ECLI:NL:TNORDHA:2014:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-50
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2014:20 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-03-2014 |
| Datum publicatie: | 19-06-2014 |
| Zaaknummer(s): | 13-50 |
| Onderwerp: | Ondernemingsrecht |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster verwijt de notaris onzorgvuldig handelen. Dit blijkt uit het volgende: de notaris heeft klaagster niet tijdig geïnformeerd; de notaris heeft nagelaten om tot een directe uitbetaling over te gaan; de notaris heeft [C] verwittigd omtrent het tijdstip en de bankrekening waarop uitbetaling zou geschieden en aldus haar praktisch uitgenodigd om tijdig beslag te leggen; klaagster stelt de notaris aansprakelijk voor de door haar geleden schade. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 26 maart 2014 inzake de klacht onder nummer 13-50 van:
[naam],
vertegenwoordigd door [klagers],
hierna ook te noemen: klaagster,
gemachtigde: mr. B. Fresco te Den Haag,
tegen
mr. [notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
hierna ook te noemen: de notaris.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht voorafgegaan per e-mail, ingekomen op 17 september 2013, met bijlagen,
· het antwoord van de notaris,
· de repliek van klaagster, met bijlage,
· de dupliek van de notaris.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 februari 2014. Daarbij waren aanwezig klaagster, vertegenwoordigd door [A] en [B], bijgestaan door haar advocaat mr. B. Fresco en de notaris. Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt.
De feiten
Bij de rechtbank Den Haag is een civiele procedure gevoerd waarbij klaagster als eiser optrad en [C] (hierna te noemen: C) en [D] (hierna te noemen: D) als gedaagden. Tot zekerheid van de nakoming van de uitkomst van die juridische procedure heeft klaagster in oktober 2007 een escrow-overeenkomst gesloten met [C] en [D]. In de escrow-overeenkomst is de notaris aangesteld als Escrow Agent en de kwaliteitsrekening ten name van [E] (het kantoor waar de notaris toen werkzaam was) zou als Escrow Rekening gebruikt worden. [C] en [D] hebben vervolgens op deze kwaliteitsrekening gelden gestort.
In de escrow-overeenkomst is verder het volgende bepaald:
“(…)
Artikel 3.
Claims crediteur en uitbetaling aan crediteur en/of debiteur
(…)
3.2 Een claim wordt als zodanig uitsluitend erkend indien de crediteur aantoont uiterlijk op 12 september 2007 een eis in de hoofdzaak te hebben ingesteld tegen de debiteur sub 1.b. genoemd [D) en indien op die dag de reeds lopende procedure tussen de crediteur en debiteur sub 1.a. (C] met rolnummer […] niet is ingetrokken of anderszins gestaakt. De Escrow Agent zal overgaan tot uitbetaling van het door hem in depot gehouden Escrow Bedrag aan de crediteur na ontvangst van:
a. een afschrift van een eindvonnis van de Rechtbank ’s-Gravenhage, gewezen in de procedure tussen de crediteur en de debiteur sub 1.a. [C] met rolnummer [….] en/of van een eindvonnis in de nog aanhangig te maken procedure tussen de crediteur en de debiteur sub 1.b. genoemd [D] vergezeld van de verklaring van de griffier van de desbetreffende Rechtbank ’s-Gravenhage inhoudende dat tegen dat vonnis binnen drie maanden na dagtekening geen bericht van hoger beroep is ontvangen, tenzij de Escrow Agent alsdan van een van de partijen bericht zal hebben ontvangen dat hoger beroep is ingesteld,
(…)
3.3 De Escrow Agent zal ten laste van het Escrow Bedrag aan de crediteur slechts overmaken het bedrag dat de crediteur blijkens het hiervoor in artikel 3.2 sub a., b., of c. bedoelde bewijsstuk van de desbetreffende debiteur te vorderen heeft, met dien verstande dat ook al is in één zaak tegen één van de debiteuren de in rechte toegewezen vordering hoger, er nooit meer dan een bedrag van eenhonderdvijfentwintigduizend euro (EUR 125.000,--) ten laste van het Escrow Bedrag aan de crediteur zal worden uitgekeerd, zodat het na een dergelijke uitbetaling in het depot resterende bedrag zal dienen als zekerheid voor de voldoening van de andere door de crediteur gepretendeerde vordering tegen de andere debiteur.
