ECLI:NL:TNORARL:2014:51 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/30
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2014:51 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-11-2014 |
| Datum publicatie: | 11-08-2015 |
| Zaaknummer(s): | AL/2014/30 |
| Onderwerp: | Overig |
| Beslissingen: |
|
| Inhoudsindicatie: | Met betrekking tot de wijze waarop de notaris via het internet naar buiten treedt, is van belang dat in artikel 19 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 is bepaald dat de notaris bij het naar buiten optreden zorg draagt voor een juiste en volledige presentatie van het kantoor. Het gebruik van internetadressen valt onder het begrip “naar buiten optreden”. De notaris heeft zich ten onrechte geafficheerd als notaris in de plaats O. Daarnaast heeft de notaris voor wat betreft het verrichten van ambtelijke werkzaamheden in de plaats O, buiten de plaats van vestiging, klachtwaardig gehandeld omdat hij daar in het jaar 2013 meer dan incidenteel (meer dan 1%) akten heeft gepasseerd. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2014/30
Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van
mr. [A] notaris te [B];
mr. drs. [C] , notaris te [D];
mr. [E] , notaris te [B];
mr. [F] , notaris te [G];
hierna te noemen klagers,
tegen
mr. [H],
notaris te [I],
hierna notaris,
gemachtigde: mr. G.L. Maaldrink, advocaat te Den Haag.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klachtbrief met de datum 18 maart 2013, met bijlagen, door de kamer ontvangen op 20 maart 2014;
- een niet gedateerde brief van de notaris, met bijlagen, door de kamer ontvangen op 25 april 2014;
- een brief van klagers van 23 mei 2014, met bijlagen;
- een brief van de notaris van 1 augustus 2014, met bijlage.
1.2 De klachtzaak is behandeld ter zitting van 10 oktober 2014. Klagers zijn in persoon verschenen. Ook de notaris is in persoon verschenen tezamen met zijn gemachtigde.
1.3 Ter zitting is gelijktijdig de door klagers tegen notaris mr. [J], notaris te [K], ingediende klacht (kenmerk: AL/2014/29) behandeld, voor zover de klachtonderdelen met elkaar overeenkomen.
1.4 Eveneens gelijktijdig is de door mr. [L] en mr. [M], notarissen te [B], tegen mr. [J] ingediende klacht (kenmerk: AL/2014/27) en de tegen mr. [H] ingediende klacht (kenmerk: AL/2014/28) behandeld, voor zover de klachtonderdelen met elkaar overeenkomen.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klagers en de notarissen over en weer hebben aangevoerd alsmede op basis van de daarbij overgelegde stukken en de behandeling ter zitting, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Klagers zijn notarissen die behoren tot het samenwerkingsverband [N] (hierna: [N]) met kantoren in [B], [G] en [D].
2.3 De notaris werkt sedert het najaar van 2013 samen mr. [J] (hierna: [J]), notaris te [K]. [J] behoorde tot februari 2013 tot het samenwerkingsverband [N] met in die tijd onder meer kantoren in [B] en [K].
2.4 [J] is binnen [N] ingaande 1 november 2012 gewijzigd van standplaats. Vanaf die datum is [J] niet langer notaris te [O], maar notaris met standplaats [K]. [J] heeft in [K] het protocol van, vanaf dat moment oud-notaris, mr. [P] overgenomen. In 2013 is de samenwerking tussen [J] en [N] geëindigd.
2.5 De notaris en [J] maken gebruik van het internet door middel van hun website [Q] . Ook hebben zij de domeinnaam [R] vastgelegd. Deze website wordt niet actief gebruikt. Ten tijde van het indienen van de klacht verwees de website door naar de website van de notaris en [J].
3. De standpunten
3.1 De klacht bestaat uit verschillende onderdelen. Bij de behandeling ter zitting van de door [N] ingediende klachten is vastgesteld dat de hierna te noemen klachtonderdelen zich tegen de notaris richten.
Onderdeel 1.
De notaris en [J] zijn in een te vroeg stadium een samenwerkingsverband aangegaan. Volgens klagers is daarmee (a) in ieder geval te vroeg naar buiten getreden en (b) niet correct gehandeld nu het samenwerkingsverband is aangegaan voordat de ontbinding /scheiding en deling van het samenwerkingsverband [N] heeft plaatsgevonden.
