ECLI:NL:TNORDHA:2015:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-68

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2015:12
Datum uitspraak: 13-05-2015
Datum publicatie: 12-06-2015
Zaaknummer(s): 14-68
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht gegrond met berisping
Inhoudsindicatie:   Klagers stellen dat de notaris zich op verschillende momenten schuldig heeft gemaakt aan eenzijdige belangenbehartiging, althans hij heeft de schijn van eenzijdige belangenbehartiging gewekt en daarmee heeft hij de belangen van klagers geschaad. De notaris heeft niet gehandeld als een onafhankelijk notaris.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 13 mei 2015 inzake de klacht onder nummer 14-68 van:

[klager]

hierna te noemen:

[A],

en

[klaagster],

(hierna te noemen: [B]

hierna tezamen ook te noemen: klagers,

gevolmachtigde: [C] (hierna te noemen: [C]

tegen

[notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna ook te noemen: de notaris.

De procedure

De Kamer heeft kennisgenomen van:

·         de klacht, met bijlagen, ingekomen op 8 oktober 2014,

·         het antwoord van de notaris,

·         de repliek,

·         de dupliek.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 april 2015. Daarbij waren aanwezig de gevolmachtigde van klagers, [C], alsmede haar zuster mevrouw [D] (hierna: D) en de notaris. Van het verhandelde is proces­verbaal opgemaakt met daaraan gehecht het door de notaris overgelegde testament van erflaatster van 2008.

De feiten

Op 5 juli 2013 heeft mr.[X], notaris te [vestigingsplaats], een testament gepasseerd van mevrouw [Y] (hierna te noemen: erflaatster), stiefmoeder van klagers.

In dit testament heeft erflaatster een aantal percelen (gras-)land gelegateerd aan [A]. Er staat in het testament – voor zover hier van belang – het volgende:

“(…)

HOOFDSTUK 2. LEGAAT

1.Legaat percelen (gras-)land

(…)

Ik maak dit legaat ter voldoening aan een natuurlijke verbintenis omdat mijn stiefzoon altijd zonder noemenswaardige vergoeding in het bedrijf van mijn vooroverleden echtgenoot heeft gewerkt en deze percelen thans reeds in gebruik heeft.

(…)”.

In het testament heeft erflaatster haar vier zussen, een broer en [B] benoemd tot erfgenamen, ieder voor een gelijk deel. Erflaatster heeft haar zuster [Z] benoemd tot executeur.

Korte tijd daarna is de notaris benaderd door een zuster van erflaatster, die de notaris meedeelde, dat erflaatster haar testament van 5 juli 2013 wilde herroepen. Het legaat moest uit het testament en erflaatster wilde een tweede executeur benoemen, aldus de zuster. Op 24 juli 2013 is de notaris met het conform de mededelingen van de zuster opgestelde concept naar het huis van erflaatster gegaan en heeft hij een klein uur met haar gesproken over de inhoud en de wijzigingen in het testament. Aansluitend heeft de notaris het testament gepasseerd. In dit testament heeft erflaatster alle eerder door haar gemaakte wilsbeschikkingen herroepen, heeft zij haar vier zusters en haar broer en [B] benoemd tot haar erfgenamen, ieder voor een gelijk deel, is het legaat aan [A] komen te vervallen en heeft erflaatster haar zussen [E] en [Z] benoemd tot executeurs-afwikkelingsbewindvoerders.

Erflaatster, die in juli 2013 moeilijk uit haar woorden kwam, moeilijk te verstaan was en vrijwel alleen “ja en nee” kon knikken als antwoord op gesloten vragen, is op 16 november 2013 overleden.

De percelen (gras-)land die aanvankelijk waren gelegateerd aan [A] zijn door de erven verkocht aan [B]. De akte van levering zou op 11 juni 2014 om 11.00 uur door de notaris gepasseerd worden. Daarna zou diezelfde dag een deel van de percelen (gras-)land door [B] worden doorgeleverd aan de heer [G]

Nog voordat op 11 juni 2014 de akte van levering aan [B] was verleden heeft [A] op 11 juni 2014 te 11.05 uur beslag gelegd onder de notaris op de verkoopopbrengst van de percelen grond. Later die dag heeft de deurwaarder aan de notaris laten weten dat het beslag als opgeheven kon worden beschouwd. Vervolgens zijn op 11 juni 2014 in de middag de twee opeenvolgende akten van levering door de notaris gepasseerd.

Op 12 juni 2014 heeft [A] (weer) beslag gelegd onder de notaris op de verkoopopbrengst.

Op 17 juni 2014 heeft de notaris [B] en koper [G] de volgende e-mail gestuurd:

“(…)

De leveringen hebben vorige week plaatsgevonden onder de voorwaarde dat er geen beslag gelegd zou worden. Zoals bij u bekend is er toch beslag gelegd.

