ECLI:NL:TNORARL:2014:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/8

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2014:12
Datum uitspraak: 03-03-2014
Datum publicatie: 21-05-2014
Zaaknummer(s): AL/2013/8
Onderwerp: Registergoed
Beslissingen: Klacht niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: De klacht van klager sub I is, gelet op de vervaltermijn van drie jaar, te laat ingediend en dus niet-ontvankelijk. Bij de beoordeling speelt een rol dat niet gebleken is dat klager sub I destijds wilsonbekwaam was waar het ging om de verkoop van zijn bedrijf. Voor zover de klager sub II heeft geklaagd in zijn hoedanigheid van bewindvoerder, is ook deze klacht te laat ingediend. Voor zover het gaat de zelfstandige klacht van klager sub II is de kamer van oordeel dat hem geen zelfstandig klachtrecht toekomt.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT

ARNHEM-LEEUWARDEN                              

Kenmerk: AL/2013/8

Beslissing van de Kamer voor het notariaat op de klacht van

[X], wonende te [..], hierna [X],

gemachtigde: mr. R.H. Hulshof, advocaat te Leeuwarden,

[Y], wonende te [..],

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [X] en optredend voor zichzelf, hierna [Y],

gemachtigde: mr. R.H. Hulshof, advocaat te Leeuwarden,

tegen

[..],

eertijds notaris te [..], thans oud-notaris,

hierna de notaris,

gemachtigde: mr. L.H. Rammeloo, advocaat te Amsterdam.

1. Verloop van de procedure

1.1         Het verloop van de procedure blijkt uit:

-      de klachtbrief van 14 januari 2013, met bijlagen;

-      een brief, met bijlagen, van de notaris van 4 maart 2013;

-      een brief, met bijlagen, van [X] van 16 juli 2013;

-      een brief, met bijlagen, van de notaris van 16 september 2013.

1.2        De klachtzaak is ter zitting van 24 januari 2014 behandeld. [X] heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn bewindvoerder [Y] en zijn gemachtigde. De notaris is in persoon verschenen, tezamen met zijn gemachtigde.

2. De feiten

2.1        Gelet op hetgeen klagers en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van de daarbij overgelegde stukken, gaat de kamer uit van de volgende feiten.

2.2        [X] had tot maart 2007 een melkveehouderij te [..]. [X] was destijds 75 jaar oud. Hij gaf in februari 2007 opdracht aan [A] (hierna: [A]) van [B] te [..] tot verkoop van zijn bedrijf.

2.3        In maart 2007 kreeg [X] een hersenbloeding. Dat had gevolgen voor de mobiliteit van [X]. [X] is voor revalidatie opgenomen in een verzorgingshuis in [..].

2.4        Op 23 mei 2007 heeft [X] zijn bedrijf verkocht aan [C]. (hierna: [C]) te [..]. Het bedrijf, hierna het registergoed, bestond uit opstallen, ondergrond/erf/tuin en veertien percelen grond.

2.5        Financiële en fiscale zaken heeft [X] sedert de jaren tachtig laten verrichten door [D]. De contactpersoon van dit bedrijf voor [X] was de heer [E] (hierna: [E]). Sedert 2008 is [E] daar niet meer werkzaam.

2.6        De door de notaris opgestelde koopovereenkomst is op 6 juni 2007 door partijen ondertekend.

2.7        Op 6 juni 2007 tekende [X] een door de notaris opgestelde volmacht. Met deze volmacht werden [E] en [F], notarisklerk op het kantoor van de notaris, door [X] onherroepelijk aangesteld tot zijn algeheel gevolmachtigden.

2.8        Op 3 juli 2007 is de akte van levering van de veertien percelen grond gepasseerd voor de notaris. Daarna, eveneens op 3 juli 2007, heeft [C] de veertien percelen doorgeleverd aan verschillende partijen.

2.9        Op 1 oktober 2007 is voor de notaris de akte van levering gepasseerd van de opstallen en van de ondergrond/erf/tuin van het registergoed van [X]. Daarna, eveneens op 1 oktober 2007, heeft [C] genoemde delen doorgeleverd aan een andere partij.

2.10      Bij beschikking van de kantonrechter van 3 maart 2010 is het vermogen van [X] onder bewind gesteld. [Y] is daarbij tot bewindvoerder benoemd. Op 23 juli 2010 is de volmacht herroepen door [Y].

