ECLI:NL:TNORARL:2015:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/125
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2015:22 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 15-04-2015 |
| Datum publicatie: | 10-08-2015 |
| Zaaknummer(s): | AL/2014/125 |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Een deel de klacht is buiten de vervaltermijn van 3 jaren ingediend. De feiten waren klager al langer bekend. Latere wijziging van testament, waar klager niet mee bekend was, maakt dat niet anders. De notaris kon en hoefde niet met klager af te stemmen toen zijn oom zijn testament wijzigde. De notaris heeft zich terecht terughoudend opgesteld nadat discussie was ontstaan over de omvang van het eigendom van klager. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2014/125
Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van
[A],
wonende te […],
gemachtigde: mr. L. Steendam, advocaat te Apeldoorn,
tegen
[B],
notaris te […]
Partijen worden hierna klager en notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klacht, met bijlagen, van 2 oktober 2014;
- een brief van de notaris van 7 november 2014;
- een brief van de notaris, met bijlagen, van 24 november 2014.
1.2 De klachtzaak is ter zitting van 13 maart 2015 behandeld. Klager is in persoon verschenen tezamen met zijn gemachtigde. De notaris is eveneens in persoon verschenen.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klager en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van de daarbij overgelegde stukken en de behandeling ter zitting, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Op 9 januari 1990 heeft [C], de opa van klager, als verkoper een koopovereenkomst gesloten met zijn zoon [D], als koper, een oom van klager, inzake een aandeel in het woonhuis met ondergrond, erf, tuin en grasland aan de […] te […], hierna te noemen het registergoed. Daarbij is overeengekomen dat de eigendomsoverdracht aan [D] op 15 februari 1990 zal plaatsvinden ten overstaan van mr. [E], notaris te […].
In de jaren daarna wordt in de overgelegde stukken ook het huisnummer 12 in plaats van 14 gebruikt. Dat neemt niet weg dat het steeds gaat om hetzelfde registergoed.
2.3 In het concept van de akte van levering is sprake van levering aan de oom van klager, onder bezwaar van het levenslange zakelijke recht van gebruik en bewoning door verkoper en zijn echtgenote van ongeveer 75% van de opstallen en ondergrond. Levering heeft niet plaatsgevonden op de overeengekomen datum.
2.4 In mei 1996 sluiten klager, als koper, en zijn oom, als verkoper, een koopovereenkomst inzake het registergoed. Daarin is onder meer overeengekomen dat klager de “ongeveer zuidelijke helft” van het registergoed koopt, welk deel op dat moment nog wordt bewoond door de ouders (de onder 2.3 genoemde verkoper en zijn echtgenote) van verkoper, de grootouders van klager.
2.5 De koopovereenkomst is opgesteld door notaris [E]. Levering van het registergoed heeft echter toen niet plaatsgevonden.
2.6 De oom van klager heeft (aanvankelijk) bij akte van 3 juni 1996, verleden voor notaris [E], over zijn nalatenschap beschikt. Daarin is onder meer het niet verkochte deel van het registergoed aan klager gelegateerd tegen inbreng van een genoemde geldsom in de nalatenschap.
2.7 Na het defungeren van notaris [E] in 1998 is zijn protocol overgegaan naar de notaris.
2.8 Bij akte van 31 maart 1999, verleden voor de notaris, heeft de oom van klager, als verkoper, een deel van het registergoed aan klager, als koper, geleverd. De koopovereenkomst van mei 1996 (vide 2.4) wordt in de akte genoemd en aan de akte gehecht.
Het verkochte en geleverde wordt in de akte omschreven als “...de ongeveer zuidelijke helft van het woonhuis…”.
2.9 Bij brief van 25 januari 2000 heeft de notaris klager gevraagd een afspraak te maken: “….in verband met een nog in te dienen schenkingsaangifte inzake de vorig jaar door u gekochte woning van uw oom…”.
2.10 Bij brief van 28 maart 2000 heeft de notaris klager (onder meer) het volgende meegedeeld: “Slechts op één punt is sprake van een afwijking. U gaf te kennen dat het dak slechts voor de helft boven uw woning zit. Uit het taxatie-rapport uit 1990 leid ik evenwel af dat uw deel 75% beslaat.”
2.11 De oom van klager is op 21 juli 2012 overleden. Dan blijkt dat de oom voor het laatst over zijn nalatenschap heeft beschikt bij testament van 13 mei 2009. Met het testament heeft de oom van klager mevrouw [F](de zuster van klager) tot zijn enig erfgename benoemd. Het legaat van het niet verkochte deel van het registergoed is niet meer in dit testament opgenomen.
2.12 Klager en zijn zuster verschillen van inzicht over de waarde en/of de omvang van het deel van het registergoed dat door de zuster is verkregen.
3. De standpunten
3.1 Klager verwijt de notaris dat hij niet correct heeft gehandeld met betrekking tot de levering van 31 maart 1999 en de daarmee samenhangende zaken. De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen.
1. De notaris heeft onjuist geadviseerd inzake de juridische vertaling van de wensen van partijen.
2. Om onduidelijkheid in de toekomst te voorkomen had de notaris moeten adviseren de woning te splitsen.
3. In het jaar 2000 heeft de notaris bij contacten met klager, expliciet aan klager laten weten dat hij 75% van de woning in eigendom heeft.
4. Bij de wijziging van het testament van de oom van klager in 2009, heeft de notaris onvoldoende bezien welk deel onder algemene titel werd nagelaten aan de zuster van klager.
5. Na het overlijden van de oom van klager was de notaris niet in staat aan te geven welk deel van de woning en het perceel aan klager toebehoorde.
