ECLI:NL:TNORAMS:2015:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 583145/NT 15-16 O
| ECLI: | ECLI:NL:TNORAMS:2015:27 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 27-08-2015 |
| Datum publicatie: | 07-10-2015 |
| Zaaknummer(s): | 583145/NT 15-16 O |
| Onderwerp: | Overig |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | 5.4 Ingevolge artikel 21 Wna is de notaris verplicht de hem of bij krachtens de wet opgedragen of de door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten, behoudens het bepaalde in het tweede lid. De dochter van klager had de notaris verzocht een ontwerp-schenkingsakte op te stellen waarin klager zou bewilligen in een volledige kwijtschelding van de toenmalige geldlening. Nadat de dochter aan de notaris had gemeld dat klager zich niet kon verenigen met de ontwerp-schenkingsakte, heeft de notaris overleg gevoerd met de ex-partner, de betrokken dochter, alsmede met de andere dochter van partijen. Vervolgens heeft zij een nieuwe schenkingsakte opgesteld waarin de moeder (haar aandeel in) de lening kwijtschold en voorts de vrijwaringsclausule als genoemd in 5.3 van deze beslissing werd opgenomen. Ter zitting is duidelijk geworden dat de notaris heeft beoogd te bewerkstelligen dat, voor het geval klager te eniger tijd aanspraak zou maken op de mogelijk aan hem toekomende helft van het geleende bedrag, de moeder de dochter zou vrijwaren terzake van deze aanspraak van klager. Het effect daarvan is voor de dochter gelijk aan de situatie die met de eerdere ontwerpakte was beoogd. Aldus is de notaris op goede gronden kunnen overgaan tot het passeren van de uiteindelijke versie van de schenkingsakte. De kamer wil echter niet onvermeld laten dat de akte bepaald onzuiver - en daardoor ook voor klager verwarrend - is geformuleerd. 5.5 De kamer acht de bewoordingen van de akte ongelukkig gekozen, doch tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat niet. Op grond van het bovenstaande komt de kamer tot het oordeel dat de klacht derhalve ongegrond zal worden verklaard. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM
Beslissing van 27 augustus 2015 in de klacht met nummer 583145/NT 15-16 O van:
[klager],
wonende te [woonplaats],
klager,
tegen:
[de notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
de notaris,
raadsman: mr. S. Holshuijsen te Amsterdam.
- Het verloop van de procedure
De kamer is uitgegaan van de volgende stukken:
- klaagschrift met bijlagen van 10 maart 2015, ingekomen op 16 maart 2015;
- verweerschrift van 15 april 2015, ingekomen op 20 april 2015.
Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 25 juni 2015 zijn klager, [C], de notaris en haar raadsman verschenen. Op de zitting hebben partijen het woord gevoerd, de notaris aan de hand van een pleitnotitie. Uitspraak is bepaald op heden.
- De feiten
De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden:
- Op 6 november 2014 heeft de notaris (destijds in hoedanigheid van kandidaat-notaris) een schenkingsakte gepasseerd, waarin het volgende is bepaald: “(..) mevrouw [A] (..) hierna te noemen: schenker en/of partij 1; mevrouw [B], (..) hierna te noemen: begiftigde en/of partij 2; Premisse De comparanten verklaarden vooraf dat: De schenker heeft tezamen met haar toenmalige echtgenoot, [klager], (..) aan de begiftigde geleend een bedrag ter grootte van vijfenzestigduizend euro (€ 65.000,00) ter financiering van de door de begiftigde te verwerven woning gelegen te [adres] [woonplaats], hierna te noemen: de geldlening; De financiële middelen voor gemelde geldlening waren afkomstig uit erfenisgelden welke partij 1 had ontvangen uit de nalatenschap van haar vader; De geldlening is thans geïnvesteerd in de eigen woning van begiftigde gelegen te (..) [woonplaats], [adres]; (...) Schuldovername Ten tijde van de schenking waren partij 1 en [klager] in gemeenschap van goederen gehuwd, welk huwelijk (..) door echtscheiding is ontbonden; Bij gemelde echtscheiding is de geldlening niet aan een van de echtgenoten toegedeeld middels een schriftelijke verdeling. Partij 1 en [klager] hebben na de echtscheiding altijd gehandeld alsof de schuld, al dan niet mondeling, verdeeld en toegedeeld was aan partij 1; [klager] heeft zich nimmer beroepen op de rechten welke hij uit de geldlening zou kunnen ontlenen; Voor het geval deze wijze van toedeling wordt betwist neemt partij 1 nu voor alsdan in de interne verhouding tussen haar, [klager] en partij 2, de vordering geheel over van [klager], ten titel van schuldoverneming conform artikel 6:155 Burgerlijk Wetboek. Partij 1 vrijwaart partij 2 voor alle verplichtingen en aansprakelijkheden van gemelde schuldtoedeling danwel schuldovername. Op grond van het voorgaande is partij 1 enig schuldeiser van de geldlening. Schenking De comparant sub 1, verklaart het volgende: 1. De onder 2 genoemde comparante is haar dochter. 2. Zij wenst bij deze akte haar te bevoordelen. Derhalve scheldt zij de gehele gemelde geldlening geheel kwijt. (..)”
