ECLI:NL:TNORSHE:2014:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/5
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2014:13 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 18-08-2014 |
| Datum publicatie: | 21-08-2014 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2014/5 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Testatrice (88 jaar oud) neemt diverse legaten op in haar testament. Beoordeling wilsbekwaamheid. Naar het oordeel van de kamer is niet gebleken dat er ten tijde van de contacten die testatrice met de notaris heeft gehad, sprake was van zodanig bijzondere omstandigheden dat deze voor de notaris duidelijk aanleiding hadden moeten vormen nader onderzoek te doen naar de geestestoestand van testatrice. Klacht ongegrond. |
Klachtnummer : SHE/2014/5
Datum uitspraak : 18 augustus 2014
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH
De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van
de heer ir. [x], (verder: klager),
wonende in […],
tegen
notaris de heer mr. [y], (verder: de notaris),
gevestigd in […].
1. De procedure
1.1. Op 8 januari 2014 heeft de kamer voor het notariaat (verder: de kamer) een brief ontvangen van klager, waarbij hij een klacht formuleert tegen de notaris. De notaris heeft op de klacht geantwoord, waarna is gerepliceerd en gedupliceerd.
1.2. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft de zaak verwezen naar de volle kamer.
1.3. De kamer heeft de klacht behandeld op 21 juli 2014. Klager en de notaris zijn ter zitting verschenen. Zij hebben hun standpunt over en weer toegelicht.
2. De feiten
2.1. Klager is een neef van mevrouw [q], geboren op […] 1924 (verder: tante [q]). Tante [q] was ongehuwd en had geen kinderen. Zij heeft langdurig samengewoond met haar zuster […] (verder ook: tante [w]). Tante [w] is op 7 april 2012 overleden. Zij had tante [q] tot haar enig erfgename benoemd. Zij woonde destijds in verzorgingstehuis [*] in […].
2.2. De notaris heeft op 19 april 2012 een akte gepasseerd, waarbij tante [q] haar testament heeft gewijzigd.
2.3. Op 22 mei 2012 heeft tante [q] in het verzorgingstehuis een verklaring van zuivere aanvaarding van de nalatenschap van tante [w] ondertekend.
2.4. Tante [q] is op […] oktober 2013 overleden. Volgens opgave van de notaris bestaat haar nalatenschap uit een woonhuis (waarde circa € […]), 3,27 ha grond (waarde circa € […]) en banktegoeden ten bedrage van circa € […].
2.5. Bij testament heeft tante [q] geldbedragen gelegateerd, te weten bedragen van € […] aan de heer [a] (een aangetrouwde neef van tante [q]), aan diens echtgenote [b] en aan elk van hun twee kinderen. Ook heeft zij € […] gelegateerd aan mevrouw [c], € […] aan elk van haar twee kinderen, alsmede € […] aan een petekind van mevrouw [c]. Onder de last van genoemde legaten (van in totaal € […]) zijn klager en negen anderen (de kinderen van haar broers en zussen) als erfgenaam benoemd. De heer [a] en mevrouw [c] zijn tot executeur benoemd.
2.6. Mevrouw [c] was destijds als leidinggevende (lid van het managementteam) verbonden aan het verzorgingstehuis waar tante [q] verbleef.
3. De klacht
3.1. Klager stelt dat tante [q] haar testament heeft gewijzigd onder druk van de heer [a], diens echtgenote en mevrouw [c]. Volgens klager heeft tante [q] aan hem meegedeeld dat de ondertekening van het testament in aanwezigheid van de heer [a] heeft plaatsgevonden in het verzorgingstehuis en dat zij enkel “bij het kruisje” hoefde te tekenen, zonder bedenktijd en zonder goed overleg. Om die reden gaat klager er vanuit dat de notaris het testament heeft opgesteld in overleg met de heer [a]. Volgens klager heeft de notaris onvoldoende zorg betracht bij het beoordelen van de wilsbekwaamheid van tante [q] en had hij attent moeten zijn op machtsposities, te meer omdat tante [q] voor haar verzorging afhankelijk was van de heer [a] en diens echtgenote, terwijl mevrouw [c] verbonden was aan het verzorgingstehuis waar tante [q] verbleef. Verder verwijt klager de notaris dat hij tante [q] niet heeft gewezen op de mogelijkheid om erfbelasting te besparen en op de mogelijke gevolgen van het testament voor de onderlinge familieverhoudingen.
3.2. De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dit verweer wordt hierna, voor zover relevant, besproken.
4. De beoordeling
4.1. Op grond van artikel 93, lid 1, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De kamer dient de handelwijze van de notaris te toetsen aan de in dat artikel omschreven tuchtnorm.
Ontvankelijkheid
4.2. De notaris stelt allereerst dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht omdat enkel de belangen van de testateur voor de notaris maatgevend zijn. Hij ziet niet in hoe hij de belangen van klager (die volgens hem als derde moet worden aangemerkt) zou hebben kunnen schaden door het verlijden van het testament van tante [q].
