ECLI:NL:TNORDHA:2015:25 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-04
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2015:25 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-09-2015 |
| Datum publicatie: | 28-09-2015 |
| Zaaknummer(s): | 15-04 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klager verwijt de notaris trage beantwoording van brieven, niet meewerken aan een hernieuwde loting van de inboedelgoederen, het niet retourneren van een getekende volmacht, het niet willen uitkeren van enkele duizenden euro’s en het vasthouden aan een te hoge declaratie waarop spookuren zijn vermeld en een te hoog uurtarief wordt berekend. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 2 september 2015 inzake de klacht onder nummer 15-04 van:
[klager],
hierna ook te noemen: klager,
tegen
[notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
hierna ook te noemen: de notaris.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht van 17 februari 2015 doorgestuurd door de KNB, met bijlagen, ingekomen op 25 februari 2015,
· het antwoord van notaris, met bijlagen.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 juli 2015. Daarbij waren aanwezig klager en de notaris. Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt met daaraan de door klager overgelegde pleitnotities gehecht.
De feiten
Op 10 maart 2007 is mevrouw [A] (hierna te noemen: erflaatster) overleden. Erflaatster was gehuwd met de heer [B]. Het huwelijk is op 9 januari 1996, door het overlijden van de heer [B], ontbonden. De nalatenschap van de heer [B] is via een ouderlijke boedelverdeling in 1997 toegedeeld aan erflaatster onder de verplichting om aan de vijf kinderen [C], [D] [E] [F](hierna tezamen te noemen: X) en [G] (klager) hun erfdeel te voldoen. Door erflaatster is op 24 november 1978 een testament opgemaakt dat nadien niet meer is gewijzigd.
Klager en zijn broers en zusters hebben weinig tot geen contact met elkaar.
Voor zover van belang stond in het testament van erflaatster het volgende vermeld:
“(…)
Ik benoem tot mijn enig erfgenamen degenen die volgens de bij mijn overlijden geldende wet als zodanig tot mijn nalatenschap zullen worden geroepen, voor de delen als bij die wet bepaald.
(…)”.
Klager en de overige vier erfgenamen (X) hebben getracht de nalatenschap te verdelen, hetgeen tot op heden niet volledig gelukt is.
Op 3 februari 2010 heeft de rechtbank Den Haag vonnis gewezen in een zaak die was aangespannen door [X] tegen klager. Voor zover van belang heeft de rechtbank Den Haag het volgende geoordeeld:
“(…)
- draagt een notaris van het kantoor [kantoornaam en vestigingsplaats] op de verdeling van de nalatenschap uit te voeren, met het recht van substitutie;
(…)”.
Sinds 2007 is de nalatenschap van erflaatster in behandeling op het kantoor van de notaris. Nadat de rechtbank in 2010 vonnis heeft gewezen over de verdeling van de nalatenschap is het dossier bij de notaris in behandeling gekomen.
Op 11 augustus 2014 schreef klager de volgende brief aan de notaris:
“(…)
Na het overmaken van 7546,20 euro naar rekening [cijferreeks] ten name van [G],[adresgegevens], kan wat mij betreft het dossiet eindelijk gesloten worden.
(…)”.
Op 6 januari 2015 heeft klager de notaris een brief gestuurd met daarin het volgende:
“(…)
Ik hoop dat U niet in een depressie bent geraakt door het afkalven van Uw praktijk. Ik kom hierop, dat ik van U noch op mijn brief van 1 maart 2014, noch op mijn briefje van 11 augustus 2014 een reactie mocht ontvangen. Heel ongewoon.
(…)”.
