ECLI:NL:TNORSHE:2014:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/24
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2014:22 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-07-2014 |
| Datum publicatie: | 22-10-2014 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2014/24 |
| Onderwerp: | Registergoed |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Geheimhoudingsplicht en uitbetaling van gelden. |
Klachtnummer : SHE/2014/24
Datum uitspraak : 21 juli 2014
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH
De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van
de heer [...] en mevrouw […] (verder: klagers),
wonende te […],
advocaat mr. N.L.J. Bekema, gevestigd te Venlo,
tegen
oud-notaris de heer […] (verder: de oud-notaris),
voorheen gevestigd te […],
advocaat mr. P. de Jong Schouwenburg, gevestigd te Amsterdam.
1. De procedure
1.1. Klagers hebben bij brief van 31 maart 2014 een klacht geformuleerd tegen de oud notaris.
Deze klacht is op 1 april 2014 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat (verder: de kamer).
1.2. De oud-notaris heeft op de klacht geantwoord.
1.3. De plaatsvervangend voorzitter heeft de behandeling van de zaak verwezen naar de volle kamer.
1.4. De kamer heeft de klacht behandeld op 16 juni 2014. Verschenen zijn klagers bijgestaan door mr. Bekema, alsmede de oud-notaris bijgestaan door mr. De Jong Schouwenburg. Partijen hebben
hun standpunten over en weer toegelicht.
2. De feiten
2.1. Klagers hebben op 30 september 2004 een koopovereenkomst gesloten met wijlen de heer […] (verder: verkoper) met betrekking tot een perceel grond aan de […] te […] (verder: het perceel).
2.2. Om de verkoop en levering goederenrechtelijk te effectueren heeft verkoper de oud-notaris ingeschakeld. De oud-notaris was destijds verbonden aan Notariskantoor [A] te […].
2.3. Bij brief van 16 september 2004 heeft [de makelaar] aan klagers - onder meer - het navolgende bericht:
“(…) Op de kavel kan worden gebouwd in het kader van de “Ruimte voor Ruimte’ regeling. U bent bekend met het feit dat voor het verkrijgen van een bouwvergunning een bedrag van € 90.750,00 aan notariskantoor [A] moet worden overgemaakt voor het notarieel transport van de kavel.
De notaris zorgt voor afdracht aan de gemeente.
Dit bedrag komt zoals afgesproken voor uw rekening. De totale verkrijgingsprijs van de kavel inclusief bouwrecht bedraagt derhalve € 188.250,00 V.O.N.
Deze brief maakt dan ook deel uit van de koopakte en wordt hiermee een onverbrekelijk geheel. (…)”
Klagers hebben deze brief voor akkoord ondertekend.
2.4. De oud-notaris heeft op 10 juni 2005 twee afrekeningsnota’s aan klagers toegezonden,
te weten:
- een afrekeningsnota ‘aankoop perceel grond’ van € 97.500,00, te vermeerderen met de kosten
van de hypotheekakte ten bedrage van € 708,26, en
- een afrekeningsnota ‘vergoeding bouwvergunning’ van € 90.750,00.
2.5. Na betaling van deze bedragen heeft de oud-notaris op 15 juni 2005 de transportakte gepasseerd. Klagers hebben op hun perceel een woning gerealiseerd.
2.6. De eigenaar van een vergelijkbaar perceel te […] die net als klagers een woning op zijn perceel wilde bouwen, heeft geweigerd om in ruil voor een vrijstelling van het bestemmingsplan een bijdrage van € 89.957,12 aan de gemeente te betalen ten behoeve van de voorfinanciering van de sloop van 1.000 m² agrarische bedrijfsgebouwen in het kader van de regeling Ruimte voor Ruimte.
De gemeente heeft vervolgens betaling daarvan gevorderd, maar de rechtbank Roermond en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch hebben de vordering van de gemeente afgewezen. Bij arrest van
de Hoge Raad van 14 juni 2013 is het door de gemeente ingestelde cassatieberoep verworpen.
