ECLI:NL:TNORARL:2015:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/131

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2015:21
Datum uitspraak: 12-06-2015
Datum publicatie: 10-08-2015
Zaaknummer(s): AL/2014/131
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie:   Niet gebleken van onnodige werkzaamheden door de kandidaat-notaris. De brief aan het consulaat is medeondertekend door klager.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN                              

Kenmerk: AL/2014/131

Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van

[A],

wonende te […],

tegen

[B],

kandidaat-notaris te […].

Partijen worden hierna klager en kandidaat-notaris genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

-      de klacht, met bijlagen, van 31 januari 2014;

-      het verweer, met bijlagen, van de kandidaat-notaris van 31 maart 2014;

-      een brief van klager van 6 mei 2014;

-      een brief, met bijlagen, van de kandidaat-notaris van 23 juni 2014;

-      de beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 25 september 2014;

-      een brief, met bijlagen (waaronder een ongedateerde brief van klager), van klager van 14 april 2015;

-      een e-mail van de kandidaat-notaris van 20 april 2015.

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 24 april 2015 behandeld. Klager is in persoon verschenen. De kandidaat-notaris is eveneens in persoon verschenen.

2. De feiten

2.1 Gelet op hetgeen klager en de kandidaat-notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van de daarbij overgelegde stukken en de behandeling ter zitting, gaat de kamer uit van de volgende feiten.

2.2 Klager is geboren in de plaats […] in Spanje. Hij verblijft sedert 1963 in Nederland. In 1971 is klager in Spanje gehuwd, waarna klager met zijn echtgenote weer naar Nederland is vertrokken. Het huwelijk is in 1985 in Nederland door echtscheiding ontbonden.  

2.3 In 2012 heeft klager gesproken met zijn advocaat, mr. [C] over de inhoud van zijn testament en zijn wens om te komen tot een nieuw testament.

2.4 Op verzoek van de advocaat [C], namens klager, vraagt de kandidaat-notaris in juni 2012 informatie over bestaande testamenten van klager op bij het Centraal Testamenten Register. Daarna vraagt [C] in een brief van 11 juli 2012 aan de kandidaat-notaris om contact op te nemen met klager over het opmaken van een nieuw testament.

2.5 Bij brief van 11 juli 2012 informeert de kandidaat-notaris klager over de door hem gevraagde offerte voor een testament en de geldende uurtarieven. Ook wordt gewezen op de mogelijke noodzaak om onderzoek te doen naar eventuele dwingende regels naar het Spaanse recht die de werking van een Nederlands testament zouden kunnen overrulen, omdat klager de Spaanse nationaliteit heeft.

2.6 In een brief van 31 juli 2012 bevestigt de kandidaat-notaris klager de telefonische opdracht om het juridisch bureau van de KNB te benaderen voor informatie over zijn echtscheiding en voorts dat zij de vraag zal voorleggen of Spanje de echtscheiding naar Nederlands recht erkent. Tevens bevestigt zij conform afspraak een offerte  hiervoor te hebben gevraagd en bericht te hebben ontvangen dat de kosten € 183,26 bedragen voor een telefonisch antwoord.

2.7 Bij brief van 8 augustus 2012 deelt de kandidaat-notaris aan klager de uitkomst mee, te weten dat gebleken is dat in zijn geval de echtscheiding niet automatisch wordt erkend in Spanje. Zij wijst klager op de mogelijke gevolgen daarvan en de mogelijkheid om in een procedure te bewerkstelligen dat in Spanje de echtscheiding alsnog wordt erkend.

2.8 Met een 2e brief van 8 augustus 2012 deelt de kandidaat-notaris aan klager mee dat het niet noodzakelijk is de procedure in Spanje te doorlopen voor hij in Nederland een testament kan maken.

2.9 Bij brief van 15 augustus 2012 vraagt de kandidaat-notaris informatie van het Consulaat-Generaal van Spanje over de geregistreerde burgerlijke staat van klager. Deze brief is voor akkoord ondertekend door klager.

2.10 Bij brief van 13 september 2012 heeft de kandidaat-notaris aan de Gemeente […] te Spanje gevraagd aan te geven of het huwelijk van klager ook volgens de Spaanse wet ontbonden is.

2.11 In aantekeningen van de kandidaat-notaris van 14 december 2012 en een brief aan klager van 14 december 2012 staat vermeld dat de kandidaat-notaris met klager heeft gesproken over de inhoud van een nieuw testament en een levenstestament (volmacht). In de brief wordt de inhoud van de ontwerpakte van het testament en het levenstestament uitgelegd.