De klacht en het verweer van de notaris
Klager verwijt de notaris het volgende:
- trage beantwoording van brieven. Voorbeelden zijn de brieven van 9 mei 2011, 14 oktober 2012 (bedoeld zal zijn 2011) en 8 januari 2013 waardoor de afwikkeling vertraagd leek te worden;
- niet meewerken aan een hernieuwde loting van de inboedelgoederen. Er zijn 43 inboedelgoederen te verdelen onder de vijf erfgenamen. Ieder heeft dan recht op 8 of 9 items. Twee Chinese potten, waarvan klager eigenaar was, werden aan klager toebedeeld. Klager verkreeg in plaats van 9 slechts 7 goederen toebedeeld. Klager heeft zich daarover beklaagd bij de notaris. Zij beloofde klager vervolgens dat er een nieuwe loting zou plaatsvinden. Dit is echter nooit gebeurd;
- de weigering van [C] en klager om de te hoge factuur van de notaris te betalen en het om die reden niet retourneren van een getekende volmacht;
- het niet willen uitkeren van enkele duizenden euro’s;
- het vasthouden aan een te hoge declaratie waarop spookuren zijn vermeld en een te hoog uurtarief wordt berekend. De notaris stuurde in eerste instantie een declaratie van € 14.529,97 exclusief BTW. Uiteindelijk heeft de notaris de declaratie, naar eigen zeggen, gehalveerd (€ 8.150,-), gebaseerd op 62 uur werk. De helft zou € 7.264,98 zijn, dus een klein foutje van bijna € 1.000,-. Op het declaratieoverzicht valt op dat de posten correspondentie (38x) en redactie (34x) erg vaak voorkomen.
De notaris heeft het volgende aangevoerd. De stand van zaken is dat de nalatenschap feitelijk afgewikkeld is. Op de kwaliteitsrekening van het notariskantoor staat momenteel nog een bedrag van € 16.000,- dat verdeeld moet worden. Volgens de berekeningen van de notaris, rekening houdende met de richtlijnen in het vonnis van 2010, zou klager nog circa € 2.600,- moeten bijbetalen om tot een eindafwikkeling te komen. De eigen declaratie van de notaris is daarin meegenomen, maar die is niet ten laste van het saldo geboekt. Klager en zijn broer zijn het oneens met de declaratie. Met betrekking tot de verrekenposten en het opgestelde cijferoverzicht zijn alle erfgenamen het eens behalve klager. Drie van de vijf erfgenamen hebben reeds een volmacht tot verdeling getekend. Klager en zijn broer hebben dat nagelaten, aangezien ondertekening zou impliceren dat zij het eens zouden zijn met de declaratie.
Wat betreft de beantwoording van de brieven heeft de notaris het volgende aangevoerd. Zij heeft klager naar aanleiding van de brief van 11 augustus 2014 gebeld om te vragen naar welke brief hij verwees (die had de notaris niet ontvangen) en hoe klager tot de conclusie was gekomen dat de notaris hem nog het genoemde bedrag moest uitkeren. Achteraf had de notaris klager beter schriftelijk kunnen antwoorden. Verder komt de notaris tot de conclusie dat het beter was geweest als er meer tussentijdse berichten naar klager waren gestuurd.
Wat betreft de verloting heeft de notaris het volgende aangevoerd. Een loting heeft altijd verliezers. Een nieuwe loting kan alleen plaatsvinden als alle deelgenoten daarmee in zouden stemmen. Dat was niet het geval. Tijdens een gesprek met klager op het notariskantoor heeft de notaris aangegeven dat de loting door de rechtbank was opgedragen en daarom door haar was uitgevoerd ongeacht of de erfgenamen het met de uitkomst eens zouden zijn. Klager toonde toen begrip en heeft zich neergelegd bij de uitkomst van de loting. De latere brieven van klager lieten echter het tegenovergestelde zien. Meerdere malen is de notaris door de andere drie erfgenamen erop gewezen dat zij niet in moest gaan op de nieuwe eisen en wensen van klager.
