ECLI:NL:TNORAMS:2015:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 579229/NT15-1P

ECLI: ECLI:NL:TNORAMS:2015:23
Datum uitspraak: 02-07-2015
Datum publicatie: 07-07-2015
Zaaknummer(s): 579229/NT15-1P
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht gegrond zonder maatregel
Inhoudsindicatie:   Over de op zijn derdengeldrekening gestorte bedragen dient een notaris rekening en verantwoording af te leggen. De enkele omstandigheid dat de erfgenamen op de hoogte zijn van de bedragen en de mutaties die er in de loop van de tijd in de afwikkeling van de nalatenschap zijn geweest, ontheft de kandidaat-notaris niet van de verplichting om een eindafrekening te maken. Het tweede klachtonderdeel is derhalve gegrond. In de gegeven omstandigheden ziet de kamer echter geen reden voor het opleggen van een maatregel.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing van 2 juli 2015 in de klacht met nummer 579229/NT 15-1 P van:

[naam klager],

notaris te [vestigingsplaats],

[hierna: klager],

tegen:

[naam kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [vestigingsplaats],

[hierna: de kandidaat-notaris].

1. Het verloop van de procedure

De kamer is uitgegaan van de volgende stukken:

-        klaagschrift met bijlagen van 7 januari 2015;

-        verweerschrift met bijlage van 3 februari 2015;

-        repliek met bijlagen van 1 maart 2015;

-        dupliek met bijlagen van 23 maart 2015.

Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 21 mei 2015 zijn klager en de kandidaat-notaris verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd, klager aan de hand van een pleitnotitie. Uitspraak is bepaald op heden.

2.  De feiten

De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden:

  1. Op 30 november 2013 is te Amstelveen de moeder van klager overleden, mevrouw [naam erflaatster] (hierna: erflaatster).
  2. Naast klager zijn er twee andere erfgenamen: de broer van klager, [naam], in het testament van erflaatster benoemd tot executeur (hierna: de broer van klager of: de executeur) en een zuster van klager, [naam] (hierna: de zuster van klager). Aan de twee dochters van klager heeft erflaatster (onder meer) gelegateerd de waarde van een ring van erflaatster, de zogenaamde “torenring”.
  3. Op 13 december 2013 heeft de broer van klager zijn executele schriftelijk aanvaard en heeft hij aan de kandidaat-notaris schriftelijk opdracht verleend om hem als executeur te assisteren.
  4. Op 17 december 2013 heeft notaris [A], (kantoorgenoot van de kandidaat-notaris, hierna: [mr. A]) zich in het boedelregister van de rechtbank Amsterdam doen inschrijven als zijnde “betrokken bij de afwikkeling van de nalatenschap”.
  5. Het vermogen van erflaatster was onder bewind gesteld: de bewindvoerster heeft vervolgens de eindrekening en verantwoording over het gevoerde beheer bij de rechtbank Amsterdam, afdeling kanton, ingediend.
  6. Op 31 januari 2014 is de verklaring van executele afgegeven.
  7. In opdracht van de executeur zijn de tot de nalatenschap behorende effecten door de ABN AMRO-bank (hierna: de bank) verkocht.
  8. Op 3 februari 2014 heeft klager aan de kandidaat-notaris (alsmede aan de executeur en aan de zuster van klager) in een e-mailbericht geschreven: “Ik zal een klacht indienen bij de Kamer van Toezicht! Ik ben akkoord met de afspraak, ik neem de juwelen, mee, ik ben akkoord met de taxateur, welke jullie dan ook kiezen. En dreigen met een deurwaarder? Voelt u zich wel lekker?? U, (naam kandidaat-notaris, KvN) dwingt mij tot het ondertekenen van een volmacht die ik niet wil en zal tekenen. Dit heeft u erkend dat recht heb ik. (…) IS DIT NU DUIDELIJK OF NIET op 10 januari ben ik daar met de juwelen IS DIT HELDER?? Voor mijn broer en zuster, waar hebben jullie deze kandidaat-notaris opgeduikeld?? Hij is uit op ruzie tussen ons om jullie dan op te zadelen met een grote nota, snappen jullie dat dan niet? De roerende zaken zijn in onderling overleg verdeeld, dat moet met de diamanten ook kunnen en ik heb al eens gezegd dat ik verwacht daar niets van te krijgen Waarom dan zo moeilijk????? (..) als ik executeur was geweest waren de juwelen al verdeeld conform de codicillen, de effecten verkocht en hadden jullie nu een flink voorschot te pakken.(..)”
  9. Voor de uitbetaling aan de executeur en opheffing van de rekeningen eiste de (nabestaandendesk van de) bank een verklaring van erfrecht.
  10. Op 10 februari 2014 zijn de erfgenamen op het kantoor van de kandidaat-notaris bijeengekomen tot verdeling van de sieraden overeenkomstig het codicil.
  11. Op 13 februari 2014 heeft klager de bank geschreven: “Terzake van de afwikkeling van de nalatenschap van (..) erflaatster – zend ik u (..) een concept van een mogelijke verklaring van erfrecht waarmee de bestaande impasse in de afwikkeling van nalatenschap kan worden doorbroken en vlotgetrokken. (…) Ik zend u dit concept in overleg met mijn collega, [naam andere notaris],(..) die, na goedkeuring door U van het concept, in opdracht van de erfgenamen de saldi bij U zal opvragen, de effecten zal verkopen en het totaal saldo aan de erfgenamen ter verdeling zal aanbieden. Uiteraard is het concept nog niet geheel perfect, zo missen er nog 2 identiteitsbewijzen maar dat wordt bij het definitief opstellen van het concept hersteld. Het concept sluit aan bij de werkelijke situatie, de executeur heeft de begrafenis en de uitvaart verzorgt, zorg gedragen voor de grafsteen, de leiding genomen bij de verdeling van de roerende zaken. De aangifte voor de erfbelasting alsmede de aangifte Inkomstenbelasting 2013 liggen zo goed als klaar waardoor de taak van de executeur met een beperkte reikwijdte is vervuld. Het is nu aan de gezamenlijke erfgenamen om de nalatenschap te verdelen. Ik zie uw reactie graag tegemoet waarna ik, conform uw richtlijnen, het dossier verder zal helpen in overleg met collega [naam andere notaris].”
  12. In een e-mailbericht van 19 februari 2014 heeft klager aan [mr. A] de volgende vragen voorgelegd: 

