ECLI:NL:TNORARL:2013:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/11
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2013:11 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-12-2013 |
| Datum publicatie: | 21-05-2014 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/11 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | De Kamer stelt voorop dat klager, als zoon van zijn moeder en daarmee als potentieel erfgenaam, belang heeft bij het al dan niet opmaken van een testament door zijn moeder. Slechts indien er aanleiding bestaat om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van een cliënt, dient een notaris de geestesgesteldheid van die cliënt nader te onderzoeken. De Kamer acht dus het verwijt dat de notaris het Stappenplan niet (voldoende) heeft gehanteerd ongegrond. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/11
Beslissing van de Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden op de klacht van
[X]
wonende te [..],
hierna ook te noemen: klager,
tegen
[..],
notaris te [..],
hierna ook te noemen: notaris.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de brief met bijlagen van 25 januari 2013, waarin de klacht tegen de notaris is neergelegd;
- het verweerschrift van 20 februari 2013;
- het e-mailbericht van klager van 4 maart 2013;
- de pleitnota van klager;
- de pleitnota van de notaris;
- de mondelinge behandeling van de klacht op 23 oktober 2013, waarbij klager en de notaris zijn verschenen.
2. De feiten
2.1 De moeder van klager (hierna te noemen: de moeder), geboren op 1 maart 1919, woont sinds 2011 in een verzorgingstehuis in Utrecht.
2.2 De broer van klager en diens echtgenote hebben de notaris verzocht om een gesprek met de moeder te hebben in verband met een door haar op te maken testament.
2.3 De notaris heeft in december 2012 bij de moeder thuis een bespreking met haar gehad. Naar aanleiding daarvan heeft de notaris de opdracht aanvaard tot het opstellen van een testament en heeft hij een concept van de akte per post naar de moeder gestuurd.
2.4 Klager heeft deze brief met het concept van het testament tijdens zijn wekelijkse bezoek aan zijn moeder gevonden. Hij heeft daarop per e-mailbericht contact met de notaris opgenomen.
2.5 Het testament is niet gepasseerd en de notaris heeft zijn dossier gesloten.
3. De klacht en het verweer
3.1 Klager stelt dat zijn moeder dementerend is. De notaris heeft zijns inziens het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening (hierna te noemen: het Stappenplan) niet (voldoende) gehanteerd en heeft zich dus niet gehouden aan de zorgplicht die een notaris heeft ten opzichte van kwetsbare ouderen.
3.2 De notaris heeft verweer gevoerd, waarop de Kamer in de beoordeling, voor zover van belang, nader zal ingaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij de zorg die zij als notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
De Kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert. De Kamer overweegt daaromtrent als volgt.
4.2 Klager stelt dat er voor de notaris aanleiding was om het Stappenplan te hanteren. Hiervoor waren diverse indicatoren aanwezig en klager heeft er daartoe onder meer op gewezen dat zijn moeder hoogbejaard is (93 jaar), dat zij in een zorginstelling woont, dat haar twee zonen alle zaken voor haar regelen, inclusief haar administratie en dat het verzoek om mee te werken aan het opstellen van een testament niet van haar zelf afkomstig was, maar van zijn broer en schoonzus. De schoonzus heeft volgens klager de notaris zelfs een lijst gegeven met spullen die zij, de broer en hun dochter wilden erven.
4.3 De notaris erkent dat extra zorgvuldigheid, zo niet terughoudendheid geboden is in het geval de afspraak voor het bespreken van een testament door een ander dan de testateur wordt gemaakt, zeker als de testateur een hoge leeftijd heeft en min of meer begeleid woont. De moeder was tijdens de bespreking echter alert en kon duidelijk een keuze maken, aldus de notaris. Hij stelt dat de moeder tijdens het gesprek geestelijk in staat was om een testament op te maken.
