ECLI:NL:TNORARL:2015:34 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/110
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2015:34 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 23-02-2015 |
| Datum publicatie: | 08-10-2015 |
| Zaaknummer(s): | AL/2014/110 |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Notaris heeft verzuimd klaagster - de weduwe van erflater - voorafgaand aan het passeren van de akte van levering te informeren over het feit dat de ex-echtgenote van erflater als mogelijk deelgerechtigde betrokken diende te worden bij de boedelverdeling. Klachtonderdeel gegrond, geen maatregel, want erkenning en excuus door notaris Gebruik van een na verlening op een niet wezenlijk punt gewijzigde, althans aangevulde volmacht is uit tuchtrechtelijk oogpunt niet verwijtbaar te achten. Notaris mag deel verkoopopbrengst in depot houden, totdat weduwe en ex-echtgenote het eens worden over de verdeling, dan wel rechtelijke uitspraak daarover zal zijn gedaan. Kosten het titelonderzoek worden uiteraard in rekening gebracht aan diegene(n) ten behoeve waarvan deze uitgevoerd zijn. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT
ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2014/110
Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van:
[...],
klaagster,
wonende te […],
gemachtigde: […],
tegen
[…],
notaris te […].
Partijen worden hierna verder aangeduid als klaagster en de notaris.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de brief van klaagster met bijlagen van 27 augustus 2014, ingekomen bij de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem - Leeuwarden (verder: de kamer) op 28 augustus 2014;
- de brief van de notaris van 22 september 2014 ingekomen bij de kamer op
23 september 2014;
1.2 De klachtzaak is ter zitting van de kamer van 4 februari 2015 behandeld. Klaagster is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De notaris is eveneens in persoon verschenen. Namens klaagster zijn handgeschreven pleitaantekeningen overgelegd. Deze zijn aan de notaris ter beschikking gesteld en aan het dossier toegevoegd.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd en op basis van de daarbij overgelegde stukken, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Klaagster was in voor haar eerste en voor hem tweede echt gehuwd met
de heer [B]. De heer [B] is op 4 maart 2013 overleden. Klaagster is erfgenaam van de heer [B].
2.3 Tot de nalatenschap van de heer [B] behoort, althans behoorde een aandeel in de (op het moment van overlijden van de heer [B] deels nog onverdeelde) nalatenschap van zijn moeder, mevrouw [J], overleden op 21 oktober 2012.
2.4 Tot de nalatenschap van mevrouw [J] behoort, althans behoorde (een aandeel in) de tot dan toe deels onverdeelde nalatenschap van de heer [C], overleden 15 oktober 1988.
De heer [B] was in 1988 in gemeenschap van goederen gehuwd met mevrouw [S]. Het testament van de heer [C] bevatte geen zogenaamde uitsluitingsclausule, zodat zijn aandeel in de nalatenschap van [B] in de gemeenschap van goederen viel.
De heer [B] en mevrouw [S] zijn nadien gescheiden. In het echtscheidingsconvenant dat is gesloten tussen de heer [B] en mevrouw [S] is het aandeel in de nalatenschap niet expliciet betrokken.
2.5 Door de hierboven onder 2.4 beschreven samenloop van omstandigheden heeft mevrouw [S] mogelijk aanspraak gekregen op een onverdeeld aandeel in de nalatenschap van de heer [C] en daarmee in de nalatenschap van mevrouw [J].
2.6 Tot de nalatenschap van mevrouw [J] behoorde de woning aan de […] te […] (hierna: de woning). Deze woning is op 6 september 2013 verkocht en op grond van deze koopovereenkomst bij akte van levering van 6 december 2013 in eigendom overgedragen.
2.7 De akte van levering is bij de notaris gepasseerd. Daarbij is klaagster, als erfgenaam van de heer [B] deelgerechtigd in de door verkoop van de woning te verdelen nalatenschap van mevrouw [J], middels een volmacht opgetreden als één van de leverende partijen. De heer [P] is namens de verkopers als gevolmachtigde bij deze levering opgetreden.
2.8 In verband met de mogelijke (mede)deelgerechtigdheid als hierboven omschreven in 2.5 is mevrouw [S]- middels de onder 2.7 vermelde volmacht - eveneens opgetreden als één van de leverende partijen van de woning. Het aldus mogelijk aan mevrouw [S] toekomende deel in de verkoopopbrengst van de woning is door de notaris in depot gehouden.
