nadat zij een gesprek met klaagster heeft gehad - de president van het gerechtshof Amsterdam verzocht een andere kamer aan te wijzen om de klacht te behandelen, omdat de notaris plaatsvervangend lid is van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden. Bij beslissing van 11 juni 2014 heeft de president van het gerechtshof Amsterdam de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch belast met de (verdere) behandeling van de onderhavige klacht.

1.2.       De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft de behandeling van de zaak verwezen

naar de volle kamer.

1.3.       Klaagster heeft bij e-mailbericht van 28 augustus 2014 de nota van afrekening en de stukken die ten grondslag liggen aan de in de nota van afrekening opgenomen post “verrekening lasten” overgelegd.

1.4.       De kamer heeft de klacht behandeld op 15 september 2014. Verschenen zijn klaagster en de notaris. Zij hebben hun standpunten toegelicht.

2.          De feiten

2.1.       Klaagster is gehuwd geweest met de heer […] (verder: de man). Zij hebben over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap een procedure gevoerd bij de rechtbank Assen

(sinds 1 januari 2013: rechtbank Noord-Nederland). Ter beëindiging van hun geschil hebben zij op

25 juli 2013 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij onder meer de echtelijke woning en een vakantiewoning aan de man is toegedeeld en een andere vakantiewoning aan de vrouw is toegedeeld. De op de vakantiewoningen betrekking hebbende bepaling luidt als volgt:

       “c. Partijen krijgen ieder een vakantiewoning toegedeeld. [De man] het vakantiehuisje […], type […] in […] en [klaagster]het vakantiehuisje […], type […] in […]. Indien het voorgaande tot onduidelijkheid leidt geldt dat het grootste vakantiehuisje aan [de man] wordt toegedeeld. Tot op heden komen de kosten en de huuropbrengsten met betrekking tot de huisjes voor rekening van de man. Per heden draagt ieder de eigen kosten voor het huisje dat aan hij/zij wordt toegedeeld en ontvangt ieder de huuropbrengsten van het desbetreffende huisje.”

2.2.       Op 5 december 2013 heeft de man de notaris opdracht gegeven tot het opstellen van de

akte van verdeling. De notaris heeft op 13 december 2013 een concept-akte aan de man en klaagster toegezonden en de man verzocht een opgave te verstrekken van de op grond van de vaststellingsovereenkomst nog te verrekenen bedragen. De man heeft deze opgave verstrekt. Vervolgens heeft de notaris bij e-mailbericht van 23 december 2013 de gewijzigde concept-akte en de nota van afrekening aan partijen toegezonden.

2.3.       Bij e-mailbericht van 24 december 2013 heeft klaagster de notaris verzocht haar nadere informatie te verstrekken met betrekking tot de op de nota van afrekening vermelde post

“verrekening lasten” van € 680,67. Diezelfde dag heeft de notaris de opgave van de man aan klaagster gezonden. Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen voormelde post.  

2.4.       De passering van de akte van levering stond gepland op 27 december 2013 om 10.00 uur.

Klaagster heeft kort voor het passeren de notaris medegedeeld dat zij niet kan instemmen met de

in de nota van afrekening opgenomen verrekening. Kort daarna heeft zij de notaris medegedeeld

dat zij wel kan instemmen met deze verrekening. Vervolgens is de akte ten overstaan van de

notaris gepasseerd.

2.5.       Bij e-mailbericht van 28 december 2013 heeft klaagster opnieuw bezwaar gemaakt tegen

de verrekening van voormelde post. Zij heeft daarbij voorts bezwaar gemaakt tegen de handelwijze van de notaris. Bij e-mailbericht van 30 december 2013 heeft de notaris hierop gereageerd.

3.          De klacht en het verweer

3.1.       Klaagster verwijt de notaris dat hij partijdig, niet integer en ondeskundig heeft gehandeld.

Klaagster stelt in dat verband dat de notaris zonder overleg met klaagster in de nota van afrekening

een bedrag van € 680,67 terzake verrekening van lasten heeft opgenomen. Klaagster heeft hiertegen  bezwaar gemaakt. Volgens klaagster staat de verrekening van lasten geheel los van de akte van verdeling en is voorts het bedrag van € 680,67 onjuist. Klaagster wijst in dit verband op de e-mailberichten van de advocaat die haar heeft bijgestaan in de procedure over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Klaagster stelt dat de notaris ondanks het bezwaar van klaagster heeft vastgehouden aan de in de nota van afrekening opgenomen verrekening van lasten ter hoogte van € 680,67.

