ECLI:NL:TNORDHA:2015:28 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-30 en 15-31

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2015:28
Datum uitspraak: 16-09-2015
Datum publicatie: 28-09-2015
Zaaknummer(s): 15-30 en 15-31
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie:   Klaagster verwijt de notarissen het volgende: notaris [Z] heeft met betrekking tot het opstellen en versturen van de brief aan klaagster op 21 april 2015 en met het bepalen van de passeerdatum onzorgvuldig gehandeld, de notarissen hebben geprobeerd klaagster ertoe te bewegen een akte van verdeling te tekenen die meer omvat dan hetgeen de voorzieningenrechter in het vonnis van 16 april 2015 heeft bepaald, notaris [Z] heeft opgenomen in de akte van non-comparitie van 8 mei 2015 dat klaagster niet verschenen is op 23 april 2015 om 14.00 uur en derhalve in gebreke is. Notaris [Z] heeft miskend dat het vonnis op 20 april 2015 aan klaagster is betekend, notaris [Z] heeft in de akte van non-comparitie van 8 mei 2015 niet het juiste adres van [X] genoemd, notaris [Z] had redelijkerwijs kunnen en behoren te begrijpen dat de te registeren stukken voor het Kadaster niet zien op perceelnummer [woonplaats en nummer].

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 16 september 2015 inzake de klacht onder nummer 15-30 en 15-31 van:

[klaagster],

hierna ook te noemen: klaagster,

gemachtigde: [A],

tegen

mr. [notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna ook te noemen: notaris [Y]

en

mr. [notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna te noemen: notaris [Z],

hierna tezamen te noemen: de notarissen.

De procedure

De Kamer heeft kennisgenomen van:

·         de klacht, met bijlagen, ingekomen per e-mail op 13 mei 2015 en per post op 18 mei 2015,

·         antwoord per e-mail van de notarissen, met bijlage;

·         e-mailbericht van de notarissen van 24 augustus 2015.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 september 2015. Daarbij was niemand aanwezig. Bij e-mail bericht van 24 augustus 2015 hebben de notarissen de secretaris bericht dat zij niet ter zitting zouden verschijnen. Bij e-mailbericht van 2 september 2015 heeft de gemachtigde van klaagster, de heer [A], de Kamer bericht dat klaagster en hij wegens afwezigheid van de notarissen ook niet zouden verschijnen. Van het verhandelde is proces­verbaal opgemaakt.

De feiten

Klaagster is gehuwd geweest met de heer [X] (hierna te noemen: X). Door echtscheiding is het huwelijk ontbonden. Op grond van meerdere executoriale titels heeft klaagster nog ruim € 660.500,-opeisbaar te vorderen van [X].

Bij vonnis in kort geding van 16 april 2015 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam is onder meer bepaald dat klaagster binnen drie dagen na betekening van dat vonnis medewerking dient te verlenen aan de levering van haar aandeel in het registergoed aan [adres en woonplaats]. Bij exploot van 20 april 2015 is het genoemde vonnis aan klaagster betekend met bevel om binnen drie dagen aan de inhoud van het vonnis te voldoen, derhalve bij de notaris te verschijnen voor het passeren van de akte van verdeling.

Per aangetekende brief van 21 april 2015 heeft de notaris klaagster opgeroepen om op 23 april 2015 om 14.00 uur ten kantore van de notaris te verschijnen voor de ondertekening van de akte van verdeling. Een concept van de akte van verdeling was bijgevoegd. De naam van notaris [Y] was in het concept opgenomen als passerend notaris. Verder stond in de conceptakte dat perceelnummer [woonplaats en nadere aanduiding], groot drieëndertig are en tachtig centiare (33 a en 80 ca) meegeleverd zou worden.

Op het opgeroepen tijdstip is klaagster niet ten kantore van de notaris verschenen. Op 8 mei 2015 heeft notaris [Z] vervolgens een akte van non-comparitie opgemaakt en daarna deze akte, het vonnis van 16 april 2015 en het exploot van betekening en bevel van 20 april 2015 ter inschrijving aangeboden aan het Kadaster. Op 8 mei 2015 om 9:04 uur is het blijkens de verklaring van de bewaarder ingeschreven in het register [naam] onder nummer [nummer], nummer [specificatie].

