ECLI:NL:TNORAMS:2014:42 Kamer voor het notariaat Amsterdam 568589/NT14-45 B
| ECLI: | ECLI:NL:TNORAMS:2014:42 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-12-2014 |
| Datum publicatie: | 07-01-2015 |
| Zaaknummer(s): | 568589/NT14-45 B |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | De notaris heeft naar het oordeel van de kamer genoegzaam aannemelijk gemaakt dat hij tijdens de voorbespreking en tijdens het passeren van het testament voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van testatrice en dat hij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Volgens vaste rechtspraak dient de notaris bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van zijn cliënt primair uit te gaan van zijn eigen waarneming indien niet bekend is en er ook geen aanwijzingen zijn dat zijn cliënt lijdt aan een ziekte die wilsbekwaamheid kan beïnvloeden. Het Stappenplan schrijft voor dat een notaris de geestesgesteldheid van zijn cliënt pas nader moet onderzoeken als er aanleiding bestaat om aan diens wilsbekwaamheid te twijfelen. Daarbij zal het naast de in het Stappenplan genoemde indicatoren in belangrijke mate aankomen op zowel de inhoud van de gesprekken die de notaris met zijn cliënt voert als de wijze waarop de cliënt zich presenteert. Het feit dat de notaris onder deze omstandigheden het Stappenplan niet heeft toegepast acht de kamer dan ook niet klachtwaardig, zodat de klacht ongegrond wordt geacht. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM
Beslissing van 16 december 2014 in de klacht met nummer 568589 / NT 14-45 B van:
[klaagster],
wonende te [woonplaats],
klaagster,
raadsvrouw: mr. M. Boender-Radder te Den Haag
tegen:
[notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
de notaris,
- Het verloop van de procedure
De kamer is uitgegaan van de volgende stukken:
- klaagschrift met bijlagen van 9 juli 2014, ingekomen 10 juli 2014;
- verweerschrift met bijlage van 4 augustus 2014, ingekomen 5 augustus 2014.
Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 14 oktober 2014 zijn klaagster, haar raadsvrouw en de notaris verschenen. Door de raadsvrouw van klaagster zijn pleitaantekeningen overgelegd. Op de zitting hebben partijen het woord gevoerd.
Ter zitting heeft klaagster een ongedateerde en niet-ondertekende schriftelijke verklaring overgelegd, afkomstig van [X], te [woonplaats].
Uitspraak is bepaald op heden.
- De feiten
De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden:
a. Op 20 juni 2012 heeft mevrouw [naam] (hierna: testatrice), geboren op 25 oktober 1936, ten overstaan van de notaris een testament opgemaakt, waarin zij de eerder opgemaakte testamenten herroept, aan haar zwager een bedrag van € 10.000 legateert en tot erfgenaam benoemt haar buurman, [naam], (hierna: Y).
b. Klaagster is met ingang van 5 juni 2013 door de rechtbank Alkmaar (per 1 januari 2013 overgegaan in Rechtbank Noord-Holland) als mentor en bewindvoerder over het vermogen van testatrice benoemd. Testatrice is op 22 juli 2014 overleden.
c. De notaris heeft, voorafgaand aan het passeren van genoemd testament, op 13 juni 2012 een gesprek met testatrice en [Y], en vervolgens met testatrice apart, gevoerd. Uit de aantekeningen van dit gesprek (bijlage bij verweerschrift van 4 augustus 2014), blijkt dat de notaris heeft genoteerd:” (…) Alleen met mevrouw gesproken: was nog steeds zeer beslist in de erfstelling - vorige testament was onder druk opgemaakt (…) ”
d. Op 22 februari 2013 heeft de arts Th. Trompetter, te Huis ter Heide, een medische verklaring ondertekend, waarin is vermeld: “ Ondergetekende verklaart (…) als onafhankelijk arts, op basis van eigen onderzoek en bevindingen tijdens een huisbezoek d.d. 18 februari 2013, van oordeel te zijn dat [erflaatster] (…) gelet op haar geestelijke toestand blijvend niet meer in staat wordt geacht haar financiële en persoonlijke zaken en belangen zelfstandig naar behoren te behartigen. (…) Zij is niet meer in staat weloverwogen zelfstandig aan te geven wat haar actuele wensen zijn ten aanzien van haar nalatenschap, haar wil dienaangaande te bepalen en/of de gevolgen te overzien. Wel weet ze goed aan te geven dat degene die haar belangen behartigde (recent) is overleden en dat zijn echtgenote nu degene moet worden die haar gaat helpen.(…) ”
