ECLI:NL:TNORDHA:2015:29 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-19
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2015:29 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-09-2015 |
| Datum publicatie: | 28-09-2015 |
| Zaaknummer(s): | 15-19 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met schorsing als notaris |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster verwijt de notaris dat er inmiddels bijna drie jaar verstreken is zonder dat de nalatenschap is afgewikkeld. De notaris geeft geen enkel inzicht in de stand van zaken. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 16 september 2015 inzake de klacht onder nummer 15-19 van:
[klaagster],
hierna ook te noemen: klaagster,
advocaat mr. M. van Gastel te Hellevoetsluis,
tegen
[notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
hierna ook te noemen: de notaris.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht, met bijlagen, ingekomen op 16 april 2015,
· diverse brieven en e-mails van de secretaris aan de notaris met het verzoek om een reactie op de klacht,
· e-mail van de notaris op 2 september 2015.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 september 2015. Daarbij was niemand aanwezig. Bij e-mail bericht van 2 september 2015 heeft de notaris de secretaris bericht dat hij niet ter zitting zou verschijnen. Telefonisch heeft de advocaat van klaagster op 2 september 2015 de secretaris bericht dat klaagster en hij wegens afwezigheid van de notaris ook niet zouden verschijnen. Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt.
De feiten
Op 22 oktober 2012 heeft de notaris een testament van de heer [X] (hierna te noemen: erflater) gepasseerd. Klaagster is de stiefdochter van erflater. Stichting Alzheimer Nederland is in het testament benoemd tot enig erfgenaam onder de last om aan een aantal stichtingen en personen een legaat uit te keren. Aan klaagster is conform onderdeel B sub 2 van het testament een bedrag van € 30.000,- gelegateerd. Erflater heeft de notaris benoemd tot executeur. Op 27 oktober 2012 is erflater overleden.
Klaagster heeft de notaris diverse malen (telefonisch dan wel per e-mail of brief) gevraagd naar de stand van zaken van de afwikkeling van de nalatenschap en de notaris heeft diverse malen bericht dat hij spoedig zou reageren. Tot op heden heeft zij geen antwoord gekregen.
Op 31 januari 2014 heeft de notaris de volgende verklaring getekend.
“(...)
De ondergetekende, [notaris], notaris te [vestigingsplaats], verklaart door ondertekening van deze verklaring zijn werkzaamheden terzake de afhandeling van de nalatenschap van de heer [X], overleden te [woonplaats] op zevenentwintig oktober tweeduizend twaalf, uiterlijk 21 februari 2014 afgerond te hebben.
(...)”.
Tot op heden is de nalatenschap niet afgewikkeld.
De klacht
Klaagster verwijt de notaris dat er inmiddels bijna drie jaar verstreken is zonder dat de nalatenschap is afgewikkeld. De notaris geeft geen enkel inzicht in de stand van zaken. Klaagster weet niet waarom het zo lang duurt en door de bij herhaling gedane en niet nagekomen toezeggingen door de notaris zijn er bij klaagster twijfels gerezen of de aan de notaris toevertrouwde gelden nog wel aanwezig zijn op de kwaliteitsrekening. Klaagster verzoekt de notaris om stukken over te leggen waaruit blijkt dat de gelden nog aanwezig zijn op de kwaliteitsrekening.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
De Kamer overweegt het volgende. Nadat klaagster haar klacht had ingediend bij de Kamer heeft de secretaris van de Kamer de notaris per brief van 24 april 2015 verzocht om te reageren voor 18 mei 2015. Op 21 mei 2015 heeft de secretaris de notaris per e-mailbericht nogmaals verzocht om te reageren voor 4 juni 2015. Bij e-mailbericht van 16 juni 2015 en bij brief van 17 juni 2015 heeft het secretariaat van de Kamer de notaris bericht dat de klacht zal worden behandeld op een zitting van 15 juli 2015. Bij e-mailbericht van 18 juni 2015 heeft mr. [Y], kantoorgenoot van de notaris, laten weten dat zij op 15 juli 2015 verhinderd zijn in verband met vakantie. Op 7 juli 2015 is een aangetekende oproepbrief naar de notaris gezonden om op 2 september 2015 ter mondelinge behandeling te verschijnen. Op 2 september 2015 heeft de notaris aan de secretaris laten weten dat hij die middag niet ter zitting zal verschijnen.
De Kamer gaat ervan uit dat de diverse e-mails en brieven van het secretariaat van de Kamer de notaris in goede orde hebben bereikt, nu de notaris, althans zijn kantoorgenoot, tweemaal wel heeft gereageerd dat hij niet aanwezig kon zijn.
Nu de notaris geen verweer heeft gevoerd zal de klacht als onweersproken gegrond worden verklaard. De Kamer is van oordeel, dat de notaris door het jarenlang niet reageren op herhaalde (telefonische en e-mail) verzoeken van klaagster niet heeft gehandeld zoals het een behoorlijk notaris betaamt. Het hem door klaagster terecht verweten nalaten wordt door het in het geheel niet reageren op de klacht en het niet verschijnen ter mondelinge behandeling onderstreept en bevestigd. Nu de notaris geen verweer geeft gevoerd kan de Kamer de vraag van klaagster of de gelden nog op de kwaliteitsrekening staan, niet beoordelen. De klacht is gegrond.
Maatregel
Door het tuchtrechtelijk laakbaar nalaten van de notaris is het vertrouwen van klaagster in het notariaat ernstig geschonden en de notaris heeft door zijn nalaten de eer en het aanzien van het notariaat geschaad. Gelet op het feit, dat de notaris ook na het indienen van de klacht op geen enkele wijze heeft gereageerd en dus kennelijk de onbetamelijkheid van zijn gedrag niet inziet, en de notaris op 10 december 2014 door de Kamer in een soortgelijke klacht een schorsing voor de duur van één week opgelegd heeft gekregen, acht de Kamer zijn handelwijze dusdanig laakbaar dat de Kamer de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van vier weken passend en geboden acht.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart de klacht gegrond;
legt de notaris een schorsing op voor de duur van vier weken;
bepaalt dat de secretaris binnen een maand nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, aan de notaris bij aangetekende brief de datum zal meedelen waarop de opgelegde maatregel van kracht wordt.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, O. van der Burg, R.J. Groenhof, J. Smal en R.B. van der Horst, bijgestaan door mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 16 september 2015.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.