ECLI:NL:TNORSHE:2014:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/67
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2014:21 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-10-2014 |
| Datum publicatie: | 27-10-2014 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2013/67 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: |
|
| Inhoudsindicatie: | Klager verwijt de notaris dat hij klager niet heeft betrokken bij de totstandkoming van de akte van boedelbeschrijving. De notaris had klager een concept van de akte van boedelbeschrijving moeten toesturen. Ook had het op de weg van de notaris gelegen om de voorschotnota aan klager toe te sturen en klager mede te delen dat en waarom een definitieve nota niet kon worden gemaakt en dat de voorschotnota dekkend was voor de tot dat moment verrichte werkzaamheden, omdat klager mede opdracht heeft gegeven tot het opstellen van de akte van boedelbeschrijving. Klacht deels gegrond. Geen maatregel. |
Klachtnummer : SHE/2013/67
Datum uitspraak : 20 oktober 2014
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’S-HERTOGENBOSCH
De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van
[…] (verder: klager), wonende te […],
tegen
notaris mr. […] (verder: notaris), gevestigd te […].
1. De procedure
1.1. Klager heeft bij brief van 22 juli 2013 een klacht geformuleerd tegen de notaris.
Deze klacht is op 24 juli 2013 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat (verder: de kamer).
1.2. De notaris heeft op de klacht geantwoord. Daarna is gerepliceerd en gedupliceerd.
1.3. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft partijen uitgenodigd voor
een gesprek. Dit gesprek heeft geen doorgang gevonden.
1.4. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft de behandeling van de zaak vervolgens verwezen naar de volle kamer.
1.5. De kamer heeft klager verzocht de bijlagen waarnaar klager in zijn repliek verwijst
over te leggen, omdat deze bijlagen ontbreken. De kamer heeft voorts de notaris verzocht een kopie van de akte van boedelbeschrijving over te leggen, omdat de overgelegde kopie incompleet is.
De notaris heeft aan dit verzoek gehoor gegeven.
1.6. De kamer heeft de klacht behandeld op 16 juni 2014. Verschenen is klager.
De notaris is niet verschenen.
1.7. De kamer heeft de klacht nogmaals behandeld op 15 september 2014. Verschenen is
de notaris. Klager is niet verschenen.
2.
De feiten
2.1. Op 6 maart 2011 is de moeder van klager (hierna: erflaatster) overleden.
Erflaatster heeft bij testament van 16 februari 1987 over haar nalatenschap beschikt.
Erflaatster heeft als erfgenamen achtergelaten haar vijf kinderen, te weten:
- [de broer van klager];
- [de zus van klager];
- klager;
- [de zus van klager];
- [de zus van klager].
Klager heeft de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaard.
2.2. Over de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster is een geschil ontstaan tussen klager enerzijds en de broer en zussen van klager anderzijds. Zij hebben hierover een civiele procedure gevoerd bij de rechtbank Breda. Ter beëindiging van dit geschil hebben zij op 26 oktober 2012
een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierin is - onder meer - het navolgende bepaald:
“Partijen komen overeen dat zij een notariële boedelbeschrijving zullen laten opmaken en dat zij
daartoe mr. [notaris] van [notariskantoor] in […] binnen 14 dagen na heden opdracht zullen geven.
[De broer van klager] zal namens zijn zussen opdracht geven aan de notaris, [klager] zal in eigen persoon opdracht geven binnen gestelde termijn.
Partijen spreken af dat zij alle hun beschikbare informatie binnen 3 maanden na heden
aan de notaris ter beschikking zullen stellen teneinde de notaris in staat te stellen
een boedelbeschrijving op te maken..”
2.3. Vervolgens hebben zowel klager als de broer van klager - mede namens de zussen van klager - zich tot het notariskantoor gewend. De zaak is aanvankelijk in behandeling geweest bij kandidaat-notaris mevrouw mr. […] (hierna: kandidaat-notaris). Eind januari 2013 heeft de notaris de behandeling van de zaak van de kandidaat-notaris overgenomen, omdat de kandidaat-notaris sinds eind december 2012 met langdurig ziekteverlof is gegaan.
