ECLI:NL:TNORSHE:2014:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/104
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2014:17 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-10-2014 |
| Datum publicatie: | 27-10-2014 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2013/104 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: |
|
| Inhoudsindicatie: | Afwikkeling nalatenschap door notaris als gevolmachtigde van executeur. Klagers (enig erfgenamen van hun vader) hadden ruim 20 jaar geen contact gehad met vader toen hij kwam te overlijden. Na zijn overlijden vermoeden zij dat anderen zich goederen van vader hebben toegeëigend. Dit vermoeden wordt bevestigd als 2,5 jaar na het overlijden schilderijen die in het testament zijn omschreven, worden afgegeven bij de politie. In de tussenliggende periode hebben klagers de notaris bij herhaling verzocht aangifte te doen bij de politie. De notaris heeft dit geweigerd; wel heeft zij op enig moment een verklaring afgelegd bij de politie. Klagers verwijten haar (samengevat) een weigerachtige werkhouding. Naar het oordeel van de kamer ligt het niet op de weg van een notaris, die als executeur optreedt, om naast dan wel namens erfgenamen aangifte te doen van een mogelijk strafbaar feit, als voor het plegen daarvan naar het oordeel van de notaris onvoldoende bewijs voor handen is. Dit kan anders zijn indien een notaris, bijvoorbeeld in het kader van het passeren van een testament, kort voor het overlijden van een erflater een huisbezoek heeft gebracht waarbij is geconstateerd dat er een volledige inboedel aanwezig is, terwijl de notaris na het overlijden van de erflater van erfgenamen verneemt dat niets meer in de woning van erflater aanwezig is. Dan kan de notaris daarover immers uit eigen wetenschap verklaren. Nu daarvan in deze zaak geen sprake is, is de kamer van oordeel dat de notaris niet kan worden verweten dat zij (voordat de schilderijen bij de politie werden afgegeven) zelf geen aangifte heeft gedaan. Ook het verwijt dat de notaris zich weigerachtig heeft opgesteld en dat zij de belangen van klagers onvoldoende heeft behartigd, acht de kamer niet terecht. Klagers deels niet-ontvankelijk, klacht overigens ongegrond. |
Klachtnummer : SHE/2013/104
Datum uitspraak : 20 oktober 2014
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH
De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van
de heer […] (verder: klager),
wonende in [woonplaats], en
mevrouw […] (verder: klaagster, dan wel gezamenlijk: klagers),
wonende in [woonplaats],
tegen
notaris […] (verder: de notaris),
gevestigd in [vestigingsplaats].
1. De procedure
1.1. Klagers hebben bij brief van 11 november 2013 een klacht geformuleerd tegen de notaris. Deze klacht is op 12 november 2013 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden.
1.2. Omdat de notaris plaatsvervangend lid is van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, heeft het gerechtshof in Amsterdam bij beslissing van 21 november 2013 de kamer voor het notariaat in het ressort ’s‑Hertogenbosch (verder: de kamer) belast met de behandeling van de klacht.
1.3. Op verzoek van de kamer hebben klagers hun klacht aangevuld. De notaris heeft daarna op de klacht geantwoord, waarna is gerepliceerd en gedupliceerd.
1.4. Vervolgens zijn klagers en de notaris uitgenodigd voor een gesprek met mr. S.J.G.N.M. Willard, plaatsvervangend voorzitter van de kamer. Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 7 april 2014. Klagers hebben tijdens het gesprek de inhoud van hun klacht toegelicht en de notaris heeft haar handelwijze uiteengezet. Omdat de klacht niet vatbaar bleek voor een minnelijke schikking, heeft de plaatsvervangend voorzitter de zaak verwezen naar de volle kamer.
1.5. De kamer heeft de klacht behandeld op 15 september 2014. Klagers en de notaris zijn ter zitting verschenen. Zij hebben hun standpunten over en weer toegelicht.
