ECLI:NL:TNORARL:2014:17 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/151
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2014:17 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-04-2014 |
| Datum publicatie: | 21-05-2014 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/151 |
| Onderwerp: | Registergoed |
| Beslissingen: | Klacht niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Klagers moeten niet-ontvankelijk worden verklaard in hun klacht daar zij slechts gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven heeft kennisgenomen, een klacht in kunnen dienen. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT
ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/151
Beslissing van de Kamer voor het notariaat op de klacht van
[X]
en
[Y] ,
beiden wonende te [..],
klagers,
tegen
[..] ,
notaris te [..],
gemachtigde: mr. T. Riyazi, advocaat te ‘s-Gravenhage.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- een brief van klagers van 6 oktober 2013, met bijlagen
- een brief van de secretaris van de kamer van 11 oktober 2013 aan klagers
- een brief van klagers van 22 oktober 2013
- een brief van de notaris van 29 oktober 2013
- een brief van klagers van 29 november 2013
- een brief van de notaris van 24 december 2013.
1.2 De klachtzaak is ter zitting van de kamer van 7 maart 2014 behandeld. Klagers en de notaris, de laatste vergezeld van zijn gemachtigde, zijn ter zitting verschenen en hebben het woord gevoerd, de gemachtigde van de notaris aan de hand van pleitnotities.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klagers en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van de overgelegde stukken, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Klagers hebben op 5 november 2007 hun woning ten overstaan van de notaris geleverd aan [A] en [B], hierna verder te noemen de kopers.
2.3 Het was klagers op dat moment bekend, dat hun achterburen bezwaar hadden tegen de aanwezigheid van leiplantanen in de tuin van klagers op circa een meter van de erfgrens. Klagers waren door de rechtsbijstandverlener van de achterburen aangeschreven de leiplantanen te verwijderen, dan wel twee meter uit de erfgrens te herplanten of op de hoogte van een aanwezige haag terug te snoeien.
2.4 Klagers hebben daarop, in de veronderstelling dat de leiplantanen aldaar in hun tuin mochten staan, jegens de kopers de inspanningsverplichting op zich genomen om met de achterburen tot een oplossing te komen. Dit heeft niet tot een resultaat geleid.
2.5 Eind 2009 hebben de achterburen de kopers in een gerechtelijke procedure voor de rechtbank Zutphen betrokken en gevorderd dat de leiplantanen worden verwijderd, dan wel worden herplant of teruggesnoeid. De kopers hebben aansluitend op 17 februari 2010 klagers in vrijwaring opgeroepen, waarbij zij tevens de vernietiging van de koopovereenkomst van de woning hebben gevorderd.
2.6 In deze procedures heeft de rechtbank op 15 juni 2010 een descente en een comparitie van partijen gehouden. Daarbij waren klagers, de kopers en de achterburen aanwezig. Blijkens het van de descente en comparitie opgemaakte proces-verbaal is bij die gelegenheid de kwestie van de leiplantanen aan de orde geweest.
2.7 Bij vonnis van 8 september 2010 heeft de rechtbank de vordering van de achterburen toegewezen. In de vrijwaringsprocedure heeft de rechtbank de koopovereenkomst niet vernietigd, maar klagers veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de kopers.
2.8 De kopers zijn van het vonnis van de rechtbank, zowel in de hoofdzaak als in de vrijwaring, in hoger beroep gekomen. Het gerechtshof heeft in zijn arrest de koopovereenkomst van de woning tussen de kopers en klagers vernietigd.
2.9 Klagers hebben de notaris aansprakelijk gesteld voor de door hen geleden en nog te lijden schade.
3. De klacht
Klagers stellen dat de notaris niet heeft gehandeld zoals een goed notaris betaamt en voeren daartoe het volgende aan.
