ECLI:NL:TNORDHA:2015:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-51 en 14-52

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2015:8
Datum uitspraak: 11-02-2015
Datum publicatie: 18-02-2015
Zaaknummer(s): 14-51 en 14-52
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht gegrond zonder maatregel
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de notarissen dat zij jegens hem niet de zorgplicht in acht hebben genomen zoals behoorlijke notarissen betaamt en dat zij partijdig hebben gehandeld bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 11 februari 2015 inzake de klacht onder nummer 14-51 en 14-52 van:

[klager],

hierna ook te noemen: klager,

tegen

[notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna te noemen: de notaris,

[kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [vestigingsplaats],

hierna ook te noemen: de kandidaat-notaris,

beiden tezamen ook te noemen: de notarissen.

De procedure

De Kamer heeft kennisgenomen van:

·         de klacht van 18 augustus 2014, met bijlagen, ingekomen op 19 augustus 2014,

·         het antwoord van de notarissen,

·         de repliek van klager, met bijlagen,

·         de dupliek van de notarissen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 januari 2015. Daarbij waren aanwezig klager en de notarissen.

Van het verhandelde is proces­verbaal opgemaakt met daaraan in afschrift gehecht de op de zitting overgelegde pleitaantekeningen van klager.

De feiten

Op 29 november 2013 is de moeder van klager, mevrouw [naam erflaatster] (hierna te noemen: erflaatster), overleden. Klager heeft 2 broers en 6 zusters. Met één zuster, [B] (B), heeft klager nog goed contact, met de andere broers en zusters niet.

Op 21 maart 2014 heeft de notaris een verklaring van erfrecht afgegeven. Uit deze verklaring van erfrecht blijkt dat de negen kinderen van erflaatster ieder voor 1/9e deel erfgenaam zijn van de nalatenschap. Klager en [B] hebben de erfenis beneficiair aanvaard. De overige erfgenamen hebben zuiver aanvaard. [B] heeft een boedelvolmacht gegeven aan klager en de overige zes erfgenamen hebben boedelvolmacht gegeven aan broer [C]. Klager en [C] zijn op grond van de boedelvolmachten voor zich in privé en tezamen bevoegd en gerechtigd om alle zaken behorende tot de nalatenschap van erflaatster te vorderen, in ontvangst te nemen en daarvoor rechtsgeldig kwijting te verlenen.

Op 9 april 2014 heeft een medewerkster van het notariskantoor, mevrouw [D], een brief gestuurd naar Generali Verzekeringsgroep met daarin het volgende:

“ (...)

Tevens zend ik ingesloten een afschrift van de verklaring van erfrecht, een kopie van het bewijs van overlijden, een kopie van de legitimaties van de twee gevolmachtigden namens de erfgenamen en een kopie van het bankafschrift ten name van de overledene. De uitkering op de polissen dient NIET op deze bankrekening plaats te vinden.

Op verzoek van de erfgenamen verzoek ik u om de uitkering van de verzekerde bedragen, vermeerderd met de eventuele winstbijschrijvingen. De bedragen kunt u overmaken naar rekening [X] ten name van notaris [naam notaris]derdengelden, onder vermelding van [20130637] uitkering polissen”.

(...)”.

De klacht en het verweer van de notarissen

Klager verwijt de notarissen dat zij jegens hem niet de zorgplicht in acht hebben genomen zoals behoorlijke notarissen betaamt en dat zij partijdig hebben gehandeld bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster. Nu twee erfgenamen beneficiair hebben aanvaard, dient de nalatenschap te worden afgewikkeld volgens de wettelijke regels voor vereffening. Dit hebben de notarissen verzuimd aan de overige zeven erfgenamen mee te delen. [C] weigert met klager te overleggen. De notaris handelt in opdracht van [C]. De notarissen verrichten handelingen voor [C] om gelden van de verzekeringspolissen op de kwaliteitsrekening van de notarissen te storten, waarmee de notarissen hun eigen declaraties kunnen voldoen. De nalatenschap wordt door de declaraties van de notarissen uitgehold. De notaris is op de stoel van de rechter gaan zitten door zelf te bepalen, zonder toestemming van klager, welke rekeningen wel en niet betaald mochten worden. Klager was niet op de hoogte van de brief van de medewerkster van de notaris van 9 april 2014. Eenzelfde brieven zijn uitgegaan naar de Belastingdienst en Nationale Nederlanden. Toen klager op de hoogte raakte van deze brieven heeft hij direct contact opgenomen met beide verzekeringsmaatschappijen. Bij Generali was hij te laat, maar bij Nationale Nederlanden heeft hij kunnen bewerkstelligen dat de gelden op de ervenrekening gestort zouden worden, indien [C] zou instemmen.

Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij meegaat in de handelingen van de notaris. Zij is immers de behandelaar van het dossier.

