ECLI:NL:TNORDHA:2015:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-58
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2015:13 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-05-2015 |
| Datum publicatie: | 12-06-2015 |
| Zaaknummer(s): | 14-58 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | De notaris voert zijn opdracht niet uit en is partijdig. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 13 mei 2015 inzake de klacht onder nummer 14-58 van:
[klager],
hierna ook te noemen: klager,
tegen
[notaris],
notaris te [vestigingsplaats]
hierna ook te noemen: de notaris.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht, ingekomen per e-mail op 28 augustus 2014,
· e-mail van klager, ingekomen op 1 september 2014,
· aanvullend klaagschrift, met bijlagen, ingekomen per e-mail op 14 november 2014,
· het antwoord van de notaris, met bijlagen,
· de repliek van klager,
· de dupliek van de notaris.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 april 2015. Daarbij waren aanwezig klager en de notaris bijgestaan door mr. [A], kandidaat-notaris op zijn kantoor.
Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt met daaraan in afschrift gehecht de op de zitting overgelegde pleitaantekeningen van klager.
De feiten
Klager was in gemeenschap van goederen gehuwd met mevrouw [B] (hierna: de vrouw). De echtscheidingsbeschikking van 23 januari 2009 is op 17 februari 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Klager woont thans met zijn vriendin in Frankrijk. De vrouw is alleenstaand en woont in Nederland. Partijen hebben een geschil over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Het voornaamste geschilpunt is de financiering van het onroerend goed van klager in Frankrijk. Partijen hebben over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap een gerechtelijke procedure aangespannen bij de Rechtbank Rotterdam. Bij beschikking van 18 mei 2010 heeft de rechtbank de verdeling van de gemeenschap vastgesteld. Tegen deze beschikking heeft klager geappelleerd. Bij beschikking van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 12 oktober 2011 is de door de Rechtbank vastgestelde verdeling vernietigd. Omdat partijen onvoldoende concrete stukken hebben overhandigd aan het Hof om een verdeling vast te stellen heeft het Hof het volgende beslist:
“(...)
gelast partijen over te gaan tot verdeling van de voormalige huwelijksgemeenschap ten overstaan van een notaris;
benoemt, indien de man en de vrouw zich niet over de keuze van een notaris kunnen verstaan, tot notaris ten overstaan van wie de werkzaamheden van de verdeling zullen geschieden mr. [notaris], notaris ter standplaats [vestigingsplaats] of diens waarnemer of opvolger;
(...)”.
In diezelfde beschikking heeft het Hof bepaald dat voor de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap als peildatum moet worden uitgegaan van 17 februari 2009.
Op uitnodiging van de notaris is klager op 3 november 2011 naar Nederland gevlogen voor een bespreking met de notaris. De notaris heeft klager toen verzocht een overzicht te maken van alle goederen welke volgens klager tot de te verdelen huwelijksgoederengemeenschap behoorden. Op 30 november 2011 heeft klager dit overzicht aan de notaris verzonden. De vrouw heeft ook een overzicht naar de notaris verzonden. In februari 2012 en een keer daarna heeft de advocaat van klager hem vertegenwoordigd bij de notaris.
Op 23 oktober 2013 stuurt de notaris de volgende e-mail aan partijen:
“Aangezien de boedelnotaris geen vertrouwen meer heeft in een verdeling van de huwelijksgemeenschap op basis van overeenstemming tussen partijen, ben ik thans bezig met het maken van procesdossiers voor u beiden. Daarmee kunt u dan verder procederen. Ik hoop deze procesdossiers eind volgende week gereed te hebben”.
De huwelijksgoederengemeenschap is tot op heden niet verdeeld. Klager heeft in 2012 een klacht ingediend tegen de notaris bij de Kamer van Toezicht te Rotterdam. Op 6 december 2012 is die klacht mondeling behandeld. Ter zitting heeft klager de klacht ingetrokken. Daarna heeft klager in 2013 en 2014 opnieuw klachten ingediend tegen de notaris. Beide klachten heeft hij ingetrokken.
