ECLI:NL:TNORDHA:2015:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-26
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2015:16 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 27-05-2015 |
| Datum publicatie: | 12-06-2015 |
| Zaaknummer(s): | 15-26 |
| Onderwerp: | Overig |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met ontzetting uit het ambt |
| Inhoudsindicatie: | Op drie verschillende tijdstippen is sprake van een negatieve bewaringspositie. De continuïteit van de notarispraktijk is in gevaar en er is sprake van een ontoereikende (financiële) administratie. De notaris voldoet telkens moeizaam aan de verzoeken tot het verstrekken van informatie. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 27 mei 2015 inzake de klacht onder nummer 15-26 van:
Bureau Financieel Toezicht,
hierna ook te noemen: klaagster,
tegen
mr. [naam notaris]
notaris te [vestigingsplaats],
hierna ook te noemen: de notaris.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht van 23 april 2015, met bijlagen, ingekomen op 28 april 2015;
· verweer van de notaris per e-mail van 11 mei 2015.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 mei 2015. Daarbij waren aanwezig namens klaagster mevrouw mr. M.A. Drenth en de heer drs. H. Mannessen RA, alsmede de notaris. Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt met daaraan de door het BFT overgelegde pleitnotitie en de door de notaris overgelegde stukken gehecht.
De feiten
Ingevolge artikel 110 lid 1 en volgende van de Wet op het notarisambt (Wna) heeft klaagster in 2014 en 2015 onderzoeken verricht naar de naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving door de notaris. In vervolg op de rapportage van 3 december 2014 en de door de notaris via DiginBFT ingediende kwartaalcijfers over 2014 heeft klaagster de voorzitter van de Kamer op 5 maart 2015 verzocht een spoedmaatregel te treffen. Bij beslissing van 10 maart 2015, welke is gewijzigd bij beslissing van 25 maart 2015, heeft de voorzitter mr. [naam notaris], oud-notaris te [vestigingsplaats], tot stille bewindvoerder benoemd, welke beslissing door de Kamer voor het notariaat op 26 maart 2015 is bekrachtigd. Vervolgens heeft de voorzitter bij beslissing van 31 maart 2015 per 1 april 2015, op grond van ernstig vermoeden van benadeling van derden, ex artikel 106 eerste lid Wna, de notaris ambtshalve voor onbepaalde tijd geschorst. Notaris mr. [naam notaris] is benoemd tot waarnemer van het protocol.
De klacht en het verweer van de notaris
Klaagster dient vier klachten in tegen de notaris, die afzonderlijk, dan wel in samenhang met de tuchtnorm van artikel 93 Wna en artikel 2 Verordening beroeps-en gedragsregels 2011 (Vbg) op het volgende neerkomen:
- op drie verschillende tijdstippen is sprake van een negatieve bewaringspositie. Een negatieve bewaringspositie is niet toegestaan. De aan de notaris toevertrouwde gelden dienen te allen tijde ten volle in geldmiddelen aanwezig te zijn. De notaris dient onmiddellijk en zonder beperking over deze gelden te kunnen beschikken. Uit het onderzoek is gebleken dat per 30 juni 2014 er een negatieve bewaringspositie was van € 22.006,-. Dit tekort is door stortingen op 4 en 5 september 2014 opgeheven. Per 31 december 2014 bleek opnieuw een negatieve bewaringspositie van € 32.101,-. Volgens de notaris zou het tekort door het aantrekken van leningen zijn aangezuiverd, maar de notaris heeft dit niet aangetoond met bewijsstukken. Op 17 april 2015 ontving klaagster van de waarnemer van de notaris het bericht dat uit de financiële gegevens per 31 maart 2015 een negatieve bewaringspositie is gebleken van € 58.171,70. De notaris heeft hiermee de belangen van derden geschaad en in strijd gehandeld met artikel 23 eerste lid Wna, artikel 25 Wna, artikel 13 Vbg en artikel 6 van de Administratieverordening;
- de continuïteit van de notarispraktijk is in gevaar. De liquiditeitspositie van het notariskantoor (vlottende activa zoals kortlopende debiteuren en banksaldi minus kortlopende schulden) is negatief (per 31.12.2014: - € 163.154,--). Er is sprake van een negatief eigen vermogen in het notariskantoor (per 31.12.2014: - € 472.438,--) (en dus een negatieve solvabiliteitspositie) en een negatief/onvoldoende kantoorresultaat (over 2014: - € 36.436,--). De notaris moet alle kortlopende schulden terstond kunnen betalen. De notaris verkeert al geruime tijd in financiële problemen en er lijkt geen uitzicht op herstel te zijn. Een faillissement van de notaris is niet ondenkbaar. Daarmee handelt de notaris in strijd met artikel 23 Wna jo artikel 2 Administratieverordening en artikel 3 van het Reglement Verslagstaten 2010;
- er is sprake van een ontoereikende (financiële) administratie. Dit blijkt onder andere uit het volgende. De notaris heeft een geschil met de belastingdienst omtrent de afdracht van overdrachtsbelasting. De notaris heeft tot op heden onvoldoende aangetoond dat de gelden (€ 180.694,--) hem toekwamen. Door toe-eigening en aanwending van deze gelden voor kantoorschulden heeft de notaris mogelijk cliënten benadeeld. De notaris heeft gehandeld in strijd met de artikelen 24 Wna en de Administratieverordening in combinatie met het Reglement Verslagstaten 2010;
- de notaris voldoet (telkens) moeizaam aan een verzoek van klaagster om informatie aan haar als toezichthouder te verstrekken. De notaris reageert niet adequaat (tijdig en volledig) op verzoeken van klaagster. Er is geen sprake van incidenteel verzuim, maar van structureel niet, althans niet tijdig verstrekken van informatie. De notaris handelt in strijd met (in ieder geval) artikel 110 en 111a Wna jo artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht en artikel 2 Administratieverordening.
