ECLI:NL:TNORARL:2014:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/152
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2014:15 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 09-04-2014 |
| Datum publicatie: | 21-05-2014 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/152 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: |
|
| Inhoudsindicatie: | Klagers hebben de termijn van drie jaren van artikel 99 lid 15 Wna laten verlopen en de klacht tegen de notaris is dus te laat ingediend. Om die reden zal de klacht kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM‑LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/152
Beslissing van de voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden op de klacht van
1. [X],
wonende te [..]
klaagster,
2. [Y],
wonende te [..], [..],
klager,
tegen
[Z] ,
notaris te [..].
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- een e-mail met bijlagen van 9 oktober 2013 van klaagster, waarin zij voor zich en als gevolmachtigde van klager een klacht indient tegen de notaris
- een brief van 17 oktober 2013 met bijlagen van de notaris
- een e-mail van 26 oktober 2013 van klaagster.
2.
De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klagers en de notaris hebben aangevoerd en op basis van de overgelegde stukken gaat de voorzitter uit van de volgende feiten.
2.2 Klager is op 1 juli 1981 geboren uit het huwelijk tussen klaagster en de heer [A] (hierna verder te noemen: erflater). Het huwelijk is op 1 december 1989 door echtscheiding ontbonden.
2.3 Op 25 september 1997 is erflater overleden. Klager was zijn enig erfgenaam. Klaagster heeft op 29 april 1998, in haar hoedanigheid van moeder-voogdes van klager, de nalatenschap van erflater onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard.
2.4 De notaris heeft in die tijd, als kandidaat-notaris in dienst van [B], destijds notaris te [..], werkzaamheden verricht met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap van erflater.
2.5 In verband met die afwikkeling heeft de notaris aan klaagster laten weten dat de nalatenschap hooguit circa f. 5.000,- bedraagt, maar dat de moeder, broer en zusters van erflater bereid zijn aan klager een bedrag van f. 12.500,- uit te keren op voorwaarde dat klager de nalatenschap zal verwerpen.
2.6 Klaagster heeft daarop contact opgenomen met het kantoor van [C] te [..]. Bij brief van 16 september 1998 heeft [D] van dat kantoor de notaris bericht dat klaagster met het voorstel akkoord gaat op voorwaarde dat niet een bedrag van f. 12.500,- zal worden uitgekeerd maar een bedrag van
f. 15.000,-.
2.7 Op of omstreeks 22 oktober 1998 heeft klaagster, door tussenkomst van de notaris, een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter te Rotterdam, strekkende tot het verkrijgen van een machtiging om voor en namens klager de nalatenschap te verwerpen van erflater.
2.8 Bij beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 4 december 1998 is het verzoek toegewezen. De kantonrechter heeft in zijn beschikking onder meer overwogen dat uit de overgelegde stukken blijkt dat het saldo van de nalatenschap hoogstens f. 5.000,- bedraagt en dat de toezegging bestaat van de moeder, broer en zusters van erflater dat, indien de minderjarige de nalatenschap verwerpt, zij hem een bedrag van f. 15.000,- zullen betalen.
2.9 Op 16 december 1998 heeft klaagster in haar hoedanigheid van moeder, belast met het ouderlijk gezag over klager, - bij volmacht - de nalatenschap van erflater verworpen.
2.10 Nadat bij brief van 15 juli 2013 het kantoor van de notaris klager had bericht dat de moeder van erflater is overleden en dat zij bij testament klager mede tot haar erfgenaam heeft benoemd, heeft er tussen klager en de notaris e-mailverkeer plaatsgevonden, waarin klager van de notaris informatie heeft verzocht over de afwikkeling van de nalatenschap van erflater.
3. De klacht
Klagers stellen dat, nadat klager de brief van 15 juli 2013 had ontvangen, klaagster informatie heeft ingewonnen bij het kadaster en dat naar aanleiding daarvan klagers tot de conclusie zijn gekomen dat de afhandeling van de nalatenschap van erflater niet volgens de regels van de wet is gegaan. Klagers wijzen daarbij op het volgende.
1. Het ouderlijk huis was sinds 1990 op naam van de vijf kinderen [E] overgegaan, terwijl dat op geen enkele wijze aan klagers kenbaar is gemaakt.
2. De notaris is in onderhandeling gegaan met de familie [E] en heeft haar opdrachten uitgevoerd, zonder een enkele keer in overleg te treden met klager.
3. De notaris heeft onjuiste informatie gegeven aan gemeente, rechtbanken, advocaten en klager.
4. De notaris heeft de akte beneficiaire aanvaarding en de akte van verwerping gedeponeerd bij de rechtbank Zwolle.
5. Tot heden zijn geen van de opgevraagde bewijzen van de schulden ontvangen.
Klagers zijn van mening dat zij als gevolg van onwetendheid, onschuld, onmacht en goedgelovigheid door de notaris volledig zijn misleid.
4. De beoordeling
4.1 Ingevolge artikel 99 lid 5 van de Wet op het notarisambt (Wna) is de voorzitter van de kamer voor het notariaat bevoegd na een summier onderzoek de klacht terstond bij een met redenen omklede beslissing af te wijzen indien hij van oordeel is dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond is, of van onvoldoende gewicht.
4.2 Op grond van artikel 99 lid 12 (oud) Wna, welke bepaling met ingang van 1 januari 2013 is vernummerd tot artikel 99 lid 15 Wna, kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, heeft kennisgenomen.