4.4 De Kamer stelt voorop dat klager, als zoon van zijn moeder en daarmee als potentieel erfgenaam, belang heeft bij het al dan niet opmaken van een testament door zijn moeder. Verder overweegt de Kamer dat uitgangspunt is dat een cliënt voor het tekenen van een notariële akte in staat moet zijn tot een redelijke waardering daarvan. Het Stappenplan biedt een toetsingskader aan notarissen die zich in voorkomende gevallen een oordeel moeten vormen over de wilsbekwaamheid van een cliënt voor de gevraagde notariële dienstverlening. In het Stappenplan staan indicatoren vermeld die aanleiding kunnen zijn voor een (nadere) beoordeling van wilsbekwaamheid.
4.5 Klager heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat hij niet in staat is om te bepalen of zijn moeder al dan niet wilsbekwaam is, omdat hij geen arts is. De Kamer constateert dat klager dus niet stelt dat de moeder wilsonbekwaam was of is. De notaris heeft verklaard dat de moeder volgens hem tijdens het gesprek geestelijk in staat was om een testament op te stellen en daartoe dus wilsbekwaam was. Nu niet is komen vast te staan dat de moeder wilsonbekwaam was of daarvoor ten tijde van het gesprek met de notaris aanwijzingen bestonden, betekent dat naar het oordeel van de Kamer dat de notaris, anders dan klager stelt, geen aanleiding had om op basis van het Stappenplan nader onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van de moeder. Dat er diverse zogenaamde indicatoren aanwezig waren, maakt dit niet anders. Slechts indien er aanleiding bestaat om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van een cliënt, dient een notaris immers de geestesgesteldheid van die cliënt nader te onderzoeken. De Kamer acht dus het verwijt dat de notaris het Stappenplan niet (voldoende) heeft gehanteerd ongegrond.
4.6 Klager heeft voorts nog gesteld dat hij ervan overtuigd is dat de akte zou zijn gepasseerd, indien hij het concepttestament niet had gevonden en hij geen contact had opgenomen met de notaris. De notaris heeft dit betwist. Hij wist van de controverse tussen klager enerzijds en zijn broer en schoonzus anderzijds. Hij stelt dat hij zich had voorgenomen om de zaak te laten rusten, indien de moeder naar aanleiding van de ontvangst van het concepttestament niet zelf contact met hem zou opnemen om een afspraak te maken voor het passeren van de akte. Hij stelt dat hij uiteindelijk het dossier heeft gesloten op het moment dat voor hem duidelijk werd dat de moeder niet in vrijheid haar wil kon bepalen. Dat was op het moment dat hij het e-mailbericht van klager ontving, waarin klager hem liet weten dat hij het concepttestament heeft ingezien en hem wijst op zijn zorgplicht met betrekking tot kwetsbare ouderen. Klager vraagt zich nog af waarom de notaris niet met de moeder heeft gesproken over de vraag of zij een legaat voor klager wilde opnemen. De notaris wijst erop dat klager niet bij de bespreking met de moeder aanwezig is geweest, zodat klager dus niet kan weten of al dan niet is gesproken om ook een legaat voor hem op te nemen.
4.7 Uit de stellingen van klager kan naar het oordeel van de Kamer niet worden geconcludeerd dat moet worden geoordeeld dat de notaris niet juist heeft gehandeld en ook overigens is dat niet gebleken. Dat de notaris na de ontvangst van het e-mailbericht van klager nog tegenover de rechtsbijstandsverzekeraar van klager zou hebben verklaard “dat hij na het horen van klager een goed overwogen standpunt in zal nemen” maakt dit niet anders.
5. De beslissing
De Kamer voor het notariaat verklaart de klacht tegen de notaris ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. O. Nijhuis, plv. voorzitter,
mrs. H.J. Hettema, K.H.H.J. Kuhlmann, C.J. Hofman-Wels en H. Quispel, plv. leden, en in tegenwoordigheid van mr. C. van Schelven, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 19 december 2013.
De secretaris De plv. voorzitter