De notaris heeft het volgende aangevoerd. De notaris erkent dat het gedurende vier maanden bestaan van een negatieve bewaringspositie niet kan en mag. De negatieve bewaringspositie van 30 juni 2014 heeft niets te maken met de negatieve bewaringspositie van eind 2014. Sinds enige tijd is de notaris op grond van artikel 106 Wna voor onbepaalde tijd geschorst wegens geconstateerde bewaringstekorten en achterlopen in de administratie. Inmiddels is de administratie bijgewerkt. Uit de laatste cijfers aan klaagster blijkt dat het bewaringstekort is ingelopen. Tevens zal er op 15 mei aanstaande een bedrag van € 55.000,- uit een toegezegde achtergestelde lening worden gestort waardoor er geen bewaringstekort meer is. De negatieve bewaringspositie is geen structureel probleem. Deze gebeurtenissen alsmede de voorgeschiedenis (negatieve liquiditeits- en solvabiliteitspositie) hebben de notaris doen besluiten dat hij niet langer meer als (zelfstandig) notariskantoor verder wenst te gaan. Hij is in een vergevorderd stadium van gesprek met een ander kantoor waar meerdere notarissen werkzaam zijn. Verder heeft de notaris fysieke klachten, waardoor hij wordt belemmerd.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
Wat betreft klachtonderdeel 1 overweegt de Kamer als volgt. Naar het oordeel van de Kamer is door de notaris onvoldoende aangegeven waarom hem ter zake de ontstane bewaringstekorten geen verwijt kan worden gemaakt. De notaris blijft zelf verantwoordelijk voor het bewaken van zijn bewaringspositie opdat hij ontdekte tekorten ogenblikkelijk kan aanvullen. Vaststaat in ieder geval dat de notaris in het afdoende bewaken van zijn bewaringspositie in gebreke is gebleven, waardoor aanzienlijke tekorten gedurende vier maanden hebben voortbestaan. De notaris is onvoldoende adequaat opgetreden in het opheffen van de negatieve bewaringsposities. De negatieve bewaringspositie van juni 2014 is na ruim twee maanden aangezuiverd. Niet gebleken is of de negatieve bewaringsposities van eind 2014 en van eind maart 2015 inmiddels zijn aangezuiverd. Daarmee heeft de notaris gehandeld in strijd met zijn wettelijke verplichting. Dit klachtonderdeel is gegrond.
Wat betreft klachtonderdeel 2 overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat de notaris geruime tijd een aanzienlijke negatieve liquiditeits- en solvabiliteitspositie heeft. Dat op korte termijn sprake zal zijn van financieel herstel is niet aangetoond. De notaris handelt in strijd met artikel 23 Wna jo artikel 2 Administratieverordening en artikel 3 van het Reglement Verslagstaten 2010. Dit klachtonderdeel is gegrond.
Voor zover het klachtonderdeel 3 betreft overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat de notaris sinds 1 januari 2015 een achterstand heeft in zijn financiële administratie. De notaris heeft aangevoerd dat de financiële administratie inmiddels tot en met 30 april 2015 is bijgewerkt, hetgeen klaagster weerspreekt nu de notaris diverse rapportages niet bij haar heeft ingediend. Ook in de onderzoek naar de afdracht van overdrachtsbelasting is geen voortgang geboekt. Hiermee handelt de notaris in strijd met de artikelen 24 Wna en de Administratieverordening en het Reglement Verslagstaten 2010. Dit klachtonderdeel is gegrond.
Wat betreft klachtonderdeel 4 overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat de notaris (in ieder geval) vanaf eind 2014 klaagster niet tijdig en volledig geïnformeerd heeft. Het standpunt van de notaris dat hij daarin belemmerd is (geweest) door fysieke klachten doet daar niet aan af. Dit klachtonderdeel is gegrond.
Maatregel
Door de structureel ontoereikende financiële administratie, het niet tijdig en volledig informeren van klaagster, de negatieve solvabiliteit, de negatieve liquiditeit en de drie bewaringstekorten heeft de notaris willens en wetens niet voldaan aan de op hem als notaris rustende wettelijke verplichtingen. In het bijzonder het bewaringstekort van ruim € 50.000,-- gedurende meer dan vier maanden rekent de Kamer de notaris zwaar aan.
Door dit handelen en nalaten van de notaris is het vertrouwen in het naleven van die wettelijke verplichtingen, in het bijzonder die welke aan het notariaat zijn opgedragen, in ernstige mate geschaad. Daarmee raakt dat handelen en nalaten de fundamenten van het rechtsverkeer. De notaris heeft bedoeld vertrouwen in ernstige mate beschaamd. De Kamer is van oordeel dat de notaris de op hem als notaris rustende wettelijke verplichtingen te allen tijde en ongeacht de omstandigheden waarin hij verkeert, dient na te komen. De Kamer acht, gelet op de aard en ernst van het tuchtrechtelijk laakbare handelen van de notaris, de maatregel van ontzetting uit het ambt passend en geboden.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart de klacht op alle onderdelen gegrond;
legt de notaris de maatregel van ontzetting uit het ambt op;
bepaalt dat de secretaris, binnen een maand nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, aan de notaris bij aangetekende brief de datum zal mededelen waarop de opgelegde maatregel van kracht wordt;
bij separate beslissing zal een waarnemer voor het vacante protocol worden benoemd.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, O. van der Burg, F. Hoppel, H.M. Kolster en R.B. van der Horst en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2015.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.