De klacht

Klaagster verwijt de notarissen het volgende:

  1. notaris [Z] heeft met betrekking tot het opstellen en versturen van de brief aan klaagster op 21 april 2015 en met het bepalen van de passeerdatum onzorgvuldig gehandeld. De brief is pas op 21 april 2015 om 17:47:56 uur ter post voor aangetekende zending aangeboden. Het gevolg daarvan is geweest dat het poststuk niet eerder dan op 22 april 2015 verder verwerkt kon worden. Op 23 april 2015 om 13:24:24 uur werd het poststuk voor het eerst aan klaagster aangeboden. Dit was dus ongeveer een half uur voor het tijdstip van passeren. De notaris had moeten begrijpen dat zijn brief met daarbij het concept van de akte van verdeling, klaagster mogelijk niet tijdig zou bereiken. Klaagster kan in 36 minuten tijd onmogelijk voldoende kennis nemen van de inhoud van de akte. De notaris had het tijdstip van passeren anders moeten bepalen om de belangen van zijn cliënten te waarborgen. De notaris heeft niet gehandeld zoals het een behoorlijk notaris betaamt;
  2. de notarissen hebben geprobeerd klaagster ertoe te bewegen een akte van verdeling te tekenen die meer omvat dan hetgeen de voorzieningenrechter in het vonnis van 16 april 2015 heeft bepaald. De notarissen hebben klaagster niet gewezen op de juridische gevolgen van de akte. In het concept van de akte van verdeling stond ook het perceel [woonplaats en nummer] genoemd, hetgeen niet in het vonnis stond;
  3. notaris [Z] heeft opgenomen in de akte van non-comparitie van 8 mei 2015 dat klaagster niet verschenen is op 23 april 2015 om 14.00 uur en derhalve in gebreke is. Notaris [Z] heeft miskend dat het vonnis op 20 april 2015 aan klaagster is betekend. De termijn voor nakoming bedroeg 3 dagen na betekening en eindigde niet eerder dan op 23 april 2015 om 23:59:59 uur. Klaagster kon derhalve pas vanaf 24 april 2015 in verzuim zijn. Dat de notaris een eerder passeertijdstip heeft gekozen dient voor zijn rekening en risico te komen;
  4. notaris [Z] heeft in de akte van non-comparitie van 8 mei 2015 niet het juiste adres van [X] genoemd. Blijkens de dagvaarding, het exploot van betekening en het bevel woonde [X] in Duitsland;
  5. notaris [Z] had redelijkerwijs kunnen en behoren te begrijpen dat de te registeren stukken voor het Kadaster niet zien op perceelnummer [woonplaats en nummer]. De notaris had zich dienen te onthouden van iedere instructie of informatie op basis waarvan het Kadaster zou kunnen veronderstellen dat deze stukken ook ten aanzien van dit perceel verwerkt dienden te worden.

De notarissen hebben het volgende aangevoerd.

  1. volgens het vonnis diende klaagster binnen drie dagen na betekening van het kortgeding vonnis te verschijnen op het notariskantoor. Op 21 april 2015 is per e-mail en per aangetekende brief een uitnodiging verzonden aan klaagster en haar advocaat. Klaagster wist dat ze binnen drie dagen na 20 april 2015 moest verschijnen. Dat zij niet reageert is haar risico;
  2. aan partijen wordt een conceptakte gezonden, zodat zij kunnen lezen wat de bedoeling is. Indien er onjuistheden in de conceptakte staan kunnen partijen dat aangeven. De advocaat van [X] en [X] zelf hebben ook een conceptakte gehad. Naar aanleiding van hun opmerkingen is duidelijk geworden dat perceelnummer [woonplaats en nummer] niet mee moest in de verdeling (in tegenstelling tot hetgeen in een oude akte van verdeling stond, die al jaren klaarlag om te passeren). Het vonnis is vervolgens ingeschreven en perceelnummer [woonplaats en nummer] staat nog steeds op naam van [X] en klaagster;
  3. binnen 3 dagen na 20 april 2015 is klaagster opgeroepen, maar ze was er niet;
  4. [X] staat in Nederland niet ingeschreven in het GBA. Derhalve is het adres opgenomen dat bekend was bij het notariskantoor. De notarissen begrijpen het belang van klaagster bij dit klachtonderdeel niet;
  5. perceelnummer [woonplaats en nummer] is nog steeds van klaagster en van [X]. Nergens uit het Kadaster blijkt dat perceelnummer [woonplaats en nummer] alleen op naam van [X] staat.