Klaagster stelt voorts dat de notaris haar na de e-mailcorrespondentie op 24 december 2013

niet heeft bericht of het passeren van de akte op 27 december 2013 al dan niet doorgang zou vinden.

Klaagster voelde zich door deze gang van zaken door de notaris onder druk gezet om de akte van verdeling te ondertekenen. De notaris had er ook voor kunnen kiezen het door haar betwiste bedrag in depot te houden totdat hierover overeenstemming was bereikt, aldus klaagster.

3.2.       De notaris voert hiertegen verweer. De notaris betwist dat hij klaagster onder druk heeft gezet. De notaris stelt dat hij de standpunten tussen partijen heeft uitgewisseld en duidelijk heeft aangegeven dat alleen tot ondertekening zou worden overgegaan als beide partijen het met de akte en bijbehorende afrekening eens zijn.

4.          De beoordeling

4.1.       Op grond van artikel 93 lid 1 Wna zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen.

De kamer dient de handelwijze van de notaris te toetsen aan de in dat artikel omschreven tuchtnorm.

4.2.       De kamer overweegt als volgt.

In de nota van afrekening is bij de post “verrekening lasten” een bedrag van € 680,67 opgenomen.

Uit de door klaagster overgelegde stukken blijkt dat deze post betrekking heeft op de navolgende kosten:

1. kosten van […] terzake “[…]doorgifte tv-programma’s”

    en “[…] jaarabonnement + toegangskaarten”:                                           €   22,49

2. onroerende zaakbelasting en rioolheffing:                                                € 121,29

3. watersysteem heffing:                                                                                €     7,60

4. onterecht ontvangen huuropbrengsten:                                                       € 529,39

De kamer stelt voorop dat het in de notariële praktijk bij onroerendgoedtransacties niet ongebruikelijk is dat een verrekening van jaarlijkse lasten in de nota van afrekening wordt vermeld. De kamer volgt klaagster dan ook niet in haar betoog dat een verrekening van lasten geheel los van de akte van verdeling dient te worden gezien. Of en in hoeverre er een verrekening dient plaats te vinden,

hangt af van hetgeen de bij de desbetreffende akte betrokken partijen zijn overeengekomen.

Vast staat dat klaagster in het onderhavige geval aanvankelijk bezwaar heeft gemaakt tegen een nadere verrekening van de onder 1, 2, en 3 vermelde lasten en de onder 4 vermelde huuropbrengsten en dat zij kort voor het passeren van de akte daarmee alsnog schriftelijk heeft ingestemd. De kamer wijst in dit verband op het e-mailbericht van klaagster aan de notaris van vrijdag 27 december 2013 te 10:10 uur. Eerder, op 25 juli 2013 waren klaagster en [de man] ter uitvoering van hun vaststellingsovereenkomst finale kwijting overeengekomen. Of deze vaststellingsovereenkomst al dan niet grondslag biedt voor een nadere verrekening kan gelet op deze nadere overeenstemming van klaagster blijkend uit de hiervoor bedoelde e-mail van 27 december 2013 te 10:10 uur onbesproken blijven.

De kamer is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de notaris druk op klaagster heeft uitgeoefend om met deze verrekening akkoord te gaan. Dat klaagster daarvoor heeft gekozen,

komt voor haar eigen rekening. Omdat beide partijen kenbaar hadden gemaakt dat zij het eens waren was er voor de notaris geen reden om voor te stellen om het bedrag in depot te houden.

Gelet op het voorgaande zal de kamer de klacht van klaagster ongegrond verklaren.

5.          De beslissing

5.1.       verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.M. Weerkamp, plaatsvervangend voorzitter,

mr. J.H.L.M. Snijders, plaatsvervangend rechterlijk lid, mr. M.A.M. Kessels, plaatsvervangend

notaris lid, mr. R.L.G.M. Steegmans, plaatsvervangend notaris lid en mr R.J.M.G. Oostveen, plaatsvervangend belasting lid.

Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2014 door mr. S.J.G.N.M. Willard,

plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.E.L.A.M. de Groot-Hofstad

als secretaris.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.