ECLI:NL:TNORDHA:2015:7 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-45
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2015:7 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 11-02-2015 |
| Datum publicatie: | 18-02-2015 |
| Zaaknummer(s): | 14-45 |
| Onderwerp: | Registergoed |
| Beslissingen: | Klacht gegrond zonder maatregel |
| Inhoudsindicatie: | Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij inzake de opdracht tot het opstellen en passeren van een akte van levering onzorgvuldig heeft gehandeld. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 11 februari 2015 inzake de klacht onder nummer 14-45 van:
[klager],
hierna ook te noemen: klager,
tegen
[kandidaat-notaris, thans toegevoegd notaris],
kandidaat-notaris te [plaatsnaam], thans toegevoegd notaris,
hierna ook te noemen: de kandidaat-notaris.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht per e-mail, ingekomen op 30 juli 2014,
· aanvulling op de klacht, ingekomen op 5 augustus 2014, met bijlagen,
· het antwoord van de kandidaat-notaris, met bijlage,
· e-mail bericht van klager van 23 september 2014,
· e-mailbericht van klager van 5 oktober 2014,
· e-mailbericht van klager van 15 oktober 2014,
· de repliek van klager,
· de dupliek van de kandidaat-notaris,
· brief van klager van 30 november 2014.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 januari 2015. Daarbij waren aanwezig klager bijgestaan door zijn zoon en de kandidaat-notaris.
Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt met daaraan in afschrift gehecht de op de zitting overgelegde pleitaantekeningen van klager alsmede een kostenoverzicht.
De feiten
Op 24 juni 2014 hebben klager en zijn echtgenote mondeling een koopovereenkomst gesloten met een verkoper tot aankoop van een lidmaatschapsrecht in de Coöperatieve Vereniging [naam], rechtgevende op het uitsluitend gebruiksrecht van de flatwoning, plaatselijk bekend [adresgegevens] te [woonplaats] alsmede de garage aan de [adresgegevens] te [woonplaats]. Op 11 juli 2014 hebben partijen de door de makelaar op schrift gestelde koopovereenkomst ondertekend.
Op 24 juli 2014 heeft klager een e-mail ontvangen van een medewerker van het notariskantoor (notarisklerk) met een aangepast concept van de akte van levering alsmede een aangepaste nota van afrekening. In die e-mail staat het volgende:
“(…)
Door u is totaal te voldoen een bedrag van E 171.977,97, van welk bedrag wij al E 170.954,47 hebben ontvangen, resteert door u nog te voldoen een bedrag van E 1.023,50.
Eventueel kunt u voor betaling van dit bedrag gebruik maken van onze pinapparatuur.
(…)”.
Op 28 juli 2014 was klager met zijn echtgenote en zoon met verkoper in het appartement voor de oplevering. Aansluitend zou de akte van levering gepasseerd worden op het notariskantoor. Via de telefoon van de verkoper verneemt klager van het notariskantoor dat een bedrag van € 18.500,- niet op de kwaliteitsrekening van de notaris stond. Op het notariskantoor aangekomen werden klager, zijn echtgenote en hun zoon door de kandidaat-notaris apart genomen. Het passeren van de akte van levering kon niet doorgaan, omdat niet het volledig verschuldigde bedrag van klager op de kwaliteitsrekening stond. Klager en zijn echtgenote hebben vervolgens een volmacht getekend, zodat de kandidaat-notaris zodra het geld op de kwaliteitsrekening zou staan, de akte van levering zou kunnen passeren.