De beoordeling van de klacht

Ter beoordeling van de Kamer staat of de notarissen hebben gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Notarissen zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat behoorlijke notarissen niet betaamt.

Voor zover het klachtonderdeel 1 betreft overweegt de Kamer als volgt. In het vonnis van 16 april 2015 stond dat de akte binnen drie dagen na betekening van het vonnis moest worden gepasseerd. Betekening vond plaats op 20 april 2015. Vast is komen te staan dat de notaris klaagster heeft uitgenodigd op 23 april 2015 om 14.00 uur. De notaris heeft aangevoerd dat hij de oproeping zowel aangetekend als per e-mail aan klaagster en aan haar advocaat heeft gestuurd. Dit is onweersproken gebleven. Nu in het vonnis stond dat er binnen 3 dagen na betekening van het vonnis gepasseerd moest worden, had klaagster er rekening mee kunnen en moeten houden dat ze uiterlijk 23 april 2015 ten kantore van de notaris moest verschijnen, waarbij komt dat zij van de oproep tijdig kennis heeft kunnen nemen. Dit klachtonderdeel is ongegrond. 

Voor zover het klachtonderdeel 2 betreft overweegt de Kamer als volgt.

Beide notarissen wordt verweten dat zij klaagster ertoe hebben bewogen om een akte van verdeling te tekenen die meer omvat dan in het vonnis was bepaald. Voor zover het notaris [Y] betreft kan de Kamer klaagster niet volgen. Het enige waar notaris [Y] bij betrokken is geweest, is dat zijn naam was opgenomen in de conceptakte als passerend notaris. Uiteindelijk heeft hij de akte niet gepasseerd. De klacht tegen notaris [Y] is derhalve ongegrond.

Voor zover dit klachtonderdeel tegen notaris [Z] is gericht is de klacht ook ongegrond. Notaris [Z] en heeft aangevoerd dat naar aanleiding van opmerkingen van [X] en zijn advocaat de akte is aangepast. Dit blijkt ook uit het uittreksel van het Kadaster dat de notaris heeft meegestuurd.

Voor zover het klachtonderdeel 3 betreft overweegt de Kamer het volgende. Vast is komen te staan dat de notaris klaagster tijdig heeft opgeroepen, te weten binnen de drie dagen na betekening van het vonnis, en dat zij op de opgeroepen datum en tijdstip niet verschenen is. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Voor zover het klachtonderdeel 4 betreft overweegt de Kamer het volgende. De notaris heeft aangevoerd dat [X] niet ingeschreven stond in de GBA in Nederland. De notaris heeft daarom het adres opgenomen dat bij hem bekend was. Dit is onweersproken gebleven. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Voor zover het klachtonderdeel 5 betreft overweegt de Kamer als volgt. De notarissen hebben een recent uittreksel overgelegd van het Kadaster. Derhalve is vast komen te staan dat perceelnummer [kadastrale gegevens] niet bij akte van verdeling is overgegaan op [X]. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

De beslissing

De Kamer voornoemd:

verklaart de klacht tegen notaris [Y] voor zover het klachtonderdeel 2 betreft ongegrond;

verklaart de klacht tegen notaris [Z] op alle onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, O. van der Burg, R.J. Groenhof, J. Smal en R.B. van der Horst, bijgestaan door mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 16 september 2015.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.