ECLI:NL:TNORAMS:2015:37 Kamer voor het notariaat Amsterdam 581414/NT 15-9 OJ
| ECLI: | ECLI:NL:TNORAMS:2015:37 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 28-07-2015 |
| Datum publicatie: | 31-03-2016 |
| Zaaknummer(s): | 581414/NT 15-9 OJ |
| Onderwerp: | Registergoed |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht ongegrond. Niet is komen vast te staan dat door klager aan kandidaat-notaris opdracht is verstrekt om een hypotheek te vestigen, of dat de kandidaat-notaris al doende was een hypotheekakte op te stellen.Niet is gebleken dat de kandidaat-notaris wist dat klager geld zou gaan overmaken voordat een hypotheekakte was opgemaakt. Indien de kandidaat-notaris dat wel had geweten dan had hij klachtwaardig gehandeld door klager niet op de consequenties te wijzen; daarvan is echter geen sprake. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM
Beslissing van 28 juli 2015 in de klacht met nummer 581414/NT 15-9 OJ van:
[klager],
wonende te [plaats],
raadsvrouw: mr. A. Paternotte,
hierna: klager,
tegen:
[de kandidaat-notaris],
tot 1 september 2014 werkzaam als kandidaat-notaris te [plaats],
raadsvrouw: mr. E.A.L. van Emden,
hierna: de kandidaat-notaris.
1. het verloop van de procedure
De kamer is uitgegaan van de volgende stukken:
- klacht met bijlagen van 13 februari 2015;
- verweerschrift met bijlagen van 20 maart 2015.
Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 16 juni 2015 zijn klager en de kandidaat-notaris (vergezeld door notaris [naam]) verschenen, bijgestaan door hun raadsvrouwen. Partijen hebben het woord gevoerd. Uitspraak is bepaald op heden.
2. De feiten
De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden:
- Klager heeft op of omstreeks 15 juli 2012 (de in de overeenkomst vermelde datum van 11 januari 2012 is onjuist) een overeenkomst van geldlening gesloten met “[X] Trading BV” (vertegenwoordigd door haar directeur, de heer [naam]) - volgens gegevens uit het handelsregister (KvK) : [X] Trading BV- (hierna: [X BV]). Klager heeft deze overeenkomst gesloten op advies van de heer [A] (bemiddelaar bij de financiering en aanwezig bij het tekenen van de overeenkomst, hierna: [A]), teneinde te investeren in vastgoed in Turkije.
- In voornoemde overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen: “1.1 Schuldeiser (klager, KvN) verstrekt aan Schuldenaar ([X BV], KvN) een kortlopende lening tot een bedrag van € 125.000 welke lening door Schuldenaar bij deze wordt aanvaard. Het bedrag van de lening dient te worden overgemaakt naar [naam - hierna: B –en plaats in Turkije (…)” (onder vermelding van een rekeningnummer bij een Turkse bank, KvN) “1.2 Schuldeiser is verplicht de totale in het vorige lid genoemde som uiterlijk binnen 2 maanden na verstrekking, zodoende uiterlijk 17 september 2012, over te maken aan Schuldenaar.” Klager heeft ter zitting verklaard dat deze datum niet 17 september 2012, maar 19 juli 2012 moet zijn, als uiterste datum waarop het bedrag van de lening diende te zijn overgemaakt.
- Voorts is in voornoemde overeenkomst opgenomen: “2.1 Schuldenaar is verplicht het geleende bedrag uiterlijk 17 september 2012 aan Schuldeiser terug te betalen. (….) 7.1. Tot meerdere zekerheid van de voldoening van al hetgeen Schuldenaar uit hoofde van voormelde lening of uit hoofde van welke andere rechtsverhouding dan ook is verschuldigd aan Schuldeiser, zal Schuldenaar een eerste hypothecaire inschrijving verstrekken op het perceel en opstallen gelegen aan [straat en plaats], waarvoor door Schuldenaar door ondertekening van deze overeenkomst een onherroepelijke volmacht wordt gegeven aan de [kandidaat-notaris] de hypothecaire akte op te maken en te verlenen uiterlijk 19 juli 2012, met een totale hypothecaire inschrijving van € 225.000.”
- Met de hand is aan artikel 7 van voornoemde overeenkomst een lid toegevoegd dat luidt: “7.4 verpanding aandelen [Y] bv”.
- Op 16 juli 2012 heeft [A] ten kantore van de kandidaat-notaris een kopie van de overeenkomst aan de kandidaat-notaris overhandigd en gemeld dat afwikkeling daarvan grote haast had, omdat het bedrag van € 125.000,- vóór 19 juli 2012 op de Turkse bankrekening diende te worden overgemaakt. Op verzoek van [A] en in diens bijzijn heeft de kandidaat-notaris op 16 juli 2012 klager gebeld, met de mededeling dat overmaking van voornoemd bedrag aan [B] vóór 19 juli 2012 niet haalbaar was, althans niet als die betaling op de gebruikelijke wijze na passeren van de hypotheekakte via de rekening van het notariskantoor zou dienen te geschieden en dat de tijdige ontvangst alleen te realiseren zou zijn als het bedrag rechtstreeks aan [B] zou worden overgemaakt.
