ECLI:NL:TNORARL:2015:28 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/54

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2015:28
Datum uitspraak: 25-08-2015
Datum publicatie: 16-12-2014
Zaaknummer(s): AL/2014/54
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen:
  • Klacht niet-ontvankelijk
  • Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie:   Klaagsters stellen dat de notaris bij het passeren van het testament niet heeft voldaan aan de eisen die hier, gelet op de indicatoren van het zogenaamde Stappenplan van de KNB gesteld moeten worden. De in dit verband door klaagsters aangevoerde feiten en omstandigheden, voor zover deze aannemelijk zijn te achten, vormen, gelet ook op de toetsing daarvan aan bedoelde indicatoren, onvoldoende grond om de conclusie te rechtvaardigen dat de notaris in deze zaak, alvorens het testament te passeren, een nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater had moeten instellen.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT

ARNHEM-LEEUWARDEN                              

Kenmerk: AL/2014/54

Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van

[A]

en

[A] ,

wonende respectievelijk te […] en […],

gemachtigde: mr. W. van der Velde,

advocaat te Rhenen,

tegen

[B],

notaris te […],

gemachtigde: mr. W. Heemskerk,

advocaat te Den Haag.

Partijen worden hierna verder aangeduid als klaagsters en de notaris.

1. Verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de brief van klaagsters met bijlagen van 1 mei 2014 ingekomen bij de kamer   voor het notariaat in het ressort Arnhem - Leeuwarden (verder: de kamer) op

  6 mei 2014;

- de brief van de notaris met bijlagen van 12 juni 2014 ingekomen bij de kamer op   12 juni 2014;

- de brief van de gemachtigde van klaagsters met bijlagen van 11 november 2014   ingekomen bij de kamer op 12 november 2014;

- de pleitnota met bijlagen van de gemachtigde van klaagsters overgelegd ter   zitting van 19 november 2014;

- de pleitnota van de gemachtigde van de notaris overgelegd ter zitting van

  19 november 2014.

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 19 november 2014 behandeld. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde.

2. De feiten

2.1 Op 15 april 2014 is de oom van klaagsters, de heer [C] (verder: erflater), overleden.

2.2 Erflater heeft laatstelijk bij testament van 16 december 2013 over zijn nalatenschap beschikt.

2.3 Daartoe heeft een kantoorgenoot van de notaris, kandidaat-notaris [J], op

15 november 2013 een voorbespreking gevoerd met en bij erflater thuis.

2.4 Bij brief van 18 november 2013 heeft de kandidaat-notaris, genoemd

onder 2.3, het concept-testament aan erflater toegestuurd.

2.5 Op 16 december 2013 is erflater opgenomen in het ziekenhuis. Aldaar heeft de notaris - eveneens op 16 december 2013 - het testament van erflater gepasseerd. Daarbij heeft erflater zijn halfbroer [D] tot erfgenaam benoemd.

2.6 Erflater heeft eerder, op 2 februari 1999, een testament laten passeren bij

[E], destijds notaris te […], indertijd verbonden aan hetzelfde kantoor als de notaris.

2.7 In de periode gelegen tussen het passeren van het testament van

2 februari 1999 en het testament van 16 december 2013, heeft erflater bij notariskantoor [F] te […] drie andere testamenten opgemaakt. Bedoelde testamenten zijn gepasseerd op 11 juni 2010, 28 maart 2013 en 12 juli 2013. Het testament van 11 juni 2010 is gepasseerd bij [G] en de twee andere testamenten zijn gepasseerd bij mr. [H] als vaste waarnemer van [G] voornoemd.

3. Standpunt

3.1 Klaagsters stellen dat de notaris  onzorgvuldig en ontoelaatbaar heeft gehandeld, waardoor [D] ten onrechte (in plaats van klaagsters) tot erfgenaam is benoemd (klachtonderdeel a). Klaagsters stellen zich voorts op het standpunt dat de notaris bij het passeren van het testament van 16 december 2013 (verder: het testament) niet heeft voldaan aan de eisen die hier, gelet op de indicatoren van het zogenaamde Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid (verder: het stappenplan) van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) gesteld moeten worden (klachtonderdeel b).

3.2 De notaris heeft de klacht van klaagsters gemotiveerd betwist en stelt zich op het standpunt dat deze niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond moet worden verklaard.

3.3 De overigens door klaagsters en door de notaris ter onderbouwing van hun standpunt gestelde feiten en omstandigheden, voor zover voor de beoordeling van deze klacht van belang, komen hierna aan de orde.

4. Beoordeling

4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

4.2 In geval een notaris in de uitoefening van zijn ambt te maken krijgt met de beoordeling van wils(on)bekwaamheid wordt de onder 4.1 bedoelde norm nader ingevuld onder meer door het stappenplan.