4.3. De kamer verwerpt dit verweer. Op grond van artikel 99, lid 1, Wna kan een ieder met enig redelijk belang een klacht indienen bij de kamer. Vast staat dat klager mede-erfgenaam is. Om die reden is de kamer van oordeel dat hij een rechtens te respecteren belang heeft bij de beoordeling van de handelwijze van de notaris. Klager is dan ook ontvankelijk in zijn klacht.
Wilsbekwaamheid
4.4. Bij de inhoudelijke beoordeling van de klacht wordt vooropgesteld dat op een notaris een zwaarwegende zorgplicht rust om na te gaan of is voldaan aan de voorwaarden die moeten worden vervuld voor het intreden van de rechtsgevolgen die zijn beoogd met de in een akte opgenomen rechtshandeling. In dat kader moet een notaris onder meer nagaan of de betrokkene in staat is zich een rechtens relevante wil te vormen in de zin van het bepaalde bij artikel 3:33 van het Burgerlijk Wetboek; de betrokkene moet voor het tekenen van een notariële akte in staat zijn tot een redelijke waardering van de inhoud daarvan en deze dient overeen te stemmen met de wil van de betrokkene.
4.5. Opmerking verdient dat het door klager genoemde Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening een toetsingskader biedt aan notarissen die zich in voorkomende gevallen een oordeel moeten vormen over de wilsbekwaamheid van een cliënt. In het Stappenplan staan indicatoren vermeld die aanleiding kunnen vormen voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid. Indien een notaris- ook al heeft hij kennis van het bestaan van een of meerdere indicatoren- geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de betrokkene, hoeft hij het Stappenplan niet (verder) te volgen. Van belang hierbij is de indruk die de betrokkene maakt tijdens het contact met de notaris.
4.6. Ter beoordeling ligt de vraag voor of moet worden aangenomen dat tante [q] niet in staat was om haar wil (in vrijheid) te bepalen, zodanig dat de indruk die de notaris van haar kreeg hem had behoren te weerhouden van het passeren van de akte. Het is vaste jurisprudentie dat de notaris, uitsluitend indien bijzondere omstandigheden daartoe duidelijk aanleiding geven, gehouden is een onderzoek in te stellen naar de geestestoestand van zijn cliënt.
4.7. De kamer dient te beoordelen of dergelijke bijzondere omstandigheden aanwezig waren ten tijde van de gesprekken die de notaris met tante [q] heeft gevoerd. Op basis van de informatie die de notaris schriftelijk en mondeling heeft verstrekt, gaat de kamer ervan uit dat de gang van zaken als volgt is geweest. Tante [q] heeft zelf telefonisch contact opgenomen met de notaris om een afspraak te maken voor een gesprek over een testament. De eerste bespreking met de notaris heeft, buiten aanwezigheid van derden, plaatsgevonden op 13 maart 2012 op het kantoor van de notaris. Daarbij zijn onder meer de gezinssituatie van tante [q], haar gezondheidssituatie, haar vermogenspositie en haar wensen omtrent de erfopvolging aan de orde geweest. Ook de geestestoestand van tante [w], die op dat moment op een gesloten afdeling van [*] verbleef, is daarbij onderwerp van bespreking geweest en vormde voor tante [q] (mede) aanleiding om haar testament te wijzigen, aldus de notaris. Vervolgens heeft de notaris een concepttestament opgesteld, dat hij bij brief van 22 maart 2012 aan tante [q] heeft toegezonden. Bij dezelfde brief heeft hij ook een blanco versie van een levenstestament gevoegd.
4.8. Naar aanleiding van het concepttestament heeft tante [q] telefonisch contact opgenomen met het notariskantoor en heeft zij aan de kandidaat-notaris die op het notariskantoor werkzaam is meegedeeld dat zij het concept op enkele punten wilde wijzigen. Vervolgens heeft de notaris bij brief van 10 april 2012 een aangepast concepttestament aan haar toegezonden. In de begeleidende brief heeft hij duidelijk omschreven welke onderdelen en welke bedragen zijn gewijzigd ten opzichte van de eerdere versie van het concepttestament.
4.9. Op 17 april 2012 heeft tante [q] telefonisch contact opgenomen met het notariskantoor voor het maken van een passeerafspraak op 19 april 2012, welke afspraak door de notaris bij brief van 17 april 2012 schriftelijk aan haar is bevestigd.
4.10. Op 19 april 2012 heeft tante [q] het kantoor van de notaris opnieuw bezocht. Voorafgaand aan het ondertekenen van het testament heeft zij, buiten aanwezigheid van derden, onder meer gesproken over het recente overlijden van haar zus [w] en over de vraag of zij haar testament, gegeven de omstandigheid van dat overlijden, toch op dat moment wenste te passeren. Tante [q] had daarover nagedacht en wilde het op dat moment afwikkelen, aldus de notaris. Verder heeft de notaris aan haar meegedeeld dat zij het testament te allen tijde zou kunnen herroepen en is de inhoud daarvan nogmaals stap voor stap met haar doorgenomen. Nadat tante [q] de vraag of het testament overeenstemde met haar wensen bevestigend had beantwoord, heeft zij dit ondertekend.