2. De feiten
2.1. Het huwelijk van de ouders van klagers is in 1978 ontbonden door echtscheiding.
2.2. Op 7 april 1982 heeft de vader van klagers (verder: vader) een testament opgemaakt, waarbij hij onder meer diverse schilderijen heeft gelegateerd. Dit testament is gepasseerd door notaris mr. [x], inmiddels oud-notaris. Hij is de vader van de notaris. Bij codicil, gedateerd 13 april 1982, heeft vader mr. [x] tot executeur benoemd.
2.3. Oud-notaris [x] heeft de executeursbenoeming aanvaard en hij heeft zijn dochter (de notaris) gevolmachtigd om de benodigde werkzaamheden uit te voeren.
2.4. Sinds eind tachtiger jaren hebben klagers niet of nauwelijks nog contact gehad met vader.
2.5. Vader is overleden op 25 juni 2010. In opdracht van de familie [y] is vader op 29 juni 2010 gecremeerd, zonder dat deze familie vooraf heeft geïnformeerd of er bij testament of codicil iets was vastgelegd over de wensen van vader. Klagers zijn de enige erfgenamen van vader. Zij hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard.
2.6. Klagers hebben pas na de crematie vernomen dat vader was overleden. Toen hebben zij ook pas begrepen dat de familie [y] (zijnde de schoonzuster van klager en haar echtgenoot) al sinds 1985 contact onderhield met vader.
2.7. Op 6 juli 2010 heeft klaagster telefonisch contact opgenomen met de notaris en is een afspraak gemaakt voor een eerste bespreking op 8 juli 2010. Op 6 juli 2010 heeft de notaris ook telefonisch contact opgenomen met mevrouw [y], die eerder met de notaris contact had gezocht om informatie te krijgen over de nalatenschap. Omdat zij geen contact kreeg, heeft de notaris op de voicemail ingesproken dat mevrouw [y] geen rechthebbende is en dat zij dus geen recht heeft op inzage van het testament van vader en ook geen recht heeft op goederen van vader.
2.8. Na het gesprek met de notaris zijn klagers naar de woning van vader gegaan. Zij waren op dat moment nog niet in het bezit van een sleutel van de woning, maar konden door de ramen zien dat de woning al gedeeltelijk was ontruimd, hetgeen werd bevestigd door een buurvrouw van vader. Ook werd hen duidelijk dat de familie [y] de kamer in het verpleegtehuis, waar vader de laatste periode van zijn leven verbleef (gedeeltelijk) had ontruimd. Klagers hebben de notaris daarvan direct op de hoogte gesteld. Op 9 juli 2010 hebben klagers aangifte gedaan bij de politie van het weghalen van goederen uit de woning van vader.
2.9. Op 9 juli 2010 heeft mevrouw [y] de notaris gemeld dat er gelden waren opgenomen van de rekening van vader. De notaris heeft haar gevraagd om terugbetaling van die gelden en om afgifte van de administratie en de goederen van vader. Ook op 12 juli 2010 is er telefonisch contact geweest tussen de notaris en de familie [y], waarbij werd gemeld dat goederen en administratie zouden worden teruggebracht.
2.10. Vervolgens heeft de familie [y] op 13 juli 2010 een bedrag van € [...] gestort op de rekening ten behoeve van de nalatenschap, waarna op 17 juli 2010 goederen en foto’s van vader aan klager zijn afgegeven. De notaris heeft op 19 juli 2010 per post administratie van de familie [y] ontvangen, die zij aan klagers heeft overhandigd.
2.11.
Klagers hebben de notaris op 30 augustus 2010 bericht dat hun aangifte bij gebrek
aan bewijs niet verder door de politie in behandeling werd genomen. Klagers hebben
de notaris bij herhaling verzocht aangifte te doen bij de politie omdat zij dit tot
haar taak vonden behoren.
2.12. Op 27 januari 2011 heeft klager een bezwaarformulier ingediend bij de KNB met betrekking tot de handelwijze van de notaris.