2.7. Naar aanleiding van dit arrest van de Hoge Raad hebben klagers de door hen betaalde vergoeding voor de bouwvergunning van € 90.750,00 van de gemeente teruggevorderd op grond van onverschuldigde betaling. In reactie op het verzoek tot terugbetaling heeft de gemeente aan klagers bericht dat zij op 20 juni 2005 een bedrag van € 40.491,18 van de oud-notaris heeft ontvangen onder vermelding van “NORMBIJDRAGE [klager/adres]”.
2.8. Vervolgens hebben klagers aan het notariskantoor waaraan de oud-notaris destijds was verbonden nadere informatie gevraagd over de geldstromen rondom de betaling van de vergoeding voor de bouwvergunning. Bij e-mailbericht van 15 november 2013 heeft notaris [B], welke notaris het protocol van de oud-notaris heeft overgenomen, bericht dat de oud-notaris enkel uitvoering heeft gegeven aan de tussen klagers en wijlen verkoper gesloten overeenkomst(en). Volgens notaris [B] maakte het ‘doorleiden’ van de betaalde vergoeding naar de gemeente onderdeel uit van een geheel aan afspraken tussen wijlen verkoper en de gemeente waarbij klagers geen partij waren. In verband met zijn geheimhoudingsplicht kan de gevraagde informatie daarom niet aan klagers worden verstrekt, aldus notaris [B].
2.9. Bij brief van 22 januari 2014 heeft de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van de oud-notaris betwist dat klagers opdracht hebben gegeven tot betaling van bedoeld bedrag aan de gemeente en dat de oud-notaris de (vermeende) opdracht van klagers heeft aanvaard.
3. De klacht
3.1. Klagers verwijten de oud-notaris, samengevat, dat hij ten onrechte weigert rekening en verantwoording af te leggen met betrekking tot de doorbetaling aan de gemeente van de door hen aan de notaris betaalde bedragen, te meer nu blijkt dat de oud-notaris een afwijkende betaling heeft verricht. Daarnaast stellen zij zich op het standpunt dat de oud-notaris, die een vastgoedtransactie begeleidde en daarbij niet als partij-notaris optrad, uit hoofde van zijn ambt was gehouden de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen in onafhankelijkheid en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te behartigen. Door hen niet nader in te lichten over nadere betalingsafspraken of betalingskortingen en door aan hen geen rekening en verantwoording af te leggen, handelt de oud-notaris in strijd met deze verplichting, aldus klagers. Bovendien zijn klagers van mening dat de oud-notaris zich ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht beroept.
3.2.
De oud-notaris stelt zich op het standpunt dat klagers niet-ontvankelijk zijn in
hun klacht, omdat de driejaarstermijn van artikel 99 lid 15 Wet op het Notarisambt
(hierna: Wna) is overschreden. Voorts betoogt de oud-notaris dat de klacht ongegrond
is.
4. De beoordeling
4.1.
Ingevolge artikel 99 lid 15 Wna kan een klacht slechts worden ingediend gedurende
drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde heeft kennis genomen van het
handelen van de notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven.
Uit het arrest van de notariskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 29 januari 2013 met
LJN-nummer BZ4660 volgt dat daarbij niet van belang is het moment dat een klager tot
de opvatting is gekomen dat sprake is van klachtwaardig handelen of nalaten van een
notaris. Beslissend is en blijft het moment waarop een klager van het (beweerde) klachtwaardig
handelen of nalaten van de notaris heeft kennis genomen. Ter discussie staat op welk
moment de klachttermijn een aanvang heeft genomen. De klacht heeft betrekking op het
handelen van de oud-notaris met betrekking tot de afrekeningsnota’s van 10 juni 2005.
Vast staat dat klagers pas in 2013 door een mededeling van de gemeente kennis hebben
genomen van het feit dat de oud-notaris een bedrag van € 40.491,18 heeft uitbetaald
aan de gemeente. Met klagers is de kamer van oordeel dat de driejaarstermijn in 2013
- en dus niet in 2005 - is ingegaan. De klachttermijn is dus nog niet verstreken,
zodat klagers in hun klacht kunnen worden ontvangen.
4.2. Op grond van artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. Ook als notarissen niet meer als zodanig werkzaam zijn, blijven zij aan het tuchtrecht onderworpen in verband met hun handelwijze ten tijde van het uitoefenen van het ambt.
De kamer dient de handelwijze van de oud-notaris te toetsen aan de in dit artikel omschreven tuchtnorm.