- Klager heeft vervolgens op 17 juli 2012 met spoed in totaal € 125.000,- aan [B] overgemaakt.
- Op 18 juli 2012 heeft [A] aan de telefoniste van het notariskantoor van de kandidaat-notaris gevraagd aan de kandidaat-notaris door te geven dat de transactie tussen [X BV] en klager geen doorgang zou vinden en dat de kandidaat-notaris zijn werkzaamheden ter voorbereiding van de benodigde akte diende te staken.
- In april 2013 heeft klager de kandidaat-notaris verzocht om een afschrift van de hypotheekakte, waarna de kandidaat-notaris klager heeft meegedeeld, dat hij, gelet op de onder 1g. hiervoor vermelde telefoonnotitie, geen werkzaamheden had verricht.
3. De klacht
3.1 Volgens klager heeft de kandidaat-notaris hem in het telefoongesprek van 16 juli 2012 verzocht, althans meegedeeld, dat hij het geldbedrag buiten de kwaliteitsrekening om rechtstreeks moest overmaken op de Turkse bankrekening, terwijl hij wist dat de hypotheek niet was gevestigd. Aldus handelt hij in strijd met artikel 17 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna). Klager had geen reden om te twijfelen dat het hypotheekrecht tot stand zou komen: de kandidaat-notaris had bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat het hypotheekrecht op of kort na 16 juli 2012 zou worden gevestigd.
3.2 De kandidaat-notaris heeft klager niet gewezen op de consequenties van het
rechtstreeks overmaken van het geldbedrag zonder dat een hypotheekrecht was gevestigd, terwijl hij op de hoogte was van het feit, althans van de mogelijkheid dat klager het geld op of omstreeks diezelfde dag zou gaan overmaken. Klager heeft niet aan de kandidaat-notaris doen blijken dat het hypotheekrecht niet moest worden gevestigd. De kandidaat-notaris heeft klager immers in het telefoongesprek van 16 juli 2012 meegedeeld dat hij met de hypotheekakte bezig was.
3.3 Toen de kandidaat-notaris via de telefoonnotitie van [A] van 18 juli 2012 geïnformeerd werd over het staken van de werkzaamheden, had hij klager moeten bellen om die informatie te verifiëren.
4. Het verweer
4.1 De kandidaat-notaris meent dat de verwijten van klager ongegrond zijn. Hij heeft klager nooit aangespoord of verzocht de betaling te verrichten aan [B] voordat een hypotheekrecht was gevestigd. De kandidaat-notaris heeft slechts aan klager meegedeeld dat indien klager wenste dat de betaling op uiterlijk op 19 juli 2012 op de Turkse bankrekening werd ontvangen, de betaling hoe dan ook niet via de kwaliteitsrekening kon worden verricht. Hij heeft bij klager geen vertrouwen gewekt dat hij op korte termijn een hypotheekrecht zou vestigen ten gunste van klager. Er had immers geen afstemming plaatsgevonden over de inhoud van de hypotheekakte; er was aan klager geen conceptakte voorgelegd; de gebruikelijke voorlichting over de inhoud van de (concept) akte had nog niet plaatsgevonden en klager wist ook dat hij geen volmacht had gegeven om een dergelijke hypotheekakte te laten verlijden.
4.2 Het was voor de kandidaat-notaris niet te voorzien dat klager (als ervaren en deskundig persoon) op grond van het met hem gevoerde telefoongesprek op 16 juli 2012 “zomaar” zou overgaan tot het overmaken van geld naar de Turkse bankrekening.
De kandidaat-notaris verkeerde in de veronderstelling dat partijen na dat gesprek nader zouden overleggen over de (on)mogelijkheden om de door hen gesloten overeenkomst uit te voeren. Daarbij komt dat een (kandidaat-)notaris niet behoeft te wijzen op risico’s die evident zijn. Juist ook gelet op klagers deskundigheid als accountant, behoefde de kandidaat-notaris hem niet te informeren over het feit dat vestiging van een hypotheekrecht niet tot stand komt na enkel een kort telefoongesprek én het feit dat het bewerkstelligen van terugbetaling van een lening (aanzienlijk) minder eenvoudig is wanneer er nog geen zekerheid is gevestigd.
4.3 Aangezien de kandidaat-notaris had begrepen dat [A] als woordvoerder van beide partijen bij de leningsovereenkomst handelde, mocht de kandidaat-notaris er gerechtvaardigd van uit gaan dat [A] te dezer zake zowel met [X BV] als met klager contact had gehad toen hij op 18 juli 2012 de telefoonnotitie ontving met de mededeling van [A] dat aan de kandidaat-notaris geen opdracht tot het vestigen van een hypotheekrecht zou worden verstrekt en wist dat er geen hypotheek was gevestigd.
