ECLI:NL:TNORARL:2014:54 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/10

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2014:54
Datum uitspraak: 24-07-2014
Datum publicatie: 07-10-2015
Zaaknummer(s): AL/2014/10
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Het standpunt van klager doet niet af aan de akte waarbij beneficiair is aanvaard. Het is niet aan de kandidaat-notaris om vast te stellen of er sprake is van zuivere aanvaarding.   De kandidaat-notaris mocht de keuzes van de vereffenaar volgen.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN                              

Kenmerk: AL/2014/10

Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van

[…],

wonende te […],

tegen

[…],

kandidaat-notaris te […].

Partijen worden hierna klager en kandidaat-notaris genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

-      de klachtbrief van 29 januari 2014, met bijlagen;

-      een brief van de kandidaat-notaris van 24 februari 2014;

-      een brief van klager van 23 juni 2014;

-      de pleitnota van 25 juni 2014.

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 27 juni 2014 behandeld. Klager is in persoon verschenen. De kandidaat-notaris is in persoon verschenen.

2. De feiten

2.1 Gelet op hetgeen klager en de kandidaat-notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van de daarbij overgelegde stukken, gaat de kamer uit van de volgende feiten.

2.2 Op 25 februari 2010 is overleden, [A], moeder van klager, hierna te noemen erflaatster.

2.3 Erflaatster heeft over haar nalatenschap beschikt bij testament van 15 oktober 2007.

2.4 Erflaatster is onder het maken van huwelijkse voorwaarden, inhoudende een gemeenschap van vruchten en inkomsten, gehuwd geweest met de heer [B]

(de vader van klager), welk huwelijk is geëindigd door het overlijden van laatstgenoemde in 1993.

2.5 Klager en zijn broers en zusters, tezamen 8 personen, hebben elkaar over verschillende aspecten van de nalatenschap van erflaatster, geheel of ten dele in samenhang met de onverdeelde nalatenschap van de vader van klager en de gemeenschap van vruchten en inkomsten van erflaatster en de vader, in rechte betrokken.

2.6 In de nalatenschap van erflaatster zijn twee zusters van klager benoemd tot executeur. De kandidaat-notaris is in maart of april 2012 als boedelnotaris betrokken bij de nalatenschap.

2.7 Bij beschikking van 6 november 2012 is R. van den Berg Jeths benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster.

2.8 De vereffenaar heeft de kandidaat-notaris, als waarnemer van notaris mr. N. Dröge-Steenbergen, verzocht een akte van boedelbeschrijving inzake de nalatenschap van erflaatster op te stellen met als basis stukken van notaris Kaam met lijsten. De kandidaat- notaris heeft deze akte met de beschrijving van de nalatenschap door de vereffenaar gepasseerd op 10 december 2013.

2.9 In de akte van 10 december 2013 vermeldt de kandidaat-notaris dat zij de hoedanigheid van kandidaat-notaris heeft, dat zij handelt als waarnemer van de notaris en dat zij in die akte daarom verder notaris genoemd wordt. In zijn klachtbrief spreekt klager dan ook van de notaris. De kamer leest daarvoor de kandidaat-notaris en zal dat hierna ook zo vermelden.

3. Ontvankelijkheid

De kandidaat-notaris concludeert dat klager niet ontvankelijk is in zijn klacht omdat hij de klacht tegen haar indient als notaris en zij nog geen notaris is. De kamer gaat aan dit standpunt voorbij en acht klager ontvankelijk in zijn klacht. Klager stelt dat hij in verwarring is gebracht door de wijze waarop de kandidaat-notaris zich zelf noemt. Vaststaat dat de klacht ziet op werkzaamheden verricht door de kandidaat-notaris en dat zij als zodanig ook is onderworpen aan tuchtrecht ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna).  

4. De standpunten

4.1 Klager stelt dat de kandidaat-notaris heeft gehandeld in strijd met haar zorgplicht door de akte van boedelbeschrijving (hierna: de akte) zo op te stellen en te transporteren als zij heeft gedaan. Hij verwijst daarvoor naar de uitspraak van het hof: ECLI:NL:GHAMS:2010BM6830 en onderbouwt zijn standpunt samengevat als volgt.

1. Onder punt 8 van de akte is ten onrechte vermeld dat alle kinderen beneficiair hebben aanvaard. Nu de notaris weet dat de verklaringen van beneficiaire aanvaarding niet stroken met gedragingen, die hebben geleid tot een zuivere aanvaarding en een zuivere aanvaarding niet opzij had kunnen worden gezet door een latere beneficiaire aanvaarding, had zij dit in de akte moeten melden.

2. Onder punt 9 van de akte is ten onrechte vermeld dat met de benoeming van de vereffenaar de executeurs onbevoegd zijn geworden. Volgens klager maakt de akte ten onrechte geen melding van de omstandigheid dat de erfgenamen in dit geval vereffenaar zijn geworden en dat de executeurs geen overleg hebben gevoerd. Uit punt 10 van de akte blijkt dat de kandidaat-notaris dit wel weet, maar daarnaar niet heeft gehandeld.