Ik nodig u uit voor een gesprek bij mij op kantoor om de consequenties te bespreken en te onderzoeken of dit probleem opgelost kan worden.

(…)”.

De klacht en het verweer van de notaris

Klagers stellen dat de notaris zich op verschillende momenten schuldig heeft gemaakt aan eenzijdige belangenbehartiging, althans hij heeft de schijn van eenzijdige belangenbehartiging gewekt en daarmee heeft hij de belangen van klagers geschaad. De notaris heeft niet gehandeld als een onafhankelijk notaris.

Het eerste moment betreft de gang van zaken rond het opmaken van het testament. Klagers betwijfelen of de notaris heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Heeft de notaris wel voldoende gesproken met erflaatster om te achterhalen waarom zij haar testament van 19 dagen eerder wilde herroepen? De notaris heeft het testament op 24 juli 2013 te makkelijk gewijzigd. Dit was in strijd met de wil van erflaatster.

Verder verwijten klagers de notaris dat hij 11 juni 2014 ongeoorloofde druk heeft uitgeoefend op de bij het passeren aanwezige familieleden [familienaam]. Het passeren van de akte van levering was gepland op 11 juni 2014 om 11.00 uur. Omdat er om 11.05 uur beslag werd gelegd door [A] op de verkoopopbrengst, werd het passeren uitgesteld en dwong de notaris [A] om het beslag er direct af te halen. Dit gebeurde op dusdanige intimiderende wijze, dat klagers het gevoel kregen dat de notaris leek op te treden als belangenbehartiger van de twee executeurs. Uiteindelijk heeft [A] het beslag er afgehaald, omdat het passeren belangrijk was voor [B]. Voor het passeren om 13.30 uur moesten de aanwezigen, [B], [C] en [D], de notaris beloven dat er die dag en de daarop volgende dagen/week géén beslag meer gelegd zou worden op de verkoopopbrengst van de percelen grond. Indien zij deze toezegging niet zouden doen, zou de akte niet gepasseerd kunnen worden. [A], die niet aanwezig was en die zijn zusters geen volmacht had gegeven namens hem te handelen, heeft op 12 juni 2014 alsnog beslag gelegd op de verkoopopbrengst. Vervolgens heeft de notaris telefonisch contact gezocht met [C] en [D] en de dochter van [B] en heeft gezegd “de hele familie zit hier achter”, “ik ga je zussen aanklagen” en “dit heeft vergaande consequenties”. De notaris heeft intimiderend, onbehoorlijk en partijdig gehandeld. Ook de e-mail van 17 juni 2014 aan [B] en de heer [G] wordt door klagers ervaren als ongeoorloofde druk en partijdigheid. De notaris heeft bovendien zijn beroepsgeheim geschonden door de mail van 17 juni 2014 ook aan [G] te sturen. [G] had immers niets van doen met de tweede beslaglegging en was hiervan ook niet op de hoogte.

Wat betreft het opstellen van het testament heeft de notaris het volgende aangevoerd. Erflaatster wilde het testament van 5 juli 2013 wijzigen. Zij wilde dit volgens de zuster die de notaris benaderde niet bij notaris [X] laten doen omdat zijn rekening zo hoog was geweest. De notaris kon dit tegen een veel lager tarief doen. Zij wilde het legaat laten vervallen en een tweede executeur-afwikkelingsbewindvoerder benoemen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris het testament van erflaatster uit 2008 aan de Kamer overgelegd. In dit testament was het legaat ook niet opgenomen. Zo vreemd was het dus niet dat erflaatster het legaat niet meer in het testament wilde. Erflaatster heeft aan de notaris verteld dat ze altijd een moeizame relatie had gehad met [A]. [A] is zwak begaafd en werkte in het bedrijf van zijn vader. Het testament dat notaris [X] heeft gepasseerd was op initiatief van [B] opgesteld. Erflaatster heeft aangegeven dat zij het legaat niet wilde, maar zij vond het moeilijk dit te zeggen, omdat [B] zoveel voor haar gedaan had. Dit alles heeft erflaatster aangegeven in een gesprek met de notaris zonder dat daar verder iemand bij aanwezig was. De zuster die de notaris had aangezocht was op het moment van passeren even buiten aan het wandelen. Erflaatster wist het zeker, er waren geen twijfels. Als notaris heeft de notaris zich er van vergewist dat de wil van erflaatster overeenstemde met het te passeren testament.

