ECLI:NL:TNORARL:2014:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/103
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2014:41 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 01-07-2014 |
| Datum publicatie: | 19-02-2015 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/103 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Naar het oordeel van de kamer is niet gebleken of aannemelijk gemaakt dat de notaris een rol, dan wel een niet correcte rol, heeft gespeeld ter zake van de keuze van de executeur om klaagster in een gerechtelijke procedure te betrekken. Het vastgelegde vruchtgebruik bracht voor de notaris met zich dat het hem niet vrij stond om uit te gaan van onmiddellijke opeisbaarheid en plicht tot uitbetaling van de door de rechter vastgestelde legitieme portie. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT
ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/103
Beslissing van de Kamer voor het notariaat op de klacht van
[X], wonende te [..], hierna klaagster,
tegen
[Z],
notaris te [..],
hierna de notaris.
1. Verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klachtbrief van 12 juli 2013, met bijlagen;
- een brief, met bijlagen, van de notaris van 27 september 2013;
- een brief van klaagster van 16 februari 2014;
- een brief van klaagster van 22 april 2014.
1.2 De klachtzaak is ter zitting van 21 mei 2014 behandeld. Klaagster is, met kennisgeving, niet verschenen. De notaris is in persoon verschenen.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klaagster en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van de daarbij overgelegde stukken, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Op 9 maart 2008 is de vader van klaagster overleden. In zijn testament heeft hij zijn echtgenote, mw. [A], moeder van klaagster, tot executeur benoemd. De executeur heeft aan kandidaat-notaris [B] verbonden aan het kantoor van de notaris, opdracht gegeven de nalatenschap af te wikkelen.
2.3 De kandidaat-notaris heeft een voor haar bedoelde e-mail van 3 april 2011 met vertrouwelijke informatie van klaagster per ongeluk doorgestuurd naar de moeder van klaagster. Klaagster heeft daarop het vertrouwen in de kandidaat-notaris opgezegd per e‑mail van 17 april 2011. Per e-mail van 18 april 2011 heeft [B] haar excuses aangeboden. Per e-mail van diezelfde dag heeft klaagster meegedeeld dat zij het vertrouwen volledig kwijt is. Op 3 mei 2011 heeft klaagster een e-mail verzonden aan [C] waarin zij schrijft: “Het behoeft mijns inziens geen betoog dat ik en mijn zuster er van uit mogen gaan dat u uw werkzaamheden in dit dossier met onmiddellijke ingang staakt.”
2.4 In een door de executeur tegen onder meer klaagster aanhangig gemaakte gerechtelijke procedure over de verdeling van de nalatenschap is door de rechtbank Groningen bij vonnis van 12 september 2012 beslist dat alle roerende zaken van erflater , alsmede zijn aandeel in de onroerende zaak worden toegescheiden aan eiseres, [A], “onder de verplichting aan (….)gedaagden ieder een bedrag van € 7.651,- ter zake van hun legitieme portie te betalen.”
Ook is klaagster veroordeeld haar medewerking te verlenen bij het opstellen en passeren van de akte van levering van de woning aan moeder.
2.5 Bij brief van 20 december 2012 heeft de notaris onder meer meegedeeld dat de in meergenoemd vonnis vastgestelde verdeling moet worden geëffectueerd in een notariële akte. Voor wat betreft het aan klaagster te betalen bedrag van € 7.651,- is door de notaris meegedeeld dat dit bedrag thans niet zal worden uitgekeerd daar haar moeder daar op grond van het testament daarover vruchtgebruik heeft. Bedoelde akte van verdeling is voor de notaris verleden op 24 januari 2013.
3. Standpunten
3.1 Klaagster stelt zich op het standpunt dat door de notaris op verschillende punten niet correct is gehandeld. De notaris had de zaak moeten overdragen aan een ander kantoor nadat klaagster en haar echtgenoot het vertrouwen in het kantoor hadden opgezegd. De notaris heeft, ondanks het feit dat klaagster heeft toegezegd mee te willen werken aan de uitvoering van het testament, moeder doorverwezen naar een advocaat, hetgeen tot een vervelende, kostbare en onnodige rechtsgang heeft geleid.
Daarna heeft de notaris naar de mening van klaagster het vonnis van de rechtbank geschonden. Met de akte van 23 januari 2013 heeft de notaris ten onrechte geen acht geslagen op de verplichting van moeder om € 7.651,- uit te betalen.