De klacht en het verweer van de kandidaat-notaris
Klager verwijt de kandidaat-notaris het volgende:
1. de kandidaat-notaris had eerst klager in kennis moeten stellen dat de volledige koopsom niet ontvangen was. De kandidaat-notaris heeft een onvergeeflijke fout gemaakt door eerst verkoper in kennis te stellen;
2. tijdens de bijeenkomst op het notariskantoor heeft de kandidaat-notaris alleen de volmacht besproken en niet de inhoud van de akte;
3. tijdens de bijeenkomst op het notariskantoor heeft de kandidaat-notaris niet stilgestaan bij het feit dat een medewerker van het kantoor een fout had gemaakt. De kandidaat-notaris heeft enkel en alleen klager verweten dat hij te weinig geld had overgemaakt;
4. de kandidaat-notaris maakte klager het verwijt dat hij zelf had kunnen zien dat de nota van afrekening niet correct was. Klager stelt dat hij het inderdaad had kunnen zien, maar de medewerker van het notariskantoor zelf ook;
5. continu werd herhaald dat klager nog € 18.500,- verschuldigd was. Toen klager het narekende bleek dit
€ 18.495,- te zijn, de zoveelste vergissing;
6. tot op heden heeft klager geen correcte nota van afrekening ontvangen;
7. klager heeft nimmer excuses ontvangen voor het feit dat alle commotie was ontstaan door een fout van de medewerker van het kantoor;
8. de volgende dag zou klager 83 jaar worden. Hij zat daar op kantoor als een soort beklaagde, terwijl hij zich op dat moment moeilijk kon verdedigen;
9. in de akte van levering staat dat de koop tot stand is gekomen op 11 juli 2014. Dit is onjuist en had 24 juni 2014 moeten zijn. Klager wil een gecorrigeerde akte van levering.
De kandidaat-notaris heeft het volgende aangevoerd. De kandidaat-notaris herkent zich geenszins in de door klager geschetste situatie. Klager is oud makelaar en zou in die hoedanigheid op de hoogte moeten zijn van de gang van zaken bij een overdracht. Op de ochtend van de oplevering heeft de notarisklerk getracht in contact te treden met klager. Hij was niet te bereiken. Omdat de notarisklerk ervan op de hoogte was dat klager met verkoper in het appartement had afgesproken heeft zij verkoper gebeld. Verkoper heeft de telefoon vervolgens aan klager gegeven. De mededeling dat er onvoldoende geld door klager zou zijn overgemaakt, is alleen aan klager meegedeeld. Klager had het saldo van de nota van afrekening zelf verlaagd met een bedrag gelijk aan de waarborgsom. Klager heeft zich op het notariskantoor onhebbelijk gedragen tegenover de kandidaat-notaris en de medewerkers. Door de echtgenote en zoon van klager zijn daarvoor excuses aangeboden. De overige aanwezigen op het notariskantoor (verkoper, makelaar en medewerkers van het kantoor) zijn er getuige van geweest dat de kandidaat-notaris zich uitermate duidelijk en voorkomend heeft opgesteld. Klager had zelfs te kennen gegeven dat hij blij was met haar optreden. De conceptakte is uitvoerig met klager besproken. Uiteindelijk is de volmacht getekend. Na herhaald verzoek heeft klager aangegeven geen prijs te stellen op nadere uitleg van de stukken. De bijeenkomst op het notariskantoor heeft 1,5 uur geduurd. De door klager gewenste rectificatie van de akte van levering is niet noodzakelijk, aangezien sinds 1 november 2003 een koopovereenkomst (ook voor een lidmaatschapsrecht) schriftelijk tot stand komt. Deze schriftelijke overeenkomst is op 11 juli 2014 getekend.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de kandidaat-notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een kandidaat-notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als kandidaat-notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk kandidaat-notaris niet betaamt.