4.3 De voorzitter zal eerst onderzoeken of de klacht, gelet op de hiervoor genoemde bepaling, tijdig is ingediend en overweegt daartoe het volgende.
Aangenomen mag worden dat kort na de verwerping van de nalatenschap in december 1998 aan klager een bedrag van f. 15.000,- is uitgekeerd. Daarmee was voor klagers de afwikkeling door de notaris van de nalatenschap van erflater geëindigd. De voorzitter is van oordeel dat in ieder geval vanaf dat tijdstip voor klagers de mogelijkheid bestond om door middel van onderzoek kennis te nemen van de verwijten, die zij de notaris thans maken. Dat klagers die mogelijkheid (redelijkerwijs) niet hadden, is niet gesteld of gebleken. Klagers zijn blijkbaar pas, nadat klager de brief van 15 juli 2013 had ontvangen, informatie gaan inwinnen over de nalatenschap van erflater en de afwikkeling daarvan en komen thans, ruim veertien jaar na dato, met de hiervoor vermelde klacht tegen de notaris. Een en ander betekent dat klagers de termijn van drie jaren van artikel 99 lid 15 Wna hebben laten verlopen en dat de klacht tegen de notaris dus te laat is ingediend. Om die reden zal de klacht kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
5. De beslissing
De voorzitter van de kamer voor het notariaat
verklaart de klacht tegen de notaris kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, plaatsvervangend voorzitter, op
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Klachtzaak: AL/2013/152
BESLISSING
Inzake het verzet van:
1. [X] ,
wonende te [..],
opposante,
2. [Y],
wonende te [..], [..],
opposant.
1. Aanduiding beslissing waartegen verzet is gedaan
1.1 Beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, hierna te noemen de kamer, van 11 november 2013.
2. Feiten
2.1 Voor de feiten en (het verloop van) de klacht van opposanten van 9 oktober 2013 gaat de kamer uit van hetgeen is vermeld in de beslissing waartegen verzet is gedaan.
3. Overwegingen
3.1 Ingevolge het bepaalde in artikel 99, lid 5, van de Wet op het Notarisambt (Wna) is de (plv.) voorzitter van de kamer bevoegd na een summier onderzoek de klacht terstond bij een met redenen omklede beslissing af te wijzen indien hij van oordeel is dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond is of van onvoldoende gewicht.
3.2 Artikel 99, lid 11, Wna bepaalt dat ten gevolge van verzet de beslissing vervalt, tenzij de kamer het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart.
3.3 Vervolgens is in artikel 99, lid 14, Wna bepaald dat indien de kamer van oordeel is dat het verzet gegrond is, de zaak in verdere behandeling wordt genomen.
3.4 De door opposanten ingediende klacht tegen [Z], notaris te [..], hierna de notaris, is bij beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van 11 november 2013 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
3.5 Tegen deze beslissing is door opposanten bij brief van 20 november 2013 verzet gedaan. Opposant heeft het verzet aangevuld bij e-mail van 28 november 2013. Opposanten zijn in de gelegenheid gesteld ter zitting van 28 maart 2014 over het verzet te worden gehoord. Van deze gelegenheid is, met kennisgeving, door opposant geen gebruik gemaakt. Opposante is namens opposanten ter zitting verschenen.
3.6 Met betrekking tot het verzet tegen het in de beslissing gegeven oordeel dat de klacht niet‑ontvankelijk is omdat de klacht te laat is ingediend, overweegt de kamer als volgt.
3.7 In de beslissing is gewezen op de vervaltermijn van drie jaar die aanvangt zodra een klager kennis draagt van het handelen of nalaten van de notaris, dan wel door onderzoek daarvan kennis had kunnen nemen. De klacht zoals opposanten die hebben ingediend handelt over de afwikkeling door de notaris van de nalatenschap van de op 25 september 1997 overleden vader van opposant. Daarover is verder in de beslissing overwogen dat aangenomen wordt dat kort na de verwerping van de nalatenschap in december 1998 aan opposant en bedrag van f. 15.000,= is uitgekeerd en dat voor opposanten in ieder geval vanaf dat moment de mogelijkheid bestond om door middel van onderzoek kennis te nemen van de verwijten die zij de notaris maken. Naar het oordeel van de kamer is aldus terecht geoordeeld dat opposanten daarover in die tijd hebben kunnen klagen en dat om die reden de klacht buiten de vervaltermijn is ingediend.
3.8 Voor zover opposanten hebben aangevoerd en verduidelijkt dat zij pas naar aanleiding van een brief van 15 juli 2013 van de notaris, na het overlijden van de oma van opposant, meer duidelijkheid hebben gekregen over feiten die in 1998 van belang waren, brengt dit geen wijziging in het voorgaande. Nog daargelaten of die feiten, als ze in 1998 bij opposanten bekend waren geweest, tot een andere slotsom zouden hebben geleid, is thans van belang dat terecht is overwogen dat opposanten daarvan destijds, zo nodig na onderzoek, kennis hadden kunnen nemen. Het door opposanten gestelde leidt er daarom niet toe dat moet worden aangenomen dat de termijn voor het indienen van een klacht niet al in 1998 of 1999 is aangevangen.
3.10 Uit het voorgaande volgt dat het verzet ongegrond is.
Mitsdien wordt beslist als volgt.
4. Beslissing
De Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart het verzet ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.A. van Son, plv. voorzitter, mrs. D.T. Boks, J.T.J. Heijstek, V. Oostra en E.J. Oostrik, plv. leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, uitgesproken in het openbaar op
De secretaris, De plv. voorzitter,
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.