e. Op 9 mei 2014 heeft de raadsvrouw van klaagster de notaris geschreven, voor zover van belang: ” Sinds 2012 is de gezondheid van [erflaatster], lichamelijk en geestelijk, sterk achteruit gegaan. (…) Eind 2012 heeft [erflaatster] aan cliënte te kennen gegeven dat zij haar laatste wil wenste te wijzigen. Mr. [Z], verbonden aan notariskantoor Hurtak & Roodhorst te Hillegom en betrokken bij eerdere testamenten van [erflaatster], heeft op 16 januari 2013 mevrouw bezocht en onder 4 ogen gesproken om te beoordelen of haar testament nog kon worden herzien. Omdat hij twijfelde heeft de heer Th. Trompetter, arts, haar onderzocht en geoordeeld dat mevrouw gelet op haar geestelijke toestand blijvend niet meer in staat wordt geacht haar financiële en persoonlijke zaken en belangen zelfstandig naar behoren te behartigen (…) Deze ontwikkelingen doen de vraag rijzen of [erflaatster] ten tijde van het passeren van haar uiterste wil te uwer kantore handelingsonbekwaam was en of de uiterste wilsbeschikking nietig is omdat [erflaatster] niet, althans onvoldoende begreep wat zij deed en het vermogen miste om haar wil- zoals neergelegd in de uiterste wilsbeschikking- te bepalen en te verklaren. (…) Graag verneem ik welke maatregelen u hebt genomen om te verifiëren of [erflaatster] in juni 2012 handelingsbekwaam was dan wel in staat was om haar wil te bepalen. ”
f. Daarop heeft de notaris op 14 mei 2014 schriftelijk geantwoord dat hij genoemde brief van de raadsvrouw van klaagster niet kan beantwoorden met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht.
- De klacht
3.1 Klaagster stelt dat zij kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 99 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna), omdat zij in haar belangen is geschaad door de testamentwijziging op 20 juni 2012.
3.2 Klaagster stelt voorts dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld doordat hij zich niet, althans niet voldoende heeft verzekerd dat testatrice wilsbekwaam was ten tijde van de wijziging van het testament. Het is klaagster onduidelijk of de notaris het ‘Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening’ (door de KNB opgesteld in 2006, hierna: het Stappenplan) heeft gevolgd, nu de notaris zich op zijn geheimhoudingsplicht beroept. Klaagster weet dan ook niet of de notaris op verschillende manieren heeft geprobeerd vast te stellen of testatrice in staat was haar wil te bepalen en wat haar wensen met betrekking tot de inhoud van het testament inhielden.
Klaagster stelt dat de notaris het Stappenplan had moeten volgen omdat zich de volgende feiten en omstandigheden voordeden ten tijde van de testamentwijziging:
- testatrice was ten tijde van het passeren van het testament 75 jaar oud,
- testatrice beheerde de administratie niet zelf,
- testatrice heeft niet zelf de notaris benaderd,
- testatrice stond onder invloed van anderen en veranderde vaak van gedachten,
- testatrice heeft veelvuldig haar testament gewijzigd,
- normaliter had testatrice een andere notaris, namelijk mr. [Z] van notariskantoor Hurtak & Roodhorst te Hillegom.
3.3 Ter ondersteuning van haar standpunt dat testatrice onvoldoende wilsbekwaam was ten tijde van de testamentwijziging op 20 juni 2012, beroept klaagster zich op de ingebrachte medische verklaring van 22 februari 2013 van dr. Th. Trompetter, en ook op de overige ingebrachte verklaringen van familieleden en bekenden van klaagster en testatrice.
3.4 Klaagster stelt ten slotte dat de notaris geen beroep op geheimhouding toekomt nu het hier de werkwijze van een notaris betreft. Het is zeker mogelijk voor een notaris om te beschrijven op welke wijze hij zich een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van een cliënte, zonder zijn geheimhoudingsplicht te schenden, aldus klaagster. Daarnaast beroept klaagster zich op artikel 94 Wna waaruit blijkt dat ten behoeve van de uitoefening van de tuchtrechtspraak door de kamer voor het notariaat en het gerechtshof Amsterdam de notaris en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de kamers en het gerechtshof niet gehouden zijn aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22 van dezelfde wet, aldus klaagster.