2.12 Op 17 december 2012 is kandidaat-notaris [D] bij klager geweest voor het passeren van de akte. De opgestelde ontwerpakte van het testament is op 17 december 2012 gepasseerd. Het levenstestament is niet gepasseerd.

2.13 Ter zake van de tot dat moment verrichte werkzaamheden is klager op 27 december 2012 een tussennota toegezonden. Deze heeft klager in twee termijnen voldaan.

2.14 Uit een ontvangen uittreksel uit het Spaans huwelijksregister blijkt dat de ontbinding van het huwelijk niet is aangetekend. De kandidaat-notaris schrijft klager daarover bij brief van 7 maart 2013 onder meer het volgende: “[…] ik heb de indruk dat in het document beschreven wordt dat een echtscheiding naar Nederlands recht niet automatisch rechtsgevolg heeft in Spanje (wat we al wisten). […] Ik informeerde u al dat uw huidige testament blijft gelden zolang het nieuwe testament niet in aanwezigheid van een notaris is getekend. […].

2.15 Bij testament van 14 juni 2013 heeft klager al zijn eerdere uiterste wilsbeschikkingen herroepen.

2.16 Bij brief van 17 juni 2013 heeft de kandidaat-notaris klager erop geattendeerd dat hij uitsluitend zijn testament heeft herroepen en dat hij geen nieuw testament heeft gemaakt. Daarbij heeft zij meegedeeld dat dit tot gevolg heeft dat de nalatenschap vererft volgens de regels van het wettelijk erfrecht.

2.17 Ter zake van voor klager vanaf 28 december 2012 verrichte werkzaamheden is hem een nota gedateerd 17 juni 2013 ten bedrage van € 704,83 toegezonden.

2.18 Vanwege door klager via [C] geuite bezwaren tegen de nota van 17 juni 2013 is klager bij brief van 13 augustus 2013 meegedeeld dat de nota wordt gecrediteerd.

2.19 In een brief van 23 augustus 2013 schrijft [C] onder meer aan klager dat hij het jammer vindt dat het kennelijk niet heeft geklikt tussen de kandidaat-notaris en klager, temeer nu hij klager naar haar had verwezen.

3. De standpunten

3.1 Klager stelt zich op het standpunt dat de kandidaat-notaris verwijtbaar heeft gehandeld inzake het opstellen van een concept voor een testament. Klager geeft aan dat hij via een advocaat bij de kandidaat-notaris terecht is gekomen voor het opmaken van een testament. Klager noemt daarbij de hem gepresenteerde nota en geeft aan dat hij in die tijd erg ziek was.

3.2 Naar de mening van klager heeft de kandidaat-notaris veel gesprekken met hem gevoerd die niet van belang waren en onderzoeken verricht die niet nodig waren. Hij stelt dat de kandidaat-notaris veel gesprekken over zijn familie voerde en dat hij daarvoor ook moest betalen. Hij meldt dat hij in Spanje is getrouwd en in Nederland is gescheiden. Volgens klager heeft de kandidaat-notaris achter de rug van klager om in Spanje informatie ingewonnen over zijn echtscheiding. Dit ondanks het feit dat klager de kandidaat-notaris had uitgelegd dat een echtscheiding in Spanje niet geldig is. De kandidaat-notaris heeft op die manier onnodige werkzaamheden verricht. Klager geeft aan dat hij geen toestemming heeft verleend voor onderzoek in Spanje. Toch is daarvoor een bedrag van € 675,= aan telefoonkosten in rekening gebracht. Hij stelt voorts dat het onderzoek bij het Centraal Testamentenregister onnodig is verricht. Zijn eerdere testament is stukgescheurd, dus dat was er niet meer. Hij heeft niet de opdracht verleend aan de KNB voor Juridisch advies, zodat deze kosten onnodig zijn gemaakt.

3.3 Verder geeft klager aan dat hij tegen zijn wil geld in contanten heeft moeten betalen voor gesprekken over zijn overleden familieleden. Hij heeft de kandidaat-notaris € 100,= betaald tijdens een huisbezoek voor haar kinderen.

3.4 Daarnaast noemt klager dat in het concept-testament een met de kandidaat-notaris bevriende advocaat tot erfgenaam werd benoemd. Ook werd aan de secretaresse van die advocaat een bedrag van € 10.000,= gelegateerd. Voor het beantwoorden van daarover door klager gestelde vragen had de kandidaat-notaris geen tijd. Ook werd klager een machtiging ter tekening voorgehouden waar hij geen opdracht voor had gegeven. Met die machtiging zou de advocaat over de banktegoeden van klager kunnen beschikken door middel van telebankieren.