De klacht en het verweer van de notaris
De klacht komt samengevat op het volgende neer:
1. de notaris voert zijn opdracht niet uit. Sinds november 2011 ligt het dossier ter afhandeling bij de notaris. Tot op heden is de huwelijksgoederengemeenschap niet verdeeld. Op vragen die klager de notaris stelt krijgt hij onvoldoende antwoord. Klager heeft tot drie keer toe de notaris een opgave gestuurd onderbouwd met stukken van de vermogensbestanddelen. Klager heeft daar nooit vragen of opmerkingen over gehad van de notaris. Klager heeft een opgave van de vrouw van de vermogensbestanddelen nooit ontvangen;
2. de notaris is partijdig. De vrouw heeft gesteld dat klager met gemeenschapsgeld onroerend goed heeft aangekocht in Frankrijk. De notaris volgt deze stelling, zonder enige onderbouwing met stukken. De notaris stuurt zo nu en dan een bericht van de vrouw door aan klager. De vrouw stelt bijvoorbeeld dat klager twee Harley Davidson motoren bezit en twee auto’s. Wat moet klager met een dergelijk bericht? Moet hij met stukken komen waaruit blijkt dat hij die zaken niet bezit? Verder claimt de vrouw een deel van het pensioen van klager. Als bewijsstuk stuurt zij een offerte aan de notaris. Tot verbazing van klager gaat de notaris uit van deze offerte. In december 2013 wordt klager benaderd door een advocaat die is ingeschakeld door de notaris (onzijdig persoon aangewezen bij beschikking van het Hof van 12 oktober 2011). Klager zou weigerachtig zijn en niet willen meewerken. Dit is volkomen onjuist. Het enige waar klager steeds om vraagt is een opgave van de vrouw onderbouwd met stukken. De peildatum is 17 februari 2009 en geen dag eerder of later, zo heeft het Gerechtshof beslist;
3. bewijs van partijdigheid. Dat de notaris partijdig is blijkt uit de opmerking van de notaris over klager dat klager geen rekening houdt met de vrouw;
4. de opdracht wordt niet afgemaakt. Uit de e-mail van 23 oktober 2013 aan partijen blijkt dat de notaris zijn eigen koers vaart. De notaris is ingeschakeld om een verdeling vast te stellen aan de hand van opgaven van beide partijen die ondersteund zijn met bewijsstukken refererende aan de peildatum. Er gebeurt echter niks. Klager zal opnieuw een verzoek tot verdeling indienen bij de rechtbank;
5. klager vordert de kosten die hij heeft gemaakt voor deze procedure.
De notaris heeft het volgende aangevoerd. De notaris is als boedelnotaris afhankelijk van wilsovereenstemming tussen partijen en kan niet zelfstandig de verdeling vaststellen. De notaris heeft diverse werkzaamheden verricht, waaronder het voeren van diverse besprekingen met partijen. Uit de stukken wordt nagenoeg duidelijk waar partijen het over eens zijn. Echter een groot obstakel tussen partijen is de financiering van het onroerend goed in Frankrijk op naam van klager en zijn huidige partner, waarvan klager 10% eigenaar is en zijn huidige partner 90%. Het grootste deel van de aankoopsom voor dit onroerend goed is overgemaakt naar een Franse notaris door een B.V. van klager, die volgens klager al vijf jaar eerder geen activiteiten meer ontplooide, maar die in 2004 desondanks een behoorlijke kredietfaciliteit van de bank kreeg. De vrouw stelt dat klager het Franse onroerend goed geheel heeft gefinancierd en dat de totale aankoopsom dus in de gemeenschap valt. Alle betalingen voor het onroerend goed in Frankrijk liepen via de B.V. van klager, vandaar dat de rechtbank Rotterdam de volledige aankoopsom in de gemeenschap liet vallen. Als de notaris klager vragen stelt, zegt klager dat hij ze niet hoeft te beantwoorden, want wie stelt moet bewijzen. De notaris wil de bankafschriften zien waaruit blijkt dat de gelden echt voor 90% afkomstig van de huidige partner van klager zijn. Zij is immers voor 90% eigenaar. Voor klager is de peildatum zo belangrijk, omdat de Rechtbank Rotterdam ervan uit was gegaan dat het onroerend goed in Frankrijk gefinancierd was met gemeenschapsgelden. Nu het onroerend goed echter was aangekocht in 2004 (dus ver voor de peildatum) was het geld voor de aankoop op de peildatum niet meer aanwezig. Klager vergeet echter dat er wel een vordering op de huidige vriendin voor in plaats gekomen zou kunnen zijn. Dit blijkt ook uit de beëdigde verklaringen van de kinderen en een adviseur van de vrouw afgelegd voor een notaris op 21 oktober 2011, die de notaris bij zijn verweerschrift heeft gevoegd .