2.4. Eind januari 2013 hebben klager en de notaris telefonisch overleg gehad.
2.5. Bij e-mailbericht van 5 april 2013 heeft de notaris aan klager aangegeven dat de broer van klager de gegevens voor de boedelbeschrijving niet in de juiste vorm heeft aangeleverd en dat de notaris de broer van klager om een uitgebreidere beschrijving heeft verzocht. De notaris heeft voorts aangegeven dat de notaris van klager geen gegevens heeft ontvangen en dat hij de week na voormeld e-mailbericht de concept-akte van boedelbeschrijving zal opmaken.
2.6. Bij e-mailbericht van 31 mei 2013 heeft de notaris aan de advocaat van klager medegedeeld dat hij de concept-akte van boedelbeschrijving heeft opgesteld aan de hand van de door de broer van klager in januari 2013 verstrekte gegevens en dat deze akte de week na voormeld e-mailbericht
in notariële vorm zal worden ondertekend.
2.7.
Op 7 juni 2013 heeft de notaris de akte van boedelbeschrijving gepasseerd.
3. De klacht en het verweer
3.1. Klager verwijt de notaris allereerst dat de notaris klager niet heeft betrokken bij de totstandkoming van de boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflaatster.
Klager voert daartoe het navolgende aan. Klager heeft op 27 november 2012 opdracht aan de notaris gegeven tot het maken van een boedelbeschrijving en de notaris heeft nimmer te kennen gegeven
dat hij de opdracht van klager zou aannemen. Nadat klager verschillende keren heeft gebeld, heeft de notaris eind januari 2013 teruggebeld met de mededeling dat hij het dossier die week ter hand zou nemen. Omdat klager niets van de notaris vernam, heeft klager wederom verschillende keren tevergeefs gebeld. Vervolgens heeft klager zijn advocaat verzocht om contact op te nemen met de notaris. Ook op de verzoeken van de advocaat van klager heeft de notaris niet gereageerd.
Op 8 juni 2013 ontvangt klager een afschrift van de akte van boedelbeschrijving.
Klager verwijt de notaris voorts dat de notaris hem geen (gespecificeerde) nota heeft toegezonden, terwijl klager mede opdracht heeft gegeven tot het opmaken van een boedelbeschrijving.
Klager verwijt de notaris tot slot dat de notaris zijn beroepsgeheim heeft geschonden.
Klager stelt in dat verband dat de notaris de broer van klager op de hoogte heeft
gehouden van de contacten en correspondentie tussen klager en de notaris, waaronder
de schriftelijke opdracht van klager.
3.2. De notaris voert hiertegen verweer.
De notaris stelt dat klager aanvankelijk opdracht heeft gegeven tot het afwikkelen van de nalatenschap als vereffenaar. Deze opdracht strookte niet met de vaststellingsovereenkomst van 26 oktober 2012. Hierover is in de maand november 2012 contact geweest tussen de kandidaat-notaris, klager en de broer van klager. Klager heeft hierop de opdracht ingetrokken en op 27 november 2012 opdracht gegeven de nalatenschap af te wikkelen als boedelnotaris. Ook dit strookte niet met de vaststellingsovereenkomst. Voordat de kandidaat-notaris hierover opnieuw contact kan zoeken met klager en de broer van klager valt zij medio december 2012 wegens ziekte uit. Vervolgens heeft de notaris op 31 januari 2013 telefonisch contact met klager gehad. Tijdens dit telefonisch contact heeft de notaris de bevestiging van de opdracht tot het maken van een boedelbeschrijving gekregen en heeft de notaris aangegeven dat hij een boedelbeschrijving zou opmaken. De broer van klager had
al op 6 november 2012 daartoe opdracht gegeven. De notaris heeft vervolgens een concept-akte van boedelbeschrijving opgemaakt aan de hand van de door de broer van klager ontvangen gegevens, omdat de notaris van klager geen gegevens heeft ontvangen binnen de in de vaststellingsovereenkomst vastgestelde termijn. De notaris heeft dit ook medegedeeld aan klager. De notaris wijst in dit verband op zijn e-mailbericht aan klager van 5 april 2013 en zijn e-mailbericht aan de advocaat van klager van 7 juni 2013.