2.13. Bij brief van 10 juni 2011 heeft de notaris aan klagers een overzicht toegezonden van de ontvangsten en uitgaven met betrekking tot de nalatenschap van vader. Om tot een spoedige afwikkeling te komen en verdere discussies over haar tarief te voorkomen heeft de notaris klagers in die brief een korting aangeboden van één/derde deel van het normaal te berekenen tarief, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat klagers daarmee zonder verder voorbehoud akkoord gaan. Klagers hebben daarop gereageerd bij brief van 13 juni 2011.
2.14. Vervolgens heeft de notaris bij brief van 22 juni 2011 (onder meer) aan klagers bericht dat zij bereid was contact op te nemen met de politie, mits klagers ermee zouden instemmen dat zij de door haar te investeren tijd aan hen in rekening zou brengen tegen een tarief van € 145,00 per uur.
2.15. Op 19 juli 2011 heeft de notaris bij de heer R. Jonkman, inspecteur bij de politie Gelderland-Midden, een getuigenverklaring afgelegd.
2.16. Op 27 december 2012 heeft de politie aan de notaris bericht dat er twee schilderijen waren afgegeven ten behoeve van klagers. Degenen die de schilderijen hadden afgegeven hadden bij de politie verklaard dat deze schilderijen bij leven door vader aan hen waren geschonken. Begin januari 2013 heeft de notaris op verzoek van klagers een notitie gemaakt ten behoeve van het doen van aangifte. De schilderijen zijn op 18 januari 2013 door klagers bij de politie afgehaald. Het betreft twee schilderijen die in het testament van vader zijn omschreven.
2.17. Op 30 januari 2013 heeft de notaris telefonisch contact opgenomen met de politie om een afspraak te maken voor het doen van aangifte. De politie heeft de notaris meegedeeld dat destijds wel onderzoek was gedaan naar de handelwijze van de familie [y], maar dat onvoldoende bewijs was verkregen dat de schilderijen zich ten tijde van het overlijden nog in de woning van vader bevonden. Om die reden had de politie de zaak eerder geseponeerd. De notaris was meegedeeld dat het in 2013 niet meer mogelijk was om voor de tweede maal aangifte te doen in verband met de verdwijning van de schilderijen.
3. De klacht
3.1. Klagers stellen dat zij de werkhouding van de notaris als weigerachtig, stagnerend en niet ondersteunend hebben ervaren. Zo stellen zij dat zij de notaris bij herhaling hebben gevraagd om aangifte te doen bij de politie omdat de familie [y] de crematie van vader had geregeld zonder daarvan mededeling te doen aan de erfgenamen, dat zij zich goederen hadden toegeëigend die in eigendom toebehoorden aan vader en dat zij geld van de bankrekening van vader hadden opgenomen. Zij verwijten de notaris dat zij niet eerder dan nadat de familie [y], ruim twee jaar na het overlijden van vader, twee schilderijen bij de politie had afgegeven, bereid was om alsnog een verklaring af te leggen bij de politie. Verder verwijten zij de notaris dat zij de vriendschap van de familie [y] met vader voldoende claim vond om de wettige erfgenamen in de kou te laten staan en dat zij aan klagers bij haar eindafrekening een schikkingsvoorstel heeft verstuurd onder voorwaarde dat zij zouden afzien van enige reclamering. Ook willen zij compensatie voor de door hen geleden schade.
3.2. De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Op de inhoud van dit verweer zal bij de beoordeling (voor zover van belang) nader worden ingegaan.
4. De beoordeling
Ontvankelijkheid
4.1. Allereerst is de vraag aan de orde of klagers ontvankelijk zijn in de klacht. Een klacht kan namelijk slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen (artikel 99, lid 15, Wet op het notarisambt, verder: Wna). De klacht is door de kamer ontvangen op 12 november 2013, zodat klagers niet-ontvankelijk zijn in hun klacht voor zover deze betrekking heeft op de handelwijze van de notaris voorafgaand aan 12 november 2010.