De notaris heeft betwist dat hij op 11 juni 2014 iemand heeft gedwongen om het beslag er af te halen. De notaris heeft aangevoerd dat de overige erfgenamen niet zouden meewerken aan de overdracht van de percelen aan [B] indien zij zouden weten dat er beslag was gelegd op de verkoopopbrengst. De notaris mocht daarbij “onder geen beding” iets zeggen over de doorverkoop aan [G]. De notaris heeft voorgesteld om met [B] en de makelaar in een aparte ruimte te overleggen. [B] vond dit echter niet nodig, omdat [G] een buurman was die “volledig op de hoogte was”. De gelden van [G] werden gebruikt door [B] om de koopsom aan de overige erfgenamen te kunnen voldoen. Met [B] en de makelaar en zus [D] is afgesproken dat het beslag zou komen te vervallen en dat er die week niet opnieuw beslag zou worden gelegd. De bevestiging van de advocaat van [A] dat het beslag kwam te vervallen werd inderdaad door de notaris ontvangen. Echter in de mail stond niet dat er niet opnieuw beslag gelegd zou worden. Gezien de planning in de agenda van de notaris en andere afspraken was er geen tijd om de voorwaarde in de akte op te nemen. De notaris heeft niemand gedwongen. Hij heeft slechts gezocht naar een oplossing zodat beide transacties doorgang konden vinden. Toen het beslag voor het passeren was gelegd heeft de notaris nog advies aan het Notarieel Juridisch Bureau gevraagd. Zonder inmenging van de notaris zouden de percelen door de executeurs zijn verkocht aan een derde. De notaris heeft niet partijdig gehandeld, maar heeft juist geprobeerd [B] uit de problemen te houden. Indien zij niet kon leveren aan [G] zou er sprake zijn van wanprestatie en zou zij handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De notaris heeft tijdens de telefoongesprekken geen intimiderende uitspraken gedaan.

De beoordeling van de klacht

Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. 

Wat betreft het passeren van het testament overweegt de Kamer als volgt.

De notaris heeft het “Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van de notariële dienstverlening” (hierna: Stappenplan) niet correct gevolgd. Het Stappenplan geeft voorbeelden van indicatoren die aanleiding geven om te twijfelen aan de geestesgesteldheid van een cliënt. De volgende indicatoren zijn hier van toepassing:

• Medische indicatie: erflaatster kon moeilijk uit haar woorden komen, was slecht te verstaan en kon vrijwel alleen  “ja en nee knikken”;

•  Het initiatief voor het verzoek tot dienstverlening aan de notaris kwam van de zuster van erflaatster en niet van erflaatster zelf;

•  De instructies voor de inhoud van de akte werden door de zuster van erflaatster en niet door erflaatster zelf aan de notaris gegeven;

• Voor testamenten: Erflaatster heeft frequenter dan voor haar doen gebruikelijk een verzoek gedaan tot het aanpassen van een eerder testament, namelijk 19 dagen na het verlijden van het testament van 5 juni 2013, terwijl het daarvoor opgemaakte testament uit 2008 was;  

• De inhoud van het nieuwe testament week ingrijpend af van de inhoud van het pas 19 dagen daarvoor opgemaakte testament, nu het legaat een aanzienlijke waarde vertegenwoordigde.

De notaris had naar het oordeel van de Kamer nader onderzoek moeten verrichten naar de wilsbekwaamheid van erflaatster. Vast is komen te staan dat erflaatster slecht verstaanbaar was, moeilijk uit haar woorden kon komen en vrijwel alleen ja en nee kon knikken. De notaris heeft aangevoerd dat hij een klein uur met erflaatster heeft gesproken over de inhoud van haar testament en aansluitend het testament heeft gepasseerd. De notaris heeft naar aanleiding van de instructies die hij kreeg van één van de zusters van erflaatster het concept opgesteld. Met het concept van het testament is hij enkele dagen later naar het huis van erflaatster gegaan en heeft het met haar besproken. Erflaatster had het concept dus niet van tevoren gezien of kunnen lezen. Het had op de weg van de notaris gelegen om, nadat hij zich ervan had overtuigd dat de inhoud van het testament overeenkwam met de wil van erflaatster, haar nog enige bedenktijd te gunnen alvorens het testament te passeren. Niet is komen vast te staan dat erflaatster terminaal ziek was en er zodanige haast geboden was bij het passeren van het testament dat dit onmiddellijk gepasseerd moest worden. De Kamer acht de handelwijze van de notaris niet zorgvuldig. De notaris was niet de huisnotaris van erflaatster en hij was bekend met het feit dat notaris [X] dat wel was. De zuster van erflaatster, die zich tot de notaris heeft gewend en hem instructies heeft gegeven over de door erflaatster gewenste wijzigingen in het testament, was in het testament van 5 juli 2013 benoemd tot een van de zes erfgenamen. Zij had derhalve rechtstreeks belang bij het laten vervallen van het legaat. De notaris had meer op zijn hoede moeten zijn en had wellicht contact op moeten nemen met (huis)notaris [X] voor overleg. Het verweer van de notaris ter zitting dat hij geen contact met notaris [X] heeft opgenomen, aangezien de familie niets mocht weten, houdt geen stand. Ook op notaris [X] rust een geheimhoudingsplicht, zodat de familie niets behoefde te weten van een eventuele wens van erflaatster om haar testament na korte tijd te wijzigen.  