4.11. De notaris stelt dat hij tijdens de twee besprekingen die hij met tante [q] heeft gevoerd niet heeft ervaren dat zij onder druk zou staan of dat zij op enig moment zenuwachtig of angstig oogde. Hij heeft verklaard dat er voor hem geen enkele aanleiding bestond om te twijfelen aan het vermogen van tante [q] om haar (uiterste) wil in vrijheid te bepalen. Hij heeft dan ook geen aanleiding gezien om de wilsbekwaamheid van tante [q] nader te (laten) onderzoeken.
4.12. Gelet op de toelichting van de notaris gaat de kamer ervan uit dat tante [q] telkens zelf contact met hem heeft opgenomen en dat zij hem tweemaal, buiten afwezigheid van derden, heeft gesproken. Tussen beide gesprekken lag een periode van enkele weken, zodat er geen sprake was van tijdsdruk. De gevorderde leeftijd van een erflater kan weliswaar als een bijzondere omstandigheid worden aangemerkt zoals hiervoor omschreven, maar naar het oordeel van de kamer vormde de leeftijd van tante [q], die destijds 88 jaar oud was, niet een zodanige omstandigheid dat deze de notaris, zonder andere indicatoren die vragen opriepen over haar mogelijkheden om haar wil in vrijheid te bepalen, aanleiding hadden moeten geven voor nader onderzoek naar haar geestestoestand.
4.13. Klager is echter van mening dat daartoe wel degelijk aanleiding bestond. Hij stelt dat er binnen de familie al langere tijd zorgen bestonden over de gezondheidstoestand van tante [q]; zo kampte zij met acute darmproblemen, was zij slechthorend en had zij onder meer last van slapeloosheid, verwardheid en huilbuien. Ook zou zij de in verband met haar klachten aan haar verstrekte medicijnen gedurende langere tijd hebben opgespaard om deze in eenmaal in te nemen in een poging een einde aan haar leven te maken, aldus klager, en zou zij onder behandeling zijn geweest van een psychiater. Omdat zij het leven niet meer zag zitten en er depressieve klachten ontstonden, heeft zij medicatie geslikt, die van invloed was op haar geestestoestand. Daardoor was zij volgens hem uitermate kwetsbaar en emotioneel. Naar aanleiding van de opmerking van de notaris dat er een periode van anderhalf jaar is verstreken tussen het moment van het opmaken van het testament en het overlijden van tante [q], heeft klager desgevraagd verklaard dat de genoemde emotionele (depressieve) problemen zich met name hebben voorgedaan in het laatste levensjaar van tante [q], na het overlijden van haar zuster.
4.14. Zonder voorbij te gaan aan de door de familieleden geuite zorgen over het welbevinden van tante [q], is de kamer van oordeel dat niet is gesteld of gebleken dat er ten tijde van de contacten met de notaris sprake was van zodanig bijzondere omstandigheden dat deze voor de notaris duidelijk aanleiding hadden moeten vormen om nader onderzoek in te stellen naar haar geestestoestand. Wellicht dat de door klager aangegeven omstandigheden van tante [q] zich later hebben voorgedaan, maar daar kon de notaris ten tijde van zijn contact met tante [q] vanzelfsprekend geen rekening mee houden. De kamer is dan ook van oordeel dat de notaris op dat punt voldoende zorgvuldigheid heeft betracht, zodat dit onderdeel van de klacht ongegrond zal worden verklaard.
4.15. Ook het verwijt dat de notaris zich geen rekenschap heeft gegeven van het feit dat mevrouw [c] was verbonden aan het verzorgingstehuis waar tante [q] destijds verbleef, acht de kamer niet terecht. Niet is gebleken dat de notaris daarvan op de hoogte was, terwijl evenmin is gesteld op welke wijze hij er redelijkerwijze van op de hoogte had moeten zijn dat zij als lid van het managementteam aan deze instelling verbonden was.
4.16. Ten aanzien van het verwijt van klager dat de notaris tante [q] had moeten wijzen op de (fiscale en familiale) gevolgen van de door haar gemaakte keuze voor de legaten overweegt de kamer als volgt. De notaris heeft ter zitting verklaard dat tante [q] hem destijds in zeer duidelijke bewoordingen duidelijk heeft gemaakt wat haar wensen waren. Gezien de omvang van de legaten heeft de notaris haar naar eigen zeggen wel degelijk gewezen op de mogelijke consequenties daarvan, zowel op fiscaal als op relationeel gebied. Tante [q] heeft vervolgens uitdrukkelijk bij haar keuze gepersisteerd. Dat de notaris het testament in opdracht van tante [q] aldus heeft verleden, kan hem dan ook bezwaarlijk worden verweten. Dit betekent dat ook dit onderdeel van de klacht ongegrond zal worden verklaard.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat:
verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.A.W. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, mr. P.M. Knaapen, plaatsvervangend rechterlijk lid, mr. J.L.G.M. Mertens, notarislid, mr. J.A.P. Dings, plaatsvervangend notarislid, en mr. J.J.G.M. Kuijpers, belastinglid.
Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2014 door mr. C.M. Wiertz-Wezenbeek, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.E.L.A.M. de Groot-Hofstad als secretaris.
Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.