- Op 25 november 2014 heeft [naam] (hierna: “[C]”) - namens klager - de notaris geschreven, voor zover van belang: “(..) Het gaat hierbij om een geldlening van € 65.000,- aan zijn dochter [B], Indertijd geleend aan zijn dochter voor de financiering van een aan te schaffen woning [adres] te [woonplaats]. In de akte wordt vermeld dat de geldlening nu is geinvesteerd in de woning [adres] te [woonplaats], waarschijnlijk na verkoop van haar vorige woning. (..) Er is geen leningsovereenkomst aanwezig waarbij getekend is door beide voormalige echtelieden, hetgeen belangrijk is gezien de hoogte van het bedrag en eventueel voorkomen van te betalen successie/schenkingsrecht, indien deze lening omgezet zou worden in een schenking. (..) Aangezien ten tijde van de eerste lening ad. € 65.000,-het ging om gemeenschappelijk vermogen van beide echtelieden heeft [klager] een vordering op zijn dochter [B] van € 32.500.- en heeft zijn voormalige echtgenote onrechtmatig gehandeld om dit aan zijn dochter te lenen/schenken zonder zijn toestemming. [Klager] zal dit bedrag niet p.o. opeisen van zijn dochter [B], echter bij verkoop van de woning [adres] te [woonplaats] wenst hij de lening te beëindigen en verzoekt dan ook om dan € 32.500.- op zijn rekening bij te laten schrijven. Hij vindt dat hij ook nog een andere dochter heeft met evenveel rechten, zoals ook door hem vermeld is in een persoonlijke brief van d.d. 1 juli 2014 aan zijn dochter [B]. (..) Aan de hand van het bovenstaande is [klager] van mening dat de door u opgestelde akte niet conform de waarheid is en verzoekt u hierbij om dit te corrigeren en wel voor rekening van schenker of zijn voormalige echtgenote.“
- Op 31 december 2014 heeft de notaris aan [C] geschreven, voor zover van belang: “(..) U geeft aan dat [klager] zijn helft van deze lening wil opeisen bij verkoop van de woning aan zijn dochter. Op grond van de akte van schuldbekentenis/schenking is de lening niet opeisbaar. [Klager] kan deze lening derhalve niet op een door hem gewenst moment opeisen. (..)”
- De klacht
De klacht van klager luidt - kort samengevat - dat de notaris zonder zijn toestemming een onjuiste schenkingsakte op 6 november 2014 heeft opgesteld en gepasseerd, waarbij de ex-partner van klager, zijnde de moeder van de dochter van klager, de vordering van klager heeft overgenomen, ten titel van schuldoverneming conform artikel 6:155 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
- Het verweer
4.1 De notaris heeft zich als volgt verweerd.
De dochter van klager heeft de notaris verzocht een akte op te stellen waarbij haar ouders haar een door hen verstrekte lening kwijtschelden. Nadat gebleken was dat klager geen toestemming wilde verlenen voor deze concept-akte, heeft de notaris een tweede bespreking met de dochter en de moeder gevoerd. De moeder heeft vervolgens voorgesteld de vordering van klager op haar dochter over te nemen, zodat zij in staat zou zijn de gehele vordering kwijt te schelden. Voor het geval klager zijn rechten als schuldeiser zou willen uitoefenen, heeft de moeder de dochter een vrijwaring verleend. De notaris heeft klager niet in kennis gesteld van genoemde akte.
- De beoordeling
5.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van diegenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient te beoordelen of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van voornoemd artikel oplevert.