    “1. Treedt uw kantoor op notariskantoor of als partij adviseur van [naam broer van klager]?

    2. Heeft u een volmacht van [naam broer van klager], zoals hij mij gezegd heeft, waarom gaat hij dan de beide geldlegaten uitkeren??

    3. Als [naam broer van klager] de legaten dan gaat uitkeren waarom doet hij dit dan niet??

    4. Waarom zijn na 2,5 maanden de effecten nog niet verkocht terwijl ik vanaf dag 1 schriftelijk opdracht heb gegeven dat de effecten verkocht dienden te worden?? Dat ik daarbij een algehele volmacht aan uw kantoor moet geven is onzin, een beetje notaris weet dit in te kleden.

    5. Er moeten 2 ringen worden getaxeerd en niet één.

    6. De befaamde ring is niet toegescheiden, de executeur heeft zijn voorkeur duidelijk gemaakt en zou moeten terugtreden om een derde het taxatie- en verkooptraject te laten begeleiden. Dat hij niemand vertrouwd maakt en ziekelijke indruk, zo komen we nergens, hij heeft geestelijke hulp nodig.”

  13. Op 21 februari 2014 heeft klager aan de kandidaat-notaris in een e-mailbericht geschreven: “(..) ik heb [mr. A] schriftelijke vragen gesteld die dringend antwoord nodig hebben, (..) 1. Bent u partijadviseur (..) 2. Heeft u boedelgeld ontvangen, [naam broer van klager] zegt van wel. 3. Als dit zo is waarom worden de geldlegaten niet uitgekeerd. 3. Als er geen geld is, waarom niet. Is [naam broer van klager] dan door u verkeerd voorgelicht of liegt hij. Wat is er dan exact aan de hand bij de ABN? 4. Zijn de effecten verkocht (..)
  14. Op 22 februari 2014 heeft de kandidaat-notaris per e-mailbericht geantwoord : “De relevante vragen zal ik bevestigen, aangezien de antwoorden aan U reeds bekend zijn, immers vanwege het ontbreken van de boedelvolmacht is de opstelling van een verklaring van erfrecht niet mogelijk gebleken, zodat alleen een verklaring van executele is opgesteld. Aan u is tevens bekend dat een laatstbedoelde verklaring moeilijker aanvaard wordt door de bancaire instellingen. Uiteindelijk lijkt ingevolge een veelvuldige correspondentie enige voortgang te worden gemaakt (…) in opdracht van de executeur is de bank doende de effecten te verkopen en de rekeningen te deblokkeren casu quo op te heffen.(..)”
  15. Op 24 maart 2014 heeft de bank de gelden van de rekeningen overgeboekt, totaal ad € 263.317,00, hetgeen aan de erfgenamen is bericht op 27 maart 2014 met de mededeling dat in opdracht van de executeur aan iedere erfgenaam een voorschot zou worden uitgekeerd van € 50.000,- met een gelijktijdige verrekening van een geldlening ten laste van de zuster van klager, uitbetaling van het executeursloon aan de broer van klager ad € 2.132,20 en een uitbetaling van de twee geldlegaten aan de dochters van klager, ad totaal € 4.000,- ten laste van het erfdeel van klager.
  16. Op 2 april 2014 zijn de nota’s van het CAK voldaan, alsmede de kosten van de taxateur, totaal ad € 1.456,15, de kosten van de verklaring van executele, leges GBA, boedelvolmachten en aanvullende werkzaamheden, totaal ad € 6.600,-, te vermeerderen met de BTW ad € 1.563,45.
  17. In opdracht van de executeur is aan ieder van de erfgenamen op 29 april 2014 een tweede voorschot gedaan van € 22.500,-.
  18. Op 5 juni 2014 is de erfbelasting voldaan, totaal ad € 15.884,-, alsmede aan iedere erfgenaam een bedrag ad € 6.544,85.