(…)”.
Op 27 februari 2013 heeft de rechtbank Den Haag vonnis gewezen. [C] en [D] zijn daarbij veroordeeld tot betaling aan klaagster, uitvoerbaar bij voorraad. [C] is vervolgens in hoger beroep gegaan, [D] niet.
De klacht en het verweer van de notaris
Klaagster verwijt de notaris onzorgvuldig handelen. Dit blijkt uit het volgende:
- de notaris heeft klaagster niet tijdig geïnformeerd;
- de notaris heeft nagelaten om tot een directe uitbetaling over te gaan;
- de notaris heeft [C} verwittigd omtrent het tijdstip en de bankrekening waarop uitbetaling zou geschieden en aldus haar praktisch uitgenodigd om tijdig beslag te leggen;
- klaagster stelt de notaris aansprakelijk voor de door haar geleden schade.
De advocaat van klaagster heeft vanaf 30 mei 2013 meerdere malen de notaris schriftelijk verzocht tot betaling over te gaan. De notaris bleek vervolgens niet meer bij [E] werkzaam te zijn. Op 6 juni 2013 heeft de advocaat van klaagster de notaris weten te traceren. Op 13 juni 2013 ontving de advocaat van klaagster een reactie van de notaris dat hij de originele stukken wenste te ontvangen. De notaris wenste vervolgens eerst de andere partijen in kennis te stellen. Volgens de bepaling in de escrow-overeenkomst was dat geheel niet nodig. Volgens bericht van 27 juni 2013 bleek er tevens beslag te zijn gelegd door [E] op de gelden die zij nog van [C] tegoed had. Op 28 juni 2013 heeft [C] bericht dat zij de notaris niet vrij acht tot betaling over te gaan tot er een onherroepelijk vonnis zou zijn in beide zaken. Na diverse pogingen om met de notaris in contact te komen, heeft de notaris op 5 augustus 2013 [C] geïnformeerd dat hij tot betaling wilde over gaan. [C] was het daar niet mee eens en wilde de uitbetaling tegenhouden. Op 12 augustus 2013 heeft een kantoorgenoot van de notaris klaagster bericht dat hij geen aanleiding ziet om niet tot betaling over te gaan en dat uitbetaling aan de advocaat van klaagster zou geschieden. Door deze mededeling van de notaris heeft [C] vervolgens beslag gelegd op de tegoeden van klaagster bij de advocaat. Tijdens de hoorzitting over het beslag op 23 augustus 2013 bleek dat de advocaat van [C] wist dat de uitbetaling om 16.00 uur door de notaris zou geschieden.
De notaris heeft wat betreft het niet tijdig informeren het volgende aangevoerd. Mevrouw mr. A.H.F. Beiboer, advocaat van klaagster, had zich schriftelijk gemeld bij de notaris namens klaagster. Verdere communicatie verloopt dan via de advocaat. De notaris heeft er op vertrouwd dat de advocaat verder alles zou kortsluiten met haar cliënt.
Wat betreft de uitbetaling uit het depot heeft de notaris het volgende aangevoerd. In het kader van door de notaris in acht te nemen zorgvuldigheid, dient een notaris indien één van partijen zich beroept op de vervulling van een voorwaarde tot uitbetaling ten laste van het in escrow gehouden bedrag, dat te melden aan de (advocaat van de) wederpartij. Van de notaris kon niet worden verlangd dat hij lukraak de gelden zou uitbetalen. De notaris heeft derhalve de wederpartijen in de gelegenheid gesteld hun visie te geven ten aanzien van de vordering van klaagster tot uitbetaling van een gedeelte van het depot.