3. De standpunten
3.1 De klacht van klaagster betreft de werkzaamheden die de notaris heeft verricht in verband met de levering van de woning. Klaagster stelt zich op het standpunt dat de notaris onzorgvuldig en frauduleus gehandeld heeft en heeft dit in haar klaagschrift aan de hand van feiten en omstandigheden onderbouwd.
Gelet op het klaagschrift en de daarop ter zitting door (de gemachtigde van) klaagster gegeven toelichting zijn de verschillende klachtonderdelen, met instemming van klaagster, vastgesteld als volgt.
Klachtonderdeel a)
Klaagster verwijt de notaris haar onzorgvuldig te hebben geïnformeerd en bejegend, zowel voor als na het opstellen van de aan klaagster ter ondertekening toegezonden volmacht tot het passeren van de leveringsakte, die tegelijk met bedoelde volmacht in concept aan klaagster is toegezonden.
Klachtonderdeel b)
Klaagster stelt zich voorts op het standpunt dat de notaris in zijn communicatie met haar, althans met haar gemachtigde, duidelijkheid had moeten geven over de functie van zijn medewerkster mevrouw [W], door wie brieven van het notariskantoor zijn ondertekend. Klaagster, althans haar gemachtigde, hebben gedurende enige tijd ten onrechte in de veronderstelling verkeerd dat mevrouw [W] in de functie van kandidaat-notaris bij het kantoor van de notaris werkzaam was.
Klachtonderdeel c)
Volgens klaagster heeft de notaris de onder klachtonderdeel a) bedoelde volmacht oneigenlijk en daardoor frauduleus gebruikt voor het passeren van een leveringsakte die niet identiek was aan de eerder aan klaagster toegezonden concept leveringsakte. De volmacht is daardoor niet gebruikt op de wijze die in het concept werd aangegeven en voor het doel waarvoor deze bedoeld was.
Klachtonderdeel d)
Klaagster maakt voorts bezwaar tegen het feit dat de notaris een deel van de door de levering gerealiseerde verkoopopbrengst in depot op zijn derdenrekening houdt. Klaagster stelt zich op het standpunt dat de notaris geen gegronde redenen heeft klaagster de uitbetaling van bedoeld bedrag te onthouden.
Klachtonderdeel e)
Klaagster acht het tenslotte onjuist dat de werkzaamheden in het kader van het zogenaamde titelonderzoek door de notaris aan de erfgenamen (waaronder klaagster) in rekening zijn gebracht.
3.2 De notaris heeft de klacht van klagers gemotiveerd betwist en stelt zich op het standpunt dat klaagster niet-ontvankelijk dan wel de klacht ongegrond moet worden verklaard.
3.3 De overige door klagers en door de notaris ter onderbouwing van hun standpunt gestelde feiten en omstandigheden, voor zover voor de beoordeling van deze klacht van belang, komen hierna aan de orde.
4. De beoordeling
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
4.2 De kamer is van oordeel dat het gedrag van de notaris niet in alle klachtonderdelen de toetsing aan de hierboven (onder 4.1) bedoelde norm kan doorstaan. In dit verband wordt overwogen als volgt.
4.3 Klachtonderdeel a)
Vaststaat dat de notaris, zoals hij ook heeft erkend, verzuimd heeft klaagster, als weduwe van de heer [B], voorafgaand aan het passeren van de akte van levering van 6 december 2013 persoonlijk in te lichten over het feit dat de ex-echtgenote van de heer [B] als mogelijk deelgerechtigde in de nalatenschap van mevrouw [J] betrokken diende te worden bij de levering van de woning, alsmede bij de verdeling van de daaruit voortvloeiende verkoopopbrengst.
Gelet op het feit dat bedoelde feiten zijn aan te merken als voor klaagster van belang zijnde en bovendien gevoelige informatie, had het op de weg van de notaris gelegen klaagster hierover rechtstreeks en persoonlijk in te lichten.
De omstandigheid dat klaagster bedoelde informatie zelf al eerder had kunnen afleiden uit het feit dat aan haar een kopie werd gevraagd van het destijds door haar echtgenoot met mevrouw [S] gesloten echtscheidingsconvenant, doet niet af aan de inlichtingenplicht die de notaris hier ten opzichte van klaagster had. Hetzelfde geldt voor het feit dat de gevolmachtigde klaagster had kunnen c.q. heeft ingelicht. De notaris heeft naar het oordeel van de kamer dan ook onvoldoende zorgvuldig jegens klaagster gehandeld door niet persoonlijk contact op te nemen. De klacht wordt daarom op dit punt gegrond geoordeeld.