4.3. Gelet op de positie van notarissen in het maatschappelijk verkeer en op het vertrouwen dat zij als zodanig genieten, rust op notarissen een zwaarwegende zorgplicht. Deze zorgplicht brengt onder meer mee dat een notaris, voor zover zulks redelijkerwijs mogelijk is en in zoverre van een notaris kan worden gevergd, nadere informatie inwint bij degene die hem gelden heeft toevertrouwd ingeval over de inhoud of strekking van de opdracht redelijkerwijs twijfel kan bestaan.
In casu staat vast dat koper een perceel grond inclusief bouwtitel heeft gekocht voor een bedrag van € 188.250,‑‑ en dat de oud-notaris voor het passeren van de leveringsakte twee afrekeningsnota’s aan klagers heeft toegezonden, te weten een afrekening betreffende de aankoop van het perceel grond en een afrekening betreffende de vergoeding voor de bouwvergunning. De gemeente was geen partij bij de in de transportakte opgenomen rechtshandelingen. Op de afrekening betreffende de vergoeding voor de bouwvergunning staat ook niet vermeld dat de oud-notaris zal zorg dragen voor (volledige) afdracht van deze vergoeding aan de gemeente en in ieder geval niet namens koper. Betaling door koper aan de notaris vond plaats op grond van een overeenkomst tussen koper en verkoper. Het is dan ook gebruikelijk dat verkoper vervolgens die gelden van de notaris ontvangt en zelf de doorbetaling regelt van bedragen die hij op grond van eventueel door hem met derden gemaakte afspraken verschuldigd is. Uitbetaling aan verkoper sluit aan bij de hoofdregel dat de notaris het geld uitbetaalt aan degene die als partij bij de akte optreedt en als zodanig aanspraak kan maken op de betaling op grond van de rechtshandeling die in de akte is neergelegd. Gelet op het voorgaande kon naar het oordeel van de kamer in het onderhavige geval in redelijkheid ook geen twijfel bestaan over de inhoud of strekking van de opdracht. De door koper betaalde koopprijs (grond en bouwtitel) was bestemd voor verkoper op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst. Dat klagers wellicht op een verkeerd spoor zijn gezet door de opmerking van de makelaar in zijn brief van 16 september 2014
dat “de notaris zorgt voor afdracht aan de gemeente” doet hieraan onvoldoende af, te meer nu in diezelfde brief staat vermeld dat de totale verkrijgingprijs van de kavel inclusief bouwrecht € 188.250,-- bedraagt. Koper heeft van verkoper een perceel grond gekocht met een door en voor rekening van verkoper gerealiseerde bouwtitel en -bestemming en partijen zijn daarvoor een vaste koopprijs overeengekomen. Dat verkoper vervolgens nog gelden verschuldigd kan zijn aan de gemeente in verband met het verkrijgen van de juiste bestemming en de bouwtitel regardeert koper niet. Het is vervolgens een aangelegenheid tussen verkoper en de gemeente - en niet direct van klagers - op welke wijze en op welke tijdstippen verkoper de eventueel nog aan de gemeente verschuldigde betalingen voldoet. Het beroep van de oud-notaris op zijn geheimhoudingsplicht slaagt. Anders dan klagers hebben betoogd, behoefde de oud-notaris klagers hierover niet nader in te lichten. Klagers zouden zich voor nadere informatie hierover wellicht kunnen wenden tot de (erfgenamen van) verkoper of tot de gemeente. Het betoog van klagers dat de afrekeningsnota onjuist is faalt eveneens. De omstandigheid dat de oud-notaris in opdracht van verkoper een deel van de vergoeding bouwvergunning rechtstreeks aan de gemeente heeft uitbetaald - hetgeen in die tijd niet ongebruikelijk was - maakt nog niet dat de afrekeningsnota onjuist is.
Gelet op het voorgaande zal de kamer de klacht ongegrond verklaren.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat:
verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.A.W. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, mr. H.G. Robers, rechterlijk lid, mr. M.A.M. Kessels, plaatsvervangend notaris lid, mr. J.A.P. Dings, plaatsvervangend notaris lid en mr. G.A.M. van Lith, belasting lid, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 juli 2014 in aanwezigheid van de secretaris.
Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.