ECLI:NL:TNORARL:2014:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden Al/2013/212

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2014:16
Datum uitspraak: 22-01-2014
Datum publicatie: 21-05-2014
Zaaknummer(s): Al/2013/212
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen:
  • Klacht niet-ontvankelijk
  • Verzet ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager was reeds meer dan drie jaren voordat hij de klacht bij de kamer voor het notariaat indiende, op de hoogte van het handelen dat hij de notaris thans verwijt. Aldus is de termijn van drie jaren waarbinnen een klacht moet worden ingediend overschreden.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM‑LEEUWARDEN

Kenmerk: AL/2013/212

Beslissing van de voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden op de klacht van

[X] ,

wonende te [..],

klager,

tegen

[Y] ,

notaris te [..].

1. De procedure

Klager heeft bij brief van 11 december 2013, bij de kamer voor het notariaat ingekomen op 13 december 2013, een klacht ingediend tegen de notaris.

2. De klacht

2.1 (Het kantoor van) de notaris is betrokken geweest bij de afwikkeling van de nalatenschap van [A], de broer van klager. Klager is mede-erfgenaam in de nalatenschap. Klager is van mening dat de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap onzorgvuldig heeft gehandeld.

2.2  Reeds eerder, bij brief van 31 januari 2012, heeft klager over (grotendeels) hetzelfde onderwerp een klacht ingediend tegen (onder anderen) de notaris. Deze klacht heeft klager bij brief van 8 mei 2012 ingetrokken. Klager stelt dat hij thans de notaris aanspreekt als zaakwaarnemer en boedelnotaris.

3. De beoordeling

4.1 Ingevolge artikel 99 lid 5 van de Wet op het notarisambt (Wna) is de voorzitter van de kamer voor het notariaat bevoegd na een summier onderzoek de klacht terstond bij een met redenen omklede beslissing af te wijzen indien hij van oordeel is dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond is, of van onvoldoende gewicht.

4.2 Ingevolge het bepaalde in artikel 99 lid 12 (oud) Wna (met ingang van 1 januari 2013 vernummerd tot lid 15) kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris of kandidaat-notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven kennis heeft genomen.

4.3 Ter onderbouwing van zijn klacht verwijst klager naar de stukken die hij eerder, onder meer bij zijn ingetrokken klacht, heeft ingediend. Uit die stukken volgt dat [A] op 21 november 2007 is overleden en dat klager op 30 maart 2009 de door de notaris opgestelde rekening en verantwoording van de afwikkeling van de nalatenschap voor akkoord heeft getekend. Uit de bedoelde stukken volgt verder dat klager sinds de laatstgenoemde datum met (het kantoor van) de notaris in discussie is geweest over de afwikkeling van de nalatenschap.

4.4 Uit het voorgaande wordt afgeleid dat klager reeds meer dan drie jaren voordat hij de klacht van 11 december 2013 bij de kamer voor het notariaat indiende, op de hoogte was van het handelen dat hij de notaris thans verwijt. Daarmee is de termijn van drie jaren waarbinnen een klacht moet worden ingediend overschreden. Klager heeft dus zijn klacht te laat ingediend en hij zal om die reden daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.       

4.5 Voor zover klager in zijn klachtbrief verzoekt vragen te beantwoorden of een minnelijke regeling te bewerkstelligen, bestaat daarvoor, gelet op de niet-ontvankelijkheidverklaring, geen grond.

4. De beslissing

De voorzitter van de kamer voor het notariaat

verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen de notaris.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, plaatsvervangend  voorzitter, op 22 januari 2014.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Klachtzaak:          AL/2013/212

BESLISSING

Inzake het verzet van:

                             [X],

wonende te [..],

opposant.

1. Aanduiding beslissing waartegen verzet is gedaan

1.1       Beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, hierna te noemen de kamer, van 22 januari 2014.

2. Feiten

2.1       Voor de feiten en (het verloop van) de klacht van opposant van 11 december 2013 gaat de kamer uit van hetgeen is vermeld in de beslissing waartegen verzet is gedaan.

3. Overwegingen

3.1       Ingevolge het bepaalde in artikel 99, lid 5, van de Wet op het Notarisambt (Wna) is de (plv.) voorzitter van de kamer bevoegd na een summier onderzoek de klacht terstond bij een met redenen omklede beslissing af te wijzen indien hij van oordeel is dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond is of van onvoldoende gewicht.

3.2       Artikel 99, lid 11, Wna bepaalt dat ten gevolge van verzet de beslissing vervalt, tenzij de kamer het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart.

3.3       Vervolgens is in artikel 99, lid 14, Wna bepaald dat indien de kamer van oordeel is dat het verzet gegrond is, de zaak in verdere behandeling wordt genomen.

3.4       De door opposant ingediende klacht tegen [Y], notaris te [..], hierna de notaris, is bij beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van 22 januari 2014 kennelijk niet‑ontvankelijk is verklaard.

3.5       Tegen deze beslissing is door opposant bij brief van 3 februari 2014 verzet gedaan. Opposant is in de gelegenheid gesteld ter zitting van 28 maart 2014 over het verzet te worden gehoord. Van deze gelegenheid heeft opposant gebruik gemaakt.

3.6       Met betrekking tot het verzet tegen het in de beslissing gegeven oordeel dat de klacht niet‑ontvankelijk is omdat de klacht te laat is ingediend, overweegt de kamer als volgt.

3.7       In de beslissing is gewezen op de vervaltermijn van drie jaar die aanvangt zodra een klager kennis draagt van het handelen of nalaten van de notaris. De klacht zoals opposant die heeft ingediend handelt over de afwikkeling door de notaris van de nalatenschap van de op 21 november 2007 overleden broer van opposant. Daarover is in de beslissing overwogen dat opposant op 30 maart 2009 de door de notaris opgestelde rekening en verantwoording van de afwikkeling van de nalatenschap voor akkoord heeft getekend. Naar het oordeel van de kamer is aldus terecht geoordeeld dat opposant over het handelen of nalaten van de notaris vanaf dat moment heeft kunnen klagen en dat om die reden de bij brief van 11 december 2013 ingediende klacht buiten de vervaltermijn is ingediend.

3.8       Voor zover is gebleken dat opposant na 30 maart 2009 in discussie is getreden met de notaris over genoemde afwikkeling en voor zover opposant heeft aangevoerd dat hij bemiddeling wilde en er een jaar geleden nog iets is gebeurd, brengt dit geen wijziging in het voorgaande. Immers, het gestelde doet niet af aan de aanvang van de termijn. Bovendien kan bemiddeling, oftewel een gesprek in een ingediende klachtzaak, pas aan de orde komen als een klacht binnen genoemde termijn is ingediend. Een andere vorm van bemiddeling is niet aan de kamer of de plv. voorzitter van de kamer.

3.9       Uit het voorgaande volgt dat het verzet ongegrond is.

Mitsdien wordt beslist als volgt.

4. Beslissing

De Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;

-          verklaart het verzet ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.A. van Son, plv. voorzitter, mrs. D.T. Boks, J.T.J. Heijstek, V. Oostra en E.J. Oostrik, plv. leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, uitgesproken in het openbaar op

De secretaris,                                                                                 De plv. voorzitter,

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.