Uit stilzitten van klager blijkt volgens de kandidaat-notaris dat klager destijds zelf ook meende dat er geen sprake (meer) was van enige opdracht. Anders had het immers in de rede gelegen dat klager in de periode na 16 juli 2012 contact zou hebben opgenomen met het notariskantoor om te vragen waar de hypotheekakte bleef.
5. De beoordeling
5.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van diegenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kandidaat-notaris is tot en met 31 augustus 2014 in het notariaat werkzaam geweest. Notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen die niet meer als zodanig werkzaam zijn, blijven aan de tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig in artikel 93 lid 1 Wna bedoeld handelen of nalaten gedurende de tijd dat zij als zodanig werkzaam waren (artikel 93 lid 2 Wna).
De kamer dient te beoordelen of de handelwijze van de kandidaat-notaris een verwijtbare gedraging in de zin van artikel 93 lid 1 Wna oplevert.
5.2 Ter zitting is komen vast te staan dat de kandidaat-notaris met de, naar zeggen van klager, aan de vooravond van 16 juli 2012 door partijen getekende geldlenings-overeenkomst eerst op 16 juli 2012 bekend is geworden, toen [A], zich voordoend als woordvoerder van partijen, deze op zijn kantoor aan hem toonde. De kandidaat-notaris heeft klager slechts eenmaal telefonisch gesproken, op 16 juli 2012, in aanwezigheid van [A]. Niet is komen vast te staan dat de kandidaat-notaris in dat telefoongesprek klager heeft verzocht en/of meegedeeld het geld rechtstreeks over te maken op de Turkse bankrekening. Niet aannemelijk is dat de kandidaat-notaris toen al doende was met de opstelling van de hypotheekakte. Veeleer is aannemelijk dat de kandidaat-notaris bij dit eerste gesprek de overeenkomst nog niet eens goed had bestudeerd en daarom, bijvoorbeeld, er nog niet op had kunnen wijzen dat een volmacht tot hypotheekverlening niet onderhands kan worden verleend. De door de kandidaat-notaris gegeven schets van de gang van zaken, inhoudende dat hij het dossier even heeft laten rusten toen hij de volgende dag een eerste recherche pleegde en zag dat het te verhypothekeren pand geen eigendom was van [X BV], acht de kamer bovendien eveneens aannemelijk. Het door klager gestelde gerechtvaardigd vertrouwen dat een hypotheekakte zou worden gevestigd op of kort na 16 juli 2012 valt naar het oordeel van de kamer dan ook niet uit de feiten af te leiden. Daarbij merkt de kamer op dat, zelfs als wordt aangenomen dat de kandidaat-notaris heeft meegedeeld dat hij bezig was met een hypotheekakte, dat nog niet betekent dat die hypotheek reeds is gevestigd of zonder meer spoedig kon en zou worden gevestigd.
Het eerste klachtonderdeel, hiervoor vermeld onder 3.1, wordt daarom ongegrond verklaard.
5.3 Slechts in het geval dat de kandidaat-notaris wist of had kunnen weten dat klager het geldbedrag daadwerkelijk zou gaan overmaken naar de Turkse bankrekening, zou de kandidaat-notaris klachtwaardig hebben gehandeld door niet te wijzen op de consequenties daarvan. Van die wetenschap is de kamer echter niet of onvoldoende gebleken, zodat ook het klachtonderdeel, hiervoor vermeld onder 3.2 ongegrond zal worden verklaard.
5.4 Niet is komen vast te staan dat klager aan de kandidaat-notaris opdracht heeft verstrekt tot het vestigen van een hypotheek. Klager heeft de kandidaat-notaris niet meegedeeld dat hij daadwerkelijk het geldbedrag had overgemaakt op de Turkse bankrekening.
De kandidaat-notaris kon daarom, na de ontvangst van telefoonnotitie van [A], zijn recherchewerkzaamheden te behoeve van een eventueel op te maken hypotheekakte staken zonder daarvan mededeling te doen aan klager.
Voor zover moet worden aangenomen dat klager in de veronderstelling verkeerde dat de hypotheekakte na het telefoongesprek met de kandidaat-notaris verleden zou worden, stelt de kamer vast dat het opmerkelijk is dat klager niet in de dagen na dat gesprek bij de kandidaat-notaris heeft geïnformeerd naar (een afschrift van) die akte, maar daar pas in april 2013 (negen maanden na het telefoongesprek met de kandidaat-notaris) om heeft verzocht. Ook het derde klachtonderdeel, hiervoor vermeld onder 3.3, wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kamer voor het notariaat:
- verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. O.J. van Leeuwen, voorzitter, J.J. Dijk, A.M.J.M.Ploumen, J.D.M. Schoonbrood en P.J. van Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.B.T. Kienhuis, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2015.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam (postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekend verzonden kennisgeving.