ECLI:NL:TNORDHA:2015:26 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-60
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2015:26 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-09-2015 |
| Datum publicatie: | 28-09-2015 |
| Zaaknummer(s): | 14-60 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met schorsing als notaris |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster verwijt de notaris dat zij niet zorgvuldig handelt in de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. De notaris handelt niet voortvarend en reageert niet op e-mails en telefoontjes van klaagster. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 2 september 2015 inzake de klacht onder nummer 14-60 van:
[klaagster],
hierna ook te noemen: klaagster,
tegen
[notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
hierna ook te noemen: de notaris.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht van 1 september 2014, ingekomen op 3 september 2014,
· e-mails van klaagster van 9 september 2014 en 22 oktober 2014,
· aanvullend klaagschrift van 30 oktober 2014, met bijlagen per e-mail verstuurd op 1 en 2 november 2014,
· het antwoord van de notaris per e-mail,
· de repliek, met bijlagen,
· de dupliek, met bijlage,
· e-mails van klaagster van 18 april 2015, 22 april 2015 met bijlage, 25 april 2015 met bijlagen,
· e-mail van de notaris van 27 april 2015 en 28 april 2015,
· e-mail klaagster van 27 april 2015, 1 mei 2015, 11 mei 2015, 13 mei 2015, 17 mei 2015.
Op 14 april 2015 heeft ten kantore van de voorzitter een gesprek plaatsgevonden tussen klaagster en de notaris. Na dit gesprek zijn de volgende afspraken gemaakt:
1. Notaris gaat in overleg met overige erfgenamen de makelaar verzoeken de indicatieprijs van het te verkopen huis te stellen op € 160.000,-.
2. Notaris gaat definitieve aangifte erfbelasting opstellen.
3. Notaris gaat na of de betaling aan het COC heeft plaatsgevonden.
4. Notaris zal een kopie van de voorlopige erfbelastingaangifte aan klaagster sturen.
5. Notaris zal een kopie van de voorlopige aanslag erfbelasting aan klaagster sturen.
6. Notaris zal de heer [X] de spullen laten ophalen uit het huis van erflater.
7. Notaris zal de spullen voor klaagster bij klaagster thuis laten bezorgen.
8. Klaagster gaat bij een advocaat na of er voldoende bewijzen zijn om de halsketting, die nu bij de heer [Y] is in de boedel terug te krijgen.
9. Notaris zal de boekhouder vragen of de voorlopige aangifte inkomstenbelasting over 2013 is gedaan.
10. Notaris zal de nota van de sleutelmaker aan klaagster sturen.
11. Notaris zal nakijken of er een brief aan de zus van erflater is verzonden, zo ja dan zal zij klaagster kopie daarvan sturen.
12. Notaris zal nakijken wat de stand van zaken is van inzake opzegging A. email-account B. gsm C. televisie en klaagster daarover berichten.
Na het gesprek van 14 april 2015 berichtte klaagster dat de notaris niet opschoot en is de klacht naar de volle Kamer doorverwezen.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 juli 2015. Daarbij waren aanwezig klaagster en de notaris. Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt waaraan de door klaagster overgelegde pleitnotities zijn gehecht.
De feiten
Op 6 augustus 2013 is een vriend van klaagster, de heer [X] (hierna te noemen: erflater), overleden. Erflater en klaagster hadden een relatie als waren zij elkaars grote broer en zus. Op 22 oktober 2007 heeft de notaris een testament van erflater gepasseerd. Erflater had bij testament vijf erfgenamen benoemd. Na onderzoek bij het Centraal Testamentenregister en de Gemeentelijke Basisadministratie is gebleken dat klaagster als erfgename gerechtigd is voor 1/3e deel van de nalatenschap (twee erfgenamen waren vooroverleden). De andere erfgenamen waren [Y] en het COC (Federatie van Nederlandse Verenigingen tot Integratie van Homoseksualiteit). De heer [Z] was door erflater benoemd tot executeur en indien hij dat niet kan of wilde aanvaarden is de notaris benoemd tot executeur. De heer [Z] is vooroverleden. De notaris treedt op als executeur. De nalatenschap bestaat globaal uit een bankrekening bij ABN AMRO Bank en bij ING Bank en een appartement waarop een geringe hypotheek rustte en diverse roerende zaken. Klaagster heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard.
De klacht en het verweer van de notaris
Klaagster verwijt de notaris dat zij niet zorgvuldig handelt in de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. De notaris handelt niet voortvarend en reageert niet op e-mails en telefoontjes van klaagster. Op diverse verzoeken van klaagster heeft de notaris verzuimd om de abonnementen (telefoon/internet etc.) op te zeggen. Verder weigert zij een nieuw slot op de deur van het appartement van erflater te laten plaatsen, terwijl klaagster heeft aangegeven dat er derden zijn die een sleutel hebben. De notaris gaat niet met respect om met de persoon die overleden is en zij handelt niet zoals van een notaris verwacht mag worden. De notaris heeft het vertrouwen van klaagster in het notariaat geschaad.
Klaagster stelt dat [Y] onrechtmatig een gouden halsketting onder zich houdt, die aan klaagster toebehoort. [Y] stelt dat de ketting hem destijds door erflater is geschonken.
Klaagster verzoekt de Kamer de notaris een termijn te stellen waarbinnen de nalatenschap moet zijn afgewikkeld, zodat klaagster kan beginnen met de rouwverwerking en een persoon te benoemen die de notaris controleert.