3. Standpunten

3.1        Klagers stellen zich op het standpunt dat door de notaris zowel bij het verlenen van de volmacht als bij de leveringen van het registergoed klachtwaardig is gehandeld. De notaris heeft algemene zorgvuldigheidsnormen veelvuldig overtreden. In dat verband is aangevoerd dat de gezondheidstoestand van [X] de notaris aanleiding had moeten geven om zijn medewerking niet te verlenen. Klagers wijzen op een neuropsychologisch verslag van 14 juni 2007. Naar de mening van klagers heeft de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in die tijd geen nader onderzoek te verrichten naar de toestand van [X]. Gesteld wordt dat [X] niet wilsbekwaam was en dat de notaris in strijd met het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid heeft gehandeld. Door de notaris is geen arts geraadpleegd.

Bovendien, zo stellen klagers, is sprake van een te ruim opgestelde volmacht en had de notaris moeten begrijpen dat dit misbruik in de hand zou kunnen werken. Klagers geven aan dat dit laatste ook heeft plaatsvonden, hetgeen volgens klagers blijkt uit het feit dat [E] gebruik heeft gemaakt van de bankrekening van [X] om zijn eigen schulden te voldoen.

Met betrekking tot de leveringen van het registergoed heeft de notaris volgens klagers ten onrechte toegelaten dat gebruik is gemaakt van de volmacht. Ook zijn klagers van mening dat de notaris onvoldoende acht heeft geslagen op de waardestijgingen van de verschillende onderdelen van het registergoed. Er was sprake van ABC-transacties.

3.2        Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.

4. Overwegingen

4.1        Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

4.2       Ingevolge het bepaalde in artikel 99, lid 15, Wna kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris of kandidaat-notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen.

4.3        Op grond van de uitspraak van 27 januari 2009 van de notariskamer van het Gerechtshof te Amsterdam onder nummer 200.005.757.01/NOT (LJN: BH1259) vangt bedoelde vervaltermijn van drie jaar aan zodra een klager kennis draagt van het handelen of nalaten van een notaris.

De kamer zal de klacht aan de hand van het voorgaande beoordelen en overweegt als volgt.

4.4        De klacht is ingediend door [X] en door [Y], zijn bewindvoerder, waarbij de laatste klaagt zowel in zijn hoedanigheid van bewindvoerder als voor zichzelf.

4.5        Met betrekking tot de door [X] ingediende klacht dient de kamer eerst te beoordelen of de klacht, gelet op de vervaltermijn van artikel 99, lid 15, Wna, tijdig is ingediend.

De kamer overweegt in dit verband dat de klager [X] als partij heeft kennis genomen van het handelen van de notaris in juni, juli en oktober 2007. Aldus is de vervaltermijn voor [X] in beginsel aangevangen in die tijd.

Het voorgaande brengt met zich dat een bij brief van 14 januari 2013 ingediende klacht buiten de vervaltermijn van drie jaar is ingediend.

4.6        Vervolgens resteert de vraag of er aanleiding bestaat aan te nemen dat de vervaltermijn voor [X] niet in 2007 is aangevangen, maar in maart 2010, oftewel op het moment waarop door de bewindvoerder of de mentor namens [X] is kennisgenomen van de verschillende werkzaamheden in 2007.

De kamer beantwoordt deze vraag ontkennend.

Naar het oordeel van de kamer is van belang dat niet aannemelijk is geworden dat [X] in 2007, in de maanden na zijn hersenbloeding, wilsonbekwaam was of dat de notaris redelijkerwijs van die mogelijkheid had moeten uitgaan en vervolgens onvoldoende onderzoek daarnaar heeft laten verrichten.

Tussen partijen is niet in geschil dat de notaris zich ervan dient te vergewissen dat de persoon die akten als de onderhavigen laat opmaken, op dat moment ook in staat is - zelfstandig - zijn of haar wil te bepalen. Naar het oordeel van de Kamer is daarbij niet alleen een voor de notaris duidelijke slotsom van belang, maar staat ook ter beoordeling hoe de notaris tot zijn slotsom is gekomen. Hierbij is het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid, zoals dat door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie is opgesteld, leidraad.

