ECLI:NL:TNORARL:2014:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/129
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2014:14 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-03-2014 |
| Datum publicatie: | 21-05-2014 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/129 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Het is begrijpelijk dat de notaris in het belang van de door hem in acht te nemen zorgvuldigheid klager heeft verzocht zijn handtekening onder de toegezonden verklaring van zuivere aanvaarding en boedelvolmacht te laten legaliseren. Voorts valt niet in te zien, waarom de notaris onjuist zou hebben gehandeld toen om zijn tussenkomst is verzocht bij het doen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding. In tegendeel zelfs, aldus werd voorkomen dat de nalatenschap van de erflater onbeheerd zou blijven. De notaris valt daarnaast geen verwijt te maken dat hij zijn declaratie heeft ingediend, na het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de nalatenschap, bij een erfgenaam. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT
ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/129
Beslissing van de Kamer voor het notariaat op de klacht van
[X],
wonende te [..],
hierna klager,
tegen
[..] ,
notaris te [..],
hierna de notaris.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- een brief van klager van 14 september 2013, met bijlagen
- een brief van de notaris van 24 september 2013, met bijlagen.
1.2 De klachtzaak is ter zitting van 7 februari 2014 behandeld. Klager en de notaris zijn in persoon verschenen.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klager en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van door hen overgelegde stukken, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 Op 30 mei 2013 is overleden de heer [A], verder te noemen de erflater. De erflater heeft bij testament over zijn nalatenschap beschikt en zijn echtgenote en zes zonen, onder wie klager, benoemd tot zijn erfgenamen. De echtgenote van de erflater is vooroverleden.
2.3 Twee broers van klager hebben op 30 mei 2013 de notaris verzocht een verklaring van erfrecht op te stellen inzake het overlijden van de erflater.
2.4 Bij brief van 16 juni 2013 heeft de notaris klager (en de overige erfgenamen) onder meer het volgende geschreven:
“Onlangs zijn uw broers de heer [B] en de heer [C] op mijn kantoor geweest voor een bespreking in verband met het overlijden van uw vader. Daarbij is verzocht een verklaring van erfrecht op te stellen, waarmee de heer [B] de nalatenschap kan afwikkelen. Telefonisch heb ik dat inmiddels ook kort besproken met u en uw broer, de heer [C].
Vervolgens heeft de heer [B] mij meegedeeld bij nader inzien geen boedelgevolmachtigde te willen worden. Hij heeft mij verzocht de lopende zaken af te wikkelen.
…
Volgens het testament van uw moeder worden alle goederen van de nalatenschap aan uw vader toegedeeld, onder de verplichting om aan de kinderen ieders erfdeel schuldig te blijven. Deze kindsdelen behoeven in de gewone gevallen pas te worden uitgekeerd na het overlijden van uw vader of in bijzondere gevallen. Uw vader werd aldus eigenaar van alle goederen, die voorheen van uw ouders samen waren.
Als erfgenaam heeft u één van de volgende mogelijkheden:
1. De nalatenschap “zuiver” aanvaarden. …
2. De nalatenschap “beneficiair” aanvaarden. …
3. De nalatenschap “verwerpen”. …
Volgens opgave van uw broers, de heren [B] en [C], is de waarde van de nalatenschappen – voor zover bekend – per saldo waarschijnlijk positief, behoudens de door uw vader nog niet uitbetaalde kindsdelen.
Naar ik heb begrepen zijn er tussen de erfgenamen meningsverschillen over met name de omvang van de nalatenschap van uw vader. Betwist wordt ook of uw vader al dan niet voor inkorting op grond van legitieme porties vatbare schenkingen heeft gedaan of daarmee heeft ingestemd. Hierover kan ik en wil ik geen standpunt innemen; ik beperk mij tot het desgevraagd in algemene zin uitleggen wat de wettelijke regeling is. Slechts met de afgifte van de verklaring van erfrecht en afwikkeling van de lopende zaken zal ik mij bezig houden.
Bij de afwikkeling van de nalatenschap is er vooralsnog van uitgegaan dat u de nalatenschap zuiver aanvaardt (keuze 1) en ermee akkoord gaat dat mijn medewerkers de lopende zaken van de nalatenschap afwikkelen …
Bijgevoegd is een verklaring van zuivere aanvaarding.
In de verklaring is ook een boedelvolmacht opgenomen.
Met deze boedelvolmacht geeft u volmacht om de nalatenschap voor en namens u af te wikkelen, waaronder over de banksaldi beschikken en belastingaangiftes doen. …
Indien u met de inhoud van de bijgaande verklaring akkoord gaat, verzoek ik u vriendelijk deze te dateren en te ondertekenen op ons kantoor of – ter legalisatie van uw handtekening – op het kantoor van een andere notaris.
Daarna ontvang ik de verklaring graag terug met een kopie van uw geldige paspoort, rijbewijs of identiteitskaart.
