ECLI:NL:TNORARL:2014:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/183
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2014:45 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-07-2014 |
| Datum publicatie: | 19-02-2015 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/183 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met schorsing als notaris |
| Inhoudsindicatie: | Gelet op het feit dat de notaris op geen enkele wijze heeft gereageerd op hetgeen door klaagster is aangevoerd, is de kamer van oordeel dat moet worden uitgegaan van het door klaagster gestelde, dat de notaris ter zake van de afwikkeling van de nalatenschap en de communicatie daarover ernstig nalatig heeft gehandeld. Niet gesteld of gebleken is dat er voor de notaris verschoonbare redenen zijn om niet met klaagster te communiceren of tot afwikkeling te komen. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/183
Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van
[1],
wonende te [X],
tegen
[2],
notaris te [X].
Partijen worden hierna verder aangeduid als klaagster en de notaris.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klachtbrief van 27 november 2013;
- brieven van 2 december 2013, 8 januari 2014, 29 januari 2014, 21 februari 2014, 25 maart 2014 en 23 mei 2014;
- de emailberichten van13 maart en 1 mei 2014 van klaagster.
1.2 De klacht is ter zitting van 27 juni 2014 behandeld. Klaagster is in persoon verschenen bijgestaan door [3]. De notaris is niet verschenen.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klaagster heeft aangevoerd gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Een vriendin van klaagster, hierna te noemen erflaatster, is overleden op
17 mei 2011.
2.3 Erflaatster heeft over haar nalatenschap beschikt bij testament. Klaagster is daarin voor de helft benoemd tot erfgenaam.
2.4 De notaris is belast met de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.
2.5 Klaagster heeft vanaf 22 september 2011 vele malen getracht contact te krijgen met de notaris, zowel telefonisch als per e-mail en brief, om te informeren naar de afwikkeling van de nalatenschap.
3. Het standpunt van klaagster
3.1 Klaagster stelt zich op het standpunt dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster noemt in dit verband dat de notaris na ruim twee jaar de nalatenschap niet heeft afgewikkeld en ook nergens op reageert. Niet op telefonische vragen en niet op e-mailberichten. Ook de bemiddelingspoging van de Koninklijke Notariƫle Beroepsorganisatie (KNB) heeft niets opgeleverd. Telefonisch contact werd door een medewerker van de notaris afgewimpeld en ook op een aangetekende brief, door klaagster op advies van het Juridisch Loket verzonden, heeft de notaris niet gereageerd. Klaagster stelt tot op heden geen bericht te hebben ontvangen van de notaris over de afwikkeling van de erfenis.
4. De beoordeling
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
De kamer zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen en overweegt als volgt.
4.2 Als onweersproken staat vast dat klaagster in de periode vanaf 22 september 2011 telkens heeft geprobeerd contact te leggen met de notaris. De notaris heeft echter niet gereageerd en de bemiddelingspoging van de (door klaagster ingeschakelde) KNB heeft geen resultaat opgeleverd. Ook heeft klaagster geen reactie gehad op de aangetekende brief die zij op advies van het juridisch loket aan de notaris heeft gestuurd. Wel heeft zij naar aanleiding van deze brief bericht ontvangen van Aegon over de uitbetaling van de levensverzekering.
4.3 Vaststaat dat ook nadat klaagster de onderhavige klacht had ingediend bij de kamer, de kamer geen enkele reactie van de notaris heeft ontvangen op haar schriftelijke verzoeken om op de klacht te reageren. De notaris heeft verder geen gevolg gegeven aan een schriftelijke uitnodiging van de plaatsvervangend voorzitter voor een gesprek met haar en klaagster inzake de klacht en evenmin aan het verzoek namens de voorzitter om de nalatenschap op korte termijn af te wikkelen. Vervolgens is de notaris, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen voor de behandeling van de klacht.
4.4 Gelet op het feit dat de notaris op geen enkele wijze heeft gereageerd op hetgeen door klaagster is aangevoerd, is de kamer van oordeel dat moet worden uitgegaan van het door klaagster gestelde, dat de notaris ter zake van de afwikkeling van de nalatenschap en de communicatie daarover ernstig nalatig heeft gehandeld. Niet gesteld of gebleken is dat er voor de notaris verschoonbare redenen zijn om niet met klaagster te communiceren of tot afwikkeling te komen.
De kamer zal de klacht dan ook gegrond verklaren.
4.5 Op de gegrondverklaring van een klacht, past in beginsel een tuchtrechtelijke reactie. Met betrekking tot de op te leggen sanctie overweegt de kamer het volgende.
Het is bijzonder laakbaar wanneer een notaris zonder aanwijsbare reden de aan hem opgedragen afwikkeling van een nalatenschap niet (meer) ter hand neemt en in het geheel niet reageert op telefonische en schriftelijke verzoeken van een erfgenaam daarover. Deze houding van inactiviteit en non-communicatie (zonder dat daar iets aan vooraf is gegaan waardoor dit gerechtvaardigd zou kunnen zijn, of waarmee dat is uitgelegd en aangekondigd) is een notaris onwaardig.
Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris op deze wijze de eer en het aanzien van het notariaat in bijzondere mate geschaad. De kamer acht de oplegging van een maatregel van schorsing in de uitoefening van het notarisambt voor de duur van drie maanden passend en geboden.
Mitsdien wordt als volgt beslist.
5. Beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de notaris de maatregel op van schorsing in de uitoefening van het notarisambt voor de duur van drie maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.M.J. Peters, plaatsvervangend voorzitter,
mr. M.J. Blaisse, mr. J.N.J.G. Kuin, mr. K.H.H.J. Kuhlmann en A. Roesink-Kragt, plaatsvervangend leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.J. Derksen, secretaris, door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, plaatsvervangend voorzitter, uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2014.
De secretaris de plaatsvervangend voorzitter
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam