ECLI:NL:TNORAMS:2014:40 Kamer voor het notariaat Amsterdam 566064/NT 14-35 Th

ECLI: ECLI:NL:TNORAMS:2014:40
Datum uitspraak: 18-12-2014
Datum publicatie: 30-12-2014
Zaaknummer(s): 566064/NT 14-35 Th
Onderwerp: Registergoed
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Van een klachtwaardig handelen is de kamer niet gebleken. Concrete aanwijzingen die de door klagers gestelde samenspanning kunnen onderbouwen ontbreken. De notaris had wel zijn rol duidelijk kenbaar moeten maken aan betrokkenen.  De kamer sluit niet uit dat de onduidelijke rol van de notaris heeft bijgedragen aan het beeld bij klagers dat er sprake was van samenspanning.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing van 18 december 2014 in de klacht met nummer 566064/NT 14-35 Th van:

  1. [naam klager],

wonende te [plaats],

hierna: klager sub 1

en

  1. [naam klager],

hierna: klager sub 2;

hierna samen: klagers,

tegen:

[de notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna: de notaris.

1. Het verloop van de procedure

De kamer is uitgegaan van de volgende stukken:

-        klaagschrift met bijlagen, ingekomen op 2 juni 2014;

-        verweerschrift met bijlagen van 4 juni 2014.

Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 30 oktober 2014 zijn klager sub 1 (vergezeld door zijn zoon, [naam zoon]) en de notaris verschenen. Klager sub 1 heeft de kamer meegedeeld dat [klager sub 2], inmiddels is overleden. Vervolgens hebben partijen het woord gevoerd, klagers aan de hand van een pleitnotitie (met bijlagen). Uitspraak is bepaald op heden.

2. De feiten

De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden:

  1. Klagers waren mede-eigenaar van acht bungalows, gelegen aan [adres], op bungalowpark [B], samen met de heer [A] (tevens beheerder  van het bungalowpark; hierna: [A]).
  2. Op 7 december 2011 hebben klagers en [A] op het kantoor van de Rabobank Zaanstreek in Zaandam (hierna: Rabobank) met de heren [C] (hierna: [C]) en [D] (hierna: [D]), beiden werkzaam op de Afdeling Bijzonder beheer van de Rabobank, gesproken over “de ongeoorloofde debetstand van EUR 3.441,04 (…) op de rekening-courant kredietfaciliteit ad EUR 50.000,= (…) ten name van [klager sub 2] eo [klager sub 1] eo [A]” en “de betalingsproblematiek met betrekking tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de Rabobank.” Op 22 december 2011 heeft [D] alleen met [A] een gesprek gevoerd.
  3. Op 28 december 2011 heeft [D] aan klagers en [A] geschreven: “(…) Oorzaak van de betalingsproblematiek is volgens u gelegen in een achterblijvende huuropbrengst van het bungalowpark [B] op [Y], waarin door u is geïnvesteerd mede gefinancierd door de Rabobank, van waaruit de betaling van de rente en eventueel aflossing moet plaats vinden. Ook het in de verkoop zetten van één of enkele bungalows heeft voor u nog niet kunnen leiden tot een oplossing van de ontstane financiële problemen. Tijdens het gesprek heeft u aangegeven de definitieve oplossing van de financiële problemen te zien in onderhandse verkoop van bungalows op [Y]. Op deze wijze wilt u uw gezamenlijke vordering bij de Rabobank substantieel terug brengen. U heeft aangegeven zelf graag de verkoopstrategie te willen bepalen omdat anders mogelijk de bungalows “besmet” raken en minder goed te verkopen zijn. U heeft aangegeven de verkoopprijzen wel gegarandeerd te verlagen om te komen tot een verkooptransactie voor 30-06-2012. De Rabobank is bereid de financieringsrelatie met u te continueren tot 31-12-2012 onder de volgende voorwaarden: - [A] heeft aangegeven dat er een koper is, die in januari 2011 wil afnemen (nr 61) tegen een verkooprijs van EUR 150.000,-. Verzoek is hiervoor royement te verlenen tegen een opbrengst van EUR 125.000,-. De overige EUR 25.000,- wordt dan gebruikt om een lang openstaande rekening ten behoeve van schilderwerken te voldoen. (…) Gezien de gegeven omstandigheden staat de Rabobank positief tegenover dit verzoek op voorwaarde dat u allen via ondertekening van deze brief hiermee, en de hieronder geschetste vervolgstrategie en voorwaarden, akkoord gaat.(..)”
  4. In voornoemde brief heeft de Rabobank vervolgens nog een aantal voorwaarden gesteld en gewaarschuwd dat indien daaraan niet werd voldaan en de financiële problemen niet waren opgelost vóór 31-12-2012, de bank zich genoodzaakt zou zien de financiering op te zeggen en over te gaan tot uitwinning van de gestelde zekerheden: “Dit houdt in, dat niet alleen de financieringen conform de eerder genoemde rekening-courant kredietfaciliteit en leningnummers worden opgezegd, maar alle aan u verstrekte financieringen. De gevolgen zullen dus veel verstrekkender zijn dan alleen de problemen met het onroerend goed op [Y].”
  5. De beoogde koper van bungalow nr. 61, de heer [X] van [X] B.V. (hierna: [X]), heeft vervolgens aan [A] voorgesteld om te komen tot een verkoop van alle acht voornoemde bungalows.
  6. In een e-mailbericht van 2 februari 2012 heeft [A] aan klagers en de Rabobank geschreven: “(….) Het verkopen van een bungalow voor € 150.000,-- is geen oplossing, mede gezien de verhoogde rente door de Rabobank die een exploitatie niet gezonder maakt. Het voorstel van [X] om te komen tot de verkoop van alle acht bungalows voor een prijs van € 130.000,- k.k. per bungalow is niet alleen voor mij maar ook voor jullie en de Rabobank de beste oplossing. Elke dag dat er niet verkocht wordt kost ons geld en ik kan en wil niet meer alleen voor de exploitatie zorg dragen terwijl ik maar een derde eigenaar ben. (..) Op maandag 31 januari 2012 heb ik pas van jullie de nota’s van “De Rabobank” ontvangen en ik heb gisteren mijn deel (een derde) van alle nota’s uit privé betaald. (..) Van jullie kant komt er niets, terwijl jullie twee derde van het bezit vertegenwoordigen. Uit het mail verkeer van [klager sub 1] kan ik aflezen, dat jullie niet akkoord gaan met het voorstel van [X] en andere spelletjes willen spelen, maar daar doe ik niet aan mee. Op dinsdag 17 januari 2012 heb ik met (onze bekende) notaris [naam notaris] één en ander door gesproken en gevraagd mij te adviseren in deze kwestie en gaat één en ander voor mij in gang zetten. (..) De maat is vol ik lever ik een goede kopende partij in dit economische klimaat, waarbij jullie “nee” durven roepen, de consequenties zijn voor jullie.”
  7. Op 10 februari 2012 heeft [A] aan klagers en de Rabobank geschreven: “Er ligt een voorstel voor aan/verkoop (een derde partij [A]) van de 8 bungalows van de Maatschap. Ik heb destijds gevraagd aan [de notaris] de Rabobank hiervan op de hoogte stellen. Door mijn inzet kan aan de verplichtingen van de Rabobank worden voldaan en dat is een vereiste. (..) Het e-mailverkeer van [klager sub 1] is mosterd na de maaltijd en totaal niet relevant. Bovendien heeft hij er zich nog nooit mee bemoeit en vertraagd alleen maar het proces van de oplossing en brengt ons allen op meer kosten.”
  8. Op 16 februari 2012 heeft [C] klagers en [A] bericht dat de achterstand inmiddels was opgelopen tot € 7.308,- en wederom aangedrongen om tot een oplossing te komen, mogelijk door onderhandse verkoop van de bungalows.
  9. Op 17 februari 2012 heeft [naam van makelaar] in een e-mail aan klager sub 2 bericht: “(..) Als ik het goed heb zijn het de volgende 8 bungalows waar je over spreekt 35, 57, 61, 77,87, 91, 93 en 95 waarvan 77 (Euro 199.000,-) en 91 (Euro 159.000) door [naam] Vastgoed worden aangeboden. Wij bieden de volgende bungalows aan. 23 ([klager sub 1]/Euro 195.00,-), 47 ([naam klagers]Holding/Euro 212.500,-) en 83 ([naam klagers]Holding/Euro 188.000,-). Verder bieden wij nog de bungalow van Familie [naam] aan voor Euro 160.000,-. Dit houdt in dat er op het park van 37 (zonder de 5 nieuwe) bungalows momenteel 6 bungalows te koop staan. Dat is ruim 16%. (..) Kijkend naar de andere recreatieparken is dat een erg hoog percentage. (..) Het lijkt ons niet verstandig om nog meer bungalows aan te gaan bieden in de openbaarheid. Wellicht is het zelfs beter om het aantal bungalows die in de verkoop staan te verminderen.(..) Enige tijd geleden spraken we telefonisch en gaf ik aan dat we met bungalow 81 ben gezakt naar Euro 160.000,- en dat we daar lichte beweging zien. Tot op heden hebben we nog geen resultaat maar wel animo en een keer een bod van Euro 140.000,-- wat we overigens hebben afgewezen.(..)”
  10. Op 21 februari 2012 heeft [D] klagers en [A] laten weten in beginsel niet negatief te staan tegenover het plan tot verkoop van de 8 bungalows in één, onder voorwaarde van een taxatierapport van een beëdigd taxateur. Voorts heeft [D] op 21 februari 2012 klagers en [A] geschreven: “Uiteraard mag hij/zij (de taxateur, KN) geen betrokkenheid hebben bij transacties mbt de genoemde bungalows. Het is uiteraard handig dat de keuze in overleg met [A] wordt gedaan. Hierdoor wordt discussie achteraf voorkomen. De waardebepalingen door de gemeente [Y] (opgegeven door klager sub 1, KN) neem ik vooralsnog voor kennisgeving aan. De markt blijkt zelfs voor lagere vraagprijzen niet in beweging te willen komen. Een snelle totaaloplossing heeft de voorkeur van onze bank. Op basis hiervan willen wij het mogelijke bod van 8x130 serieus toetsen aan het op te maken taxatierapport.”
  11. Op 22 februari 2012 heeft [D] aan klagers en [A] in een e-mailbericht geschreven: “Op dit moment doet zich een mogelijke kans voor om 8 bungalows in één transactie af te kunnen stoten. Dit geeft wellicht een structurele oplossing, welke de voorkeur heeft boven een eventuele gedwongen verkoop door de bank.” Voorts heeft [D] in een ander e-mailbericht op 22 februari 2012 geschreven: “Ik denk dat het verstandig is om de mailcontacten om te zetten in het beoogde persoonlijk gesprek met alle partijen. Het is mij duidelijk dat er onderling wat wrijving bestaat. Het is mij eveneens duidelijk dat alle partijen zoeken naar de beste oplossing. Dat er iets structureel moet gebeuren is helder, de bank zal de huidige situatie niet langer willen en kunnen gedogen. (…) Het bedoelde en gevraagde taxatierapport is derhalve niet vrijblijvend.(…) Ik zie het taxatierapport graag per omgaande tegemoet en ontmoet u allen graag eind februari/begin maart a.s. Bij uitblijven van één en ander zal de bank zelf voor taxatie zorg laten dragen.”
  12. Op 22 februari 2012 heeft [A] aan de Rabobank verzocht om zorg te dragen voor een taxateur, omdat [A] en klagers in onderling overleg niet tot een keuze konden komen.
  13. Op verzoek van [A] (bij e-mailbericht van 27 februari 2012) was de notaris aanwezig bij een bespreking met de Rabobank met klager sub 1 en [A] op 29 februari 2012.
  14. Op de vraag van klager sub 1 in een e-mailbericht van 1 maart 2012, waarom de notaris bij die bespreking aanwezig was, heeft de notaris op 1 maart 2012 geantwoord, met een cc aan [D]: “(..) Ik was gisteren aanwezig om mij een duidelijk beeld te vormen van de situatie én wellicht een bijdrage te kunnen leveren ter voorkoming van een dreigende executieverkoop. Executieverkoop is namelijk in niemands belang en daaruit volgt in alle gevallen meer vermogensschade dan uit een onderhandse verkoop. (…) Als notaris heb ik veel ervaring met veiling en ik wijs u er op dat een koper in de veiling extra risico’s loopt en hoge aanloopkosten heeft, daarom daar zijn bod ook op afstemt; los van een eventueel winstbejag/gecalculeerde winstmarge. Is misschien een rare gedachte, maar probeer schade te voorkomen/beperken. Voor [A], voor u, voor [klager sub 2], voor de bank. Dát is ook werk voor een notaris. Zie voor mij nu geen verdere rol, hooguit bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mijn zienswijze. Ik ga mij niet mengen in enig conflict.”
  15. Op 1 maart 2012 heeft [D] aan de notaris in een e-mailbericht geschreven: “Dank voor uw wijze woorden richting de familie [van klagers]. Hoop dat het gaat landen. De dreigende executieverkoop is serieus. De opzeggingsbrief wordt vandaag verzonden, helaas… Ook ik heb vanmorgen een 2-tal mailberichten ontvangen van [klager sub 2]. Heb met kracht gereageerd. Ook de bank gaat zich niet inhoudelijk mengen in dit conflict.”
  16. Op 30 maart 2012 heeft [X] namens [X] B.V. aan de notaris per e-mailbericht geschreven: “ik heb inmiddels van [klagers] en van [A] een accoord gekregen op het bod van [X] B.V. van Euro 1.040.000,-- op de 8 huisjes die zij samen bezitten (..) zou u een koopovereenkomst willen opstellen, met een afrekeningsoverzicht?”
  17. Op 20 april 2012 heeft [C] aan klagers geschreven: “Ik heb vanmorgen een bericht per e-mail ontvangen van de notaris. De formele stukken heb ik nog niet binnen (…) Voorlopig voorstel om te draaien is volgende week donderdag 26 april. (….) Waar we het wel over eens zijn is dat er een oplossing moet komen. Voorwaarde onzerzijds is in ieder geval dat de totale hoofdsom inclusief achterstanden wordt voldaan waarna we het boek [klagers]-[A] kunnen sluiten.”
  18. Op 26 april 2012 heeft de overdracht van de bungalows plaatsgevonden.
  19. In een e-mailbericht van 20 mei 2014 heeft klager sub 1 aan de notaris geschreven: “Ik ben ontevreden over de rol, die U als notaris heeft gespeeld. Het gehele gebeuren vanaf 2011 t/m 25 april 2012 waarin Uw naam meerdere keren werd gebruikt door [A] alsmede de naam van [X] alsmede Uw aanwezigheid per 29 februari 2012  - zonder voorkennis te hebben – alsmede de hieraan ten grondslag liggende bescheiden, wil ik van U vernemen, welke mogelijkheden er zijn om mijn gevoel met U en anderen te bespreken.”
  20. Op 21 mei 2014 heeft de notaris in een e-mailbericht aan klager sub 1 geantwoord: “Uw bericht overvalt mij enigszins, 2 tot 3 jaar na dato. Destijds heeft u mijn rol ook reeds onder uw vergrootglas gelegd (direct in het eerste gesprek bij de Rabobank) en hebben wij dit vervolgens uitvoerig met elkaar gecommuniceerd. Ik kan mij zeker 10 e-mails herinneren en divers telefoongesprekken, maar ook gesprekken waarbij wij elkaar in de ogen keken (ik heb een vol dossier). Ook met betrokkenen [A], [X] en uw zoon [klager sub 2]. Gesprekken en berichten waarin ik -zeker ook bij u – steeds de grenzen heb getrokken en bewaakt. Wellicht is de uitkomst voedingsbodem van uw blijvende ontevredenheid? Is het conflict met [A] überhaupt al helemaal opgelost?”
  21. Klager sub 1 heeft  op 21 mei 2014 aan de notaris geschreven: “Indertijd heeft U een gesprek gehad met [A] en [X]. Dit gesprek stond in het teken van begeleiding naar hun toe. Op mijn e.mail van 10 februari 2012 (aan [A], KN) kreeg ik geen reactie. Verder verwijs ik U naar mijn verslag van de vergadering op 29 februari 2012. In deze vergadering was U bekend, dat de taxatiewaarde van de acht bungalows (..) op 155.000 euro per stuk waren getaxeerd. U noemt, dat gedwongen verkoop door de Rabobank min of meer werd uitgesproken in de vergadering van 29 februari 2012. Wel is het zo, dat door Uw aanwezigheid (nota bene niet aan mij bekend gemaakt) heel bepalend is geweest, daarna. De Rabobank wilde een taxatierapport op tafel om een indicatie te hebben t.o.v. het bod van [X]. Het verschil was 200.000 euro. De verkoop van één bungalow voor 150.000 was de oplossing geweest Om vervolgens over te gaan naar een rustig verkoopbeleid.”
  22. De notaris heeft op 21 mei 2014 in een e-mailbericht als volgt gereageerd: “Dit beschouw ik als uw lezing van de zaak na het verstrijken van 2 jaar. Bijvoorbeeld uw stelling dat ik indertijd een gesprek heb gehad met [A] en [X] en de verdere aanname. Niet waar. Ik heb een gesprek gehad met [A]. Bij dat telefoongesprek bent u niet betrokken geweest, u kunt dus niets verklaren over de inhoud daarvan. [A] heeft [X] geïntroduceerd als oplossing. Uw veronderstellingen laat ik verder weer bij u. Indien u achteraf alsnog denkt te kleuren dan neem ik mijn kansen graag bij de tuchtrechter. Ik heb nu 4 e-mails vandaag van u beantwoord en hoop dat dat voldoende is. Ook twee jaar geleden heb ik steeds uw (veronder)stellingen per e-mail moeten ontkrachten. Ik hoef uw ongelijk niet blijvend te bewijzen. Indien u een klacht heeft dient u deze te formuleren en aan te tonen dat uw klacht terecht is.”

3. De klacht

Klagers verwijten de notaris dat hij in strijd met zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid van notaris heeft gehandeld. Klagers menen dat de notaris heeft samengespannen met [A] en [X]. Op de vergadering van 29 februari 2012, waar de notaris zonder medeweten van klagers en volgens klagers op verzoek van [A] en [X] aanwezig was,  heeft de notaris voor onrust gezorgd. Terwijl de vergadering in het teken stond van een financiële oplossing, zorgde de notaris door zijn opstelling vanuit de gedachte dat een executieverkoop moest worden voorkomen, voor een spanningsveld, waardoor de Rabobank volgens klagers op een ander spoor werd gezet dan dat de bank aanvankelijk, in de brief van 28 december 2011, had uitgezet. Klagers zagen zich toen gedwongen om mee te werken aan een verkoop van acht bungalows voor elk € 130.000,-, hoewel aanvankelijk was overeengekomen dat [X] van [A] bungalow nr. 61 zou kopen voor € 150.000,-. De notaris heeft klagers niet geïnformeerd over één en ander, terwijl hij wel beschikte over die informatie, aangezien hij die voorafgaand aan de vergadering had gekregen van [A] en [X].

4. Het verweer

De notaris heeft zich als volgt verweerd. Reeds toen hij als kandidaat-notaris in Wormerveer werkzaam was onderhield hij een zakelijke relatie met alle betrokkenen.

[A] meldde zich in januari 2012 bij de notaris voor advies omdat de samenwerking met klagers moeilijkheden gaf.

De notaris heeft met [A] gesproken over de moeizame exploitatie en over de brief van de Rabobank van 28 december 2011, de brief van de Rabobank van 28 december 2011 met het dreigement van opzegging van alle financieringen, zakelijk en privé, en over de door hem gewenste verkoop aan [X]. De notaris heeft [X] gesproken om te checken of de informatie die [A] hem had gegeven correct was. De notaris heeft toen [A] gewezen op de praktische onmogelijkheid om slechts één/derde aandeel te verkopen.

Vervolgens is de notaris op verzoek van [A] meegegaan naar de bespreking op 29 februari 2012 bij de Rabobank om mee te denken over oplossingen.

De brief van 28 december 2011 van de Rabobank was (ondanks het verzoek van de bank daartoe) niet door klagers getekend. Mede als gevolg van de onwillende en zeer achterdochtige opstelling van klagers en het bieden van slechts één mogelijkheid aan de Rabobank, er op neer komende dat de Rabobank het vervolgens alleen met klagers als schuldenaren moest gaan doen, heeft de Rabobank op 1 maart 2012 alle door de bank verstrekte kredieten opgezegd met een uiterlijke betaaltermijn van 1 juni 2012.

Er dreigde dus wel degelijk een executieverkoop, aldus de notaris. Het bod van [X] was daarom een goede oplossing voor alle partijen, mede gelet op het feit dat een verkoop van meer huisjes op hetzelfde park via de markt niet gewenst was, omwille van de marktprijsvorming. De notaris onderschrijft hetgeen [de makelaar] in de e-mail van 17 februari 2012 aan klager sub 2 heeft geschreven. De verkoop van meer huisjes op hetzelfde park via de markt was niet gewenst, een openbare verkoping van 8 bungalows tegelijk al zeker niet.

5. De beoordeling

5.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van diegenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient te beoordelen of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van voornoemd artikel oplevert.

5.2 Op de zitting heeft klager sub 1 meegedeeld dat de brief van 28 december 2011 van de Rabobank, anders dan de notaris beweert, door klagers wel is ondertekend. Naar de beleving van klager vond de bank de situatie op dat moment nog niet dermate ernstig, dat rekening moest worden gehouden met een executieverkoop, maar is die paniek bij de bank pas later, door toedoen van de notaris in het gesprek op 29 februari 2012, ontstaan.

De kern van het verwijt van klagers is, zo heeft de kamer ter zitting begrepen, het door klagers vermeende samenspannen van de notaris met de Rabobank, op instigatie van [A] en [X], om klagers te dwingen mee te werken aan de verkoop van de acht bungalows, elk voor een koopprijs van

€ 130.000,-. Klager sub 1 meent dat de notaris had moeten weten dat [A] zakelijk aan [X] was verbonden, omdat [A] onder meer de receptie had gehuurd in het hotel van [X]. Volgens klager sub 1 konden klagers niet anders dan aan het transport van de acht bungalows meewerken, omdat de Rabobank zich door de notaris liet leiden, hetgeen volgens klager sub 1 blijkt uit het e-mailbericht van 1 maart 2012 van [D] aan de notaris.

5.3 De notaris heeft ter zitting verklaard dat het nog niet duidelijk was wat zijn rol zou zijn toen hij in januari 2012 werd benaderd door [A]. Hij is niet in opdracht van [A] meegegaan naar het gesprek bij de Rabobank op 29 februari 2012, maar om mee te denken en te kijken of er mogelijk een opdracht uit zou volgen. Toen was er volgens hem nog geen sprake van een koopovereenkomst voor de acht bungalows. De notaris meent dat klager sub 1 de ernst van de situatie heeft gebagatelliseerd. De Rabobank heeft al in de brief van 28 december 2011 de duimschroeven aangedraaid; uit die brief blijkt dat er meer nodig was dan het uitsluitend verkopen van één bungalow.

Klager sub 1 heeft ter zitting meegedeeld dat hij op 29 februari 2012 geen bezwaar heeft gemaakt tegen de aanwezigheid van de notaris bij het gesprek op de bank, omdat hij meende dat het goed was als de notaris over de financiële situatie zou meedenken.

5.4 De kamer is van oordeel dat de notaris er goed aan had gedaan om voorafgaand aan het gesprek op 28 februari 2012 zijn rol naar alle betrokkenen duidelijk kenbaar te maken.

Dit geldt te meer nu zijn aanwezigheid bij dat gesprek was gericht op een eventuele opdracht, terwijl hij de indruk gaf daar als adviseur voor alle partijen te zitten. De kamer ziet daarin echter geen klachtwaardig handelen van de notaris.

De kamer sluit niet uit dat de onduidelijke rol van de notaris heeft bijgedragen aan het beeld bij klagers dat hij met [A] en [X] heeft samengespannen.

De toonzetting van het e-mailbericht van [D] aan de notaris van 1 maart 2012 kan dat idee bij klagers nog hebben versterkt. De kamer is echter van oordeel dat concrete aanwijzingen ontbreken om die bij klagers postgevatte conclusie te dragen. Voorts is niet gebleken dat de Rabobank tijdens bedoeld gesprek op 28 februari 2012 door de notaris op het spoor is gezet van de (gedwongen) onderhandse verkoop van de acht bungalows.

Uit de e-mailberichten van de bank aan onder anderen klagers van vóór bedoeld gesprek blijkt al dat de bank aandrong op een totaaloplossing en in dat kader de mogelijkheid om de acht bungalows in één transactie af te stoten serieus wilde onderzoeken. Voor zover klager sub 1 heeft willen betogen dat bij aanvang van de bespreking bij de bank de door klagers voorgestane optie van de verkoop van één bungalow aan [X], gevolgd door een gefaseerde verkoop van de overige bungalows nog reëel was, vindt dat betoog geen steun in de door partijen overgelegde e-mailberichten.         

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat van klachtwaardig handelen van de notaris niet is gebleken.

5.5 Dat leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

De kamer voor het notariaat:

-                  verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. W.S.J. Thijs, voorzitter, M.V. Ulrici,

J.D.M. Schoonbrood, Ch.F.Tasseron en W.R. Bruinink, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.B.T. Kienhuis, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2014.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam (postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekend verzonden kennisgeving.