ECLI:NL:TNORARL:2013:10 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/27
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2013:10 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-12-2013 |
| Datum publicatie: | 21-05-2014 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/27 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Door verstoorde verhoudingen tussen de erfgenamen onderling is het voor de notaris erg moeilijk geweest om zijn werkzaamheden uit te voeren. Uit de stellingen van klaagster kan naar het oordeel van de Kamer niet worden geconcludeerd dat de notaris tuchtrechtelijk niet juist heeft gehandeld en ook overigens is dat niet gebleken. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/27
Beslissing van de Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden op de klacht van
[X]
wonende te [..],
hierna ook te noemen: klaagster,
tegen
[..]
notaris te [..].
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de brief van de (voormalige) Kamer van Toezicht over Notarissen en Kandidaat-Notarissen te Zutphen van 19 februari 2013 aan de Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, met als bijlagen de klachtbrief met bijlagen van 8 november 2012 en de reactie van de notaris met bijlagen van 12 februari 2013;
- de brief met bijlagen van klaagster van 1 juni 2013;
- de brief met bijlagen van klaagster van 14 oktober 2013;
- de mondelinge behandeling van de klacht op 23 oktober 2013, waarbij klaagster en de notaris zijn verschenen;
- de pleitaantekeningen van klaagster.
2. De feiten
2.1 De moeder van klaagster, mevrouw [A], is overleden op 19 juli 2010. Zij laat haar vier kinderen na tot haar erfgenamen, te weten:
- mevrouw [B], wonende te [..];
- mevrouw [C];
- klaagster;
- de heer [D].
De vader van klaagster is op 3 december 1992 overleden.
2.2 De erfgenamen hebben de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaard.
2.3 Op verzoek van mevrouw [C] heeft de kantonrechter van de rechtbank Middelburg bij beschikking van 22 oktober 2010 verlof tot verzegeling verleend van (de inhoud van) het safeloket van erflaatster en notaris
mr. [E] te [..] aangewezen tot notaris die de verzegeling dient uit te voeren.
2.4 Bij beschikking van de rechtbank Middelburg van 24 mei 2011 is de notaris tot vereffenaar van de nalatenschap benoemd. Op dezelfde dag heeft de kantonrechter het verzoek van klaagster en mevrouw [B] tot ontzegeling van het safeloket afgewezen.
2.5 Bij beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Middelburg van 24 november 2011 is op verzoek van de notaris verlof verleend tot ontzegeling van (de inhoud van) het safeloket van erflaatster en is notaris [E] aangewezen tot notaris die de ontzegeling dient uit te voeren.
2.6 Op 11 augustus 2013 heeft de notaris de aangifte erfbelasting ingediend.
2.7 Tot 21 augustus 2013 heeft de notaris voor zijn werkzaamheden ruim 200 uren gedeclareerd voor een totaalbedrag van ongeveer € 40.000,00 inclusief BTW.
3. De klacht en het verweer
3.1 Klaagster stelt – samengevat – dat de notaris naar haar mening de afwikkeling van de nalatenschap van haar moeder niet met voldoende deskundigheid, verantwoordelijkheid en voortvarendheid aanpakt. Haar klacht betreft een zestal “aandachtsgebieden”, te weten traagheid van handelen, gebrekkige/ontbrekende informatie, onzorgvuldige werkwijze, handelen in strijd met wet- en regelgeving/gebrek aan kennis en deskundigheid op dat gebied, partijdigheid en gebrek aan overleg.
3.2 De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop de Kamer in de beoordeling, voor zover van belang, nader zal ingaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij de zorg die zij als notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
De Kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert. De Kamer overweegt daaromtrent als volgt.
4.2 Klaagster heeft verklaard dat zij haar klachten aan de hand van een zo beknopt mogelijke omschrijving van een aantal voorvallen en onderwerpen heeft geïllustreerd (in haar klacht onderverdeeld in A-K), maar dat van een uitputtende opsomming van haar klachten en een volledige weergave van de gang van zaken geen sprake is. Desondanks beslaan de door haar overgelegde processtukken een groot aantal pagina’s. Klaagster heeft evenwel ter zitting haar klachten in perspectief gesteld en daartoe het navolgende verklaard.