In de beslissing van het Hof staat dat de notaris is benoemd ten overstaan van wie de werkzaamheden van de verdeling zullen geschieden. Er staat echter geen voorschrift in hoe dit dient te geschieden. De beschikking van het Hof laat in het midden hoe en op welke wijze de verdeling moet worden vastgesteld.
De notaris heeft wel degelijk diverse malen overzichten aan klager gestuurd met alle daarbij behorende bijlagen als bewijsstukken. Toch beweert klager eind februari 2014 dat hij geen overzicht heeft ontvangen. De notaris concludeert hieruit dat een overzicht waarop het onroerend goed in Frankrijk voor de volle 100% is vermeld, voor klager niet als overzicht telt. Klager erkent dat overzicht gewoonweg niet. De aankoopsom is in ieder geval vanaf een rekening van een B.V. van klager naar de Franse notaris overgemaakt. Klagers verschaft totaal geen duidelijkheid over de geldstromen met betrekking tot de financiering van het Franse onroerend goed. Zo lang niet duidelijk is hoe de geldstromen lopen, kan de notaris niet verder met zijn werkzaamheden. Klager heeft verkeerde verwachtingen van de notaris. Klager is maar één keer op kantoor geweest. Toen de notaris klager nogmaals uitnodigde voor een gesprek, liet klager weten dat hij niet van plan was om naar Nederland te komen. Klager mailt alleen, wil zelf de regie voeren en stelt dan dat de notaris hem niet correct bejegend heeft als de notaris daar niet in meegaat. Hij dient klachten in en trekt deze weer in zo het hem uitkomt.
Het lijkt de notaris de beste oplossing als partijen opnieuw gaan procederen over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
Voor zover het klachtonderdeel 1 tot en met 4 betreft (het niet uitvoeren van de opdracht, het partijdig zijn, bewijs van partijdigheid en niet afmaken opdracht) overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat de notaris partijen meerdere malen heeft verzocht om hem een overzicht te verstrekken van de bestanddelen die op de peildatum tot de huwelijksgoederengemeenschap behoorden. De vrouw heeft een overzicht gemaakt per peildatum van 17 februari 2009 alsmede een document genaamd “Commentaar op “overzicht boedelgemeenschap” opgesteld door [klager]”. Klager heeft ook een overzicht verstrekt. Klager stelt dat hij nimmer een overzicht van de vrouw via de notaris heeft ontvangen. De notaris heeft aangevoerd dat hij diverse malen overzichten met bijlagen aan klager heeft verstuurd. Wat hier ook van zij, de Kamer gaat er in ieder geval van uit dat klager het overzicht heeft ontvangen bij het ontvangen van het verweerschrift van de notaris (bijlage). Uit de overzichten van partijen blijkt dat het belangrijkste knelpunt de financiering van het onroerend goed in Frankrijk is. Vaststaat dat het onroerend goed voor 10% op naam van klager en voor het overige op naam van zijn huidige partner staat. Hoe is dit onroerend goed gefinancierd? Het zou kunnen zijn dat de partner van klager een schuld aan klager heeft die in de gemeenschap valt.Vragen waarop tot op heden geen antwoord van klager is ontvangen. Klager heeft zelf onvoldoende inzage verschaft met betrekking tot de aankoop en de financiering van het onroerend goed in Frankrijk. Deze onduidelijkheid kan door de notaris niet worden opgelost. Daarvoor zijn andere wegen te bewandelen. Dat er geen voortgang zit in het dossier is de notaris niet te verwijten, maar komt voor rekening van klager. Klager heeft ruim de mogelijkheid gehad om te reageren op het “commentaar” van de vrouw. Dit heeft klager echter nagelaten. Alle klachtonderdelen zijn derhalve ongegrond.
Voor zover het klachtonderdeel 5 betreft overweegt de Kamer als volgt. Dit klachtonderdeel wordt afgewezen, omdat de Kamer niet bevoegd is om schadevergoedingen toe te kennen.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart klager niet ontvankelijk voor zover het klachtonderdeel 5 betreft;
verklaart de klacht op alle overige onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, R.R. Roukema, R.J. Groenhof, J. Smal, en J.P. van Loon in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.