Voordat tot levering van de woning werd overgegaan, hebben klagers in het bijzijn van de notaris met de kopers besproken dat de achterburen bezwaar hadden tegen de aanwezigheid van de leiplantanen op de erfgrens. Ook is toen besproken dat, indien het overleg van klagers met de achterburen niet tot resultaat zou leiden, de bomen verplaatst of teruggesnoeid dienden te worden overeenkomstig de eis van de rechtsbijstandverlener van de achterburen. De notaris gaf op dat moment te kennen dat hij er vertrouwen in had dat het wel goed zou komen. Hij vond het niet nodig de besproken punten vast te leggen in de leveringsakte of in een bijlage hierbij. De notaris heeft klagers niet geïnformeerd wat de gevolgen konden zijn bij het laten doorgaan van de levering. De notaris had moeten ingrijpen, omdat klagers leken zijn en hij, als notaris, op zijn hoede had behoren te zijn, juist bij dit soort geschillen. Door de afspraken op papier te zetten, had de notaris de latere problemen voor klagers kunnen voorkomen. Als gevolg van de nalatigheid van de notaris lijden klagers financiële schade.
4. Het verweer
De notaris heeft ter afwering van de klacht in de eerste plaats zich erop beroepen dat klagers de klachttermijn van drie jaar, vermeld in artikel 99 lid 12 Wet op het notarisambt
(Wna), hebben laten verstrijken. In dat verband wijst de notaris erop dat klagers op 11 oktober 2013 de klacht hebben ingediend, terwijl zij vanaf 17 februari 2010, toen zij in
vrijwaring werden opgeroepen door de kopers, ervan op de hoogte waren dat de notaris niets in de leveringsakte had opgenomen over de leiplantanen en dat hij hen niet geïnformeerd zou hebben over de consequenties van het niet schriftelijk vastleggen van een en ander. Voor het geval zou moeten worden aangenomen dat klagers niet op 17 februari 2010 bekend waren met de verwijten die zij thans maken, is de notaris van mening dat klagers uiterlijk na de kennisneming van het tussenvonnis van 8 september 2010 met die verwijten bekend hadden moeten zijn.
In de tweede plaats voert de notaris aan dat, anders dan klagers doen voorkomen, de kwestie van de leiplantanen ten tijde van de levering niet aan hem is gepresenteerd als een probleem. Volgens de notaris is dat de reden, dat hij zich niet eens kan herinneren dat deze kwestie aan de orde is geweest in zijn aanwezigheid en dat hij daarom ook geen aantekeningen daarover kan terugvinden in zijn dossier. De notaris betwist dat hij zich zou hebben uitgelaten over de vraag of de kwestie al dan niet vastgesteld diende te worden in de akte van levering.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 De kamer dient eerst te beoordelen of de klacht tijdig is ingediend en overweegt daartoe het volgende.
5.2 Op grond van artikel 99 lid 12 (oud) Wna, welke bepaling met ingang van 1 januari 2013 is vernummerd tot artikel 99 lid 15 Wna, kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, heeft kennisgenomen.
5.3 De kamer stelt vast dat klagers de notaris verwijten dat hij ten tijde van de levering van de woning de kwestie ter zake van de leiplantanen niet heeft vastgelegd en hen niet heeft gewaarschuwd over de gevolgen van het door laten gaan van de levering.
Naar het oordeel van de kamer waren klagers op 17 februari 2010, nadat zij door de kopers in vrijwaring waren opgeroepen, bekend met de feiten op grond waarvan zij thans de notaris het hiervoor genoemde verwijt maken. Aangenomen mag immers worden dat klagers door middel van de inhoud van de dagvaarding op de hoogte werden gebracht van de standpunten van de achterburen en de kopers met betrekking tot de leiplantanen. In ieder geval moet worden geoordeeld dat bij gelegenheid van de descente en comparitie op 15 juni 2010 dan wel bij kennisneming van het vonnis van de rechtbank van 8 september 2010 de hiervoor bedoelde feiten bij klagers bekend hadden kunnen zijn.
Een en ander betekent dat, nu klagers eerst bij brief van 6 oktober 2013 de klacht tegen de notaris hebben ingediend, de termijn van drie jaren van artikel 99 lid 15 Wna is overschreden. De klacht tegen de notaris is dus te laat ingediend. Uit de brief van klagers van 22 oktober 2013 aan de kamer kan worden afgeleid, dat zij zich dit ook zelf realiseren.
5.4 Uit het voorgaande volgt dat klagers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun klacht.
6. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun klacht.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, plaatsvervangend voorzitter, mrs. H. Quispel, D.T. Boks, A.W. Drijver en F.L.M. van de Graaff, (plaatsvervangend) leden, en door mr. H.C. Naves, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.G.W. Oor, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 8 april 2014.
de secretaris de voorzitter
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.