ECLI:NL:TNORARL:2015:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 07831/2012/21A
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2015:32 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 30-03-2015 |
| Datum publicatie: | 07-10-2015 |
| Zaaknummer(s): | 07831/2012/21A |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Ter zake van de bankafschriften heeft de notaris terecht opgemerkt dat het aan de executeurs is om klager van de gevraagde informatie te voorzien. Het is niet aan de notaris om te treden in de keuzes die de executeurs maken. Dat de notaris een andere keuze maakt dan door klager gewenst wordt geacht of door klager zou zijn gemaakt, wil niet zeggen dat niet correct is gehandeld. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: 07831/2012/21A
Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van
Drs. [A],
wonende te […],
tegen
mr. [B],
notaris te […].
Partijen worden hierna klager en notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klachtbrief van 30 augustus 2012, met bijlagen;
- een brief van klager van 21 september 2012, met bijlagen;
- de voorzittersbeslissing van 24 oktober 2012, het verzet daartegen en de beslissing van de kamer van toezicht van 22 maart 2013 op het verzet;
- een brief van de notaris van 27 april 2013;
- brieven van klager van 22 november 2013, 6 januari 2014, 25 januari 2014 en 10 februari 2014;
- de behandeling ter zitting van 27 juni 2014;
- de beslissing van de wrakingskamer van 29 juli 2014;
- e-mailberichten van klager van 6 september 2014, 5 februari 2015 en 6 februari 2015.
1.2 Gelet op de wijziging van de Wet op het notarisambt (Wna) ingaande 1 januari 2013, is de behandeling van de klacht overgedragen aan de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem‑Leeuwarden, hierna de kamer.
1.3 Op 13 maart 2015 is de klachtzaak opnieuw ter zitting behandeld. Klager is niet verschenen. De notaris is in persoon verschenen.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klager en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van de daarbij overgelegde stukken en gelet op het verhandelde ter zitting, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Op 25 februari 2010 is overleden, […], moeder van klager, hierna te noemen erflaatster.
2.3 Erflaatster heeft over haar nalatenschap beschikt bij testament van 15 oktober 2007.
2.4 Erflaatster is onder het maken van huwelijkse voorwaarden, inhoudende een gemeenschap van vruchten en inkomsten, gehuwd geweest met de heer […] (de vader van klager), welk huwelijk is geëindigd door het overlijden van laatstgenoemde in 1993.
2.5 Klager en zijn broers en zusters, tezamen 8 personen, hebben elkaar over verschillende aspecten van de nalatenschap van erflaatster, geheel of ten dele in samenhang met de onverdeelde nalatenschap van de vader van klager en de gemeenschap van vruchten en inkomsten van erflaatster en de vader, in rechte betrokken.
2.6 In de nalatenschap van erflaatster zijn twee zusters van klager benoemd tot executeur. De notaris is als boedelnotaris betrokken bij de nalatenschap van erflaatster.
2.7 Klager heeft meerdere klachtprocedures tegen de notaris en tegen de ten kantore van de notaris werkzame kandidaat-notaris aanhangig gemaakt. De onderhavige klacht is door klager als klacht 4 ingediend. In een klacht door klager aangeduid als klacht 3 wordt eveneens vandaag uitspraak gedaan.
2.8 Vanwege de door klager ingediende klacht 8 is het de kamer ambtshalve bekend dat bij beschikking van 6 november 2012 […] is benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster.
2.9 De vereffenaar heeft de kandidaat-notaris, als waarnemer van de notaris, verzocht een akte van boedelbeschrijving inzake de nalatenschap van erflaatster op te stellen met als basis stukken van notaris [C] met lijsten. De kandidaat-notaris heeft deze akte met de beschrijving van de nalatenschap door de vereffenaar gepasseerd op 10 december 2013.
3. De standpunten
3.1 Klager verwijt de notaris dat zij, in haar hoedanigheid van boedelnotaris, zijn belangen onvoldoende behartigt. Klager heeft zijn standpunt met 12 punten toegelicht. Deze toelichting komt, samengevat, op het volgende neer.
1. De notaris heeft geen antwoord gegeven op de brief van 17 januari 2012.
2. De notaris heeft geen antwoord gegeven op de brief van 21 oktober 2011.
3. De notaris heeft de eigen verantwoordelijkheid om klager te voorzien van informatie.
4. De vraag naar bankafschriften is feitelijk van aard en daar zou de notaris aan kunnen voldoen.
5. De notaris zou kunnen voldoen aan de vraag naar een afschrift van de aangifte erfbelasting.
6. De notaris zou zich iets aan moeten trekken van de door de kantonrechter ten overvloede gegeven overwegingen.
7. De notaris zou inlichtingen kunnen geven over de grootte van de nalatenschap van erflaatster. Zij moet daarbij als uitgangspunt nemen dat de verdeling in de nalatenschap van vader nietig is, omdat niet in unanimiteit is verdeeld. De notaris kan dus inlichtingen geven of waarschuwen.