De kamer zal, met toepassing van artikel 103 lid 2 Wna terzake van deze gegrond verklaring van de klacht geen maatregel opleggen omdat de notaris zijn verzuim heeft erkend en blijk heeft gegeven van het feit dat hij de ernst van zijn verzuim heeft beseft door excuus aan te bieden voor het niet, althans niet tijdig persoonlijk inlichten van klaagster.
4.4 Klachtonderdeel b)
Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die haar klacht zou kunnen staven dat de notaris zich achter zijn voormalig medewerkster zou hebben verscholen. Evenmin is niet gesteld of gebleken dat bedoelde medewerkster een valse hoedanigheid zou hebben voorgewend. De kamer overweegt dat een klacht betreffende het aannemen van een valse hoedanigheid door een medewerkster tot een gegrondverklaring van een klacht kan leiden, maar die situatie doet zich in casu niet voor.
Daarbij komt dat geen regel voorschrijft dat een medewerker van een notariskantoor zich in het kader van de uitoefening van de werkzaamheden uitsluitend met vermelding van zijn of haar functie presenteert.
De klacht van klager dient daarom op dit onderdeel bij gebrek aan feitelijke en/of juridische grondslag ongegrond te worden verklaard.
4.5 Klachtonderdeel c)
Klaagster stelt dat de akte van levering die op 6 december 2013 gepasseerd werd op een belangrijk punt afwijkt van de concept leveringsakte ter voltrekking waarvan klaagster haar volmacht tot verkoop en levering had verleend. De kamer gaat ervan uit dat klaagster in dit klachtonderdeel doelt op de vermelding van mevrouw [S] als verkopende partij.
Hoewel de kamer begrip heeft voor het feit dat bedoelde vermelding voor klaagster gevoelig ligt, kan klaagster niet gevolgd worden in haar conclusie dat vanwege meergenoemde afwijking de door haar verleende volmacht oneigenlijk zou zijn gebruikt.
De omstandigheid dat de definitieve leveringsakte mevrouw [S] als leverende partij sub h met name noemt, terwijl de concept leveringsakte de leverende partij sub h slechts met een asterix (*) heeft geduid, neemt immers niet weg dat aard en strekking van de leveringsakte - te weten levering van een registergoed op grond van een daartoe strekkende en mede (namens) klaagster gesloten koopovereenkomst - gelijk zijn gebleven.
Het gebruik van de volmacht van klaagster voor het passeren van de leveringsakte is daarom uit tuchtrechtelijk oogpunt niet verwijtbaar te achten, zodat de klacht op dit onderdeel ongegrond moet worden verklaard.
4.6 Klachtonderdeel d)
Tegen de achtergrond van het voorgaande diende de notaris rekening te houden met de mogelijkheid dat mevrouw [S] als ex-echtgenote van
de heer [B] op grond van haar mededeelgerechtigdheid in de nalatenschap van [C] een aanspraak op een deel van de verkoopopbrengst van de woning zal blijken te hebben. Derhalve kon de notaris niet anders dan vooralsnog een deel van het met de verkoopopbrengst gemoeide bedrag in depot onder zich houden, totdat klaagster en mevrouw [S] het eens worden over de verdeling van het in depot gehouden bedrag dan wel bij rechterlijke uitspraak de verdeling van dit bedrag wordt bepaald. Dit klachtonderdeel treft daarom geen doel.
4.7 Klachtonderdeel e)
Wat betreft het feit dat de notaris zijn werkzaamheden in het kader van het titelonderzoek in rekening heeft gebracht overweegt de kamer dat het in geval van verkoop van een registergoed tot de (kern)taak van de notaris behoort om in te staan voor de beschikkingsbevoegdheid van de verkopende, althans leverende partij. De kosten van de in dit verband verrichte werkzaamheden worden in een dergelijke situatie uiteraard in rekening gebracht aan diegene(n) ten behoeve waarvan deze uitgevoerd zijn, derhalve de leverende partij c.q. de bij dit deel van de levering betrokken partij. De klacht van klaagster op dit punt wordt daarom ongegrond geoordeeld.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden:
verklaart de klacht
- op onderdeel a): gegrond zonder oplegging van enige maatregel;
- op onderdelen b) tot en met e): ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, voorzitter van de kamer en mrs. L.A. van Son, E.J.M. Kerpen, W. Hordijk, H. Quispel, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Derksen, secretaris, uitgesproken in het openbaar op
23 februari 2015.
De secretaris, De voorzitter,
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam. Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.