Wat betreft het beslag heeft de notaris het volgende aangevoerd. De notaris diende zorgvuldigheid te betrachten. Omdat een deugdelijke althans juridisch consequente reactie van [C} uitbleef heeft de notaris haar een ultimatum gesteld. Dat lijkt niet meer dan logisch en is niet een verwittiging als hiervoor door klaagster bedoeld, laat staan een uitnodiging om beslag te leggen. Dat er uitbetaald zou worden op de kwaliteitsrekening van de advocaat van klaagster was voor de advocaat van de wederpartij van klaagster geen nieuws. Dat er uiteindelijk beslag is gelegd op (een deel van) de depotgelden is de notaris niet aan te rekenen. Met het beslag zelf zijn klagers overigens hun rechten ten aanzien van de gelden niet kwijtgeraakt.
De notaris wijst inzake de geleden schade alle aansprakelijkheid van de hand. Het escrow-bedrag staat reeds zes jaar bij de notaris in depot. De notaris ziet niet in waarom een aantal weken langer aanhouden van het depot schade zou opleveren voor klaagster.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
Wat betreft het informeren overweegt de Kamer het volgende. Klaagster verwijt de notaris dat hij niet tijdig heeft aangegeven dat hij van kantoor gewisseld is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris aangevoerd dat hij al zijn cliënten heeft aangeschreven toen hij van kantoor wisselde. Aangezien hij als notaris betrokken was bij onderhavig dossier, was het informeren van partijen van belang. Helaas heeft zijn bericht klaagster niet bereikt. De Kamer oordeelt dat dit klachtonderdeel ongegrond is. Vast is komen te staan dat klaagster zich liet bijstaan door diverse (elkaar opvolgende) advocaten. Alle notarissen zijn voor een ieder te vinden in het register notariaat. Dat de adreswijziging klaagster niet heeft bereikt is de notaris tuchtrechtelijk niet te verwijten, nu alle gegevens van notarissen in een centraal register staan vermeld en de advocaat zonder veel vertraging op te lopen de notaris had kunnen achterhalen.
Wat betreft het uitbetalen overweegt de Kamer het volgende. Het doel van het opstellen van een escrow-overeenkomst is om geen onduidelijkheden te creëren. Een van de belangrijkste taken van een notaris is het onder zich houden van gelden voor derden. Ook toen de notaris alle daartoe vereiste stukken had ontvangen, is hij niet direct overgegaan tot het uitbetalen van (een deel van) het depotbedrag. De notaris heeft aangevoerd dat hij in het kader van de zorgvuldigheid de wederpartijen om een reactie heeft gevraagd. Een valide argument van de notaris waarom hij vertraagd heeft uitbetaald, is de Kamer echter niet gebleken. Blijkbaar twijfelde de notaris wanneer hij tot uitbetaling over mocht gaan. Die twijfel is de notaris aan te rekenen nu hijzelf partij was bij de escrow overeenkomst. Aangezien de notaris zelf partij was, had het op zijn weg gelegen om in de escrow overeenkomst geen onduidelijkheden te laten bestaan. De notaris heeft derhalve tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld. Dit klachtonderdeel is gegrond. Nu dit verwijt niet dermate ernstig is, komt de Kamer niet toe aan het opleggen van een maatregel.
Wat betreft het beslag overweegt de Kamer als volgt. Toen de notaris van [C] geen reactie had ontvangen heeft hij een ultimatum gesteld. Dat er vervolgens beslag is gelegd, is de notaris niet tuchtrechtelijk te verwijten. Dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.
De Kamer is niet bevoegd voor zover de klacht ziet op het verzoek om de gemaakte (advocaat)kosten te verhalen op de notaris. Klaagster is derhalve niet ontvankelijk.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart klaagster voor zover het klachtonderdeel 4 betreft niet ontvankelijk;
verklaart klachtonderdelen 1 en 3 ongegrond;
verklaart klachtonderdeel 2 gegrond zonder oplegging van een maatregel.
Deze beslissing is gegeven door mrs. G.P. van Ham, voorzitter, A.F.L. Geerdes, R. van der Galiën, J.P. van Loon en R.B. van der Horst, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2014.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.