ECLI:NL:TNORAMS:2014:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 548765/NT 13-57 J
| ECLI: | ECLI:NL:TNORAMS:2014:10 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-05-2014 |
| Datum publicatie: | 02-06-2014 |
| Zaaknummer(s): | 548765/NT 13-57 J |
| Onderwerp: | Registergoed |
| Beslissingen: | Klacht niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Klager niet-ontvankelijk in zijn klacht |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM
Beslissing bij vervroeging van 8 mei 2014 met nummer 548765/NT 13-57 J van:
[klager],
wonende te [plaats],
klager,
tegen:
[de notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
raadsman: mr. P. Wanders,
de notaris.
1. Het verloop van de procedure
De kamer is uitgegaan van de volgende stukken:
- het klaagschrift, gedateerd 13 augustus 2013;
- de beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 21 augustus 2013, waarin de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam is belast met de behandeling van de zaak;
- de brief van de kamer van 29 augustus 2013 aan klager;
- de brief van 31 oktober 2013 aan klager;
- het verweerschrift van 8 november 2013;
- de op verzoek van de kamer door de raadsman van de notaris op 3 december 2013 overgelegde productie (leveringsakte appartementsrecht appartementencomplex [X], gedateerd 22 september 2006);
- beslissing van de wrakingskamer van de kamer voor het notariaat van 28 januari 2014;
- overlegging nadere producties door de raadsman van de notaris op 27 maart 2014.
Klager heeft daarnaast nog een groot aantal fax- en e-mailberichten aan de kamer gezonden die niet bij de beoordeling zijn betrokken, nu deze geen informatie bevatten die voor de beoordeling van de klacht van belang zijn.
Bij de mondelinge behandeling op 3 april 2014 is de notaris, bijgestaan door zijn raadsman, verschenen. Klager is niet verschenen. Klager heeft per e-mailbericht van 1 april 2014 een nieuw wrakingsverzoek ingediend, dat conform het bepaalde in voormelde beslissing van 28 januari 2014 niet in behandeling zal worden genomen.
De raadsman van de notaris heeft het woord gedaan.
Uitspraak is vastgesteld op 5 juni 2014, maar wordt heden bij vervoeging gedaan.
- De feiten
De kamer gaat uit van de volgende voor de beoordeling van de klacht van belang zijnde feiten en omstandigheden:
a. Klager heeft (samen met zijn echtgenote) een appartementsrecht gekocht met betrekking tot een woning gelegen in appartementencomplex “[X]”, een woontoren in de nieuwbouwwijk [naam wijk en plaats] (hierna: het Stadstuinproject). De leveringsakte is gepasseerd op 22 september 2006, ten overstaan van notaris [X].
b. In artikel A2 en A3 van voornoemde leveringsakte is vermeld: “2. Het registergoed is door verkoper ([naam] Vastgoed Realisatie B.V., KN) tezamen met meer registergoederen in eigendom verkregen door inschrijving in register Hypotheken 4 (..) van de openbare registers (..) op vijfentwintig mei tweeduizend van een afschrift van een akte van levering op drieëntwintig mei daarvoor voor [de notaris] verleden, (..) 3. Bij akte op veertien december tweeduizend vier voor genoemde notaris [naam] verleden, heeft verkoper het registergoed gesplitst in een appartementencomplex, - van welke akte een afschrift werd ingeschreven in het register Hypotheken 4 (..) op vijftien december daarna.”
c. De notaris is indertijd opgetreden als projectnotaris, waarbij hij in die hoedanigheid instrumenterend is geweest bij het passeren van de hiervoor onder 2b genoemde akte.