Naar de mening van klager is hij misleid, bedrogen en gemanipuleerd.

3.5 Voorts geeft klager aan dat de kandidaat-notaris en de advocaat samen hebben besloten een bedrag van € 704,83 te crediteren. Klager wijst op de brief van de advocaat van 23 augustus 2013, waarin ook is vermeld dat klager geen actie tegen de kandidaat-notaris mag ondernemen.

3.6 Klager stelt voorts nog dat de kandidaat-notaris onjuiste verzonnen notities heeft opgesteld en dat het traject onnodig lang heeft geduurd.

3.7 In zijn brief van 6 mei 2014 legt klager verder uit dat het in de ontwerpakte vermelde niet door hem is gezegd. Klager licht zijn beleving van de gang van zaken uitvoerig toe. Klager acht zich in zijn goede naam en eer aangetast. Naar de mening van klager moet het door hem betaalde bedrag van € 2.461,90 aan hem worden terugbetaald omdat hij geen testament heeft gekregen waar hij om heeft gevraagd. Ook zou hem een bedrag van € 3.000,= als schadevergoeding moeten worden betaald.

3.8 Op het verweer van de kandidaat-notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.

4. De beoordeling

4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

4.2 De kamer zal de klacht aan de hand van voornoemde maatstaf beoordelen en overweegt als volgt.

4.3 Uit de klacht van klager, met de daarbij overgelegde stukken, blijkt dat hij in 2012 van plan was om zijn testament te wijzigen. Bovendien vond klager dat met de nodige spoed moest worden gehandeld. Klager was ziek en maakte zich zorgen over zijn gezondheid.

4.4 De kamer stelt het volgende voorop. De kandidaat-notaris heeft uitgebreid verweer gevoerd tegen de bezwaren van klager. Zij heeft dit verweer aan de hand van brieven en notities van telefoongesprekken en dergelijke onderbouwd. Klager stelt dat de kandidaat-notaris de notities en dergelijke zou hebben verzonnen. Hij heeft deze stelling niet aan de hand van stukken of anderszins onderbouwd, zodat de kamer aan de stelling voorbij gaat en voor de beoordeling van de bezwaren van klager ook zal putten uit de door de kandidaat-notaris overgelegde stukken, uit welke stukken blijkt dat de kandidaat-notaris steeds voortvarend te werk is gegaan en dat de lengte van de procedure mede samenhangt met de inzet van klager, die meerdere malen om verscheidenen redenen een afspraak heeft afgezegd.

4.5 Voor zover de klacht handelt over, zoals klager het noemt, misleiding en bedrog,  is de kamer van oordeel dat daarvan niet is gebleken. Klager heeft niet bestreden dat hij [C] al lange tijd kende en in eerste instantie bij hem heeft geïnformeerd naar zijn bestaande testament en daarbij de wens heeft geuit om dat te wijzigen. Dat [C] klager om die reden in contact heeft gebracht met de kandidaat-notaris leidt niet tot de slotsom dat sprake is van misleiding of van bedrog. Ook anderszins is daarvan niet gebleken. In dit verband is van belang dat de brieven van 11 juli 2012, 31 juli 2012 en 8 augustus 2012 duidelijk aangeven in opdracht van wie de kandidaat-notaris handelt, welke werkzaamheden zij zal verrichten en waarom. Uit geen van de overgelegde stukken blijkt dat klager daar toen bezwaar tegen heeft gemaakt. Integendeel, elke handeling vastgelegd in brieven of notities volgt de ander logischerwijze op.

4.6 Klager stelt geen opdracht te hebben verleend voor onderzoek en dat hij het onnodig vond dat informatie over de registratie van de ontbinding van zijn huwelijk in Spanje werd opgevraagd. Enige onderbouwing van dit standpunt heeft hij niet overgelegd. Daarentegen blijkt uit de door de kandidaat-notaris overgelegde stukken genoegzaam dat klager de brief van 15 augustus 2012 aan het consulaat betreffende dit punt heeft medeondertekend en dat volgens de notitie van de kandidaat-notaris ten aanzien van dit punt navraag in de registers van de burgerlijke stand te Spanje zou worden gedaan als het consulaat de gevraagde info niet kon verstrekken. Het staat dan ook niet vast dat onnodige werkzaamheden ten aanzien van dit punt zijn verricht. Dit geldt ook voor werkzaamheden ten aan zien van het testament en het inwinnen van informatie bij het juridisch bureau van de KNB. De geldigheid van een testament wordt niet ongedaan gemaakt door het testament te verscheuren maar de geldigheid te herroepen in een volgend testament. De wijze waarop de inwinning van informatie bij het juridisch bureau van de KNB heeft plaatsgevonden is vastgelegd in correspondentie en notities. Van het tegendeel is uit geen enkel stuk gebleken.