Vraagstelling en observatie door de notaris is een in het notariaat gebruikelijke wijze om de wilsbekwaamheid te beoordelen. In casu heeft de notaris aangegeven dat het contact en de bespreking met [X] hebben plaatsgevonden op verzoek van [A] en [E].  Op dat moment was het de notaris gebleken dat geen arts kon worden gevonden die een verklaring betreffende de wilsbekwaamheid van [X] wilde opmaken. De notaris heeft, naar onweersproken is gesteld, aan de verschillende betrokkenen duidelijk gemaakt dat de diverse zaken geen doorgang zouden vinden indien hij [X] niet wilsbekwaam zou achten. Van dat laatste was echter volgens de notaris geen sprake. Naar het oordeel van de kamer zijn daarbij de volgende omstandigheden van belang. [X] had al contact opgenomen met makelaar [A] over de door hem gewenste verkoop van het registergoed voordat hij een hersenbloeding kreeg. Nadat [X] was opgenomen in het verzorgingshuis heeft [A] enige malen overleg gehad met [X] betreffende de inhoud van de prospectus, de prijs en de koper. [F], medewerker van de notaris, had al eerder geconstateerd dat [X] vooral fysieke beperkingen ondervond na zijn hersenbloeding. [X] wist, aldus [F], dat hij het registergoed wilde verkopen tegen de met [X] overeengekomen koopsom. Ook wist [X] dat [C] het registergoed in verschillende delen zou doorverkopen. Voor [X] was dat geen probleem en zijn belangrijkste vragen in die tijd betroffen zijn lichamelijke zorgen en het vinden van het juiste verzorgingstehuis of verpleeghuis. Daarna heeft de notaris zelf voor het passeren van de akten een half uur met [X] gesproken over wat hij, [X], wel en niet wilde. De notaris heeft daarbij geconstateerd dat [X] duidelijk was in wat hij wilde. Ter zitting heeft de notaris verduidelijkt dat [X] precies wist waar het om ging en dat de volmacht vooral ook is opgemaakt om die te kunnen gebruiken voor het geval de medische situatie van [X] zou verslechteren en de geplande levering niet door zou kunnen gaan, hetgeen [X] nu juist niet wilde. Er bestond geen enkele  aanleiding om aan te nemen dat [X] niet wist waar het om ging en niet uit eigen vrije wil handelde. Het tegenovergestelde was het geval. [X] was in die tijd 75 jaar en wilde zijn bedrijf op deze wijze in zijn geheel verkopen. Dat anderen het daarna zouden opsplitsen en doorverkopen was bij [X] bekend, maar dat had niet zijn interesse.

Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris hiermee afdoende toegelicht hoe hij tot de slotsom is gekomen dat hij geen reden had om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van [X] op dat moment. De kamer acht daarbij van belang dat namens [X] geen verklaringen zijn ingebracht of verwoord die moeten leiden tot het oordeel dat de notaris anders had moeten handelen voor of op 6 juni 2007. De inhoud van het verslag van de psycholoog van 14 juni 2007 leidt niet tot een ander oordeel. Het verslag bevestigt het bestaan van fysieke problematiek. Uit het verslag kan echter geen zodanige psychische problematiek worden gelezen dat op basis daarvan aangenomen moet worden dat [X] in die tijd wilsonbekwaam was waar het ging om de verkoop van zijn bedrijf.

Gelet op het voorgaande is de kamer van oordeel dat de vervaltermijn van drie jaar voor klager [X] is begonnen ten tijde van het opmaken van de volmacht en de akten in 2007. De door [X] ingediende klacht is aldus niet tijdig ingediend en zal niet‑ontvankelijk worden verklaard. Voor zover [Y] heeft geklaagd in zijn hoedanigheid van bewindvoerder, is ook deze klacht te laat ingediend.

4.7         Voor zover het gaat om de klacht van [Y] zelf, is de kamer van oordeel dat aan hem geen zelfstandig klachtrecht toekomt. Immers, klager [Y] is geen partij bij de aan de orde gestelde volmacht en leveringen. [Y] heeft weliswaar gesteld dat hij een eigen belang heeft, maar dat is naar het oordeel van de kamer niet onderbouwd.

De omstandigheid dat [Y] inmiddels is benoemd tot bewindvoerder maakt het voorgaande niet anders.

De kamer zal de klacht, voor zover die door [Y] is ingediend, niet-ontvankelijk verklaren.

Beslist wordt derhalve als volgt.

5. Beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;

-          verklaart de klacht van [X] niet-ontvankelijk;

-          verklaart de klacht van [Y] namens [X] niet-ontvankelijk;

-          verklaart de klacht van [Y] niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.A. van Son, plv. voorzitter, mrs. M.J. Blaisse, A.W. Drijver, T.K. Lekkerkerker en H. Quispel, plv. leden, en in tegenwoordigheid van G.J. Doeleman, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2014.

De secretaris,                                                                                 De plv. voorzitter,

Tegen deze beslissing van de kamer van toezicht kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.

Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.