ECLI:NL:TNORAMS:2015:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 575873/NT 14-66 Th
| ECLI: | ECLI:NL:TNORAMS:2015:13 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-04-2015 |
| Datum publicatie: | 28-04-2015 |
| Zaaknummer(s): | 575873/NT 14-66 Th |
| Onderwerp: | Registergoed |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Met betrekking tot het eerste klachtonderdeel overweegt de kamer het volgende. Omdat de in de akte van splitsing omschreven inrichting van [B] niet volledig overeenkwam met de feitelijke situatie, is deze bij akte van rectificatie van 14 mei 2013 gerectificeerd door de notaris op grond van de beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland als vermeld onder 1.f. Het verwijt van klager dat de notaris het bevel van de kantonrechter anders heeft uitgevoerd dan diens bedoeling was, omdat hij het niet nodig zou hebben gevonden om aan de hypotheekhouders toestemming te vragen voor de rectificatie (terwijl in de conceptakte is opgenomen dat een dergelijke toestemming vereist is), is ongegrond. Zoals de notaris heeft aangevoerd, is een dergelijke toestemming niet (langer) vereist indien sprake is van een bevel van de kantonrechter. Dit onderdeel van de klacht is dus ongegrond. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM
Beslissing van 2 april 2015 in de klacht met nummer 575873/NT 14-66 Th van:
[klager],
wonende te [woonplaats],
klager,
gemachtigde: K.L. Mulder
tegen:
[de notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
raadsman: mr. P. Wanders te Amsterdam,
de notaris,
Het verloop van de procedure
De kamer is uitgegaan van de volgende stukken:
- klaagschrift van 24 oktober 2014, ingediend bij de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, ingekomen bij de kamer voor
het notariaat in het ressort Amsterdam op 13 november 2014;
- beslissing van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 5 november 2014 met klachtnummer 200.158.888/01 NOT, waarbij is bepaald dat de kamer voor
het notariaat in het ressort Amsterdam met de behandeling van de klachtzaak wordt belast;
- verweerschrift met producties van de notaris d.d. 16 december 2014, ingekomen op 16 december 2014;
- brief van klager van 19 december 2014.
Bij de behandeling van de klacht op 19 februari 2015 zijn verschenen: klager, zijn gemachtigde de heer K.L Mulder, de notaris en zijn raadsman.
Klager heeft pleitnotities - met daaraan gehecht een aantal producties - overgelegd. Uitspraak is bepaald op 2 april 2015.
1. De feiten
1.1 De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden:
- Bij akte van levering d.d. 23 mei 2000, verleden voor de notaris, heeft de gemeente [woonplaats] aan Heijmans Vastgoed Realisatie B.V. percelen grond, gelegen in plangebied “[A]” te [woonplaats], verkocht. Het project zag op de ontwikkeling van [aantal] woningen (te realiseren in woonblokken en in woontoren “[B]”), (hierna: B), [aantal] parkeerplaatsen en enkele algemene voorzieningen.
- Bij akte d.d. 14 december 2004, verleden voor de notaris, is het registergoed gelegen in plangebied “[A]” te [woonplaats], gesplitst in [aantal] appartementsrechten in de zin van de artikelen 5:106 en 5:107 BW en is een reglement als bedoeld in artikel 5:111 BW vastgesteld. Door inschrijving van genoemde akte van splitsing is de Vereniging van Eigenaren (hierna: VVE) opgericht en zijn de drieënzeventig appartementsrechten, kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sectie [letter] complexaanduiding [nummer], appartementsindices [..tot en met ..], ontstaan.
Klager heeft een appartementsrecht gekocht met betrekking tot een woning gelegen in [B].
- De leveringsakte is gepasseerd op 22 september 2006, ten overstaan van notaris mr. [naam] te [vestigingsplaats].
- Notaris [naam] is, evenals de notaris, gevestigd in [vestigingsplaats]. Zij zijn werkzaam in associatief verband binnen het notariskantoor [naam].
- Bij beschikking van de Rechtbank Utrecht d.d. 21 maart 2012 heeft de kantonrechter bevolen dat de akte van splitsing van [B] wordt gewijzigd conform de aangehechte conceptakte van rectificatie van [B] te [woonplaats]. Klager heeft hiertegen geen hoger beroep ingesteld.
- Bij akte d.d. 14 mei 2013 heeft de notaris de akte van rectificatie van [B] te [woonplaats] gepasseerd.