Nadat ik alle benodigde stukken heb ontvangen, zal ik de verklaring van erfrecht aan u toezenden.
…
De verdeling van de nalatenschap zal verder tussen de erfgenamen onderling worden geregeld.”
2.5 Op 12 juli 2013 heeft de notaris aan klager onder meer het volgende geschreven:
“In reactie op mijn brieven van 16 juni 2013 inzake het overlijden van uw vader hebben één of meer (…) erfgenamen mij laten weten bij nader inzien de nalatenschap toch niet (collectief) zuiver te willen aanvaarden. U en al uw broers hebben inmiddels direct of indirect van hun opvattingen op de hoogte gesteld.
Daarom zal ik geen verklaring van erfrecht kunnen opmaken en heb ik mijn werkzaamheden in deze nalatenschap (die daarop waren gericht) beëindigd.
Slechts indien u zich nog niet feitelijk als erfgenaam heeft gepresenteerd, kunt u de nalatenschap nog verwerpen of beneficiair aanvaarden. De kans lijkt reëel, dat het saldo van de nalatenschap negatief zal blijken te zijn, wegens door uw vader niet uitgekeerde kidsdelen in de nalatenschap van uw moeder.
Mochten u en/of uw afstammelingen wensen dat ik voor u en/of uw afstammelingen een volmacht tot beneficiaire aanvaarding of verwerping opstel en bij de Griffie van de rechtbank indien, dan zal ik daartoe graag een nieuwe opdracht krijgen. …
…
Aan uw broers heb ik een gelijkluidende brief toegezonden.”
2.6 Bij e-mail van 12 augustus 2013 heeft de notaris aan klager onder meer het volgende meegedeeld:
“Van u heb ik een (waarschijnlijk) door u getekende verklaring ‘aanvaarding/boedelvolmacht’, gedateerd 7 augustus 2013, ontvangen, met een kopie van uw legitimatiebewijs. In verband met de verhouding tussen de erfgenamen, de eerdere twijfel over al dan niet aanvaarding en om misverstanden te voorkomen had ik gevraagd uw handtekening onder het document te laten legaliseren door een notaris bij u in de buurt. Daarom zend ik u bij dezen nogmaals hetzelfde document, met het verzoek uw daarop te plaatsen handtekening alsnog te laten legaliseren. Graag zal ik het document daarna terugontvangen.
…”
2.7 Klager heeft bij e-mail van 12 augustus 2013 de notaris onder meer het volgende geantwoord:
“De verklaring die u van mij heeft ontvangen, is niet ‘waarschijnlijk’ doch door mij zeker ondertekend en voorzien van een kopie legitimatiebewijs, om aan te tonen, dat deze van mij, [X], afkomstig is. Omdat door mij is geïnformeerd bij een plaatselijke notaris naar het plaatsen van een handtekening en ik te horen kreeg, dat daarvoor € 35,- verschuldigd was, is daar door mij geen uitvoering aan gegeven. Ik wens, gezien de houding van mijn broers, die zonder enig overleg hierover en op eigen initiatief een notaris hebben ingeschakeld, hier geen euro aan te besteden.
… Uw opdrachtgevers weigeren rechtstreeks openheid van zaken te geven (krijg geen inzage in de kosten van afhandeling crematie etc.) terwijl het juist deze personen zijn, die thans worden verdacht van verduistering etc. en alles naar hun hand zetten. Gezien de houding van uw opdrachtgevers en de door u genoemde reden, dat mijn handtekening daarom moet worden gelegaliseerd en er door u getwijfeld wordt aan de authenticiteit van de door mij geplaatste handtekening, wens ik niet verder mee te werken aan de afwikkeling van het testament van mijn ouders. Gezien dit alles twijfel ik aan uw neutraliteit inzake de afhandeling.
… Ik verzoek u dan ook de toegezonden verklaring van aanvaarding/boedelvolmacht als niet verzonden te beschouwen en trek hierbij de verstrekte opdracht in.”
2.8 Vervolgens heeft [B] de notaris verzocht de beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap van de erflater voor hem te regelen. Op 23 augustus 2013 is door de rechtbank Overijssel een akte opgemaakt waaruit volgt dat [B] de nalatenschap van de erflater beneficiair aanvaardt. De notaris heeft klager op 3 september 2013 daarover geïnformeerd.
3. De klacht en het verweer
3.1 Klager stelt zich op het standpunt dat de notaris niet heeft gehandeld zoals een goed notaris betaamt.
In de eerste plaats maakt klager de notaris het verwijt dat hij zich niet onpartijdig heeft opgesteld, door te eisen dat klager zijn handtekening op de verklaring van aanvaarding van de nalatenschap laat legaliseren. Klager wijst erop dat de notaris zonder goede reden twijfelt aan de authenticiteit van zijn handtekening.