Met betrekking tot het verwijt ten aanzien van de nota stelt de notaris dat hij op 5 april 2013 een voorschotnota van € 1.000,‑‑ exclusief BTW aan de broer van klager heeft verzonden. Een definitieve nota kon niet worden opgemaakt, omdat door de plotselinge uitval van de kandidaat-notaris niet bekend was welke uren zij exact aan het dossier had besteed. De voorschotnota is door de broer van klager voldaan en hem is ter gelegenheid van het passeren van de akte medegedeeld dat de voorschotnota dekkend was voor de tot dat moment verrichte werkzaamheden. Klager heeft zich op
1 augustus 2013 zonder afspraak vervoegd bij een baliemedewerkster van het notariskantoor die
geen mededelingen kon doen over het dossier. Nadien heeft de notaris geen contact meer opgenomen met klager, omdat klager hem dit had verboden.
Het verwijt ten aanzien van het schenden van de geheimhoudingsplicht kan de notaris niet plaatsen.
De notaris betwist dat hij stukken van klager aan de broer van klager of aan de kantonrechter heeft gestuurd. Wel heeft de kandidaat-notaris in november 2012 met klager en de broer van klager gecorrespondeerd over de inhoud van de opdracht.
De notaris is bereid om - zo klager daarmee kan instemmen en de kamer daartoe opdracht geeft -
een aanvullende boedelbeschrijving te maken van zaken/goederen die klager mist in de akte van boedelbeschrijving van 7 juni 2013, mits klager de gegevens schriftelijk aanlevert, het goederen betreffen die ten tijde van het overlijden van erflaatster aanwezig waren en in de aanvullende boedelbeschrijving wordt opgenomen dat klager eerder dan 31 januari 2013 opdracht heeft verstrekt tot het opmaken van een boedelbeschrijving doch niet in de hoedanigheid van boedelnotaris.
4. De beoordeling
4.1. Op grond van artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan
het tuchtrecht onderworpen. De kamer dient de handelwijze van de notaris te toetsen aan de in
dat artikel omschreven tuchtnorm.
4.2. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat onduidelijkheid bestond over de inhoud van de door klager bij brief van 27 november 2012 verstrekte opdracht. Nadat klager diverse keren tevergeefs heeft gebeld, hebben klager en de notaris eind januari 2013 telefonisch overleg gehad over de inhoud van de opdracht van klager. Tijdens dit telefoongesprek is de inhoud van de opdracht van klager - het opmaken van een akte van boedelbeschrijving - duidelijk geworden.
Op dat moment was de in de vaststellingsovereenkomst van 26 oktober 2012 overeengekomen termijn van drie maanden voor het overleggen van beschikbare informatie verstreken. Dit valt zowel klager als de notaris aan te rekenen, omdat beiden meer voortvarend hadden kunnen handelen. De kamer wijst voor wat betreft klager op de in de vaststellingovereenkomst overeengekomen termijn van
14 dagen voor het verstrekken van de opdracht tot het opmaken van een akte van boedelbeschrijving. Voor wat betreft de notaris heeft te gelden dat de notaris eerder contact met klager had kunnen opnemen. Ter discussie staat of de notaris in vorenbedoeld telefoongesprek de opdracht van klager heeft bevestigd. Het betoog van klager dat hij nog immer geen uitsluitsel van de notaris heeft gehad of de notaris de opdracht van klager aanneemt, vindt geen steun in de stukken.
Uit het e-mailbericht van de notaris van 5 april 2013 blijkt immers dat de notaris de boedelbeschrijving zal opmaken. Wel was het beter geweest als de notaris de opdracht schriftelijk
aan klager zou hebben bevestigd. Wellicht dat klager dan - ondanks het verstrijken van de in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen termijn - nog beschikbare informatie had kunnen overleggen. Ook had de notaris het toezenden van een concept van de akte boedelbeschrijving aan klager niet achterwege mogen laten. De kamer wijst in dit verband op de uitspraak van de kamer van toezicht Zutphen van 6 december 2012, LJN YC0923. Dit klachtonderdeel is dus deels gegrond.