2. De klacht
2.1 Klager verwijt de notaris ten eerste dat hij de notariële akte van rectificatie d.d. 14 mei 2013 heeft gepasseerd zonder toestemming van de desbetreffende hypotheekhouders, terwijl in het concept van de akte stond dat die toestemming noodzakelijk was.
2.2 Voorts verwijt klager de notaris dat deze de VVE [B] tijdens een Algemene Ledenvergadering op 10 maart 2011 heeft geadviseerd om de notariële akte betreffende [B] aan te passen aan de feitelijke situatie rond [B] in plaats van zich te beijveren om de feitelijke situatie volgens de contracten uit te voeren.
2.3 Ten slotte verwijt klager de notaris dat hij frauduleus heeft gehandeld, althans dat hij heeft gegoocheld en lichtzinnig is omgegaan met contracten.
3. Het verweer
3.1 De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen genoemde verwijten. De inhoud van zijn verweer zal bij de beoordeling van de afzonderlijke onderdelen van de klacht, die op de hiervoor weergegeven wijze zullen worden genummerd, aan de orde komen.
4. De beoordeling
4.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 (wet op het Notarisambt, hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
4.2 De notaris voert in zijn verweer allereerst aan dat sprake is van misbruik van procesrecht door klager en verwijst daartoe onder meer naar het in het verweerschrift bijgevoegde overzicht van de tuchtrechtprocedures tegen de notaris, aangespannen door klager, diens gemachtigde of een derde betrokkene bij [B].
De kamer stelt op basis van het door de notaris overgelegde overzicht vast dat deze procedure de tweede is van klager tegen de notaris. Nu deze klacht de eerste van klager is over de akte van rectificatie mist het betoog van de notaris dat steeds sprake is van hetzelfde feitencomplex feitelijke grondslag. Er is geen grond voor het oordeel dat sprake is van misbruik van procesrecht. Evenmin ziet de kamer in de twee tuchtrechtelijke procedures die klager tegen de notaris heeft aangespannen aanleiding om te bepalen dat volgende klachten van klager over dit feitencomplex niet meer in behandeling worden genomen, zoals de notaris heeft verzocht.
4.3 Met betrekking tot het eerste klachtonderdeel overweegt de kamer het volgende.
Omdat de in de akte van splitsing omschreven inrichting van [B] niet volledig overeenkwam met de feitelijke situatie, is deze bij akte van rectificatie van 14 mei 2013 gerectificeerd door de notaris op grond van de beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland als vermeld onder 1.f.
Het verwijt van klager dat de notaris het bevel van de kantonrechter anders heeft uitgevoerd dan diens bedoeling was, omdat hij het niet nodig zou hebben gevonden om aan de hypotheekhouders toestemming te vragen voor de rectificatie (terwijl in de conceptakte is opgenomen dat een dergelijke toestemming vereist is), is ongegrond. Zoals de notaris heeft aangevoerd, is een dergelijke toestemming niet (langer) vereist indien sprake is van een bevel van de kantonrechter. Dit onderdeel van de klacht is dus ongegrond.
4.4 Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel overweegt de kamer het volgende.
Ingevolge artikel 99 lid 15 Wna kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven kennis heeft genomen.
Voor de aanvang van de termijn is doorslaggevend wanneer klager kennis heeft genomen van het feitelijk handelen (of nalaten) van de (kandidaat)notaris en niet wanneer klager tot de conclusie is gekomen dat dit handelen (of nalaten) onjuist is.
De Algemene Ledenvergadering van de VVE heeft plaatsgevonden op 10 maart 2011.
De onderhavige klacht is ingediend op 24 oktober 2014 bij de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden.
Nu de onderhavige klacht niet eerder dan op 24 oktober 2014 is ingediend, is dit onderdeel van de klacht verjaard.
4. 5 Het klachtonderdeel dat klager de notaris verwijt frauduleuze handelingen te hebben verricht, althans dat hij heeft gegoocheld en lichtzinnig is omgegaan met contracten is niet (voldoende) onderbouwd en zal om die reden ongegrond worden verklaard.
Dat leidt tot de volgende beslissing.
Beslissing
De kamer voor het notariaat:
- verklaart klager in het klachtonderdeel onder 2.2 niet ontvankelijk,
- verklaart de klacht in al haar overige onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.S.J. Thijs, voorzitter, mrs. A.H. Schotman, J.H.M. Erkamp, Ch.F. Tasseron en N.T. Vink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Land-Smorenburg, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2015.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam (postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekend verzonden
kennisgeving.