In de tweede plaats verwijt klager de notaris betrokkenheid bij de beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap door [B], dit terwijl de notaris de erfgenamen juist had geadviseerd om de nalatenschap zuiver te aanvaarden.
In de derde plaats beticht klager de notaris ervan op 12 september 2013 zijn declaraties van de ervenrekening te hebben afgeschreven of doen afschrijven, terwijl klager de notaris eerder te kennen had gegeven dat hij zijn werkzaamheden bij zijn opdrachtgevers diende te declareren.
3.2 De notaris heeft zich tegen de verwijten gemotiveerd verweerd.
Tegen het eerste verwijt voert de notaris aan dat het verzoek om legalisatie berustte op de noodzakelijke zorgvuldigheid die hij in acht behoorde te nemen, mede gelet op het onderlinge wantrouwen tussen de erfgenamen.
Gezien de intrekking van de aanvaarding van de nalatenschap door klager, was volgens de notaris het uitvoering geven aan het verzoek van [B] tot het regelen van diens beneficiaire aanvaarding een voor de hand liggende opdracht, zodat naar zijn mening ook het tweede verwijt onterecht wordt voorgesteld.
Dit geldt, volgens de notaris, ook voor het derde verwijt. Als gevolg van de beneficiaire aanvaarding was [B] het enige kind van wie vaststond dat hij erfgenaam is, aldus de notaris. Om die reden heeft hij zijn declaratie bij deze erfgenaam ingediend. Naar de mening van de notaris is er geen sprake van dat hij heeft beschikt over de banktegoeden van de erflater.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
De kamer zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen en overweegt als volgt.
4.2 De kamer stelt vast dat de onderlinge verhouding tussen (sommigen van) de erfgenamen problematisch was. Zo beschuldigden [B] en klager elkaar over en weer van het plegen van strafbare feiten met betrekking tot het vermogen respectievelijk de nalatenschap van de erflater. De notaris was met deze situatie bekend. Verder uitte klager in het eerste telefonische contact met de notaris reeds het vermoeden dat de notaris zich niet neutraal opstelde.
Onder deze omstandigheden is het begrijpelijk dat de notaris in het belang van de door hem in acht te nemen zorgvuldigheid klager heeft verzocht zijn handtekening onder de toegezonden verklaring van zuivere aanvaarding en boedelvolmacht te laten legaliseren. Ook het herhaalde verzoek daartoe is te begrijpen, nu klager zich niet duidelijk wenste uit te spreken over het (al dan niet) aanvaarden van de nalatenschap en de afwikkeling van de boedel. De kamer acht het eerste klachtonderdeel ongegrond.
4.3 In zijn brief van 16 juni 2013 heeft de notaris de erfgenamen laten weten dat hij vooralsnog er van uitgaat dat de nalatenschap zuiver wordt aanvaard. Anders dan klager kennelijk veronderstelt, betekent deze mededeling niet dat de notaris zijn aanname moet handhaven, ook indien de erfgenamen zich niet over een zuivere aanvaarding uitspreken of, zoals in het geval van klager, de verklaring van zuivere aanvaarding intrekken. In zo’n geval staat het de notaris vrij zijn standpunt te heroverwegen. Niet valt in te zien derhalve, waarom de notaris onjuist zou hebben gehandeld toen [B] om zijn tussenkomst verzocht bij het doen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding. In tegendeel zelfs, aldus werd voorkomen dat de nalatenschap van de erflater onbeheerd zou blijven. Ook het tweede klachtonderdeel is ongegrond.
4.4 De notaris heeft ontkend dat hij heeft beschikt over de banktegoeden van de erflater. Dat dit anders zou zijn geweest heeft klager op geen enkele wijze aangetoond. Aangenomen kan worden dat de notaris zijn declaratie heeft ingediend bij [B], nadat door hem de nalatenschap beneficiair was aanvaard. De notaris was daartoe gerechtigd, nu hij werkzaamheden ten behoeve van de nalatenschap had verricht en [B] op dat moment, anders dan klager, als erfgenaam kon worden aangemerkt. [B] heeft de declaratie blijkbaar voldaan van de ervenrekening. Indien klager daartegen bezwaar heeft, dient hij [B] aan te spreken. De notaris valt hiervan in ieder geval geen verwijt te maken. Het derde klachtonderdeel is eveneens ongegrond.
4.5 Gelet op het voorgaande zal als volgt worden beslist.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, plaatsvervangend voorzitter, mrs. E.J.M. Kerpen, E.J. Oostrik, I.C.J.I.M. van Dorp en V. Oostra, (plaatsvervangend) leden, en in tegenwoordigheid van mr. J.G.W. Oor, secretaris, uitgesproken in het openbaar op
de secretaris de plaatsvervangend voorzitter
Tegen deze beslissing van de kamer van toezicht kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.