4.2. Voor zover klagers financiële compensatie verzoeken, zijn zij niet-ontvankelijk in dat verzoek omdat de Wna niet in een dergelijke mogelijkheid voorziet.
4.3. Op grond van artikel 93, lid 1, Wna zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De kamer dient de handelwijze van de notaris, die haar werkzaamheden heeft verricht als gevolmachtigde van de executeur, te toetsen aan de in dat artikel omschreven tuchtnorm. Daarbij zal onderscheid worden gemaakt tussen de gang van zaken rond de door klagers gewenste aangifte bij de politie en de wijze waarop de notaris haar werkzaamheden in rekening heeft gebracht en/of daarover heeft gecommuniceerd.
Handelwijze rond aangifte
4.4. Klagers hebben zelf op 9 juli 2010, de dag nadat zij een eerste gesprek met de notaris hadden gehad en bij de woning van vader en in zijn kamer in het verpleeghuis waren gaan kijken, bij de politie aangifte gedaan tegen de familie [y]. Ter beoordeling ligt de vraag voor of de notaris (sinds 12 november 2010) tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door zelf geen aangifte te doen tegen deze familie en of zij zich als executeur voldoende heeft ingespannen om de belangen van klagers te behartigen.
4.5. In dat verband wordt vooropgesteld dat vast staat dat klagers ruim 20 jaar geen contact hadden gehad met vader en dat noch klagers, noch de notaris, uit eigen wetenschap konden verklaren welke goederen in de woning van vader en in zijn kamer in het verpleeghuis aanwezig waren voordat hij kwam te overlijden.
4.6. Klagers hadden weliswaar een serieus vermoeden dat de familie [y] goederen uit de woning en uit de kamer van vader in het verpleegtehuis had verwijderd, maar zij hebben naar het oordeel van de politie niet, althans niet voldoende concreet, kunnen aantonen om welke goederen het ging en of de handelwijze van de familie [y] in strijd was met de wensen van vader. Om die reden is de aangifte van klagers niet verder in behandeling genomen.
4.7. Naar het oordeel van de kamer ligt het niet op de weg van een notaris, die als executeur optreedt, om naast dan wel namens erfgenamen aangifte te doen van een mogelijk strafbaar feit, als voor het plegen daarvan naar het oordeel van de notaris onvoldoende bewijs voor handen is. Dit kan anders zijn indien een notaris, bijvoorbeeld in het kader van het passeren van een testament, kort voor het overlijden van een erflater een huisbezoek heeft gebracht waarbij is geconstateerd dat er een volledige inboedel aanwezig is, terwijl de notaris na het overlijden van de erflater van erfgenamen verneemt dat niets meer in de woning van erflater aanwezig is. Dan kan de notaris daarover immers uit eigen wetenschap verklaren. Nu daarvan in deze zaak geen sprake is, is de kamer van oordeel dat de notaris niet kan worden verweten dat zij (voordat de schilderijen eind december 2012 bij de politie werden afgegeven) zelf geen aangifte heeft gedaan.
4.8. Ook het verwijt dat de notaris zich weigerachtig heeft opgesteld en dat zij de belangen van klagers onvoldoende heeft behartigd, acht de kamer niet terecht. Daarbij neemt de kamer in aanmerking dat de notaris heeft bewerkstelligd dat de gelden, die de familie [y] had opgenomen van de rekening van vader, medio juli 2010 naar de rekening van de erven zijn overgemaakt. Op verzoek van de notaris heeft de familie [y] ook diverse goederen, administratie en foto’s afgegeven ten behoeve van klagers. Bovendien heeft de notaris op 19 juli 2011 bij de politie wel een getuigenverklaring afgelegd over de gang van zaken rond de nalatenschap (in dat verband wordt mede verwezen naar r.o. 4.15) en heeft zij, nadat twee in het testament omschreven schilderijen eind december 2012 aan de politie waren overhandigd, begin januari 2013 op verzoek van klagers een schriftelijke verklaring opgesteld ten behoeve van het doen van aangifte. Dat de politie een dergelijke (nieuwe) aangifte niet in behandeling wilde nemen, kan niet aan de notaris worden verweten. Het valt te betreuren dat klagers de werkhouding van de notaris als terughoudend en onwelwillend hebben ervaren, maar naar het oordeel van de kamer is de notaris klagers in de gegeven omstandigheden voldoende behulpzaam geweest. Dit onderdeel van de klacht zal dan ook ongegrond worden verklaard.