Wat betreft de betalingseis en de declaratie het volgende. De notaris zou, indien de andere erfgenamen daarmee instemmen, hun deel kunnen uitkeren en het restant over kunnen maken aan klager. Dat zou echter betekenen dat de declaratie van de notaris onbetaald zou blijven. Als notariskantoor, door de rechtbank belast met de verdeling, is de notaris niet gehouden gratis te werken.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
Voor zover het klachtonderdeel 1 betreft overweegt de Kamer het volgende. Zowel in haar antwoord als tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris erkend dat de trage beantwoording deels aan haarzelf lag. Zij had tussentijdse berichten moeten sturen. Tijdens het telefoongesprek met klager over zijn brief van 11 augustus 2014 is geen wederzijds begrip ontstaan. De notaris heeft vervolgens pas op 6 januari 2015 weer een brief van klager ontvangen, die zij (direct) schriftelijk heeft beantwoord. Vast is komen te staan dat de notaris tussen september 2014 en januari 2015 geen contact met klager heeft opgenomen. Klager heeft echter in de tussentijd ook geen stukken aan de notaris gestuurd, waaruit onderbouwing bleek van zijn berekening van de geldsom genoemd in de brief van 11 augustus 2014.
Vast is komen te staan dat de afwikkeling van de nalatenschap voornamelijk veel tijd in beslag heeft genomen, omdat de erfgenamen het onderling oneens waren. Dat is de notaris niet te verwijten. De Kamer is van oordeel dat het reageren op brieven beter had gekund, maar zij acht het gezien het voorgaande niet tuchtrechtelijk laakbaar. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Voor zover het klachtonderdeel 2 betreft overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat er inderdaad sprake is geweest van het houden van een tweede loting. De Kamer acht het verweer van de notaris dat die tweede loting alleen plaats kan vinden als alle deelgenoten het daarmee eens waren, steekhoudend. Nu dat niet het geval is geweest, kon de notaris niet anders dan het laten bij de eerste loting. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
De kern van de klacht is de hoogte van de declaratie en daarmee samenhangende het wel of niet uitkeren van gelden. De Kamer zal dan ook de klachtonderdelen 3, 4 en 5 tezamen beoordelen. De Kamer is slechts bevoegd de declaratie te toetsen in het kader van het tuchtrecht. Vast is komen te staan dat het hier ging om een nalatenschap waarin de erfgenamen onenigheid hadden. De notaris heeft aangevoerd dat in dergelijke nalatenschappen juist niet precies wordt bijgehouden wie er belt of een brief krijgt. Dit om discussie te voorkomen dat als één erfgenaam vaker belt, de ander dat moet betalen. De notaris heeft aangevoerd dat als zij alle aan dit dossier bestede tijd had gedeclareerd zij € 14.529,97 (excl. BTW) in rekening had moeten brengen. Omdat het niet goed vlotte tussen de erfgenamen en het niet echt inhoudelijke werkzaamheden waren van de notaris, maar meer procesbegeleiding, meende zij klager tegemoet te komen door de declaratie te minderen. Het tarief van de notaris is € 320,- exclusief BTW per uur. In dergelijke nalatenschappen wordt dan een gemiddelde genomen van € 175,- exclusief BTW per uur, in dit geval zelfs nog iets lager. Aan de hand van telefoonnotities zou de notaris alle geschreven tijd kunnen reconstrueren. De Kamer is van oordeel dat de notaris transparanter had kunnen declareren, maar nu zij heeft onderbouwd waarom zij op deze wijze heeft gedeclareerd en reconstructie mogelijk is, is zulks acceptabel. Zij heeft voldoende gedaan om klager tegemoet te komen. Verder is vast komen te staan dat de verdeling nog wacht op de reactie van klager en zijn broer (terugsturen volmachten). Indien de erfgenamen het oneens blijven is de enige manier om de rechter te verzoeken een verdeling tot stand te brengen. De notaris staat hier buiten en kan vanwege het behartigen van de belangen van alle erfgenamen niet anders dan de gelden op de kwaliteitsrekening te laten staan. De drie klachtonderdelen zijn ongegrond.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, A.F.L. Geerdes, F. Hoppel, H.M. Kolster en J. Smal en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 2 september 2015.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.