ECLI:NL:TNORARL:2014:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/36
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2014:18 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-02-2014 |
| Datum publicatie: | 21-05-2014 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/36 |
| Onderwerp: | Registergoed |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met berisping |
| Inhoudsindicatie: | De notaris heeft klachtwaardig heeft gehandeld door niet afdoende tijdig schriftelijk te communiceren met klagers over het voorkeursrecht. Het op deze wijze negeren van het voorkeursrecht is naar het oordeel van de kamer al zodanig verwijtbaar dat dit zou moeten leiden tot een waarschuwing. Nu bovendien tijdens de procedure pas bij navraag is gebleken van een koopovereenkomst van een latere datum, waarover de notaris aanvankelijk in strijd met de waarheid heeft verklaard dat die al opgesteld was voordat zijn werkzaamheden waren begonnen, zal worden overgegaan tot het opleggen van de maatregel van een berisping. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT
ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/36
Beslissing van de Kamer voor het notariaat op de klacht van
[A], wonende te [..],
[B], wonende te [..],
[C], wonende te [..],
[D], wonende te [..],
hierna klagers,
gemachtigde: mr. F.M. Oudolf, advocaat te Amsterdam,
tegen
[..],
notaris te [..],
hierna de notaris,
gemachtigde: mr. A.R. van Roo, advocaat te Nieuwegein.
1. Verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- een brief, met bijlagen, van klagers van 10 oktober 2012;
- een brief, met bijlagen, van de notaris van 26 november 2012;
- een brief van 14 december 2012 van klagers;
- een brief van 24 januari 2013, met bijlagen, van de notaris.
1.2 Gelet op de wijziging van de Wet op het notarisambt (Wna) ingaande 1 januari 2013, is de behandeling van de klacht overgedragen aan de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem‑Leeuwarden, hierna de kamer.
1.3 De klachtzaak is ter zitting van 27 november 2013 behandeld. Klagers zijn in persoon verschenen, tezamen met hun gemachtigde. De notaris is eveneens in persoon verschenen, tezamen met zijn gemachtigde.
1.4 Ter zitting van 27 november 2013 is de behandeling geschorst. Van de notaris is een nadere reactie ontvangen bij brief, met bijlagen, van 19 december 2013. Door klagers is daarop gereageerd bij brief, met bijlage, van 16 januari 2014. Partijen hebben vervolgens ingestemd met afdoening zonder verdere behandeling ter zitting, waarna de kamer de behandeling heeft gesloten bij brief van 30 januari 2014.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klagers en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van door hen overgelegde stukken, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 De heer [E], vader van klagers, hierna te noemen erflater, is overleden op 5 november 2005.
2.3 Erflater heeft over zijn nalatenschap beschikt bij testament van 12 juli 1999.
2.4 Klagers zijn de kinderen van erflater uit zijn eerste huwelijk.
2.5 Erflater was ten tijde van zijn overlijden gehuwd met mevrouw [F], hierna [F].
2.6 In zijn testament heeft erflater [F] benoemt tot executeur.
2.7 Ingevolge het testament zijn klagers elk voor een/vierde deel erfgenaam in de nalatenschap. Aan [F] is het vruchtgebruik gelaten van de echtelijke woning aan de [G] te [..], hierna het registergoed.
2.8 Geschillen tussen klagers en [F] hebben, onder meer, geleid tot een beschikking van de kantonrechter te Hilversum van 30 mei 2006, kenmerk EB05-847.
2.9 Met de beschikking van 30 mei 2006 is ter zake van het registergoed aan [F] machtiging verleend tot verkoop over te gaan. Verder is, voor zover hier van belang, bepaald dat bij de verkoop een voorkeursrecht wordt bedongen ten behoeve van de erven, zijnde een recht van eerste aankoop. De beschikking van 30 mei 2006 is op 5 oktober 2011 door de erven per e-mail aan de notaris gezonden.