d. In artikel E van de leveringsakte van 16 februari 2005 is vermeld:
“BIJZONDERE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN/GEVESTIGDE ERFDIENSTBAARHEDEN/OVEREENGEKOMEN KWALITATIEVE VERPLICHTINGEN/UITDRUKKELIJKE AANVAARDING
Ter zake van bijzondere voorwaarden en bepalingen van de publiekrechtelijke rechtspersoon: de gemeente [plaats], (…) wordt te dezen verwezen naar de hiervoor onder A.2. vermelde akte van levering. Koper verklaart een uittreksel van genoemde akte te hebben ontvangen en verklaart van de inhoud te hebben kennis genomen, met de inhoud in te stemmen, deze te aanvaarden en zich te verbinden tot nakoming als ware hijzelf die verbintenissen aangegaan jegens de in die akte vermelde belanghebbenden bij die verbintenissen. Ter uitvoering van het bovenstaande worden vorenbedoelde bijzondere verplichtingen en/of kettingbedingen door de verkoper aan de koper opgelegd als kettingbeding, zulks onder verbeurte van een direct opeisbare boete gelijk aan de waarde van het verkochte ten tijde van de overtreding bij niet of niet-tijdige nakoming van de verplichting als vorenbedoeld, in dier voege dat bedoelde bepalingen en de onderhavige bepaling bij iedere vervreemding in eigendom of zakelijk genotsrecht aan de opvolgende eigenaar van de eigendom moet worden opgelegd, bedongen en aangenomen, zulks op verbeurte van een gelijke boete als laatstgemeld ten behoeve van de belanghebbenden.”
- De klacht
De kamer begrijpt de klacht aldus dat bij het passeren van de leveringsakte van 22 september 2006 (notariële) stukken/akten aan klager zijn onthouden.
Volgens klager heeft de notaris met opzet cruciale informatie aangaande het Stadstuinproject, vermeld in die stukken, niet aan klager verstrekt.
- Het verweer
4.1 Klager beklaagt zich over het door de notaris achterhouden van stukken bij het verlijden van de akte van 22 september 2006. Deze akte is echter niet verleden door de notaris, maar door [een andere notaris]. De notaris ontkent dat hij akten achtergehouden zou hebben en ontkent eveneens dat hij daartoe aan anderen opdracht zou hebben gegeven.
Klager heeft in deze akte verklaard een afschrift te hebben ontvangen van de bijzondere lasten en verplichtingen die aan het perceel zijn verbonden en die zijn vastgelegd in de akte van 23 mei 2000. In de leveringsakte van klager is niet vermeld dat de akte van 23 mei 2000 als bijlage is aangehecht. Een uittreksel van de leveringsakte van 23 mei 2000 is als bijlage aan de splitsingsakte van 14 december 2004 gehecht. Deze bijlage is geparafeerd door partijen bij die splitsingsakte, niet zijnde klager.
4.2 Voor zover klager zich beklaagt over het achterhouden van akten van anderen dan hem zelf, beroept de notaris zich op het ontbreken van het vereiste redelijk belang bij het indienen van een klacht door klager.
4.3 De notaris beroept zich op de vervaltermijn van artikel 99 lid 15 van de Wet op het notarisambt, waarin is bepaald dat een klacht binnen drie jaar na kennisname van het handelen of nalaten van de notaris dient te worden ingediend. De bewuste eigendomsakte van klager dateert uit 2006, zodat de termijn om een klacht in te dienen ruimschoots is verstreken.
- De beoordeling
5.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 (wet op het Notarisambt, hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient te beoordelen of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
5.2 Het verwijt van klager houdt in dat hem bij het passeren van de leveringsakte van 22 september 2006 stukken zijn onthouden. Aangezien vaststaat dat niet de notaris, maar [een andere notaris] verantwoordelijk is voor het passeren van voornoemde leveringsakte, kan klager in zijn klacht tegen de notaris niet worden ontvangen.
5.3 Over het verweer van de notaris dat klager onvoldoende belang heeft bij de klacht of dat de klacht in verband met de geldende vervaltermijn te laat is ingediend, hoeft de kamer geen uitspraak te doen, aangezien het eerste verweer doel treft.
5.4 Voor zover klager heeft bedoeld de handelwijze van de notaris aan zijn klacht ten grondslag te leggen, is de kamer van oordeel dat klager onvoldoende duidelijk heeft gemaakt welke concrete gedragingen de notaris worden verweten. Bij gebrek aan het (begrijpelijk) onderbouwen van zijn stellingen dient klager ook overigens niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Beslissing
De kamer voor het notariaat:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.H.C. Jongeneel, voorzitter, M.V. Ulrici,
R.H. Meppelink, E.E. von Wolzogen Kühr en A.J.H.M. Janssen, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.B.T. Kienhuis, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2014.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam (postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekend verzonden kennisgeving.