8. De notaris had meer kunnen doen. De notaris laat een onrechtmatige situatie (de verdeling niet in unanimiteit) toe.
9. De notaris mag zich niet verschuilen achter de beperkte opdracht. Zij moet informatie eisen van de executeurs.
10. De notaris moet met bekwame spoed handelen en mag zich niet laten gebruiken om de afhandeling te vertragen.
11. Er moet met bekwame spoed worden gehandeld en dat is met passende spoed.
12. De notaris heeft ten onrechte opgemerkt dat niemand er iets aan heeft dat dubbel werk wordt verricht. De notaris had zich niets moeten aantrekken van het verzoek van de executeurs of anders de opdracht moeten weigeren.
3.2 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
4.2 De kamer zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen, waarbij wordt aangetekend dat deze maatstaf niet verschilt van de maatstaf van artikel 98 Wna (oud), zoals dat artikel luidde ten tijde van het indienen van de klacht.
4.3 Met deze klacht 4 verwijt klager de notaris dat zij, als boedelnotaris in de nalatenschap van erflaatster, zijn belangen onvoldoende behartigt. Klager noemt in dit verband 12 punten. Met betrekking tot deze 12 punten, die door de kamer zijn opgevat als voorbeelden van zaken waarin de notaris volgens klager in gebreke is gebleven of anders had kunnen handelen, overweegt de kamer als volgt.
4.4 Punt 1 betreft een brief van klager van 17 januari 2012. Deze door klager in afschrift overgelegde brief heeft de datum 17 januari 2011, maar in de context van het geheel gaat de kamer er, evenals klager, vanuit dat de datum 17 januari 2012 is bedoeld.
4.5 Ten aanzien van de inhoud van de brief is de kamer met de notaris van oordeel dat in de brief geen vragen werden gesteld en ook niet op andere wijze om een reactie werd gevraagd. Nu bovendien, zoals de kamer in klacht 3 heeft overwogen, de notaris in die tijd nog de afwikkeling en/of boedelbeschrijving van de nalatenschap van vader mocht afwachten, is van klachtwaardig handelen geen sprake.
4.6 Punt 2 ziet op de brief van klager van 21 oktober 2011. Klager wijst op de plicht van de executeur om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te maken. Ook noemt klager de informatie die aan de erfgenaam moet worden verstrekt. Daarnaast wijst klager op jurisprudentie waaruit blijkt dat de notaris aan klager de informatie dient te verstrekken, die hij redelijkerwijs mag verlangen. Volgens klager geldt dit ook voor het aannemen van de opdracht tot boedelnotaris.
Vervolgens vraagt klager in de brief om informatie over een drietal bankrekeningen op naam van de erven en om een afschrift van de aangifte erfbelasting en eventuele correcties daarop.
4.7 Naar het oordeel van de kamer merkt de notaris hierover terecht op dat het aan de executeurs is om klager van de gevraagde informatie te voorzien. Bovendien heeft klager niet betwist de stelling van de notaris dat zij niet beschikte over de betreffende bankafschriften, zodat zij reeds om die reden niet aan zijn verzoek kon voldoen. De kamer zal derhalve ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.
4.8 De door klager genoemde punten 3, 4, 5 en 6 bevatten vooral een toelichting van klager op zijn standpunt dat de notaris de informatie kan en moet verstrekken die klager van haar vraagt. Zoals echter ten aanzien van punt 2 al is overwogen, is niet gebleken dat de notaris ten onrechte informatie niet heeft verstrekt. Voor het overige bevatten deze punten geen zelfstandig te beoordelen klachtonderdelen.
4.9 Voor zover klager de notaris verwijt dat zij; niets kan zeggen over de grootte van de nalatenschap van erflaatster (punt 7); een onrechtmatige verdeling door de executeurs toelaat (punt 8); zich verschuilt achter een beperkte opdracht (punt 9); met bekwame spoed te werk moet gaan of de opdracht moet weigeren (punten 10
en 11) en het niet aan de notaris is om te bepalen of iets kan wachten (punt 12), is de kamer van oordeel dat ook hier geen klachtwaardig handelen is gebleken. De notaris heeft terecht opgemerkt dat een andere notaris en een vereffenaar zich bezig houden met de vaststelling van de nalatenschap van vader. Het is niet aan de notaris om te treden in de keuzes die de executeurs maken of in vraag of de verdeling door de executeurs onrechtmatig is. Bovendien wil de omstandigheid dat de notaris een andere keuze maakt dan door klager gewenst wordt geacht of door klager zou zijn gemaakt, niet zeggen dat niet correct is gehandeld.
4.10 Gelet op het voorgaande leiden ook de punten 7 tot en met 12 niet tot een gegronde klacht.
4.11 Beslist wordt derhalve als volgt.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Blaisse, voorzitter, mr. C.J.M. Hendriks, mr. J.T.J. Heijstek, mr. K.H.H.J. Kuhlmann en A. Roesink-Kragt, leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, door de voorzitter in het openbaar 30 maart 2015.
De secretaris, De plaatsvervangend voorzitter,
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.