  19. Op 10 juli 2014 is vanwege restituties door de belastingdienst, CAK, steen(houwer), alsmede vanwege de verdeling van de overige sieraden aan iedere erfgenaam voldaan een bedrag van € 1.475,60, alsmede een bedrag van € 2.501,- via klager vanwege het legaat “torenring” aan de dochters van klager, krachtens volmacht en bewindvoering.
  20. Op 3 augustus 2014 heeft klager aan de executeur en aan de zuster van klager een door hem opgesteld ‘eindoverzicht’ gezonden, waarin hij onder meer heeft vermeld: “Wat de kosten van de [kandidaat-notaris] betreft maak ik het voorbehoud dat ik heb geconstateerd dat hij niet de notaris is als wel de belangenbehartiger van [naam broer van klager] en diens echtgenote. Dit werkt vertragend en staat een objectieve afwikkeling in de weg. Ik zal betalen wat ik vind dat ik moet betalen en verder moet [naam broer van klager] het maar betalen. Overigens is dit praktisch niets want het voorlopig kort overzicht de aangifte erfbelasting en de aangifte IB zijn alle door mij verzorgd en zo is de nalatenschap in 6 maanden afgewikkeld wat erg snel is.”
  21. Op 21 september 2014 heeft klager de kandidaat-notaris per e-mailbericht geschreven: “Graag verneem ik van u, (..) de stand van zaken omtrent de eindafwikkeling van de nalatenschap van moeder. Ik zend u hierbij een overzichtje dat ik op 03 augustus j.l. aan [de broer van klager], de executeur, en [de zuster van klager] heb verstuurd. (..) Ik begrijp niet dat een zo simpele zaak nu al anderhalve maand op zich laat wachten. Maar de hele afwikkeling wordt gekenmerkt doordat, hoewel ik overloop van de communicatie, de overige partijen zich zwijgzaam opstellen. Onvermogen? Wat betreft [naam zuster van klager] is dat prima, van de executeur en de notaris verwacht ik wat anders. Ik zie Uw reactie graag tegemoet en ga ervan uit dat u het resterende saldo nog onder u heeft zo niet, dan leg ik dit voor aan het BFT want dit duurt me veel te lang.”
  22. Op 17 oktober 2014 is aan iedere erfgenaam een bedrag van € 30,49 uitgekeerd (restitutie Alliantie). Aan de kandidaat-notaris is een aanvullend honorarium uitgekeerd ad € 2.662,- inclusief BTW.
  23. Op 7 december 2014 heeft klager aan de kandidaat-notaris geschreven: “Bij dezen deel ik u mee de nalatenschap van wijlen mijn moeder definitief af te willen wikkelen Ik heb u dit al eerder laten weten, laatst nog op 21 september j.l. waarna u meer dan genoeg tijd heeft gehad om te reageren. (…) Ik ben van menig dat u mijn belangen niet behartigt, ik was slechts nodig waar anders de ander erven niet verder konden, u communiceert niet daar waar u moet communiceren, ook al zou u zeggen dat de executeur hier de macht heeft. U heeft mij nimmer ronduit gezegd welke status u heeft, partij-adviseur, notaris of anderszins, dit ondanks mijn eerdere verzoeken. Van u verlang ik de stand van zaken te weten op uw boedelrekening betreffende het nog onder berustende saldo van de nalatenschap en de mutaties op dit saldo en u moet in staat zijn dit binnen 1 week na heden aan mij mee te delen. Mocht ik na 1 week na heden niets van u horen, dan dien ik een klacht in bij de Kamer van Toezicht over uw manier van werken, terwijl ik ook contact op zal nemen met het BFT om mijn zorg uit spreken over de mogelijks status van uw derdengeldenrekening.”