Uit voormelde uitspraak volgt eveneens dat niet alle erfgenamen c.q. opdrachtgevers opgeroepen hoeven te worden voor het passeren van de akte boedelbeschrijving. Met betrekking tot het passeren van de akte van boedelbeschrijving treft de notaris dus geen verwijt.
Voor wat betreft het tweede klachtonderdeel - de notaris heeft klager geen (gespecificeerde) nota toegezonden - overweegt de kamer als volgt. Ingevolge artikel 55 Wna is de notaris verplicht om op verzoek van de cliënt een rekening van zijn honorarium voor ambtelijke werkzaamheden en de overige aan de zaak verbonden kosten op te maken, waaruit duidelijk blijkt op welke wijze het in rekening gebrachte bedrag is berekend. De kamer heeft - gelet op de door de notaris gegeven verklaring -
begrip voor het feit dat de notaris ten tijde van het passeren van de akte van boedelbeschrijving geen gespecificeerde nota kon verstrekken. Klager heeft de notaris nadien - op 1 augustus 2013 - om een gespecificeerde rekening verzocht. De notaris heeft hieraan geen gehoor gegeven, omdat klager de notaris uitdrukkelijk had verboden contact met hem op te nemen. Het vorenstaande laat evenwel onverlet dat het op de weg van de notaris had gelegen om de voorschotnota niet alleen aan de broer van klager doch ook aan klager toe te sturen, omdat klager mede opdracht heeft gegeven tot het opstellen van de akte van boedelbeschrijving. Ook had het op de weg van de notaris gelegen
om bij het toezenden van het afschrift van de akte van boedelbeschrijving aan klager mee te delen
dat en waarom een definitieve nota nog niet kon worden gemaakt en dat de voorschotnota dekkend was voor de tot dat moment verrichte werkzaamheden. Het tweede klachtonderdeel is dan ook deels gegrond.
Klager heeft tot slot nog betoogd dat de notaris zijn beroepsgeheim heeft geschonden.
Dit betoog faalt, nu klager de daaraan ten grondslag liggende stellingen tegenover de betwisting
van de notaris niet nader heeft onderbouwd. Het derde klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
De notaris heeft nog aangegeven dat hij bereid is om - zo klager daarmee kan instemmen en de kamer daartoe opdracht geeft - een aanvullende boedelbeschrijving op te maken. Het verstrekken van een opdracht tot het opmaken van een aanvullende boedelbeschrijving gaat evenwel het bestek van de tuchtrechtprocedure te buiten.
4.3. Gelet op het voorgaande is de kamer van oordeel dat de wijze waarop de notaris met klager heeft gecommuniceerd te wensen overlaat. De klachtonderdelen 1 en 2 zijn deels gegrond.
Mede gezien het feit dat de notaris ter zitting zijn verontschuldiging heeft aangeboden, is de kamer
van oordeel dat er in casu geen noodzaak bestaat tot het opleggen van een maatregel.
Ten behoeve van de uitoefening van de tuchtrechtspraak door de kamers voor het notariaat en het gerechtshof te Amsterdam zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de kamers en het gerechtshof niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.Ten behoeve van de uitoefening van de tuchtrechtspraak door de kamers voor het notariaat en het gerechtshof te Amsterdam zijn de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de kamers en het gerechtshof niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22.
5. De beslissing
5.1. verklaart de klacht voor zover het klachtonderdeel 1 en 2 betreft deels gegrond
zonder oplegging van een maatregel;
5.2.
verklaart de klacht voor zover het klachtonderdeel 3 betreft ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.A.W. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, mr. H.G. Robers, rechterlijk lid, mr. M.A.M. Kessels, plaatsvervangend notaris lid, mr. J.A.P. Dings, plaatsvervangend notaris lid, en mr. G.A.M. van Lith, plaatsvervangend belasting lid.
Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2014 door mr. S.J.G.N.M. Willard, plaatsvervangend voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.E.L.A.M. de Groot-Hofstad als secretaris.
Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.