Onderdeel 2
Volgens klagers hebben de notaris en [J] in strijd met de wet kantoor gehouden buiten hun standplaats. Klagers noemen in dit verband het kantoor houden in [B] en [T], welke plaatsen in de gemeente [O] liggen. De kantoorruimten bevonden zich bovendien in de voormalige panden van [N] in die plaatsen. Op het pand in [B] bevindt zich een naambordje met de naam van de [J], zonder de vermelding “notaris”. Volgens de website van de notaris en [J] begeven beiden zich regelmatig buiten hun plaatsen van vestiging. Door klagers is in dit verband gewezen op een advertentie in een lokale krant en ook op de agenda van de [J] waaruit dat zou blijken.
Ter zitting hebben klagers over dit klachtonderdeel opgemerkt dat het vooral ziet op de websites van de notaris en [J] en de wijze waarop zij zich in de krant afficheren.
Onderdeel 3.
Klagers noemen lopende zaken die nog niet zijn afgewikkeld. Volgens klagers handelen de notaris en [J] niet juist inzake de niet betaalde huurtermijnen voor het pand in [K]. Klagers rekenen de notaris dit ook aan omdat [J] in het pand te [K], in maatschap met de notaris, nog steeds praktijk voert.
Klagers zijn betrokken in de rechtszaak over de niet betaalde huurtermijnen, hetgeen [J] volgens klagers had moeten voorkomen.
Onderdeel 4.
Naar de mening van klagers heeft de notaris niet juist gehandeld met de realisatie van een appartementencomplex in [I], in welk complex ook zijn kantoor is gevestigd. Klagers plaatsen vraagtekens bij realisatie en ontwikkeling van bedoeld project, het behandelen van dossiers van de in [K] gevestigde woningbouwcorporatie [S], de financiële onafhankelijkheid van de notaris ten opzichte van [S] en vragen zich af of er sprake is van retourprovisie.
3.2 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, ingaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
4.2 De kamer zal de klacht aan de hand van voornoemde maatstaf beoordelen en overweegt als volgt.
Klachtonderdeel 1. De samenwerking tussen de notaris en [J].
4.3 Volgens klagers zijn de notaris en [J] te vroeg naar buiten getreden met hun samenwerkingsverband, zeker nu dit gebeurde voordat het samenwerkingsverband [N] was ontbonden c.q. gescheiden en gedeeld.
4.4 De kamer gaat ervan uit dat de gevolgen van de beëindiging van de samenwerking binnen [N] en het daarmee naar buiten treden geregeld moesten worden na de bijeenkomst van januari 2013, het tijdstip waarop [N] de samenwerking met [J] beëindigde.
4.5 De kamer is van oordeel dat het [J] en de notaris vrij stond tot samenwerking te besluiten, ook al waren op het tijdstip van samengaan de ontbinding en de gevolgen van de beëindiging van de samenwerking binnen [N] nog niet geregeld. Niet valt in te zien welke tuchtrechtelijke norm de notaris hiermee overschreden zou hebben. Zeker geldt dit nu voor de notaris geen afspraken of overeenkomsten met klagers golden. De notaris had ten deze geen enkele verplichting jegens [N]. Evenmin zijn geen feiten gesteld of gebleken die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat de notaris anderszins verwijtbaar jegens klagers gehandeld heeft . Het is dan ook niet duidelijk om welke reden klagers de notaris in dit klachtonderdeel hebben betrokken.
4.6 Gelet op het voorgaande zal de kamer dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.
Klachtonderdeel 2. De websites.
4.7 In de klacht zijn de websites van de notaris en [J] aan de orde gesteld.
4.8 Mede gelet op hetgeen ter zitting door klagers naar voren is gebracht stelt de kamer vast dat dit klachtonderdeel ziet op wijze waarop de notaris en [J] zich naar buiten presenteren met hun website(s) en in de krant.
4.9 Met betrekking tot de wijze waarop de notaris via internet naar buiten is getreden overweegt de kamer dat in artikel 19 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 is bepaald dat de notaris bij het naar buiten optreden zorg draagt voor een juiste en volledige presentatie van het kantoor.
4.10 In de uitspraak van 3 oktober 2003 (kenmerk 327/2003 NOT) heeft het gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat het gebruik van internetadressen valt onder het begrip “naar buiten optreden”.