- Het verweer
4.1 De notaris heeft zich als volgt verweerd.
Als formeel verweer voert de notaris aan dat klaagster niet ontvankelijk dient te worden geacht, aangezien zij geen familie en/of ab-intestaat erfgename van testatrice is. De stelling van klaagster dat zij, nu zij gerechtigde was in het vorige testament van testatrice en daardoor belanghebbende is, wordt door de notaris bestreden, nu het niet zo kan zijn dat een ieder die weet heeft van het feit dat hij/zij uit iemands testament is geschrapt, bij leven van de testateur/testatrice hierover een klacht kan indienen, aldus de notaris.
4.2 Als inhoudelijk verweer voert de notaris aan dat hij zowel bij de bespreking als bij het passeren van de akte op geen enkel moment het idee heeft gehad dat testatrice niet volledig besefte wat zij wilde doen. De notaris heeft haar – ook apart van [Y] - vragen gesteld tijdens deze bespreking en uit zijn aantekeningen blijkt dat testatrice aangaf dat het vorige testament onder druk was opgemaakt en dat zij daarom bewust naar een notaris elders is gegaan, aldus de notaris.
5. De beoordeling
5.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van diegenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient te beoordelen of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van voornoemd artikel oplevert.
5.2 Allereerst dient de kamer te beoordelen of klaagster als belanghebbende in de zin van artikel 99 lid 1 Wna kan worden beschouwd. Ingevolge artikel 99 lid 1 kunnen klachten tegen notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen, schriftelijk en met redenen omkleed, door een ieder met enig redelijk belang worden ingediend bij de kamer voor het notariaat waaronder de notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris ressorteert. Dit belang kan volgen uit betrokkenheid bij een specifieke zaak of bestaan uit een belang bij de handhaving van de beroepsnormen en -regels voor het notariaat. Er geldt dan ook een ruim belanghebbendenbegrip: een rechtstreeks belang bij de klacht is niet zonder meer vereist, ook een indirect belang of afgeleid belang van de klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Klaagster heeft een redelijk belang bij de onderhavige klacht nu zij op grond van het vorige testament van testatrice erfgename was. Zij heeft er dan ook een redelijk belang bij dat de tuchtrechtelijke normen die gelden voor de betrokkenheid van de notaris bij het opmaken en wijzigen van testamenten worden nageleefd. Derhalve is klaagster ontvankelijk is haar klacht jegens de notaris.
5.3 Met haar klacht verwijt klaagster de notaris dat hij in strijd met het Stappenplan het testament van testatrice op 20 juni 2012 heeft gepasseerd.
Klaagster heeft daartoe gesteld dat er verschillende indicatoren aanwezig waren om
aan te nemen dat testatrice niet wilsbekwaam was ten tijde van het passeren van het
testament en dat deze indicatoren voor de notaris aanleiding hadden moeten zijn om
het Stappenplan toe te passen. Zij verwijst daartoe naar de indicatoren genoemd onder
3.2., de ingebrachte verklaringen - als bijlage 2 en 3 bij het klaagschrift gevoegd
- alsmede naar de ter zitting overgelegde verklaring van [X], voornoemd.
5.4 De kamer overweegt als volgt.
Naar het oordeel van de kamer leidt de aanwezigheid van genoemde feiten en omstandigheden niet zonder meer tot de conclusie dat testatrice bij het wijzigen van haar testament niet wilsbekwaam was of dat dit verdergaand door de notaris moest worden onderzocht dan hij heeft gedaan door in de beide gesprekken van 13 en 20 juni 2012 vragen aan testatrice te stellen.
Immers, de notaris heeft ter zitting van 14 oktober 2014 verklaard ruim de tijd te hebben genomen voor de bespreking met testatrice op 13 oktober 2012 en in dat gesprek heeft de notaris alle mogelijkheden met testatrice besproken waarbij zij (testatrice) goed wist wat zij wilde en zij haar wensen duidelijk te kennen heeft gegeven.
Uit de bij het verweerschrift overgelegde gespreksaantekeningen blijkt ook dat de notaris alleen met testatrice heeft gesproken en door de notaris is geconcludeerd dat testatrice zeer beslist in de keuze van de erfstelling was.
5.5 De leeftijd van testatrice noch de inhoud van de door haar voorgestelde testamentwijziging gaf voorts op zichzelf aanleiding voor extra behoedzaamheid. De omstandigheid dat het vermogen van testatrice ruim 11 maanden later onder bewind is gesteld leverde voor de notaris geen reden op om in juni 2012 aan de geestelijke vermogens van testatrice te twijfelen. Hetzelfde heeft te gelden voor de omstandigheid dat testatrice haar administratie en post niet meer zelf deed. Ook woonde testatrice ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig.