In rekening brengen van werkzaamheden
4.9. Uit de klacht begrijpt de kamer dat klagers de notaris verder verwijten dat zij bij brief van 10 juni 2011 onder voorwaarden een “verkapt schikkingsvoorstel” aan hen heeft gedaan. Bij genoemde brief, waarbij de notaris klagers een overzicht heeft toegezonden van de ontvangsten en uitgaven
betreffende de nalatenschap, heeft de notaris klagers onder meer als volgt bericht:
“Om tot een spoedige afwikkeling te kunnen komen en verdere discussies over mijn tarief te voorkomen bied ik u een korting van één/derde deel van het normaal te berekenen tarief, zulks onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat u hiermee zonder verder voorbehoud akkoord gaat.”
4.10. Klagers hebben dit voorstel van de notaris, blijkens hun brief van 13 juni 2011, als volgt geïnterpreteerd:
“Gewend korting te krijgen op iets dat mankementen vertoont, schade heeft of op slecht bewezen diensten, komt dit op ons over dat u zelf ook vindt dat de door u “verleende diensten” werkelijk de toets der kritiek niet kunnen doorstaan”.
De notaris heeft klagers vervolgens, mede naar aanleiding van het telefoongesprek dat zij nadien hebben gevoerd, bij brief van 22 juni 2011 bericht dat het zeker niet haar bedoeling was hen daarmee het zwijgen op te leggen. Op verzoek van klagers heeft zij haar werkzaamheden alsnog zonder de genoemde korting aan hen in rekening gebracht.
4.11. Het feit dat de notaris heeft aangeboden haar rekening te matigen in verband met de ontevredenheid van klagers over de gang van zaken, leidt niet vanzelfsprekend tot de conclusie dat de notaris dus erkent onjuist te hebben gehandeld en dat zij door het stellen van de genoemde voorwaarde zou hebben geprobeerd te voorkomen dat daarover zou kunnen worden geklaagd. Het is niet ongebruikelijk dat een nota uit coulance wordt gematigd; daar kunnen uiteenlopende redenen voor zijn. Naar het oordeel van de kamer is niet gebleken dat de notaris met het door haar gedane voorstel heeft beoogd een onjuiste handelwijze te maskeren. Dit onderdeel van de klacht zal dan ook ongegrond worden verklaard.
4.12. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat klagers, indien zij van mening zijn dat de notaris de door haar verrichte werkzaamheden niet juist aan hen in rekening heeft gebracht, daarover een klacht kunnen indienen bij de Geschillencommissie Notariaat. Dit betreft geen tuchtrechtelijke kwestie waarover bij de kamer voor het notariaat kan worden geklaagd.
4.13. Verder verwijten klagers de notaris dat zij ten onrechte betoogt dat zij niet eerder dan in juli 2011 een verklaring heeft afgelegd bij de politie, omdat haar toen pas duidelijk was dat klagers bereid waren om de daarmee verband houdende extra kosten voor hun rekening te nemen. Klagers stellen dat zij van aanvang af bereid zijn geweest dergelijke extra kosten te betalen. Zij vinden het dan ook niet juist dat de notaris stelt dat zij om die reden zo lang heeft gewacht voordat zij naar de politie is gegaan.
