ECLI:NL:TNORARL:2015:20 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/33
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2015:20 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 09-06-2015 |
| Datum publicatie: | 10-08-2015 |
| Zaaknummer(s): | AL/2015/33 |
| Onderwerp: | Overig |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | De notaris mocht een proces-verbaal opmaken met daarin de mening van de persoon die gevraagd heeft het proces-verbaal op te maken. Het verzenden van het proces-verbaal bij e-mail diende geen ander doel dan klager op ongenuanceerde wijze in diskrediet brengen. Klachtonderdeel gegrond. De notaris heeft namens een partij een bedrag teruggevorderd zonder dat daar een wettelijke grond voor bestaat. Niet gehandeld op wijze die een goed notaris betaamt. Klachtonderdeel gegrond. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2015/33
Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van
[A]
wonende te […]
tegen
[B]
notaris te […]
Partijen worden hierna klager en notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klacht, met bijlagen, van 27 januari 2015;
- de beslissing van het Gerechtshof Amsterdam van 12 februari 2015;
- een brief van de notaris van 25 februari 2015.
1.2 De klachtzaak is ter zitting van 24 april 2015 behandeld. Klager is in persoon verschenen. De notaris is eveneens in persoon verschenen.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klager en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van de daarbij overgelegde stukken en de behandeling ter zitting, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Klager is werkzaam geweest als kandidaat-notaris op het kantoor van de notaris. Deze arbeidsrelatie is in 2008 geëindigd. Sindsdien is klager werkzaam in zijn eigen rechtspraktijk.
2.3 Op 4 april 2011 is door de notaris een proces-verbaal opgemaakt waarin staat vermeld dat mevrouw [C], een vroegere buurvrouw van klager, de notaris heeft gevraagd het vermelde schriftelijk vast te leggen. In het proces-verbaal is onder meer vermeld dat mevrouw [C] niet tevreden is over de wijze waarop klager de procedure van onder bewindstelling van haar echtgenoot heeft begeleid. Ook is vermeld dat klager hen, ondanks een verzoek daartoe, vooraf geen stukken gaf en naar een andere notaris wilde brengen dan zij wensten voor het opmaken van testamenten. Daarnaast zou klager taxaties willen laten verrichten waar nog nooit eerder over gesproken was.
2.4 Bij e-mail van 3 juli 2012 deelt de notaris aan een rechter van de rechtbank ‘s‑Hertogenbosch onder meer het volgende mee: “[…] Het is niet de eerste keer dat de heer [A] voor zowel onduidelijkheid als voor (extra) kosten zorgt. Ik moge eveneens verwijzen naar de bijlage: het door mij op 4 april 2011 opgemaakte proces-verbaal ten verzoeke van en in aanwezigheid van mevrouw [C]
te […]. […] mede daarom lijkt hij mij bepaald niet de aangewezen persoon om voor cliënten bij u en uw collega-rechters op te treden […].
Genoemde e-mail is door de notaris op 3 juli 2012 ter informatie naar klager gestuurd.
2.5 Bij e-mail van 7 oktober 2013 vraagt de notaris aan [D] inzake de nalatenschap [E] het volgende: “inzake bovengemelde nalatenschap heeft zich tot mij gewend het Liliane Fonds te ’s‑Hertogenbosch, dat vraagt of en in hoeverre dit fonds is genoemd in het testament van erflaatster. […]”.
2.6 In de nalatenschap [E] is klager benoemd tot executeur.
2.7 In een e-mail van 15 oktober 2013 deelt de heer [F] van het Liliane Fonds onder meer het volgende mee aan klager: “[…] het is mij niet duidelijk geworden wat de reden is geweest voor de heer [B] om contact met onze directeur te zoeken over bovenstaande nalatenschap. We hebben de heer [B] dan ook medegedeeld geen grond of noodzaak te zijn voor een machtiging onzerzijds. […]”.
2.8 In een bericht van 16 september 2014 deelt de notaris aan klager mee dat het bewind [C] is opgeheven en dat partijen van mening zijn dat zij van meet af aan onvoldoende zijn voorgelicht door klager. De notaris wijst daarbij op het proces-verbaal van 4 april 2011. Verder bevat de brief onder meer de volgende passages: ”Voor en namens partijen sommeer ik u hierbij over te gaan tot algehele terugbetaling van bovengenoemde nota ad € 1.782,53 (inclusief BTW), op grond van wanprestatie […]. Indien u niet tijdig en/of niet volledig tot deze betaling overgaat stel ik u namens partijen nu voor alsdan in gebreke en zult u in rechte worden betrokken. […]”.
2.9 In een bericht van 24 september 2014 deelt de notaris onder meer aan klager mee dat niet is gereageerd op het bericht van 16 september 2014 en dat de zaak thans uit handen gegeven wordt aan zijn advocaat ter incassering.