Het appartement van erflater moet verkocht worden en er gebeurt maar niets. Verder moet de aanslag erfbelasting worden ingediend. De notaris had een volmacht opgesteld voor klaagster zonder een naam in te vullen op de volmacht van degene die zij machtigde van het notariskantoor.
De notaris heeft het volgende aangevoerd. Zij betreurt dat klaagster niet tevreden is over de afwikkeling van de nalatenschap. Vorig jaar zijn beide ouders van de notaris vlak na elkaar overleden, waardoor het zowel in privé als op kantoor niet heel goed ging met de notaris. Een nieuw slot in de voordeur van het appartement van erflater is inmiddels geplaatst. De notaris had haar assistente de opdracht gegeven alle abonnementen op te zeggen. De assistente is aan het uitzoeken wat er precies is misgegaan met het opzeggen. Indien de fout bij het notariskantoor ligt, komen de kosten voor rekening van de notaris. Tijdens de zitting heeft de notaris aangevoerd dat de definitieve aangifte erfbelasting is gedaan en een aanslag is ontvangen, voor de IB aangifte geldt hetzelfde. Met betrekking tot het appartement heeft de notaris ter zitting meegedeeld dat het is verkocht aan de neef van erflater. Het appartement hoeft alleen nog geleverd te worden, zij het dat de notaris twijfelt of de erfverpachter nog toestemming moet verlenen. Met betrekking tot de spullen in de woning heeft de notaris zowel klaagster als de heer [Y] gevraagd een lijst te maken van de spullen die zij wensen te verkrijgen. Wat betreft de spullen die overblijven daarvan zullen de waardevolle spullen naar het Vendu notarishuis gaan en de rest naar de Kringloop (Piekfijn). Klaagster en de heer [Y] hebben beiden aangegeven enkele zelfde spullen te wensen. Tot op heden is geen reactie ontvangen van beiden hoe dit opgelost moet worden.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
De Kamer overweegt als volgt. De notaris wordt verweten dat zij te traag heeft gehandeld in de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. Klaagster is het vertrouwen in de notaris kwijt. Vast is komen te staan dat de notaris te weinig zelf de regie (als executeur) in het dossier heeft gehouden c.q. bij haar afwezigheid heeft gezorgd dat de werkzaamheden doorgingen. Zij heeft ter zitting erkend dat zij te traag heeft gehandeld. Zij heeft tussentijds te weinig gecommuniceerd richting klaagster en heeft, zelfs na het gesprek van 14 april 2015, te veel een afwachtende houding aangenomen. Zij had concrete actie moeten ondernemen om geen misverstanden te laten ontstaan, en om de kosten in de nalatenschap niet nodeloos te laten oplopen.
Alles overziend oordeelt de Kamer dat de notaris klachtwaardig heeft gehandeld. De notaris heeft niet zorgvuldig gehandeld en heeft als executeur de belangen van de erfgenamen niet afdoende behartigd. De klacht is gegrond.
Hoewel het buiten haar bevoegdheid gaat, wil de Kamer de notaris dringend in overweging geven de nalatenschap met bekwame spoed, zo mogelijk voor 1 oktober 2015, af te wikkelen en ten behoeve van klaagster een deugdelijke rekening en verantwoording op te stellen.
Maatregel
Door het tuchtrechtelijk laakbaar nalaten van de notaris is het vertrouwen van klaagster in het notariaat ernstig geschonden en de notaris heeft door haar nalaten de eer en het aanzien van het notariaat geschaad.
Gezien de nalatige houding van de notaris, het gebrek aan activiteiten, zelfs ook na het voorzittersgesprek, heeft de Kamer er niet het vertrouwen in dat in deze houding of dit optreden van de notaris verbetering zit. De Kamer neemt in aanmerking dat bij beslissing van 12 mei 2011 van de Kamer van Toezicht over de notarissen en de kandidaat-notarissen te Rotterdam in een soortgelijke klacht de notaris een waarschuwing opgelegd heeft gekregen. De Kamer heeft daarbij het volgende overwogen:
“(…)
5.5
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de Kamer van oordeel dat de notaris een onzorgvuldig handelen of nalaten kan worden verweten, aangezien zij niet heeft opgetreden als een behoorlijk notaris betaamt.
Tegen de notaris is in het verleden een soortgelijke klacht ingediend, waarbij onder andere werd beslist dat zij niet tijdig had gereageerd. De aard en ernst van het klachtwaardig handelen van de notaris brengt met zich mede dat de maatregel van waarschuwing hier passend is.
(…)”.
Alles overziend acht de Kamer de handelwijze van de notaris in onderhavige klachtzaak, mede gezien de eerder aan haar opgelegde maatregel (plus de eerder gegrond bevonden klacht), dusdanig laakbaar dat de Kamer de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee weken passend en geboden acht.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart de klacht gegrond,
legt de notaris de maatregel van schorsing voor de duur van twee weken op;
bepaalt dat de secretaris binnen een maand nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, aan de notaris bij aangetekende brief de datum zal meedelen waarop de opgelegde maatregel van kracht wordt.
Deze beslissing is gegeven door mrs. G.P. van Ham, voorzitter, A.F.L. Geerdes, F. Hoppel, H.M. Kolster en J. Smal en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 2 september 2015.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.