De notarissen hebben het volgende aangevoerd. De notarissen herkennen zich niet in het beeld dat klager schetst. De notarissen respecteren de keuze van klager dat hij de nalatenschap van erflaatster beneficiair heeft aanvaard. De houding van klager is defensief en niet constructief. Om die reden is ervoor gekozen, op voorspraak van [C], gesteund door de zes erfgenamen die [C] een boedelvolmacht hebben gegeven, om de uitkering van Generali Verzekeringsgroep op de kwaliteitsrekening van het notariskantoor te laten storten. Voor het geval er betalingen gedaan zouden moeten worden, zou dat op voorhand niet door klager verhinderd kunnen worden. Het ging om een bedrag van € 113,45. Dit bedrag staat nog steeds op de kwaliteitsrekening en daarvan zijn geen declaraties voldaan. Klager heeft het advies van de notaris om een andere notaris in te schakelen voor bijstand naast zich neergelegd. In de nalatenschap zitten enkele goederen van beperkte waarde. Dit zijn onder andere een viool en een orgel met slechts een waarde van nog geen € 2000,-. Verder zit er een bedrag van € 20.463,- in de nalatenschap. De notarissen hebben de erfgenamen er regelmatig op geattendeerd dat iedere keer dat de notarissen benaderd worden, dat geld kost. Tot nu toe is er € 3.261,- gedeclareerd. De werkzaamheden door de notarissen worden tot een minimum beperkt om de kosten niet te laten oplopen.

Op elke vraag die klager heeft gesteld hebben de notarissen geantwoord. Indien dat niet gebeurd is dan is dat niet met opzet gebeurd en had klager de notarissen mogen herinneren.

De nalatenschap had zeer simpel afgewikkeld kunnen worden. Er is een banktegoed, een viool en een orgel. De instrumenten hadden kunnen worden overhandigd aan de muzikale kleinkinderen (waarmee klager niet heeft ingestemd) en na enkele restituties en betalingen had het restant saldo in negen gelijke porties verdeeld kunnen worden. Kennelijk mag het niet zo lopen.

De beoordeling van de klacht

Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris en de kandidaat-notaris hebben gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Notarissen en kandidaat-notarissen zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris en kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris en kandidaat-notaris niet betaamt.

Wat betreft de klacht tegen de kandidaat-notaris overweegt de Kamer als volgt. Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij als behandelaar van het dossier meegaat in de handelingen van de notaris. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kandidaat-notaris verklaard dat zij in het dossier zo goed als geen werkzaamheden zelfstandig heeft verricht, nu de notaris eindverantwoordelijk was. Zij is inhoudelijk nauwelijks betrokken geweest bij het dossier. Zij heeft enkel de opgestelde verklaring van erfrecht gecontroleerd. Klager heeft dit niet weersproken. Nu niet is komen vast te staan welke specifieke handelingen klager de kandidaat-notaris verwijt, is de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond.

Voor zover de klacht is gericht tegen de notaris overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat de notaris geen boedelnotaris was. Toen klager de notaris had verzocht om op te treden als boedelnotaris, heeft de notaris dit geweigerd. Welke rol de notaris precies had in het dossier is niet geheel duidelijk. De notaris heeft zich in het boedelregister ingeschreven als betrokken notaris. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris verklaard dat [C] op een gegeven moment de notaris heeft benaderd en heeft gevraagd of de notaris wilde helpen bij de afwikkeling van de nalatenschap, aangezien de erfgenamen uit “twee kampen” bestonden. De intentie was dat de notaris zou zorgdragen voor het opstellen van een rekening en verantwoording na effectuering van alle ontvangsten en uitgaven.

Nu de notaris door het sturen van de brieven aan de verzekeringsmaatschappijen en de belastingdienst teneinde vorderingen te innen en deze te laten betalen op de derdengeldrekening van de notaris niet de toestemming/handtekening van klager heeft gevraagd, is dat – gezien ook de door de notaris opgestelde verklaring van erfrecht, waarin uitdrukkelijk is bepaald dat [C] en klager gezamenlijk bevoegd zijn om waarden en zaken te vorderen – tuchtrechtelijk laakbaar. De notaris was niet bevoegd om de uitkeringen te innen namens alle erfgenamen. De notaris is daarin teveel meegegaan met [C]. De klacht tegen de notaris is derhalve gegrond.

Maatregel

Vast is komen te staan dat de notaris heeft gehandeld uit goedwillendheid. De Kamer realiseert zich dat de afwikkeling van een boedel als aan de orde lastig kan zijn. De notaris heeft evenwel als “betrokken notaris” zijn taak niet goed uitgevoerd. De notaris heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat hij heeft getracht tot een oplossing te komen door bijvoorbeeld de beide broers bij de bank uit te nodigen, zodat de betreffende stukken daar getekend konden worden. Deze poging is mislukt. Nu de notaris er blijk van heeft gegeven zich in te spannen om deze nalatenschap met twee “kampen” deugdelijk af te wikkelen is het opleggen van een maatregel in onderhavig geval niet geboden.

De beslissing

De Kamer voornoemd:

verklaart de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond;

verklaart de klacht tegen de notaris gegrond zonder oplegging van een maatregel.

Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, A.F.L. Geerdes, R.J. Groenhof, H.M. Kolster, en R.B. van der Horst in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2015.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.