3. De standpunten
3.1 Ter zitting heeft klager met betrekking tot de bij zijn klachtbrief gevoegde correspondentie uit het jaar 2009 aangegeven dat die niet ten grondslag liggen aan één of meerdere klachten, maar ter illustratie van de voorgeschiedenis zijn bijgevoegd. Daarnaast heeft klager desgevraagd aangegeven dat daar waar in zijn klachtbrief wordt gesproken van: “Toelichting punten 3, 4 en 5” bedoeld is: “Toelichting punten 3 en 4”. Daar waar is vermeld: “Toelichting punt 6” heeft klager bedoeld: “Toelichting punt 5”.
3.2 Klager stelt zich op het standpunt dat de notaris zich klachtwaardig heeft gedragen door zich schuldig te maken aan handelen dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen.
1. De notaris heeft in zijn functie van notaris verklaringen in een proces-verbaal vastgelegd, met een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid tot het opmaken van een dergelijke akte aan de notaris is toegekend.
2. De notaris heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden.
3. De notaris heeft misbruik gemaakt van informatie waarover hij als notaris beschikt.
4. De notaris heeft valsheid in geschrifte gepleegd.
5. De notaris heeft zich naar buiten als procespartij namens een cliënt gepresenteerd. Volgens klager is dat onverenigbaar met het notarisambt en in strijd met de beroeps- en gedragsregels.
3.3 Ter toelichting van de onderdelen 1 en 2 wijst klager op het proces-verbaal van
4 april 2011. Klager verwijt de notaris dat het doel van dit proces-verbaal ontbreekt en dat niet getoetst is of de voor klager belastende verklaringen gegrond zijn. Bovendien heeft hij in strijd met de geheimhoudingsplicht gehandeld door het proces-verbaal naar de rechtbank te sturen.
3.4 Ter toelichting van de punten 3 en 4 geeft klager aan dat hij is benoemd tot executeur in de nalatenschap [E]. Dat was zowel in het in 2004 voor de notaris verleden testament het geval als in het latere in 2009 voor notaris [D] verleden testament. Volgens klager kan de mededeling van de notaris aan notaris [D] in zijn e-mail van 7 oktober 2013 dat het Liliane Fonds had gevraagd om na te gaan of en in hoeverre zij genoemd waren in het laatste testament niet juist zijn. Klager geeft in dit verband aan dat genoemd fonds op dat moment nog niet op de hoogte was van het overlijden van erflaatster. Ook heeft de notaris volgens klager ten onrechte aangegeven dat hij over een volmacht zou beschikken van het Liliane Fonds om de nalatenschap van [E] af te wikkelen. Klager wijst hierbij op de mededeling van het Liliane Fonds dat zij geen grond of noodzaak zien voor het verlenen van een machtiging.
3.5 Met betrekking tot punt 5 licht klager toe dat de notaris, sedert het einde van het arbeidscontract ingaande 1 mei 2008, bij zoveel mogelijk instanties en/of personen, waar klager beroepsmatig mee te maken heeft, tracht klagers competentie in twijfel te trekken. Klager acht het niet juist dat hij thans beschuldigd wordt op grond van wanprestatie, niet ten opzichte van de notaris, maar ten opzichte van een cliënt en dat de notaris heeft gedreigd zijn advocaat in te schakelen.
3.6 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
4.2 De kamer zal de klacht aan de hand van voornoemde maatstaf beoordelen en overweegt als volgt.
De ontvankelijkheid van de klacht.
4.3 De kamer volgt de notaris niet in zijn primaire verweer dat de klacht niet-ontvankelijk zou zijn omdat het gaat om de nasleep van een arbeidsconflict waarvoor het notarieel tuchtrecht niet bedoeld is. Immers, de klacht handelt over concrete handelingen van de notaris in zijn hoedanigheid van notaris. Bovendien kan een notaris in het kader van het tuchtrecht ook worden aangesproken op niet-notarieel handelen dat een notaris niet past.
4.4 Ook het standpunt van de notaris dat het merendeel van de klachtonderdelen in ieder geval niet-ontvankelijk is omdat ze niet binnen de vervaltermijn van drie jaren van artikel 99 lid 15 van de Wna zijn ingediend, volgt de kamer niet. In dit verband is van belang dat klager heeft toegelicht dat de brieven uit 2009 illustratief en niet als klachtonderdelen zijn bedoeld. Voor de wel als klacht bedoelde onderdelen is de termijn niet overschreden. Daarbij is van belang dat klager onbetwist heeft aangevoerd dat het proces-verbaal van 4 april 2011 hem niet eerder dan op 3 juli 2012 bekend is geworden.
klachtonderdeel 1.
4.5 Het door de notaris opgestelde proces-verbaal van 4 april 2011 bevat de mening van de persoon die aan de notaris heeft gevraagd deze mening vast te leggen. Anders dan klager is de kamer van oordeel dat de notaris daar zijn medewerking aan mocht verlenen. Personen kunnen om hen moverende redenen aan een notaris vragen vast te leggen wat zij van belang vinden of welke mening zij op dat moment ergens over hebben. Van belang is dat de notaris vooral dient te controleren of de desbetreffende persoon dit echt zo wenst. Nu van de notaris in dit verband geen andere controle wordt gevraagd en gesteld noch gebleken is dat de notaris hier in gebreke is gebleven zal de kamer dit onderdeel ongegrond verklaren.