3. Ook punt 11 van de akte is volgens klager niet geheel juist, dan wel niet volledig. De kandidaat-notaris stelt ten onrechte dat de erfgenamen na het overlijden van moeder recht hebben op hun erfdeel in volle eigendom. Dat hadden de erfgenamen namelijk al na het overlijden van vader. De kandidaat-notaris had bij de verwijzing naar de akte van notaris Van Kaam moeten vermelden dat slechts één erfgenaam het met die akte eens is. Zij wekt ten onrechte de indruk dat die erfdelen al vaststaan en noemt ten onrechte de bedragen gebaseerd op het bestaan van vruchtgebruik. Hij heeft de kandidaat-notaris verzocht om aanpassing van de akte. De kandidaat-notaris heeft ten onrechte vermeld dat notaris Kaam de huwelijksgemeenschap en de nalatenschap van de vader heeft vastgesteld, zij heeft geen uitdelingslijst gedeponeerd en geen conceptakte laten rondgaan.

4. Voor zover onder punt 11 (gelet op de akte leest de kamer hiervoor 12 en spreekt verder van punt 12) van de akte is vermeld dat schenkingen moeten worden ingebracht, is dat wel juist, echter de betalingen van 30 mei 2008 waren geen schenkingen, maar onverschuldigde betalingen. Volgens klager had de kandidaat-notaris dat moeten vermelden.

5. Onder punt 13 van de akte is vermeld dat de inboedel en de sierraden gewaardeerd zijn volgens taxatierapporten. Dat had moeten zijn een waardering ten tijde van de uitdeling.

6. Onder punt 14 wordt verwezen naar de bijlage met schulden. Deze lijst is niet volledig en ook is niet vermeld dat hier onenigheid over bestaat.

7. Punt 15 meldt tijdig ingediende vorderingen. Welke dat zijn, is ten onrechte niet vermeld.

8. Punt 16 noemt waardering ten tijde van de datum van overlijden. Het is volgens klager niet duidelijk of het hier gaat om inboedel en sierraden of waardering van ingediende vorderingen.

9. Punt 17 vermeldt dat sprake is van een beschrijving als bedoeld in artikel 4:211 van het Burgerlijk Wetboek. Klager geeft aan dat niet tevens artikel 676 Burgerlijke Rechtsvordering is vermeld. Het komt klager voor dat de kandidaat-notaris daar niet aan heeft getoetst.

10. In punt 18 van de akte is aangegeven dat door de executeurs voor de erfbelasting pro forma aangifte is gedaan, uitgaande van de op dat moment bekende gegevens. Dat is volgens klager niet correct. De executeurs hebben op dat moment al bekende zaken niet vermeld. Aldus is de aangifte volgens klager opzettelijk onjuist gedaan. Daar wist de kandidaat-notaris van.

4.2 Op het verweer van de kandidaat-notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

De kamer zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen en overweegt als volgt.

klachtonderdeel 1

5.2 Naar het oordeel van de kamer heeft de kandidaat-notaris niet klachtwaardig gehandeld door onder punt 8 van de akte te vermelden dat de nalatenschap beneficiair is aanvaard. Het standpunt van klager hierover doet niet af van de genoemde akte van 6 september 2010 waarbij beneficiair is aanvaard. Het gaat daarin niet om een door de kandidaat-notaris gemaakte keuze, maar om een akte die ook voor haar een gegeven is. Het is niet aan de kandidaat-notaris om vast te stellen of er sprake is van een zuivere aanvaarding, zeker niet nu, zoals zij onbetwist heeft gesteld, dit standpunt door de overige erfgenamen niet wordt gedeeld.

klachtonderdeel 2

5.3 In punt 9 van de akte is vermeld dat er een vereffenaar is benoemd en dat de executeurs onbevoegd zijn geworden. In haar verweer heeft de kandidaat-notaris toegelicht dat de executeurs bevoegd bleven indien sprake zou zijn van een positieve boedel. Dat is kennelijk niet het uitgangspunt van de vereffenaar geweest. Hoewel punt 9 meer informatie had mogen bevatten, kan, met name vanwege de vermelding van de beschikking waarmee de vereffenaar is benoemd, niet worden aangenomen dat dit punt van de akte onvoldoende informatie bevat. De redenering van klager dat al eerder sprake was van vereffenaars brengt daar geen wijziging in. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond.