5.2 De kamer overweegt het volgende.
Op 6 november 2014 heeft de notaris een schenkingsakte gepasseerd, waarbij de ex-partner van klager de vordering van klager op hun dochter (betreffende de helft van genoemde geldlening) heeft overgenomen, ten titel van schuldoverneming conform artikel 6:155 BW. Daarbij heeft de ex-partner de gehele geldlening aan deze dochter kwijtgescholden.
Klager heeft zich – blijkens de brief van [C] d.d. 25 november 2014 alsook ter zitting van 25 juni 2015 – op het standpunt gesteld dat klager geen toestemming heeft gegeven voor het opstellen van genoemde akte, dat de akte onjuist is opgesteld en hij als gevolg daarvan niet langer als schuldeiser van (de helft van) de geldlening kan worden beschouwd.
De notaris heeft ter zitting verklaard dat zij op grond van haar ministerieplicht haar medewerking diende te verlenen aan de akte, en dat zij vanwege haar geheimhoudingsplicht geen contact met klager kon opnemen om te verifiëren of de door de ex-partner aangeleverde gegevens juist waren. Het was de notaris bekend dat klager geen toestemming had verleend voor de schenkingsakte, reden waarom zij de bepaling van artikel 6:155 BW in de akte heeft opgenomen, aldus de notaris ter zitting.
5.3 Artikel 6:155 BW luidt: “ Een schuld gaat van de schuldenaar over op een derde, indien deze haar van de schuldenaar overneemt. De schuldoverneming heeft pas werking jegens de schuldeiser, indien deze zijn toestemming geeft nadat partijen hem van de overneming kennis hebben gegeven. ”
In onderhavig geval heeft klager de toestemming als bedoeld in genoemd artikel niet gegeven. Dit betekent dat de schuldoverneming, zoals deze is opgenomen in de akte van de notaris, thans jegens klager geen werking heeft. De kamer concludeert dan ook dat het standpunt van klager dat hij niet langer als schuldeiser van de helft van de geldlening kan worden beschouwd, onjuist is. Immers, klager behoudt zijn vordering op de dochter van partijen tot het moment dat hijzelf toestemming verleent voor de overneming van zijn vordering door zijn ex-partner. Pas indien en zodra klager toestemming hiervoor heeft gegeven, wordt de schuld van de dochter aan klager door zijn ex-partner overgenomen.
5.4 Ingevolge artikel 21 Wna is de notaris verplicht de hem of bij krachtens de wet opgedragen of de door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten, behoudens het bepaalde in het tweede lid. De dochter van klager had de notaris verzocht een ontwerp-schenkingsakte op te stellen waarin klager zou bewilligen in een volledige kwijtschelding van de toenmalige geldlening. Nadat de dochter aan de notaris had gemeld dat klager zich niet kon verenigen met de ontwerp-schenkingsakte, heeft de notaris overleg gevoerd met de ex-partner, de betrokken dochter, alsmede met de andere dochter van partijen. Vervolgens heeft zij een nieuwe schenkingsakte opgesteld waarin de moeder (haar aandeel in) de lening kwijtschold en voorts de vrijwaringsclausule als genoemd in 5.3 van deze beslissing werd opgenomen.
Ter zitting is duidelijk geworden dat de notaris heeft beoogd te bewerkstelligen dat, voor het geval klager te eniger tijd aanspraak zou maken op de mogelijk aan hem toekomende helft van het geleende bedrag, de moeder de dochter zou vrijwaren terzake van deze aanspraak van klager. Het effect daarvan is voor de dochter gelijk aan de situatie die met de eerdere ontwerpakte was beoogd. Aldus is de notaris op goede gronden kunnen overgaan tot het passeren van de uiteindelijke versie van de schenkingsakte. De kamer wil echter niet onvermeld laten dat de akte bepaald onzuiver - en daardoor ook voor klager verwarrend - is geformuleerd.
5.5 De kamer acht de bewoordingen van de akte ongelukkig gekozen, doch tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat niet.
Op grond van het bovenstaande komt de kamer tot het oordeel dat de klacht derhalve ongegrond zal worden verklaard.
Beslissing
De kamer voor het notariaat:
- verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. C.E. van Oosten-van Smaalen, voorzitter, E.R.S.M. Marres, J.D.M. Schoonbrood, Th.W. van Grafhorst en N.T. Vink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Land-Smorenburg, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2015.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam (postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekend verzonden kennisgeving.