Klachtonderdeel 2.
4.6 Het bericht van 3 juli 2012 met het proces-verbaal van 4 april 2011 is door de notaris ongevraagd naar de rechtbank gestuurd. Weliswaar heeft de notaris ter zitting toegelicht dat zijn handelen moet worden gezien in het licht van de wensen van betrokkenen dat het bewind zou eindigen, maar dat blijkt niet uit het bericht van 3 juli 2012. Bovendien is in dit verband niet gebleken dat klager hier was benoemd tot bewindvoerder.
4.7 De klacht ziet op het onnodig verspreiden, niet geheimhouden, van deze informatie en de inhoud van het bericht van 3 juli 2012. Nog daargelaten dat het de kamer ontgaat waarom de notaris meent dat hij een rechter van deze informatie moet voorzien, moet worden aangenomen dat, nu van enig ander (notarieel) doel niet is gebleken, de verstrekte informatie kennelijk geen ander doel diende dan klager op ongenuanceerde wijze in diskrediet brengen. Deze wijze van handelen voegt op geen enkele manier iets toe aan hetgeen van een notaris mag worden verwacht. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris zich hiermee dan ook gedragen op een wijze die een goed notaris niet betaamt. De kamer zal dit klachtonderdeel gegrond verklaren.
De klachtonderdelen 3 en 4.
4.8 Inzake het opnemen van contact met het Liliane Fonds na het overlijden van mevrouw [E] en het al dan niet beschikken over een volmacht is de kamer van oordeel dat niet gebleken is van klachtwaardig handelen door de notaris. De notaris heeft ter zitting verklaard dat hij beschikt over een volmacht, maar dat, gelet op het daarin vermelde, de geheimhoudingsplicht hem verhinderde daar bij wijze van verweer een afschrift van over te leggen. Klager heeft in dit verband ter zitting meegedeeld dat hij vermoedt dat het voor de notaris verband houdt met zijn werkzaamheden voor de zuster van de overledene, maar dat neemt volgens klager niet weg dat de notaris geen opdracht had in de nalatenschap [E]. Hoewel de kamer klager daarin volgt, acht de kamer van belang dat in deze niet is komen vast te staan dat de notaris zonder volmacht heeft gehandeld. De kamer zal om die reden onderdeel 3 van de klacht ongegrond verklaren, hetgeen er verder toe leidt dat de grond voor klachtonderdeel 4 is vervallen.
Klachtonderdeel 5.
4.9 Met de brieven of berichten van 16 en 24 september 2014 heeft de notaris klager aangeschreven namens de heer en mevrouw [C]. Uit de brieven blijkt niet duidelijk in welke hoedanigheid de notaris hier heeft gehandeld. Ter zitting heeft de notaris daarover meegedeeld dat hem, na het einde van het bewind, door betrokkenen is verzocht te trachten de aan klager betaalde bedragen terug te krijgen. Gelet hierop is de kamer, anders dan klager, van oordeel dat de notaris met de brieven niet in strijd met de beroeps- en gedragsregels heeft gehandeld. Desondanks zal de kamer ook dit onderdeel van de klacht gegrond verklaren nu uit de brieven niet de juiste professionele betrokkenheid blijkt. De notaris heeft namens betrokkenen, zonder dat is gebleken dat daarvoor een wettelijke grond bestaat, een bedrag teruggevorderd van klager op grond van wanprestatie. Kort daarop is klager meegedeeld dat de zaak ter incasso uit handen wordt gegeven. Daarmee heeft de notaris naar het oordeel van de kamer op een wijze gehandeld die een goed notaris niet betaamt. Van een notaris mag, anders dan wanneer het van een advocaat zou worden gevraagd, worden verwacht dat hij in dit soort zaken handelt en schrijft op basis van zaken die al in rechte zijn komen vast te staan. Nu dat niet gebleken is heeft de notaris een niet correcte betrokkenheid ten toon gespreid.
De maatregel.
4.10 Op de gegrondverklaring past in beginsel een tuchtrechtelijke reactie. In het, naar het lijkt vooral ten aanzien van de persoon van klager, door de notaris ten toon gespreide gedrag, is naar het oordeel van de kamer opleggen van de maatregel van een waarschuwing gepast en geboden.
4.11 Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart de klacht gegrond voor zover het de onderdelen 2 en 5 betreft;
- legt de notaris ter zake daarvan de maatregel van een waarschuwing op;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.M.J. Peters, voorzitter, mr. D.T. Boks, mr. E.J.M. Kerpen, mr. E.J. Oostrik en A. Roesink-Kragt, leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2015.
De secretaris, De voorzitter,
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.