Ook geeft klaagster aan dat zij door het handelen van de notaris schade heeft geleden.
3.2 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. Overwegingen
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
De kamer zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen en overweegt als volgt.
4.2 De kamer stelt vast dat de klacht is ingediend tegen de notaris. Klaagster klaagt over het doorzenden van haar e-mail van 3 april 2011. Deze mail is echter doorgezonden door de op het kantoor van de notaris werkzame kandidaat-notaris. Uit hetgeen over en weer is aangevoerd blijkt dat dit niet de bedoeling was en dat ook de kandidaat-notaris met klaagster eens is dat dit niet had mogen gebeuren. Door de kandidaat-notaris is excuses aangeboden. Er is echter geen separate klacht over het handelen van de kandidaat-notaris bij de kamer ingediend.
Voor zover klaagster van mening is dat bedoeld handelen (ook) de notaris kan worden aangerekend overweegt de kamer dat een notaris weliswaar verantwoordelijk kan worden gesteld voor handelen of nalaten van zijn medewerkers, maar nu het gaat om een kandidaat-notaris die zelf aan tuchtrechtspraak is onderworpen, is de klacht tegen de notaris wat dit onderdeel betreft niet-ontvankelijk.
4.3 Voor zover klaagster zich ter zake van het handelen van de notaris op het standpunt heeft gesteld, dat de notaris moeder onnodig heeft aangezet tot het starten van een gerechtelijke procedure over de uitvoering van het testament en de notaris vervolgens niet conform het daarop gevolgde vonnis van de rechtbank van 12 september 2012 heeft gehandeld, volgt de kamer klaagster niet.
Naar het oordeel van de kamer is niet gebleken of aannemelijk gemaakt dat de notaris een rol, dan wel een niet correcte rol, heeft gespeeld ter zake van de keuze van de executeur om klaagster in een gerechtelijke procedure te betrekken. Niet gebleken is dat de notaris een rol heeft gespeeld bij de beslissing van de executeur om een procedure te starten. De kandidaat-notaris heeft bericht gestuurd aan de executeur dat zij niets meer heeft gehoord van de dochters dan dat zij niet willen meewerken en dat zij willen dat zij de werkzaamheden in het dossier staakt. De executeur is de opdrachtgever van de (kandidaat-)notaris. Klaagster is niet bevoegd te bepalen wie de nalatenschap afwikkelt. Terecht heeft de notaris opgemerkt dat het een ieder vrij staat om een procedure te beginnen. Het stond klaagster vrij verweer te voeren in de procedure, zij heeft dat echter niet gedaan.
Van klachtwaardig handelen door de notaris is niet gebleken.
Dat geldt ook voor de keuze die de notaris heeft gemaakt ter zake van de akte van 24 januari 2013. Aan die akte zijn toelichtende brieven van 20 december 2013, 4 januari 2013 en 17 januari 2013 vooraf gegaan. Met de notaris is de kamer van oordeel dat bij vonnis de legitieme portie is vastgesteld, maar dat dat niet weg neemt dat de notaris ook rekening dient te houden met de inhoud van het testament. Het daarin vastgelegde vruchtgebruik bracht voor de notaris met zich dat het hem niet vrij stond om uit te gaan van onmiddellijke opeisbaarheid en plicht tot uitbetaling van de door de rechter vastgestelde legitieme portie. Nu de notaris vervolgens onweersproken heeft gesteld dat zich ook de situatie niet voordeed dat moeder daartoe vrijwillig wilde over gaan, heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet klachtwaardig gehandeld ter zake van de akte van 24 januari 2013.
4.4 Klaagster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij schade heeft geleden. Gelet op het onder 4.1 weergegeven wettelijke kader van het tuchtrecht, is het niet aan de kamer om daarover te oordelen. Dit klachtonderdeel is om die reden niet-ontvankelijk.
Beslist wordt derhalve als volgt.
5. Beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op het handelen van de kandidaat-notaris en voor zover door klaagster is gesteld dat zij schade heeft geleden;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.A. van Son, plv. voorzitter, mr. A.W. Drijver, mr. B.J. Engberts, mr. E.J.M. Kerpen en A. Roesink-Kragt, (plv.) leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2014.
De secretaris, De plv. voorzitter,
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.