Dit stappenplan bepaalt dat degene waar de notaris voor optreedt (verder: de cliënt) voor het tekenen van een notariële akte in staat moet zijn tot een redelijke waardering terzake. Eerst indien daartoe aanleiding bestaat, dient de wilsbekwaamheid van een cliënt uitgebreider te worden onderzocht.

Voor het instellen van een dergelijk uitgebreider onderzoek naar de wils(on)bekwaamheid van een cliënt benoemt het stappenplan een aantal indicatoren. Deze indicatoren worden hierna (4.4) puntsgewijs aan de orde gesteld.

Klachtonderdeel a)

4.3 Voor zover de klacht ziet op het feit dat [D] het testament “verkregen” heeft, met andere woorden: tot erfgenaam van erflater is benoemd, geldt dat deze kwestie buiten het hier onder 4.1 geschetste tuchtrechtelijke toetsingskader van de Wna valt.

De vraag of het testament al dan niet als rechtsgeldig moet worden aangemerkt, dient immers beoordeeld te worden in het kader van een civiele procedure.

Klaagsters kunnen daarom op dit onderdeel niet in hun klacht worden ontvangen.

Klachtonderdeel b)

4.4 Voor zover de klacht ziet op de wils(on)bekwaamheid van erflater geldt het volgende.

De in dit verband door klaagsters aangevoerde feiten en omstandigheden, voor zover deze aannemelijk zijn te achten, vormen onvoldoende grond om de conclusie te rechtvaardigen dat de notaris in deze zaak, alvorens het testament te passeren, een nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater had moeten instellen. Dit volgt uit onderstaande toetsing van bedoelde feiten en omstandigheden aan de eerdergenoemde indicatoren van het stappenplan.

“- Indien het vermogen onder bewind gesteld is;..”

Uit de in dit verband door partijen over en weer gestelde feiten en omstandigheden volgt dat het vermogen van erflater ten tijde van de voorbespreking, het opmaken en het passeren van het testament niet onder bewind stond.

Klaagsters hebben weliswaar aangevoerd dat destijds wel een verzoek tot onderbewindstelling ingediend was, maar gesteld noch gebleken is dat de notaris daarvan op de hoogte was, nog afgezien van de vraag of dit gegeven op zich zelf beschouwd voor de notaris al een aanwijzing had moeten zijn dat sprake was van wils(on)bekwaamheid van erflater. Ten tijde van het verzoek onderbewindstelling en van het passeren van het testament leed erflater immers aan een ernstige lichamelijke aandoening en dat kan ook een grond zijn voor onderbewindstelling.

“- Indien de cliënt op hoge leeftijd is;..”

Erflater was ten tijde van het passeren van het testament 85 jaar oud, maar hij was naar het oordeel van de notaris, bij verschillende gelegenheden, zonder meer in staat zijn wensen ten aanzien van het testament zelfstandig aan de notaris kenbaar te maken.                 

“- Indien de administratie niet in eigen beheer is;..”

Voorop dient te worden gesteld dat de notaris geen reden had om te veronderstellen dat de administratie van erflater niet in eigen beheer zou zijn. De notaris had immers rechtstreeks en alleen contact met erflater.

Uit de stukken blijkt weliswaar dat klaagsters bij brieven van 29 april 2013 en

19 juni 2013 een bevestiging hebben ontvangen van een verzoek om postdoorzending, maar de notaris was hiermee niet bekend.

Dit gegeven kan dus niet worden aangemerkt als een indicatie voor de notaris om aan te nemen dat de administratie van erflater niet in eigen beheer zou zijn.

Uit de stukken blijkt bovendien dat erflater in de hierboven bedoelde periode bij brief van 7 januari 2014 aan klaagsters heeft laten weten het niet eens te zijn met de door klaagsters gevraagde postdoorzending.

In dezelfde brief heeft erflater aan klaagsters gevraagd dergelijke verzoeken niet nogmaals in te dienen.

“- Indien de cliënt niet meer in staat is zelfstandig te wonen;/- Indien de cliënt verblijft in een zorginstelling;

Erflater was ten tijde van het passeren van het testament (op

16 december 2013) in het ziekenhuis opgenomen, maar van (permanent) verblijf in een zorginstelling was geen sprake. Cliënt woonde, met hulp van de thuiszorg, zelfstandig thuis. Dit was ook de situatie toen de kantoorgenoot van de notaris op 15 november 2013 bij en met erflater thuis voor de eerste maal over het testament heeft gesproken.