4.7 Ook de bezwaren van klager over de inhoud, het opmaken en passeren van de ontwerpakten van het testament en het levenstestament van december 2012 zijn naar het oordeel van de kamer ongegrond. Uit de overgelegde stukken komt het verloop daarvan genoegzaam naar voren. Daarentegen heeft klager zijn visie daarop op geen enkele wijze met stukken onderbouwd. Gelet op de gedetailleerde weergave van de wijze waarop tot bepaalde keuzes is gekomen, ziet de kamer geen aanleiding om die weergave niet te volgen. Temeer ook nu klager kennelijk in hetgeen is besproken aanleiding heeft gevonden om af te zien van het passeren van het levenstestament waarvoor reeds eerder een ontwerp door de kandidaat-notaris was opgemaakt.

4.8 Ook de later, in juni 2013, gepasseerde akte waarbij hij het eerder gemaakte testament herroept, getuigt niet van een incorrecte werkwijze of nalatigheid van de kandidaat-notaris. Integendeel, vanuit de juiste professionele houding heeft zij klager in de brief van 17 juni 2013 kort en duidelijk gewezen op de gevolgen van het nieuwe testament.

4.9 Omdat klager te kennen heeft gegeven van de € 100,= die hij stelt te hebben gegeven - en waarover de kandidaat-notaris een andere lezing geeft - geen punt te maken, gaat de kamer ervan uit dat klager deze klacht heeft ingetrokken. In het andere geval zou ook het navolgende gelden.

4.10 Met betrekking tot het contant betalen van de nota, het in rekening brengen van een bedrag van € 675,= en het crediteren van de nota van € 704,83 (en zoals hiervoor aangegeven het gestelde betalen van een bedrag van € 100,=), is het volgende van belang.

4.11 De kamer stelt voorop dat het niet aan haar is om te oordelen over de hoogte van een nota. Onder de wet (artikel 55 Wna) zoals die luidde tot 1 januari 2013 konden declaratiegeschillen worden voorgelegd aan de toenmalige ringvoorzitters van de KNB. Sedert 1 januari 2013 kan dit worden voorgelegd aan de Geschillencommissie. Het voorgaande neemt niet weg dat over een bepaalde werkwijze of een keuze in een specifieke situatie door de kamer kan worden geoordeeld.

4.12 Met betrekking tot de declaraties en de wijze van declareren is de kamer niet gebleken van verwijtbaar handelen door de kandidaat-notaris. De stelling van klager dat onnodig kosten in rekening zijn gebracht waaronder kosten voor gesprekken over zijn familie en telefoonkosten, wordt op geen enkele manier onderbouwd en heeft de kandidaat-notaris gemotiveerd betwist. De tussennota van 27 december 2012 is klager toegezonden en kennelijk door klager voldaan. De wijze waarop klager heeft betaald stond hem vrij. Enige grond voor de aanname dat er (ook) andere betalingen van klager werden gevraagd is niet gebleken. Voorts heeft de kandidaat-notaris onbetwist toegelicht dat het door klager genoemde bedrag van € 675,= niet bij hem in rekening is gebracht. Daarnaast stond het kandidaat-notaris vrij om de declaratie van € 704,83 te crediteren nadat klager daar via [C] bezwaar tegen had gemaakt. In ieder geval is daarmee niet verwijtbaar gehandeld.

4.13 Gelet op het voorgaande zal de kamer de klacht ongegrond verklaren.

4.14 Voor zover klager terugbetaling van het door hem betaalde bedrag en een schadevergoeding vordert, is het niet aan de kamer om daarover te oordelen. De klacht zal dan ook wat dit onderdeel betreft niet-ontvankelijk worden verklaard. Ten overvloede merkt de kamer in dit verband nog op dat er voor het toewijzen van een dergelijke vordering geen grond lijkt te bestaan nu de klacht ongegrond is.

4.15 Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;

-          verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op terugbetaling en op vergoeding van schade;

-          verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.M.J. Peters, voorzitter, mr. D.T. Boks, mr. E.J.M. Kerpen, mr. E.J. Oostrik en A. Roesink-Kragt, leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2015.

De secretaris,                                                            De voorzitter,

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.

Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.