4.14. Bij haar brief van 14 juni 2011, waarbij de notaris reageert op de bezwaren van klagers tegen het door haar bij brief van 10 juni 2011 gedane aanbod, heeft zij (onder meer) aan klagers bericht:
“Zoals mij bekend is het uw wens om aangifte in te dienen wegens het ten onrechte ontruimen van de woning en de kamer van uw vader. Mijn voorstel maakt dit voor u mogelijk. Uw brief lijkt wederom te impliceren dat u van mijn kant actie verwacht, terwijl u blijkens eerdere correspondentie niet bereid bent de daarmee gepaard gaande kosten voor uw rekening te nemen. U kunt dit niet van mij verwachten. ”
4.15. In antwoord daarop hebben klagers bij e-mailbericht van 16 juni 2011 aan de notaris bericht dat het hen vanaf het begin al niet duidelijk is wat de ware reden is dat zij hen de rekening wil laten betalen en dat zij erop wijzen dat de familie [y] aansprakelijk is voor de kosten die de notaris maakt. Zij willen ook dat de notaris de familie [y] daarvoor aansprakelijk “acht”. Naar aanleiding van die reactie van klagers heeft de notaris bij brief van 22 juni 2011 aan klagers meegedeeld dat zij bereid is contact op te nemen met de politie, mits klagers bereid zijn de door haar te investeren tijd overeenkomstig het tarief van € 145,00 per uur, te vermeerderen met omzetbelasting, te vergoeden. Klagers hebben daarop gereageerd bij e-mailbericht van 23 juni 2011, waarna de notaris hen bij brief van 29 juni 2011 heeft bericht dat zij begrijpt dat klagers niet wensen te betalen voor de door haar te besteden tijd in verband met gesprekken met de politie. Nadien hebben zij de notaris klaarblijkelijk bericht dat zij wel zouden betalen voor de door haar te verrichten diensten, waarna de notaris op 19 juli 2011 een verklaring heeft afgelegd bij de politie.
4.16. Vast staat dat klagers in hun e-mailbericht van 16 juni 2011 aan de notaris te kennen hebben gegeven dat zij van mening waren dat de familie [y] aansprakelijk was voor de desbetreffende kosten en dat zij vanaf het begin al nooit hadden begrepen waarom dat anders zou zijn. Nu uit de overgelegde stukken niet blijkt dat klagers er eerder wél uitdrukkelijk mee hadden ingestemd dat de notaris deze kosten aan hen in rekening zouden brengen, is de kamer van oordeel dat het er voor moet worden gehouden dat het tot medio 2011 voor de notaris niet, dan wel onvoldoende, duidelijk was dat klagers bereid waren de te verrichten (extra) werkzaamheden voor de contacten met de politie aan haar te vergoeden. Mede gelet op de verwachte omvang van de nalatenschap en onzekerheid over de vraag of de contacten met de politie alsnog zouden bijdragen aan het door klagers gewenste resultaat, is de kamer van oordeel dat de notaris op dat punt terecht terughoudend is geweest totdat duidelijkheid ontstond over de voldoening van de kosten. Daarom zal ook dit onderdeel van de klacht ongegrond worden verklaard.
4.17. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat:
verklaart klagers niet-ontvankelijk voor zover hun klacht betrekking heeft op de handelwijze van de notaris voor de datum van 12 november 2010 en voor zover hun klacht strekt tot het toekennen van financiële compensatie;
verklaart de klacht overigens ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.M. Weerkamp, plaatsvervangend voorzitter, mr. J.H.L.M. Snijders, plaatsvervangend rechterlijk lid, mr. M.A.M. Kessels, plaatsvervangend notarislid, mr. R.L.G.M. Steegmans, plaatsvervangend notarislid, en mr. R.J.M.G. Oostveen, plaatsvervangend belastinglid.
Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2014 door mr. S.J.G.N.M. Willard, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van Vliet als secretaris.
Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.