ECLI:NL:TNORARL:2015:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 07831/2012/18
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2015:33 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 30-03-2015 |
| Datum publicatie: | 07-10-2015 |
| Zaaknummer(s): | 07831/2012/18 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | In een situatie waarin erfgenamen het niet met elkaar eens zijn dient de notaris prudent te werk te gaan. In het onderhavige geval heeft de notaris op goede gronden het standpunt ingenomen dat zij moest wachten op een boedelbeschrijving in de nalatenschap van vader. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: 07831/2012/18
Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van
[…],
wonende te […],
tegen
[…],
notaris te […].
Partijen worden hierna klager en notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klachtbrief van 24 augustus 2012;
- de voorzittersbeslissing van 24 oktober 2012, het verzet daartegen en de beslissing van de kamer van toezicht van 22 maart 2013 op het verzet;
- een brief van de notaris van 27 april 2013;
- brieven van klager van 22 november 2013, 6 januari 2014, 25 januari 2014 en 10 februari 2014;
- de behandeling ter zitting van 27 juni 2014;
- de beslissing van de wrakingskamer van 29 juli 2014;
- e-mailberichten van klager van 6 september 2014, 5 februari 2015 en 6 februari 2015.
1.2 Gelet op de wijziging van de Wet op het notarisambt (Wna) ingaande 1 januari 2013, is de behandeling van de klacht overgedragen aan de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem‑Leeuwarden, hierna de kamer.
1.3 Op 13 maart 2015 is de klachtzaak opnieuw ter zitting behandeld. Klager is niet verschenen. De notaris is in persoon verschenen.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klager en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van de daarbij overgelegde stukken en gelet op het verhandelde ter zitting, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Op 25 februari 2010 is overleden [A], moeder van klager, hierna te noemen erflaatster.
2.3 Erflaatster heeft over haar nalatenschap beschikt bij testament van 15 oktober 2007.
2.4 Erflaatster is onder het maken van huwelijkse voorwaarden, inhoudende een gemeenschap van vruchten en inkomsten, gehuwd geweest met de heer [B] (de vader van klager), welk huwelijk is geëindigd door het overlijden van laatstgenoemde in 1993.
2.5 Klager en zijn broers en zusters, tezamen 8 personen, hebben elkaar over verschillende aspecten van de nalatenschap van erflaatster, geheel of ten dele in samenhang met de onverdeelde nalatenschap van de vader van klager en de gemeenschap van vruchten en inkomsten van erflaatster en de vader, in rechte betrokken.
2.6 In de nalatenschap van erflaatster zijn twee zusters van klager benoemd tot executeur. De notaris is als boedelnotaris betrokken bij de nalatenschap van erflaatster.
2.7 Klager heeft meerdere klachtprocedures tegen de notaris en tegen de op het kantoor van de notaris werkzame kandidaat-notaris aanhangig gemaakt. De onderhavige klacht is door klager als klacht 3 ingediend.
2.8 Vanwege de door klager ingediende klacht 8 is het de kamer ambtshalve bekend dat bij beschikking van 6 november 2012 R. van den Berg Jeths is benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster.
2.9 De vereffenaar heeft de kandidaat-notaris, als waarnemer van de notaris, verzocht een akte van boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflaatster op te stellen met als basis stukken van notaris Kaam. De kandidaat-notaris heeft deze akte gepasseerd op 10 december 2013.
3. De standpunten
3.1 Klager geeft aan dat de notaris in haar hoedanigheid van boedelnotaris een eigen verantwoordelijkheid heeft. Klager verwijt de notaris dat zij die verantwoordelijkheid niet heeft genomen. Met name zou zij niet mogen afwachten totdat de nalatenschap van vader is afgewikkeld. Ook verstrekt de notaris volgens klager onvoldoende informatie. Aldus, zo stelt klager, behartigt de notaris zijn belangen onvoldoende en handelt zij in strijd met haar zorgplicht jegens klager.
3.2 De notaris wijst er op dat zij boedelnotaris is in de nalatenschap van erflaatster, de moeder van klager. Zij is op geen enkele wijze betrokken bij de nalatenschap van de vader van klager. Naar de mening van de notaris dient eerst die nalatenschap te worden vastgesteld alvorens een start kan worden gemaakt met de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en daarna met het testament van erflaatster. In dit stadium kan zij slechts, aldus de notaris, informeren bij de executeurs naar de stand van zaken inzake de beschrijving van de nalatenschap van vader.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
4.2 De kamer zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen, waarbij wordt aangetekend dat deze maatstaf niet verschilt van de maatstaf van artikel 98 Wna (oud), zoals dat artikel luidde ten tijde van het indienen van de klacht.
4.3 De kamer acht het handelen van de notaris niet klachtwaardig. In een situatie zoals hier aan de orde, waarin erfgenamen het niet eens zijn met elkaar, het niet eens zijn met beslissingen van de executeurs en er bovendien een nog niet afgewikkelde en nog niet beschreven nalatenschap van de echtgenoot van erflaatster ligt, in welke nalatenschap de notaris geen zeggenschap heeft, dient de notaris prudent te werk te gaan en heeft zij op goede gronden het standpunt ingenomen dat zij moest wachten op een boedelbeschrijving in de nalatenschap van vader.
4.4 Gelet op het voorgaande zal de kamer de klacht ongegrond verklaren.
Beslist wordt derhalve als volgt.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Blaisse, voorzitter, mr. C.J.M. Hendriks, mr. J.T.J. Heijstek, mr. K.H.H.J. Kuhlmann en A. Roesink-Kragt, leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, door de voorzitter in het openbaar 30 maart 2015.
De secretaris, De plaatsvervangend voorzitter,
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.