3.  De klacht

3.1 Ter zitting heeft klager meegedeeld dat het kernpunt van zijn klacht ligt in het feit dat hij geen antwoord heeft gekregen op zijn (herhaalde) vraag aan de kandidaat-notaris wat diens rol in de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster was.

3.2 Klager heeft van de kandidaat-notaris geen eindafrekening ontvangen, terwijl de executeur aan klager heeft meegedeeld dat de nalatenschap reeds was afgewikkeld en dat de kandidaat-notaris daartoe een eindoverzicht had verzonden. De kandidaat-notaris en de executeur houden informatie en geld achter, aldus klager. Op grond van het door klager opgestelde ‘eindoverzicht’ van 3 augustus 2014 stelt klager dat hem uit de nalatenschap nog een bedrag van € 4.516,91 toekomt. Klager meent dat de kandidaat-notaris de broer van klager, de executeur, op zijn verantwoordelijkheid had dienen te wijzen om tot een goede afwikkeling van de nalatenschap te komen.

3.3 Indien de rol van de kandidaat-notaris als adviserend van aard dient te worden opgevat, meent klager dat het niet juist is dat de kandidaat-notaris het gehele saldo van de nalatenschap op zijn derdengeldrekening heeft ontvangen.

4. Het verweer

De kandidaat-notaris heeft verweer gevoerd; zijn standpunt wordt, voor zover van belang, hierna besproken.

5.  De beoordeling

5.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van diegenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient te beoordelen of de handelwijze van de kandidaat-notaris een verwijtbare gedraging in de zin van voornoemd artikel oplevert.

5.2 Ter zitting heeft de kandidaat-notaris bevestigd dat zijn rol bestond uit het in opdracht van de executeur behulpzaam zijn bij de afwikkeling van de nalatenschap, hetgeen ook zou blijken uit de e-mailberichten van de kandidaat-notaris aan de erfgenamen waarin hij steeds meldde ‘in opdracht van de executeur’ te handelen. Hoewel het de voorkeur had verdiend dat de kandidaat-notaris aan klager na diens verzoek daartoe een bericht had gezonden waarin hij zijn rol nog eens aan klager had uitgelegd, brengt het feit dat alle partijen op de hoogte waren van de rol van de kandidaat-notaris, ook klager, die bovendien zelf notaris is, met zich mee dat er naar het oordeel van de kamer geen sprake is van klachtwaardig handelen van de kandidaat-notaris. Het eerste klachtonderdeel, hiervoor vermeld onder 3.1, is daarom ongegrond.

5.3 Ter zitting is gebleken dat de kandidaat-notaris geen eindafrekening heeft opgesteld, er van uitgaande dat alle bedragen reeds aan de erfgenamen bekend waren, omdat hij hen daarvan steeds per e-mailbericht verslag had gedaan.

De kamer overweegt daarover als volgt. In het onderhavige geval heeft de bank ervoor gekozen (overigens met goedkeuring van klager, die daarvan op de hoogte was gesteld door de executeur) om de gelden van de nalatenschap op de derdenrekening van de notaris te storten.

Over de op zijn derdengeldrekening gestorte bedragen dient een notaris rekening en verantwoording af te leggen. De enkele omstandigheid dat de erfgenamen op de hoogte zijn van de bedragen en de mutaties die er in de loop van de tijd in de afwikkeling van de nalatenschap zijn geweest, ontheft de kandidaat-notaris niet van de verplichting om een eindafrekening te maken. Het tweede klachtonderdeel, hiervoor vermeld onder 3.2 is derhalve gegrond. In de gegeven omstandigheden ziet de kamer echter geen reden voor het opleggen van een maatregel.

5.4 De enkele omstandigheid dat de bank er de voorkeur aan gaf de gelden van de nalatenschap op de derdenrekening van de notaris te storten en de kandidaat-notaris daarmee akkoord ging, is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Bovendien heeft klager ter zitting verklaard dat hij daarmee had ingestemd. Het derde klachtonderdeel, hiervoor vermeld onder 3.3, is daarom eveneens ongegrond.

5.5 Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

De kamer voor het notariaat:

-        verklaart het klachtonderdeel, vermeld onder 3.2 gegrond;

-        legt aan de kandidaat-notaris geen maatregel op;

-        verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M.Y.C. Poelmann, voorzitter, J.J. Dijk, A.M.J.M.Ploumen, E.H. Huisman en W.R. Bruinink, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.B.T. Kienhuis, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2015.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam (postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekend verzonden kennisgeving.