Voor zover het klachtonderdeel 1 betreft overweegt de Kamer als volgt. Niet is komen vast te staan dat de notarisklerk eerst de verkoper op de hoogte heeft gesteld van het feit dat de koopsom niet tijdig binnen was op de kwaliteitsrekening van de notaris. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Voor zover het klachtonderdeel 2 betreft overweegt de Kamer als volgt. Niet is komen vast te staan dat tijdens het bezoek van klager aan het notariskantoor alleen de volmacht is besproken. Onweersproken is gebleven dat de bijeenkomst op het kantoor 1,5 uur heeft geduurd. De Kamer gaat ervan uit dat er tijdens die periode meer is besproken dan alleen het feit dat het geld niet binnen was en de inhoud van de volmacht. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Voor zover het klachtonderdeel 3, 7 en 8 betreft overweegt de Kamer als volgt. De kandidaat-notaris heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat zij tijdens de bijeenkomst op het notariskantoor op 28 juli 2014 niet op de hoogte was van de e-mail van de notarisklerk van 24 juli 2014. De Kamer acht deze drie klachtonderdelen toch gegrond. Klager kwam als oud-makelaar en op 82-jarige leeftijd met zijn echtgenote en zoon bij de notaris. Klager was in de veronderstelling dat hij het juiste bedrag naar de notaris had overgemaakt, aangezien hij was afgegaan op de e-mail van de notarisklerk. Toen dat niet het geval bleek te zijn, voelde klager zich in zijn hemd gezet ten opzichte van zijn echtgenote en zoon. De Kamer acht het tuchtrechtelijk laakbaar dat zowel tijdens de bijeenkomst als tijdens de procedure bij de Kamer door de kandidaat-notaris niet is ingezien en erkend dat het verzuim door klager werd veroorzaakt door de onjuiste e-mail van de notarisklerk.
Voor zover het klachtonderdeel 4 betreft overweegt de Kamer als volgt. Nu de nota van afrekening werd verstuurd onder begeleiding van een e-mail, mocht klager ervan uitgaan dat de informatie in de begeleidende e-mail in overeenstemming was met de nota van afrekening. Dit klachtonderdeel is derhalve gegrond.
Voor zover het klachtonderdeel 5 en 6 betreft overweegt de Kamer als volgt. Klager heeft gesteld dat hij in een aantal overboekingen het geld naar de notaris heeft overgemaakt. Welke bedragen dat precies zijn geweest, is niet komen vast te staan. De Kamer kan dan ook de juistheid van het saldo van de nota van afrekening niet controleren. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Voor zover het klachtonderdeel 9 betreft overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat de datum van het tot stand komen van de koopovereenkomst onjuist in de akte van levering is vermeld. Nu echter voor de koop van een woning het schriftelijkheidsvereiste geldt voor de totstandkoming van de overeenkomst is dit klachtonderdeel ongegrond.
Maatregel
De Kamer heeft de klachtonderdelen 3, 4, 7 en 8 gegrond verklaard. Vast is komen te staan dat de e-mail die de notarisklerk op 24 juli 2014 naar klager heeft gestuurd, onjuiste informatie bevatte. De kandidaat-notaris was ten tijde van de bijeenkomst op het kantoor niet op de hoogte van deze e-mail. Deze e-mail is door klager bij zijn klaagschrift gevoegd. De kandidaat-notaris heeft echter zowel in haar verweerschrift, als bij dupliek en tijdens de mondelinge behandeling er geen blijk van gegeven dat zij de onjuistheid van die e-mail heeft ingezien en erkend. Het had op het pad van de kandidaat-notaris gelegen om alsnog excuses te maken voor deze e-mail, zodra zij daarvan op de hoogte raakte. Het gebrek aan de-escalerende capaciteiten in onderhavige kwestie acht de Kamer echter niet dermate laakbaar dat zij het opleggen van een maatregel geboden acht.
Ten overvloede merkt de Kamer nog op dat in de brief van de kantoorgenoot van de kandidaat-notaris, notaris [X] van 9 september 2014 aan de Kamer (verweerschrift), mede-ondertekend door de kandidaat-notaris het volgende staat vermeld:
“(…)
Het stoort mij dat de heer [klager] zich tot u heeft gewend nadat de overdracht op keurige en voorkomende wijze is afgehandeld. Ik zal de heer [klager] dan ook hierop aanspreken.
(…)”.
Een dergelijke opmerking is ongepast en een notaris onwaardig. De notaris schendt daarmee de eer en het aanzien van het ambt. Nu de klacht niet is ingediend tegen de notaris zal de Kamer hier verder niet op ingaan.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart de klacht op de onderdelen 1., 2., 5., 6. en 9. ongegrond;
verklaart de klacht op de onderdelen 3., 4., 7. en 8. gegrond zonder oplegging van een maatregel.
Deze beslissing is gegeven door mrs. G.P. van Ham, voorzitter, A.F.L. Geerdes, R.J. Groenhof, H.M. Kolster, en R.B. van der Horst in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2015.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.