6. Uit een brief van de notaris van 5 november 2012 valt op te maken dat het voor de notaris ook niet duidelijk was wat er bij testament was geregeld.
7. De notaris heeft na het overlijden van de oom van klager niet voldoende gecontroleerd en geadviseerd.
8. Door de onduidelijke situatie heeft klager financieel nadeel geleden.
9. Klager heeft aanzienlijke kosten moeten maken, waaronder de proceskosten in de procedure met zijn zuster.
3.2 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
4.2 De kamer zal de klacht aan de hand van voornoemde maatstaf beoordelen en overweegt als volgt.
De klachtonderdelen 1, 2 en 3.
4.3 De klachtonderdelen 1, 2 en 3 zien op de inhoud van de akte van levering van 31 maart 1999 en de correspondentie van de notaris en/of gesprekken met de notaris in het jaar 2000 over de mogelijke consequenties van de levering voor de schenkingsbelasting.
4.4 Ingevolge het bepaalde in artikel 99, lid 15, Wna kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen.
4.5 Op grond van de uitspraak van 27 januari 2009 van de notariskamer van het Gerechtshof te Amsterdam onder nummer 200.005.757.01/NOT (LJN: BH1259) vangt bedoelde vervaltermijn van drie jaar aan zodra een klager kennis draagt van het handelen of nalaten van een notaris.
4.6 Gelet op het voorgaande stelt de kamer vast dat met de klachtbrief van 2 oktober 2014 de vervaltermijn van drie jaar voor het indienen van de onder 1, 2 en 3 geformuleerde klachtonderdelen ruimschoots is verstreken. Hetgeen waarover klager in deze onderdelen klaagt en de feiten die daaraan ten grondslag liggen, waren hem immers al geruime tijd, langer dan de periode van drie jaar, bekend. Dat deze feiten mogelijk in een ander daglicht zijn komen te staan omdat oom zijn testament bleek te hebben gewijzigd, maakt dat niet anders.
4.7 De kamer is derhalve van oordeel dat de klacht van klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor wat betreft de onderdelen 1, 2 en 3.
Klachtonderdeel 4.
4.8 Ingevolge artikel 99 Wna kunnen klachten worden ingediend door een ieder met enig redelijk belang. Klager is weliswaar geen erfgenaam of legataris en in die zin is hij ter zake van het testament van 13 mei 2009 niet zonder meer belanghebbende. Echter, gelet op de verwevenheid van de verschillende zaken, waaronder de eerdere levering aan klager van een deel van het registergoed en de vererving van het andere deel van het registergoed, wordt klager in dit onderdeel van zijn klacht ontvangen.
4.9 Met de keuze van erflater om in het testament de zuster van klager tot enig erfgename te benoemen komt een deel van het registergoed aan de erfgename toe. Anders dan klager is de kamer van oordeel dat de notaris in die tijd de later (na het overlijden van erflater) ontstane discussie niet hoefde te voorzien of met een nauwkeurige omschrijving moest zien te voorkomen. In dit verband acht de kamer van belang dat door de notaris, met verwijzing naar de levering aan klager in 1999, onbetwist is gesteld dat destijds door verkoper noch koper is aangegeven dat de omschrijving van het verkochte en geleverde niet juist zou zijn. Bovendien zou de notaris een andere of nadere omschrijving hebben moeten afstemmen met klager. Dat was echter niet mogelijk. Wat dat betreft is door de notaris terecht gewezen op de voor hem geldende geheimhoudingsplicht. De notaris mocht niet meedelen dat er een testament zou worden opgesteld, laat staan dat hij iets over de inhoud zou kunnen communiceren. Ook wijst de notaris terecht op het aspect dat een testament eenvoudigweg weer kan worden herroepen.
4.10 De kamer zal klachtonderdeel 4 dan ook ongegrond verklaren.
Klachtonderdelen 5 en 6.
4.11 Deze onderdelen zien op de terughoudendheid van de notaris om uitsluitsel te geven toen discussie was ontstaan over de omvang van het eigendom van klager. Naar het oordeel van de kamer is daarbij niet gebleken van klachtwaardig handelen. Door klager is niet betwist dat de notaris hem alle beschikbare documenten ter hand heeft gesteld en meer dan eens heeft aangeboden om met klager en zijn zuster te spreken over de ontstane situatie. Hiermee heeft de notaris vanuit de juiste professionele houding gehandeld. In het geheel van de omstandigheden kon van de notaris geen andere keuze gevraagd worden dan spreken met beide partijen tezamen.
Klachtonderdeel 7.
4.12 Het verwijt dat de notaris na het overlijden van erflater onvoldoende heeft gecontroleerd en geadviseerd volgt de kamer niet. Naast het feit dat er één erfgenaam was die kennelijk geen behoefte had om advies te krijgen van de notaris of overleg te plegen, is niet gebleken van verzoeken van klager die door de notaris zijn genegeerd. Het klachtonderdeel is niet afdoende onderbouwd terwijl ook overigens niet gebleken is van klachtwaardig handelen. De kamer zal dit onderdeel van de klacht dan ook ongegrond verklaren.
De klachtonderdelen 8 en 9.
4.13 Deze onderdelen zien op kosten die klager stelt te hebben moeten maken om het registergoed geheel in eigendom te verkrijgen. Nu de overige klachten tegen de notaris geen doel treffen, ontbreekt reeds om die reden een feitelijke grondslag voor deze klacht.
4.14 Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover het gaat om de onderdelen 1, 2 en 3;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Blaisse, voorzitter, mr. C.J.M. Hendriks, mr. J.T.J. Heijstek, mr. K.H.H.J. Kuhlmann en A. Roesink-Kragt, leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 15 april 2015.
De secretaris, De voorzitter,
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.