2.10 Bij akte van levering, verleden door de notaris op 30 december 2011, is het registergoed in eigendom overgedragen aan derden voor de koopprijs van € 317.000,=.
3. Standpunten
3.1 Klagers stellen zich op het standpunt dat de notaris niet juist heeft gehandeld. Naar de mening van klagers heeft de notaris het voorkeursrecht genegeerd en de verkoop en overdracht van het registergoed door laten gaan alsof er geen recht van eerste aankoop was. Klagers hebben weliswaar de netto opbrengst van het registergoed ontvangen, maar zij hadden het registergoed willen behouden, teneinde rendement uit verhuur te behalen.
Klagers wijzen er op dat de notarius reeds in oktober 2011 bekend was met het voorkeursrecht. Volgens klagers heeft de notaris de rechten van klagers tot het verkrijgen van de volle eigendom van het registergoed illusoir gemaakt. Naar de mening van klagers heeft de notaris ten opzichte van hen onzorgvuldig gehandeld.
3.2 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. Overwegingen
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
De kamer zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen en overweegt als volgt.
4.2 Ter discussie staat de vraag of de notaris bij de werkzaamheden die hebben geleid tot de levering van het registergoed op 30 december 2011 voldoende acht heeft geslagen op de positie van klagers en het voorkeursrecht ten aanzien van het registergoed.
4.3 De kamer stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat klagers een voorkeursrecht, een recht van eerste aankoop, hadden. Naar het oordeel van de kamer is niet gebleken dat de notaris bij de voorbereiding van de levering en de communicatie daarover daar voldoende aandacht aan heeft geschonken. Het was aan de notaris om hier meer duidelijkheid over te verkrijgen. Dit geldt te meer nu het door de notaris gestelde, dat hij niet anders kon dan zijn medewerking verlenen aan een reeds gesloten (obligatoire) koopovereenkomst, niet juist blijkt te zijn. Uit de op 19 december 2013 overgelegde stukken blijkt van een door de notaris opgestelde koopovereenkomst, die op 19 december 2011 door partijen ([F] en de kopers) is ondertekend.
In deze situatie, waarin aan [F] machtiging was verleend om tot verkoop over te gaan, diende de notaris, indien hij zijn medewerking zou verlenen aan de levering, klagers tijdig schriftelijk te wijzen op hun rechten, maar ook - desnoods met een korte termijn - te vragen of en hoe ze in de gegeven situatie gebruik wilden maken van het voorkeursrecht. Nu van dit alles niet is gebleken is de kamer van oordeel dat de notaris ter zake van de (voorbereiding van de) levering klachtwaardig heeft gehandeld.
De kamer zal de klacht dan ook gegrond verklaren.
4.4 Op de gegrondverklaring van een klacht, past in beginsel een tuchtrechtelijke reactie. Met betrekking tot de op te leggen sanctie overweegt de kamer het volgende.
Van belang is dat de notaris klachtwaardig heeft gehandeld door niet afdoende tijdig schriftelijk te communiceren met klagers over het voorkeursrecht. Het op deze wijze negeren van het voorkeursrecht is naar het oordeel van de kamer al zodanig verwijtbaar dat dit zou moeten leiden tot een waarschuwing. Nu bovendien tijdens de procedure pas bij navraag is gebleken van een koopovereenkomst van een latere datum, waarover de notaris aanvankelijk in strijd met de waarheid heeft verklaard dat die al opgesteld was voordat zijn werkzaamheden waren begonnen, zal worden overgegaan tot het opleggen van de maatregel van een berisping.
Beslist wordt derhalve als volgt.
5. Beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de notaris (inmiddels oud-notaris) de tuchtmaatregel op van een berisping.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.J. Jue, plv. voorzitter, mrs. M.C.J. Heessels, W.J. Hordijk, J.N.G.J. Kuin en A. Roesink-Kragt, plv. leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2014.
De secretaris, De plv. voorzitter,
De secretaris is buiten staat te tekenen
Tegen deze beslissing van de kamer van toezicht kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.