Gelet op het voorgaande is dit klachtenonderdeel gegrond.

Ten aanzien van de gang van zaken rond de overdracht van de percelen grond in juni 2014 overweegt de Kamer als volgt.

De Kamer acht niet gebleken dat [A] door de notaris is gedwongen “het beslag eraf te halen”, zoals klagers stellen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [A] bij de beslaglegging werd bijgestaan door een advocaat en dus aangenomen moet worden, dat de belangen van [A] daarbij naar behoren werden behartigd. Bovendien was [A] niet aanwezig op kantoor bij de notaris en zijn de contacten met [A] over de opheffing van het beslag telefonisch en niet door de notaris, maar door één van de zusters van [A], gelegd. Van ongeoorloofde druk van de notaris op [A] is dan ook niet gebleken en de klacht is in zoverre ongegrond.

Dat de notaris op de middag van 11 juni 2014 nadat het beslag door [A] was opgeheven [B], [C] en [D] heeft laten beloven dat zij die dag en de daaropvolgende dagen geen beslag zouden leggen staat vast. De notaris heeft erkend dat hij de akten van levering heeft gepasseerd op de voorwaarde dat niet opnieuw beslag zou worden gelegd, maar heeft dat niet in de akten vermeld. De door de notaris aan [B], [C] en [D] gestelde voorwaarde was zinloos. Immers zij waren niet degenen die eerder beslag hadden gelegd en [A], de eerdere beslaglegger, was niet aanwezig, terwijl [B], [C] en [D] niet door hem gevolmachtigd waren. De beide transporten konden plaatsvinden en een eventueel toekomstig beslag op de verkoopopbrengst zou er hoogstens toe leiden dat de verdeling van de opbrengst onder de erfgenamen niet kon plaatsvinden. De enige personen die belang hadden bij c.q. konden verlangen dat er geen beslag meer werd gelegd waren de executeurs, maar zij zijn nu juist volgens de notaris in verband met de uitdrukkelijke instructies van [B] niet ingelicht over de voorwaarde.

De Kamer acht op grond van het voorgaande dit klachtenonderdeel gegrond.

De inhoud van het e-mailbericht van 17 juni 2014 van de notaris aan [B] acht de Kamer niet intimiderend of getuigen van ongeoorloofde druk. Voldoende aannemelijk is dat de notaris de mogelijke gevolgen van het op de verkoopopbrengst gelegde beslag met [B] (als koper bij de eerste transactie en als verkoper bij de tweede transactie) heeft willen bespreken en iets anders valt in het e-mailbericht ook niet te lezen.

De Kamer is wel van oordeel dat de notaris door het e-mailbericht ook aan [G] te sturen zijn  beroepsgeheim heeft geschonden. [G] was op 17 juni 2014 eigenaar van de op 11 juni 2014 aan hem door [B]geleverde percelen grond. Het na 11 juni 2014 gelegde beslag op de verkoopopbrengst regardeerde [G] niet, zodat de notaris hem daarover op 17 juni 2014 ook niet had mogen berichten. Dit klachtonderdeel is derhalve eveneens gegrond.

Maatregel

Nu de klacht op drie (sub) onderdelen gegrond is verklaard acht de Kamer een maatregel op zijn plaats. De Kamer tilt met name zwaar aan het onzorgvuldig handelen van de notaris voorafgaand aan het passeren van het testament en acht daarom, in combinatie met beide andere gegrond bevonden klachtonderdelen, de maatregel van berisping passend.

De beslissing

De Kamer voornoemd:

verklaart de klacht op drie (sub)onderdelen gegrond;

legt de notaris de maatregel van berisping op;

bepaalt dat de opgelegde maatregel, nadat tegen onderhavige beslissing geen rechtsmiddel meer openstaat, ten uitvoer zal worden gelegd op een nader te bepalen vergadering van de Kamer, waartoe de notaris per aangetekende brief zal worden opgeroepen door de secretaris;

verklaart de twee overige (sub)onderdelen van de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M.G.L. den Os-Brand, voorzitter, R.R. Roukema, R.J. Groenhof, J.P. van Loon en J. Smal en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.