klachtonderdeel 3

5.4 Anders dan klager stelt, hadden de erfgenamen als gevolg van het overlijden van de vader op grond van zijn testament recht op hun erfdeel belast met het recht van vruchtgebruik. Dat dit vruchtgebruik niet is afgegeven doet hieraan niet af. Niet gesteld of gebleken is dat de afgifte van het legaat van vruchtgebruik aan een termijn gebonden was. Verder vermag de kamer zonder nadere toelichting niet inzien waarom de kandidaat-notaris bij de verwijzing naar de akte van notaris Van Kaam had moeten vermelden dat slechts één erfgenaam het met die akte eens is. Op de notaris rust daartoe geen verplichting. Met betrekking tot de volledigheid van punt 11 van de akte is de kamer met de kandidaat-notaris van oordeel dat het hier gaat om informatie van de vereffenaar. Het ontbreken van de informatie die klager vermeld had willen hebben brengt niet met zich dat de kandidaat-notaris onjuist heeft gehandeld door de vereffenaar en akte van notaris Kaam op deze wijze te volgen. Er rust op de kandidaat-notaris geen plicht te wachten op een uitdelingslijst en ook geen plicht een concept-akte te laten rondgaan. Er rust op de kandidaat-notaris ook geen plicht om op verzoek van de klager - die geen opdrachtgever was - de akte aan te passen.

Aldus is ook dit onderdeel van de klacht ongegrond.

klachtonderdeel 4

5.5 Voor zover in de akte onder punt 12 wordt gesproken over schenkingen die nog moeten worden ingebracht, volgt de kamer het standpunt van klager niet dat daar moest worden vermeld dat sprake is van onverschuldigde betalingen. Voor een plicht om het op die wijze in deze akte te vermelden, ziet de kamer geen grond. Voor zover er over dat punt en wat daarmee samenhangt, verschil van inzicht bestaat onder de erfgenamen en de kandidaat-notaris, neemt dat niet weg dat de kandidaat-notaris de insteek van de vereffenaar mocht volgen.

Ook dit onderdeel van de klacht is ongegrond.

klachtonderdeel 5, 6, 7 en 8

5.6 De klachtonderdelen over punt 13 (tijdstip waardering sierraden), punt 14 (bijlage lijst met schulden), punt 15 (ingediende vorderingen) en punt 16 (tijdstip waardering nalatenschap) van de akte, zijn naar het oordeel van de kamer ongegrond. Nog daargelaten dat niet gebleken is dat daar onjuistheden zijn vermeld, is door de kandidaat-notaris terecht aangegeven dat het gaat om keuzes en informatie van de vereffenaar, die zij in de akte heeft mogen overnemen.

klachtonderdeel 9

5.7 Voor zover klager constateert dat onder punt 17 van de akte niet tevens artikel 676 Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is vermeld en door klager wordt aangenomen dat daar kennelijk niet aan is getoetst, is naar het oordeel van de kamer niet gebleken van klachtwaardig handelen. In de akte is vermeld dat het gaat om een beschrijving als bedoeld in artikel 4:211 van het Burgerlijk Wetboek. Het door klager genoemde artikel ziet op procedures betreffende een nalatenschap. Enige grond voor vermelding in de akte wordt niet gezien. Voor zover klager bedoeld heeft te verwijzen naar artikel 674 Rv is naar het oordeel van de kamer niet komen vast te staan dat de akte daaraan niet voldoet. Dit onderdeel van de klacht is daarom ook ongegrond.

klachtonderdeel 10

5.8 Dit klachtonderdeel ziet op punt 18 van de akte waar is vermeld dat pro forma aangifte is gedaan voor de heffing van het recht van erfbelasting. De kamer stelt voorop dat de kandidaat-notaris naar zijn oordeel voldoende heeft toegelicht dat zij namens de executeurs de aangifte heeft opgesteld en heeft ingediend. Naar het oordeel van de kamer heeft de kandidaat-notaris in verband met de pro forma aangifte terecht opgemerkt dat dit met zich brengt dat een vervolgaangifte volgt en dat de pro forma aangifte niet de definitieve aangifte is omdat nog niet alle gegevens beschikbaar zijn of waren. Dat de definitieve aangifte mogelijk afwijkt van de voorlopige - pro forma - aangifte, maakt niet dat de laatste onjuist is. Niet gebleken is dat de kandidaat-notaris hier meer over had moeten opnemen in de akte. Evenmin is gebleken dat de pro forma aangifte opzettelijk onjuist was. De kamer acht tot slot ook dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Gelet op het voorgaande is de kamer van oordeel dat de kandidaat-notaris met de akte niet in strijd met haar zorgplicht heeft gehandeld.

Beslist wordt derhalve als volgt.

6. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;

-        verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.M.J. Peters, plaatsvervangend voorzitter, mr. M.J. Blaisse, mr. J.N.J.G. Kuin, mr. K.H.H.J. Kuhlmann en A. Roesink-Kragt, plaatsvervangende leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, door mr. R.J. Jue, plaatsvervangend voorzitter, uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2014.

De secretaris,                                                               De plaatsvervangend voorzitter,

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.

Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.