“- Medische indicatie (ziekten/aandoeningen die van invloed kunnen zijn op het verstandelijk vermogen, bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer, verstandelijke handicap, depressiviteit);

Klaagsters hebben aangevoerd dat erflater vanwege zijn lichamelijke aandoening medicatie gebruikte en daardoor vaak verward was. Niet is echter komen vast te staan dat van verwardheid sprake was toen de notaris met erflater heeft gesproken, dan wel dat voor de notaris kenbaar was of behoorde te zijn dat erflater door deze invloed niet in staat was tot een redelijke waardering van zijn belangen inzake het testament.

“ - Indien er twijfels bestaan aan de weloverwogenheid van een gedaan verzoek;.. / - Voor testamenten: indien een testateur frequenter dan voor hem te doen gebruikelijk een verzoek doet tot het aanpassen van een eerder testament; /  - Voor testamenten: naarmate de inhoud van een nieuw testament ingrijpender afwijkt van de inhoud van een eerder testament of de inhoud ongebruikelijk is;”

Naar onweersproken is komen vast te staan, was de notaris niet op de hoogte van de tussentijdse wijzigingen van het testament van erflater van 11 juni 2010,

28 maart 2013 en 12 juli 2013. Deze testamenten zijn immers gepasseerd bij een ander kantoor dan dat van de notaris. De notaris heeft bovendien verklaard dat erflater in het gesprek van 15 november 2013 geen melding heeft gemaakt van de tussentijds gepasseerde testamenten. Bij bedoeld gesprek is enkel het testament van 2 februari 1999 aan de orde geweest.

Gelet op deze omstandigheden behoefde de notaris in dit geval geen nader onderzoek te doen naar mogelijk nog tussentijds gepasseerde testamenten.

Het Centraal Testamenten Register (CTR) is immers slechts te raadplegen met uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van de testateur. Voor het vragen van deze toestemming bestond in dit geval geen aanleiding.

Tegen de achtergrond van het voorgaande, gelet ook op het overlijden van de in het testament van 2 februari 1999 opgenomen (andere) broer van erflater,

[I], was de in november 2013 door erflater gevraagde aanpassing van het testament destijds voor de notaris noch wat betreft frequentie, noch wat betreft inhoud opmerkelijk te noemen.

“- Indien het initiatief voor het verzoek tot dienstverlening van een ander dan de cliënt komt;”

Het initiatief voor het wijzigen/opmaken van het testament van 16 december 2013 kwam, volgens de notaris, van erflater zelf. In november 2013 nam hij contact op met het kantoor van de notaris om een afspraak te maken.

Nadien heeft erflater op 12 december 2013 ook zelf telefonisch contact opgenomen met het kantoor van de notaris en naar aanleiding van de brief van 18 november 2013 heeft hij gesproken  met de kandidaat-notaris waarmee hij op 15 november 2013 bij hem thuis gesproken heeft. Deze stellingen zijn door klaagster niet tegengesproken.

De omstandigheid dat het vervolgens, toen erflater op 16 december 2013 in het ziekenhuis opgenomen werd, [D] is geweest die contact heeft opgenomen met het kantoor van de notaris, is tegen de achtergrond van het voorgaande geen reden om aan te nemen dat het initiatief voor het opmaken van het testament niet van erflater zelf afkomstig zou zijn geweest.

- Indien instructies voor de inhoud van de akte zijn door anderen dan de cliënt zijn vastgelegd;

Naar onweersproken is gesteld, zijn de instructies voor de inhoud van de akte uitsluitend door erflater zelf gegeven.

- Voor testamenten: indien de tijdspanne tussen het verzoek tot het opmaken van het testament en het verlijden daarvan zeer kort is zonder medische noodzaak;

De tijd tussen het verzoek voor opmaken van het testament (15 november 2013) en het passeren van het testament (16 december 2013) is een maand en niet onredelijk kort te noemen.

Naar de notaris heeft verklaard, was de afspraak voor het passeren van het testament eigenlijk gepland voor 19 december 2013. Die afspraak is dus met drie dagen vervroegd. Gelet op de aanleiding voor deze vervroeging (acute ziekenhuisopname wegens een lichamelijke aandoening) was hierin voor de notaris geen reden gelegen om de wilsbekwaamheid van erflater te betwijfelen.

4.5 Op grond van het voorgaande komt de kamer tot het oordeel dat de klacht van klaagsters op dit onderdeel (b) ongegrond verklaard moet worden. Beslist wordt derhalve als volgt.

5. Beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden:

- verklaart klaagsters niet-ontvankelijk voor wat betreft klachtonderdeel a),

- verklaart klachtonderdeel b) ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. D. Vergunst, voorzitter,

mrs. I.C.J.I.M. van Dorp, E. J. Oostrik, A.W. Drijver, en H. Quispel, leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.J. Derksen, secretaris, uitgesproken in het openbaar op

16 december 2014.

De secretaris,                                                                                 De voorzitter,

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam. Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.