Daar komt bij dat de notaris niet bekend was met enige ziekte die de geestvermogens van testatrice zou kunnen beïnvloeden. Testatrice is pas in oktober 2012 opgenomen in een verpleeghuis, en de medische verklaring van dr. Th. Trompetter ziet op een diagnose gesteld naar aanleiding van een eigen onderzoek en bevindingen tijdens een huisbezoek d.d. 18 februari 2013, ofwel respectievelijk vier en acht maanden na het passeren van het testament.
De zijdens klaagster overige ingebrachte verklaringen van familieleden en bekenden van klaagster en testatrice en de door klaagster ter zitting overgelegde ongedateerde en niet-ondertekende verklaring van [X] te [woonplaats] leiden ook niet tot een ander oordeel.
5.6 Een testament dient in het algemeen te worden verleden buiten aanwezigheid van anderen dan eventuele getuigen. In dit geval heeft de notaris tijdens de mondelinge behandeling op 14 oktober 2014 verklaard dat [Y] kort bij de bespreking op 13 juni 2012 aanwezig is geweest. Bij de tweede bespreking voorafgaand aan het passeren op 20 juni 2012 is [Y] niet aanwezig geweest en heeft de notaris alleen met testatrice gesproken.
Door de notaris is ter zitting tevens verklaard dat hij (de notaris) geen enkele twijfel had omtrent de wilsbekwaamheid van testatrice en dat er geen redenen waren om een extra onderzoek in te stellen. Ook de aanwezigheid van [Y] bij de eerste bespreking maakte dat niet anders, aldus de notaris.
5.7 De notaris heeft naar het oordeel van de kamer genoegzaam aannemelijk gemaakt dat hij tijdens de voorbespreking en tijdens het passeren van het testament voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van testatrice en dat hij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Volgens vaste rechtspraak dient de notaris bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van zijn cliënt primair uit te gaan van zijn eigen waarneming indien niet bekend is en er ook geen aanwijzingen zijn dat zijn cliënt lijdt aan een ziekte die wilsbekwaamheid kan beïnvloeden. Het Stappenplan schrijft voor dat een notaris de geestesgesteldheid van zijn cliënt pas nader moet onderzoeken als er aanleiding bestaat om aan diens wilsbekwaamheid te twijfelen. Daarbij zal het naast de in het Stappenplan genoemde indicatoren in belangrijke mate aankomen op zowel de inhoud van de gesprekken die de notaris met zijn cliënt voert als de wijze waarop de cliënt zich presenteert. Het feit dat de notaris onder deze omstandigheden het Stappenplan niet heeft toegepast acht de kamer dan ook niet klachtwaardig, zodat de klacht ongegrond wordt geacht.
5.8 Voor zover klaagster bedoeld heeft als klachtonderdeel in te dienen de stelling dat de notaris geen geheimhoudingsplicht toekomt ten aanzien van de werkwijze van de notaris met betrekking tot het passeren van het testament van 20 juni 2012, oordeelt de kamer het volgende. De notaris heeft in zijn brief van 14 mei 2014 aan klaagster medegedeeld dat hij geen informatie aan klaagster kan en mag verschaffen naar aanleiding van de vragen in de brief van de raadsvrouw van klaagster van 9 mei 2014. Wel heeft de notaris als bijlage bij het verweerschrift van 4 augustus 2014 gevoegd de gespreksaantekeningen van het gesprek met testatrice van 13 juni 2012. Op grond van deze gespreksaantekeningen alsmede naar aanleiding van de verklaringen van de notaris ter zitting is voldoende komen vast te staan op welke wijze de notaris zich een oordeel ten aanzien van de geestesgesteldheid van testatrice heeft gevormd voorafgaand aan en ten tijde van het passeren van het testament op 20 juni 2012. De geheimhoudingsplicht strekt zich – zoals klaagster terecht stelt – niet uit tot de wijze waarop een notaris te werk gaat. De notaris heeft daar echter ook openheid van zaken over gegeven door zijn gespreksaantekeningen over te leggen en verklaringen af te leggen tijdens de mondelinge behandeling van 14 oktober 2014. Daarmee is het belang van dit klachtonderdeel komen te vervallen. De conclusie is dan ook dat dit klachtonderdeel eveneens ongegrond is.
Beslissing
De kamer voor het notariaat:
- verklaart de klacht in beide onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort , voorzitter, J.J. Dijk, J.P. van Harseler, J.D.M. Schoonbrood, P.J. van Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Land-Smorenburg, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam (postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekend verzonden kennisgeving.