ECLI:NL:TNORDHA:2014:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-67
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2014:18 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-05-2014 |
| Datum publicatie: | 21-06-2014 |
| Zaaknummer(s): | 13-67 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klager verwijt de npotaris dat hij zich passief heeft gedragen, dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden en dat hij ondeskundig gehandeld heeft. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 21 mei 2014 inzake de klacht onder nummer 13-67 van:
[klager],
hierna ook te noemen: klager,
advocaat mr. W.H. Benard te Rotterdam,
tegen
mr. [kandidaat-notaris],
kandidaat-notaris te [vestigingsplaats],
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht, ingekomen per e-mail op 20 november 2013, met bijlagen,
· het antwoord van de kandidaat-notaris, met bijlage,
· de repliek van klager, met bijlagen,
· de dupliek van de kandidaat-notaris.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 april 2014. Daarbij waren aanwezig klager en zijn advocaat en de kandidaat-notaris bijgestaan door kantoorgenoot mr. [A].
Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt met daaraan in afschrift gehecht de op de zitting overgelegde pleitaantekeningen van klager.
De feiten
Op 6 juni 2011 is de moeder van klager (hierna te noemen: erflaatster) overleden. Erflaatster heeft klager bij testament onterfd. Erflaatster heeft een Anbi (Algemeen nut beogende instelling) tot enig erfgenaam benoemd en haar nicht benoemd tot executeur. De nicht gaf een volmacht aan de kandidaat-notaris. Klager heeft zich tot de kandidaat-notaris gewend omdat hij aanspraak wilde maken op zijn legitieme portie.
De klacht en het verweer van de kandidaat-notaris
Klager verwijt de kandidaat-notaris het volgende:
1. passief gedrag. Meerdere malen heeft klager de kandidaat-notaris een aantal vragen gesteld. De vragen hadden voornamelijk betrekking op de omvang van de nalatenschap (bankafschriften, giften, contant geld). Verder wilde klager graag een kopie (geen afschrift) ontvangen van het testament van erflaatster, zodat hij kon controleren of het daadwerkelijk haar handtekening was die onder het testament stond. De antwoorden van de kandidaat-notaris lieten lang op zich wachten en voldeden niet aan de verwachting van klager;
2. geheimhoudingsplicht geschonden. De kandidaat-notaris heeft op 19 augustus 2013 een e-mail van de erfgenaam rechtstreeks doorgestuurd naar de advocaat van klager;
3. ondeskundig handelen. Klager en de executeur waren het niet eens over de in het verleden gedane schenkingen door erflaatster. De kandidaat-notaris heeft op 4 oktober 2012 ondeskundig gehandeld door te melden dat hij er tussenuit stapt. Verder was de kandidaat-notaris vergeten de giften op te nemen op het overzicht van de ontvangsten en uitgaven.
De kandidaat-notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd, dat hierna voor zover nodig zal worden besproken.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de kandidaat-notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een kandidaat-notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als kandidaat-notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk kandidaat-notaris niet betaamt.
De Kamer overweegt het volgende.
Wat betreft klachtonderdeel 1 (passief gedrag) heeft de kandidaat-notaris het volgende aangevoerd. Het is de kandidaat-notaris niet duidelijk op welk moment hij passief gedrag zou hebben getoond. Uit de bij het verweerschrift gevoegde tijdlijn blijkt nergens dat klager lang op bericht van de kandidaat-notaris heeft moeten wachten.
De Kamer is van oordeel dat dit klachtonderdeel ongegrond is. Niet is komen vast te staan dat de kandidaat-notaris een te afwachtende houding heeft aangenomen. Hij heeft vrijwel steeds binnen een acceptabele periode gereageerd op verzoeken en vragen van klager. Wel is de Kamer van oordeel dat de kandidaat-notaris wat betreft het opvragen van de bankafschriften van vijf jaar terug, waarom de advocaat van klager op 19 juli 2012 had verzocht, zelf meer de regie had moeten pakken. Nadat aan de kandidaat-notaris was gebleken dat de executeur de bankafschriften niet had c.q. niet wilde verstrekken en de kandidaat-notaris deze afschriften medio november 2012 zelf had opgevraagd bij de bank, had de kandidaat-notaris - toen de bankafschriften uitbleven - een rappel kunnen sturen. Dat heeft hij pas gedaan nadat de advocaat van klager hem begin februari 2013 had gerappelleerd. Dit nalaten is echter niet dermate onzorgvuldig dat dit tuchtrechtelijk laakbaar is.
Wat betreft het schenden van de geheimhoudingsplicht heeft de kandidaat-notaris aangevoerd dat hij toestemming had van de erfgenaam om de e-mail rechtstreeks door te sturen naar de advocaat van klager. Het is de kandidaat-notaris dan ook niet duidelijk op welke wijze hij zijn geheimhoudingsplicht zou hebben geschonden of ondeskundig zou hebben gehandeld.
De Kamer acht dit klachtonderdeel ongegrond. Nu de kandidaat-notaris toestemming had van de erfgenaam, stond de geheimhoudingsplicht hem niet in de weg de e-mail door te sturen naar klager. Ook de klacht dat de kandidaat-notaris weigerde om een kopie te verstrekken van het testament is ongegrond. Nog daargelaten dat niet is gebleken dat klager de kandidaat-notaris heeft gevraagd om een kopie van het testament omdat hij de handtekening van zijn moeder wilde controleren, worden in de notariële praktijk geen kopieën van akten, maar afschriften verstrekt en is het afschrift het bewijs dat de akte is ondertekend door de door de notaris genoemde persoon. Dit afschrift heeft de kandidaat-notaris in augustus 2011 toegezonden.
Wat betreft het verweten ondeskundig handelen heeft de kandidaat-notaris het volgende aangevoerd. Op 4 oktober 2012 heeft de kandidaat-notaris opdracht gekregen van de erfgenaam om zijn werkzaamheden te staken. Er was namelijk discussie ontstaan tussen klager en de executeur over (de omvang van) door erflaatster gedane schenkingen. Het is de kandidaat-notaris niet duidelijk waarom hij, door dit mee te delen aan klager, ondeskundig zou hebben gehandeld.
De kandidaat-notaris heeft toegegeven dat hij inderdaad vergeten was de giften op te nemen in het overzicht van ontvangsten en uitgaven. Hij kan die giften ook thans nog niet opgeven, omdat er tussen klager en de executeur discussie is ontstaan over de hoogte van de giften.
De Kamer acht dit verweer steekhoudend. Zodra er meer duidelijkheid is zal de kandidaat-notaris het overzicht van ontvangsten en uitgaven aanpassen. Een dergelijke omissie is derhalve niet klachtwaardig.
Ook overigens acht de Kamer van ondeskundig handelen van de kandidaat-notaris niet gebleken, hoewel de kandidaat-notaris meer duidelijkheid had kunnen scheppen richting klager over zijn verschillende hoedanigheden (gevolmachtigde van de executeur en opdrachtnemer van de erfgenaam). Dit is echter niet dermate onzorgvuldig dat dit tuchtrechtelijk laakbaar is. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.G.L. den Os-Brand, voorzitter, A.F.L. Geerdes, F. Hoppel, J.P. van Loon en R.B. van der Horst en in tegenwoordigheid van de secretaris mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2014.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.