4.11 Gelet op hetgeen over en weer is aangevoerd en de daarbij overgelegde stukken is de kamer van oordeel dat de notaris tot voor kort, in ieder geval ten tijde van het indienen van de klachten, in strijd met het bepaalde in artikel 19 van voornoemde verordening heeft gehandeld.
4.12 In dit verband acht de kamer van belang dat de notaris en [J] de domeinnaam van de website [R] hebben geregistreerd en deze website, die met de zoekfunctie van Google werd gevonden wanneer men een notaris in [B] zocht, verwees door naar de website [Q] van de notaris en [H]. Op die wijze is gesuggereerd dat de notaris gevestigd is in [B] (of [O]), terwijl dat niet het geval is. Dat geldt ook voor het gebruik maken van termen op de website of in de krant in de zin van notaris in [B] of notaris voor [B] of notaris uit [B]. Ook daarmee is ten onrechte gesuggereerd dat de notaris (ook) in [B] is gevestigd.
4.13 Gelet op het voorgaande zal de kamer dit klachtonderdeel gegrond verklaren.
Klachtonderdeel 3. Afwikkeling lopende zaken.
4.14 Klagers klagen onder a. over het handelen van de notaris en [J] ter zake van de huur van het kantoorpand te [K]. De kamer constateert dat klagers in dit verband een aantal onderwerpen hebben genoemd zoals de contractuele boete, het mogelijk instigeren van een rechtszaak daarover en het eenvoudig kunnen voorkomen van een rechtszaak. Ook hebben klagers vermoedens over de verdere verhuur van het pand geuit.
4.15 Naar het oordeel van de kamer kan in het door klagers gestelde bezwaarlijk een klacht worden gelezen. Daar waar klagers spreken van “mogelijk” en “vermoeden” was het aan klagers deze woorden te onderbouwen. Nu klagers dit niet hebben gedaan, legt de kamer dit terzijde.
4.16 Onder b. is in dit klachtonderdeel de wijze waarop [J] is omgegaan met de hem binnen het samenwerkingsverband [N] toegezegde goodwill aan de orde gesteld. Dit onderdeel ziet aldus niet op het handelen van de notaris.
4.17 Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.
Klachtonderdeel 4. Het handelen van de notaris inzake de realisatie van het (bedrijfs-)pand in [I].
4.18 Klagers verwijten de notaris niet juist gehandeld te hebben bij de realisatie van een appartementencomplex in [I], in welk complex ook zijn kantoor is gevestigd. Klagers hebben in dit verband aangevoerd dat wijze waarop de woningbouwcorporatie [S] heeft gehandeld onrechtmatig is. Ter zitting is daaraan toegevoegd dat de notaris in strijd met artikel 23 Wna leningen is aangegaan.
4.19 Naar het oordeel van de kamer zijn uit hetgeen klager hebben gesteld geen feiten of omstandigheden gebleken die het schenden van de norm van artikel 23 Wna inhouden. Uit de door klagers verstrekte informatie blijkt dat niet. Dat zou nader onderzoek vergen. Dat ligt echter niet op de weg van de kamer, maar - als daar aanleiding toe zou bestaan - op de weg van het Bureau Financieel Toezicht.
4.20 Gelet op het voorgaande zal ook klachtonderdeel 4 ongegrond worden verklaard.
4.21 Op de gegrondverklaring van de klacht, voor zover het onderdeel 2 betreft, past in beginsel een tuchtrechtelijke reactie. De kamer overweegt in dit verband dat het belangrijk is dat de notaris zich de klacht, voor wat betreft het gebruik van het internet heeft aangetrokken. De betreffende website is inmiddels “uit de lucht”. De kamer zal dan ook niet besluiten tot het opleggen van een tuchtmaatregel.
Beslist wordt derhalve als volgt.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart de klacht, voor zover het onderdeel 2 betreft, gegrond zonder het opleggen van een tuchtmaatregel;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.C.J. van Emden-Geenen, voorzitter,
mrs. D.T. Boks, L.P. Oostveen-ter Braak, F.L.M. van de Graaff en H. Quispel, leden en door de voorzitter, in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 20 november 2014.
De secretaris, De voorzitter,
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.