4.3 Klaagster erkent dat het hier niet gaat om een declaratiegeschil, maar zij is wel van mening dat de notaris meer tijd aan het dossier heeft besteed dan noodzakelijk zou zijn geweest. Het had sneller gekund, aldus klaagster, indien de notaris meer boven de partijen was gaan staan. Zij vindt dat dat van de notaris verwacht had mogen worden. Hij had de erfgenamen bijvoorbeeld een advies moeten geven, in plaats van (bij herhaling) open vragen aan hen te stellen. Zij heeft ook het voorbeeld van de grafsteen gegeven. Het gaat haar daarbij niet om de nota van de grafsteen, maar het gaat haar om de achterliggende gedachte, namelijk dat haar zuster [C] rechthebbende op de grafrechten was en dat de notaris dus niet buiten die zuster om had mogen optreden, hetgeen hij wel heeft gedaan. Het gaat klaagster evenmin om bijvoorbeeld de taxatie van de sieraden, maar zij vindt wel dat een waardebepaling zorgvuldig gedaan moet worden. Nu er een taxatie uit de losse pols ligt, aldus klaagster, levert dat problemen op, ook met het oog op de verdeling die nog moet plaatsvinden. Klaagster erkent dat de erfgenamen het de notaris niet makkelijk hebben gemaakt en dat hij buiten zijn schuld een ongelukkige start heeft gemaakt.
4.4 De notaris voert aan dat de verhouding tussen de erfgenamen onderling al erg slecht was. Hij betwist dat hij tussen hen had kunnen bemiddelen en hij betwist dat hij partijdig heeft gehandeld.
4.5 De Kamer zal de klachten beoordelen in het door klaagster ter zitting gestelde perspectief. De Kamer acht het niet noodzakelijk in haar beoordeling in te gaan op alle stellingen van klaagster, nu zij deze, naar zij zelf stelt, veelal als illustratie van haar klacht beschouwt.
4.6 De Kamer stelt voorop dat aannemelijk is dat de onderlinge verhouding tussen de erfgenamen al bij aanvang van de werkzaamheden door de notaris niet goed was. Dat er drie gerechtelijke uitspraken nodig waren in verband met verzegeling en ontzegeling van een safeloket acht de Kamer hiervoor een voldoende aanwijzing. Ook in de beschikking van 24 mei 2011, waarin de notaris tot boedelnotaris wordt benoemd, heeft de rechtbank Middelburg uit de mondelinge behandeling van het verzoek, waarbij alle erfgenamen met uitzondering van mevrouw [B] aanwezig waren, kunnen vaststellen dat de verhouding tussen de erfgenamen ernstig verstoord is geraakt. Onder deze omstandigheden valt de notaris niet te verwijten dat hij niet met alle erfgenamen gezamenlijk heeft gesproken. Door die verstoorde verhoudingen is het voor de notaris erg moeilijk geweest om zijn werkzaamheden uit te voeren. Dat hij, zoals klaagster stelt, anders had kunnen handelen dan hij heeft gedaan is een voor de hand liggende waarheid. Echter, uit de stellingen van klaagster kan naar het oordeel van de Kamer niet worden geconcludeerd dat de notaris tuchtrechtelijk niet juist heeft gehandeld en ook overigens is dat niet gebleken. De door haar gegeven voorbeelden leiden niet tot een ander oordeel. De Kamer acht de klacht ongegrond.
5. De beslissing
De Kamer voor het notariaat verklaart de klacht tegen de notaris ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. O. Nijhuis, plv. voorzitter,
mrs. H.J. Hettema, K.H.H.J. Kuhlmann, C.J. Hofman-Wels en H. Quispel, plv. leden, en in tegenwoordigheid van mr. C. van Schelven, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 19 december 2013.
De secretaris De plv. voorzitter